ECLI:NL:RBMNE:2025:7561

ECLI:NL:RBMNE:2025:7561

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 11-02-2025
Datum publicatie 20-02-2026
Zaaknummer 16-179136-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het seksueel binnendringen van het slachtoffer, terwijl hij wist dat zij in een staat van verminderd bewustzijn en lichamelijke onmacht verkeerde. De rechtbank legt aan de verdachte op een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden en een taakstraf van 200 uren. De vordering van de benadeelde partij is gedeeltelijk toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/179136-24 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 11 februari 2025

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] , [postcode] te [woonplaats] ,

hierna: verdachte.

1. ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 januari 2025. Verdachte is niet bij de terechtzitting verschenen en heeft zich niet door een advocaat laten vertegenwoordigen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van officier van justitie

mr. N. Schapendonk en van hetgeen benadeelde partij [slachtoffer] , bijgestaan door mr. N. Ugur, advocaat te Rotterdam, naar voren hebben gebracht.

2. TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, in het kort, op neer dat verdachte:

op 31 oktober 2021 te Vinkeveen met [slachtoffer] seksuele handelingen heeft gepleegd, waaronder het seksueel binnendringen van haar lichaam, terwijl hij wist dat zij in staat van verminderd bewustzijn en/of lichamelijke onmacht verkeerde.

3. VOORVRAGEN

Voordat de rechtbank een oordeel kan geven over de vraag of verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd, moet worden beoordeeld of aan de in de wet gestelde voorvragen is voldaan. Dat is het geval: de dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd om deze zaak te beoordelen, de officier van justitie mag verdachte vervolgen en er zijn geen redenen om de vervolging uit te stellen.

4. WAARDERING VAN HET BEWIJS

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend te bewijzen.

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , onder meer inhoudende:

Tegen wie wil je aangifte doen?

[verdachte] . Hij woont op de [adres 2] te [plaats] .

Wanneer is jou dit overkomen?

Het was in de nacht van 30 op 31 oktober (naar de rechtbank begrijpt 2021). Het is om 04:00 uur gebeurd.

Waar is dat gebeurd?

In de slaapkamer van [verdachte] .

Ik had die avond best wel veel gedronken. Samen met mijn vriendin hebben we een fles wodka gedronken. Rond 4 uur wilden [A] en ik naar bed. [verdachte] heeft toen een slaapkamer aangewezen waar wij konden slapen. Ik was eigenlijk direct K.O. Ik werd heel verward wakker. Het was donker in de kamer en ik voelde een hand die aan mijn borsten zat en ik voelde een hand bij mijn vagina. Ik voelde ook dat er 1 vinger in mijn vagina zat. Ik voelde dat een hand over mijn vagina bewoog en dat de vinger in mijn vagina rond draaide en in en uit mijn vagina bewoog. De hand bij mijn borsten was onder mijn topje, dus op mijn blote borsten. Hij zat met zijn hand op mijn linkerborst en hij kneep er in. Ik lag op bed samen met [A] . [A] lag een beetje in het midden en ik lag rechts van haar. [verdachte] is op een klein randje naast mij op bed gaan liggen.

Een proces-verbaal van verhoor van verdachte, onder meer inhoudende:

O: [slachtoffer] heeft aangifte gedaan van verkrachting die gepleegd zou zijn in de nacht van 31 oktober 2021.

V: In welke ruimte sliep jij deze nacht?

A: In mijn slaapkamer.

V: In welke ruimte verbleef [A] deze nacht?A: Ik dacht ook in mijn slaapkamer.

V: In welke ruimte verbleef [slachtoffer] deze nacht?

A: Ook in mijn slaapkamer.

V: Lagen jullie bij elkaar in bed?

A: Ja alle drie.

Een proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden met [slachtoffer] , onder meer inhoudende:

Het nummer van [verdachte] is [telefoonnummer 1] . Verder heb ik erover gesproken via WhatsApp met [getuige] : telefoonnummer [telefoonnummer 2] .

Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] , inhoudende het onderzoek naar de telefoon van aangeefster, onder meer inhoudende:

Ik zag dat WhatsAppberichten tussen [slachtoffer] met telefoonnummer + [telefoonnummer 3] en [verdachte] met telefoonnummer + [telefoonnummer 4] nog in de telefoon aanwezig waren.

1-11-2021

Van

Inhoud

[slachtoffer]

Ik ben echt totaal niet te spreken om wat jij gedaan heb dit weekend. Dat ik terwijl ik slaap half wakker word en jouw hand uit mijn broek moet halen.

+ [telefoonnummer 4]

Lieve [slachtoffer] , ik ben zo ontzettend teleurgesteld in mezelf dat dit is gebeurd. Het spijt me echt uit de grond van mijn hart. Hopelijk kan je het mij ooit vergeven. Het had absoluut niet mogen gebeuren.

2-11-2021

Van

Inhoud

+ [telefoonnummer 4]

Hey, ik begrijp dat wat er is gebeurd echt heel vervelend is. Ik heb er zo ontzettend veel spijt van.

[slachtoffer]

[verdachte] je hebt mij gevingerd in mijn slaap je hebt aan mijn borsten gezeten. Ik lig ko van de drank in bed.

+ [telefoonnummer 4]

Ik wil gewoon dat je weet dat ik ontzettend veel spijt heb.

Een geschrift, te weten een screenshot (in het digitale dossier opgenomen onder het kopje ‘Whatsapp gesprekken tussen slachtoffer en getuige’), van de WhatsAppgesprekken tussen [slachtoffer] en [getuige] , onder meer inhoudende:

1-11-2021

Van

Inhoud

+ [telefoonnummer 2]

Nou [verdachte] heb t verteld

Wat zei die

+ [telefoonnummer 2]

Jaa dat die je aangeraakt heb

2-11-2021

Van

Inhoud

Kan je even screenshot sturen van wat [verdachte] tegen jou heeft gezegd?

+ [telefoonnummer 2]

Gewoon naast der gaan liggen en gewoon beetje aan der gezeten en toen blijkbaar verder gegaan dan ik ooit had moeten gaan.

+ [telefoonnummer 2]

Dat heeft die gezegd.

Bewijsoverweging

Bewijs in zedenzaken

Wanneer een verdachte in een zedenzaak ontkent, is het bewijs vaak beperkt. In veel gevallen staat de verklaring van de aangever tegenover die van de verdachte, waarbij er geen getuigen zijn die het verhaal van de aangever of juist het verhaal van de verdachte kunnen bevestigen. Meestal zijn namelijk alleen het (veronderstelde) slachtoffer en de (veronderstelde) dader aanwezig geweest bij het (veronderstelde) misbruik. In zo’n geval dient de rechtbank in de eerste plaats de betrouwbaarheid van de verklaring van de aangever te beoordelen. In het algemeen geldt daarbij dat uitlatingen en verklaringen moeten worden beoordeeld op consistentie, accuraatheid en volledigheid. Als de verklaring van de aangever betrouwbaar wordt gevonden, moet de rechtbank bepalen of er voor de verklaring van de aangever voldoende steunbewijs in het dossier aanwezig is. In artikel 342 lid 2 Sv is namelijk bepaald dat de rechter het bewijs dat de verdachte een strafbaar feit heeft gepleegd, niet uitsluitend kan baseren op de verklaring van één getuige of de aangever. Of er sprake is van voldoende steunbewijs, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat niet vereist is dat de ten laste gelegde handelingen als zodanig bevestiging vinden in ander bewijsmateriaal, maar dat het afdoende is wanneer de verklaring van het slachtoffer op onderdelen steun vindt in andere bewijsmiddelen, afkomstig van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd (slachtoffer).

Betrouwbaarheid verklaring aangeefster

De rechtbank vindt de verklaring van aangeefster betrouwbaar. Aangeefster heeft op meerdere momenten een verklaring afgelegd over wat zich in de nacht van 31 oktober 2021 heeft voorgedaan. Zo heeft zij op 2 november 2021 bij het informatief gesprek zeden een verklaring afgelegd. Ook bij haar aangifte op 19 november 2021 heeft aangeefster een uitgebreide verklaring afgelegd. De rechtbank constateert dat de verklaring van aangeefster consistent is, zowel ten aanzien van de handelingen die zouden hebben plaatsgevonden als de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden. Haar verklaring is op onderdelen ook gedetailleerd, bijvoorbeeld over de wijze waarop verdachte haar borsten en haar vagina heeft betast. Ook beschrijft de politie dat aangeefster tijdens het informatief gesprek zeden zichtbaar geëmotioneerd werd. Dit ondersteunt naar het oordeel van de rechtbank de authenticiteit van de verklaring van aangeefster.

Steunbewijs

De verklaring van aangeefster vindt verder voldoende steun in ander bewijsmateriaal. Zo heeft aangeefster op 1 en 2 november 2021 WhatsAppcontact gehad met verdachte, waarbij zij verdachte heeft geconfronteerd met hetgeen op 31 oktober 2021 heeft plaatsgevonden. Hierop reageert verdachte dat het hem spijt en dat het niet had moeten gebeuren. Ook bevinden zich in het dossier WhatsAppberichten tussen aangeefster en een vriend genaamd [getuige] . Uit deze berichten leidt de rechtbank af dat verdachte met deze vriend het over het tenlastegelegde feit heeft gehad. Deze vriend heeft vervolgens de berichten van verdachte naar aangeefster doorgestuurd. In deze berichten verklaart verdachte dat hij bij aangeefster in bed is gaan liggen, vervolgens aan aangeefster heeft gezeten en dat hij daarbij te ver is gegaan. Dit sluit aan bij de verklaring van aangeefster over de wijze waarop de seksuele handelingen hebben plaatsgevonden.

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte op 31 oktober 2021 seksuele handelingen met aangeefster heeft verricht, die mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van haar lichaam.

Juridisch kader artikel 243 Sr

Voor een bewezenverklaring van artikel 243 van het Wetboek van Strafrecht is vereist dat aangeefster in een staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed, dat zij niet of onvolkomen in staat was haar wil te bepalen, kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden.

Uit de wetsgeschiedenis volgt dat onder het bestanddeel lichamelijke onmacht ook de situatie van een vaste slaap valt. De staat van verminderd bewustzijn ziet op situaties tussen waakzaamheid en geheel van de wereld zijn, waarbij van de persoon in redelijkheid niet kan worden verwacht dat hij of zij weerstand biedt aan de seksuele verlangens van een ander. Het slachtoffer kan zich hierbij bijvoorbeeld in een situatie van half slaap of sluimering bevinden, die aan een diepe slaap voorafgaat of daarop volgt.

Uit de verklaring van aangeefster volgt zij ten tijde van de seksuele handelingen in een staat van verminderd bewustzijn en lichamelijke onmacht verkeerde. Aangeefster verklaart namelijk dat zij veel had gedronken, naar bed ging om te slapen en vrijwel direct knock-out was. Zij ontwaakte pas op het moment dat verdachte haar borsten en vagina betastte en zijn vinger in haar vagina had.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.

5. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op 31 oktober 2021 te Vinkeveen , gemeente De Ronde Venen, met [slachtoffer] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van verminderd bewustzijn en lichamelijke onmacht verkeerde, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten- het betasten van de borsten en de vagina van die [slachtoffer] en- het brengen van één vinger in de vagina van die [slachtoffer] .

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6. STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

met iemand van wie hij weet dat hij in staat van verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeert, handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

7. STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. OPLEGGING VAN STRAF

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden.

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft ook gekeken naar de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij de straf heeft bepaald.

De ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het feit is begaan

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het seksueel binnendringen van het slachtoffer, terwijl hij wist dat zij in een staat van verminderd bewustzijn en lichamelijke onmacht verkeerde. Na het afscheidsfeest van verdachte bleef het slachtoffer samen met een vriendin in de woning van verdachte slapen. Terwijl het slachtoffer sliep, is verdachte naast haar in bed gaan liggen. Verdachte heeft vervolgens de borsten en de vagina van het slachtoffer betast en zijn vinger in haar vagina gebracht. Met zijn andere hand heeft hij haar borsten betast. Het slachtoffer was op dat moment niet (geheel) bij bewustzijn. Met zijn handelen heeft verdachte een inbreuk gemaakt op de lichamelijke en seksuele integriteit van het slachtoffer en haar zelfbeschikkingsrecht. Dit terwijl het slachtoffer meende in een veilige omgeving bij een goede vriend te verblijven. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van zedenmisdrijven daarvan nog langdurig psychisch nadelige gevolgen ondervinden. Uit de slachtofferverklaring en de toelichting op de vordering van de benadeelde partij blijkt dat de gevolgen voor het slachtoffer groot zijn. Zij voelt zich somber, angstig en heeft last van stressklachten. Verdachte heeft haar haar gevoel van veiligheid afgenomen en zij vindt het lastig om een intieme relatie aan te gaan. Verdachte heeft zich bij zijn handelen kennelijk laten leiden door zijn eigen lustgevoelens en geen rekening gehouden met de mogelijke gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer. De rechtbank neemt dit verdachte kwalijk.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 21 oktober 2024 op naam van de verdachte, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

De straf

De rechtbank stelt vast dat het te lang heeft geduurd voordat deze zaak is behandeld. Hoewel de redelijke termijn waarbinnen de berechting behoort te geschieden niet is overschreden omdat verdachte pas veel later is gehoord, ziet de rechtbank aanleiding om bij de strafoplegging in het voordeel van verdachte rekening te houden met het tijdsverloop.

Het bewezenverklaarde handelen van de verdachte is maatschappelijk gezien onaanvaardbaar en rechtvaardigt, mede gelet op de gevolgen ervan voor het slachtoffer en op het bepaalde in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht, in beginsel het opleggen van een (deels) vrijheidsbenemende straf zoals door de officier van justitie is geëist. De rechtbank ziet in deze zaak echter aanleiding om geen onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf op te leggen. De feitelijke handelingen die verdachte heeft verricht betreffen apert onaanvaardbare handelingen, maar zijn een minder ingrijpende vorm van seksueel binnendringen dan geslachtsgemeenschap. Voorts speelt bij de strafoplegging een rol dat verdachte een nagenoeg blanco strafblad heeft, dat sinds het bewezenverklaarde feit meer dan drie jaren zijn verstreken en dat verdachte zijn leven - voor zover dat uit het dossier blijkt - op orde lijkt te hebben. De hiervoor genoemde omstandigheden vormen voor de rechtbank aanleiding om aan verdachte een voorwaardelijke vrijheidsstraf op te leggen, om de ernst van het feit te benadrukken en als waarschuwing aan verdachte om zich te onthouden van het plegen van dergelijke feiten, en daarnaast een forse taakstraf.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat de volgende straf passend en geboden is: een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden en een taakstraf voor de duur van 200 uren, te vervangen door 100 dagen hechtenis als verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht.

9. BENADEELDE PARTIJ

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 3.050,00. Dit bedrag bestaat uit € 50,00 materiële schade en € 3.000,00 immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte tenlastegelegde.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht om de vordering van de benadeelde partij geheel toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de vordering van de benadeelde partij vast is komen te staan dat de benadeelde partij materiële schade heeft geleden als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte. Op basis van het dossier en de toelichting van de vordering van de benadeelde partij acht de rechtbank het aannemelijk dat de benadeelde partij reis- en parkeerkosten heeft moeten maken voor het forensisch medisch onderzoek en de afspraken bij de psycholoog. De rechtbank zal daarom schattenderwijs een bedrag van € 40,00 aan reiskosten toewijzen.

De gemaakte reiskosten naar het politiebureau komen op basis van vaste rechtspraak niet voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank schat deze kosten op € 10,00 en zal de vordering voor dat deel afwijzen.

Immateriële schade

Op grond van artikel 6:106, eerste lid, sub b van het Burgerlijk Wetboek kan een benadeelde partij aanspraak maken op vergoeding van immateriële schade indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in de eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in de persoon is aangetast. Van de aantasting ‘op andere wijze’ is in ieder geval sprake indien de benadeelde psychische schade heeft opgelopen. Uit de onderbouwing van de vordering blijkt dat de benadeelde partij naar aanleiding van het bewezenverklaarde psychische schade heeft opgelopen. Zo is bij de benadeelde partij een Posttraumatische stressstoornis (PTSS) vastgesteld, waarvoor zij EMDR-therapie en CGT-therapie heeft gevolgd.

Gelet op de aard en ernst van de normschending en de nadelige gevolgen die de benadeelde partij volgens de (schriftelijke en ter terechtzitting gegeven) toelichting op de vordering heeft ondervonden, vindt de rechtbank een bedrag van € 1.500,00 billijk. Daarbij heeft zij (mede) gelet op beslissingen in soortgelijke zaken.

De benadeelde partij heeft meer gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. Voor het overige wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Wettelijke rente en proceskosten

De rechtbank zal de vordering voor een totaalbedrag van € 1.540,00 toewijzen, bestaande uit € 40,00 aan materiële schade en € 1.500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente tot de dag van volledige betaling.

De ingangsdatum van de wettelijke rente over de materiële schade bepaalt de rechtbank op een tijdstip gelegen (ergens) in het midden van de periode waarop de benadeelde partij deze kosten heeft gemaakt, te weten 3 februari 2022. Voor de immateriële schade geldt als ingangsdatum van de wettelijke rente de pleegdatum van het feit, te weten 31 oktober 2021.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1.540,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf voornoemde ingangsdatum tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 25 dagen gijzeling.

10. TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 63 en 243 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11. BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie (3) maanden;

- bepaalt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van twee (2) jaren vast;

- als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 200 uren;

- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 100 dagen hechtenis;

Benadeelde partij

Dit vonnis is gewezen door mr. I.G.C. Bij de Vaate, voorzitter, mr. I. Jadib en

mr. G.K.L. de Wijkerslooth de Weerdesteijn, rechters, in tegenwoordigheid van

mr. E.J. van Bergeijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 februari 2025.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 31 oktober 2021 te Vinkeveen , gemeente De Ronde Venen, met [slachtoffer] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening en/of verstandelijke handicap leed dat deze niet of onvolkomen in staat was zijn/haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten- het betasten van de borst/borsten en/of de vagina van die [slachtoffer] en/of- het brengen van één of meer vingers in de vagina van die [slachtoffer] .

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?