ECLI:NL:RBMNE:2025:7752

ECLI:NL:RBMNE:2025:7752

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 09-12-2025
Datum publicatie 19-03-2026
Zaaknummer 24/7690
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Almere

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over een door de burgemeester aan eiser opgelegd gebiedsverbod voor het centrum van Almere voor de duur van drie maanden. Aan het besluit ligt een bestuurlijke rapportage van de politie ten grondslag, waarin wordt geadviseerd een gebiedsverbod op te leggen, omdat eiser – ondanks eerdere maatregelen – nog steeds overlast veroorzaakt. Eiser is het niet eens met het besluit. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Almere

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/7690

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. C. de Vries),

en

de Burgemeester van de gemeente Almere

(gemachtigde: mr. D.M.J.S.J Siebert).

1. Samenvatting

Deze uitspraak gaat over een door de burgemeester aan eiser opgelegd gebiedsverbod voor het centrum van Almere voor de duur van drie maanden. Aan het besluit ligt een bestuurlijke rapportage van de politie ten grondslag, waarin wordt geadviseerd een gebiedsverbod op te leggen, omdat eiser – ondanks eerdere maatregelen – nog steeds overlast veroorzaakt. Eiser is het niet eens met het besluit. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester bevoegd was tot het opleggen van het gebiedsverbod, maar dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevat wat betreft de omvang van het gebied waarvoor het verbod geldt. Gelet op wat de burgemeester daarover in beroep heeft toegelicht, ziet de rechtbank aanleiding om dat gebrek te passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

2. Achtergrond en procesverloop

In de bestuurlijke rapportage van 3 juni 2024 is in algemene zin vermeld dat op het Festivalplein in Almere al jarenlang sprake is van overlast, onveilige situaties en verstoring van de orde door een vaste groep personen. Door politie en handhavers is veelvuldig opgetreden tegen de overlastgevende personen, maar dit leidt niet tot herstel van de openbare orde op deze locatie. Om die reden is besloten om het Festivalplein per 10 juni 2024 te sluiten en overlastgevende personen te verbieden zich op te houden op en in de omgeving van die locatie.

In deze rapportage concludeert de politie dat het zeer aannemelijk is dat eiser door zijn gedragingen de openbare orde en veiligheid in en rond het Festivalplein in Almere ernstig heeft verstoord. Deze bevindingen vormden voor de politie aanleiding om de burgemeester te verzoeken ten aanzien van eiser een maatregel te nemen op grond van artikel 172a van de Gemeentewet.

Op 4 juni 2024 heeft de burgemeester aan eiser zijn voornemen kenbaar gemaakt om een gebiedsverbod op te leggen voor het Festivalplein in Almere en het centrum van Almere-Stad voor de duur van drie maanden.

Eiser heeft op 6 juni 2024 een zienswijze ingediend.

Bij primair besluit van 11 juni 2024 heeft de burgemeester het gebiedsverbod aan eiser opgelegd.

Op 13 juni 2024 heeft eiser bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Op 23 september 2024 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Op 6 november 2024 heeft de bezwaarschriftencommissie een advies uitgebracht.

Bij het bestreden besluit van 13 november 2024 heeft de burgemeester het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en het primair besluit in stand gelaten.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 11 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de burgemeester. Eiser was niet aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

Procesbelang

3. Het gebiedsverbod is inmiddels geëindigd. Daarmee rijst de vraag of eiser nog procesbelang heeft bij de behandeling van zijn beroep. Ter zitting heeft eiser aangevoerd dat hij nog belang heeft bij een beoordeling van het bestreden besluit omdat het gebiedsverbod heeft geleid tot een schending van zijn eer en goede naam.

4. De rechtbank overweegt dat procesbelang in beginsel ontbreekt indien het bestreden besluit zijn werking heeft verloren en daarmee geen gevolgen meer heeft voor de rechtspositie van eiser. Procesbelang kan echter nog aanwezig zijn indien eiser stelt schade te hebben geleden of nog lijdt door het besluit, of indien sprake is van een aantasting van eer en goede naam die door vernietiging van het besluit kan worden weggenomen. In dit geval heeft eiser aangevoerd dat het gebiedsverbod zijn eer en goede naam heeft geschaad. Daarmee acht de rechtbank voldoende aannemelijk dat eiser nog een procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. De rechtbank zal het beroep daarom inhoudelijk beoordelen.

Mocht de burgemeester uitgaan van de feiten en omstandigheden uit het bestuurlijke rapportage en was hij op grond daarvan bevoegd een gebiedsverbod op te leggen?

5. Eiser voert aan dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij overlast heeft veroorzaakt. Volgens eiser is er geen sprake geweest van handel in verdovende middelen. Hij is, een enkele uitzondering daargelaten, nooit strafrechtelijk vervolgd of veroordeeld vanwege incidenten die betrekkingen hebben op het verstoren van de openbare orde. Verder is geen enkel nader bewijs voor de in de bestuurlijke rapportage opgenomen incidenten en processen-verbaal aangeleverd.

Op grond van artikel 172a van de Gemeentewet (Gw) heeft de burgemeester de bevoegdheid een gebiedsverbod op te leggen indien een persoon ernstig of herhaaldelijk de openbare orde heeft verstoord in een gebied en dat ernstige vrees bestaat voor een verdere verstoring van de openbare orde in het betreffende gebied.

In de op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakte bestuurlijke rapportage van 4 juni 2024 zijn registraties neergelegd van de afgelopen vijf jaar van incidenten op het Festivalplein waarbij eiser betrokken was. Het betreffen 10 registraties, voornamelijk gerelateerd aan drugshandel en vechtpartijen. De meest recente registraties zijn:- op 16 februari 2024 aanhouding van eiser op het Festivalplein in verband met handel, vervoer en bezit van harddrugs, waarbij hem een gebiedsontzegging van 48 uur is opgelegd;- op dezelfde dag aanhouding wegens overtreding van de gebiedsontzegging;- op 16 december 2023 aanhouding van eiser op het Festivalplein in verband met handel, vervoer en bezit van harddrugs; en - op 3 juni 2023 aanhouding van eiser voor openlijke geweldpleging op het Festivalplein. Daarnaast zijn strafrechtelijke antecedenten van eiser vermeld ter zake van onder meer drugs- en geweldsdelicten.

De rechtbank overweegt dat volgens vaste rechtspraak uitgangspunt is dat de burgemeester in beginsel uit mag gaan van een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal, tenzij er vanwege tegenbewijs van dit uitgangspunt moet worden afgeweken. Dit geldt ook voor een op ambtsbelofte opgemaakte bestuurlijke rapportage. Op de zitting heeft de gemachtigde van eiser aangegeven dat de in de bestuurlijke rapportage genoemde incidenten niet worden betwist, maar dat deze geen overlastgevend gedrag opleveren dat een gebiedsverbod rechtvaardigt. De rechtbank volgt dit niet. Nu er geen tegenbewijs ten aanzien van de in deze rapportage weergegeven feiten en omstandigheden is geleverd, is er geen aanleiding om af te wijken van voormeld uitgangspunt dat van deze feiten mag worden uitgegaan. Anders dan eiser betoogt, is de rechtbank van oordeel dat de hiervoor onder 5.2 weergegeven incidenten wel degelijk overlast opleveren en van dien aard zijn dat wordt voldaan aan het criterium van artikel 172a van de Gw. Hierbij is van belang dat volgens vaste rechtspraak voor het opleggen van een gebiedsverbod niet vereist is dat een (onherroepelijke) veroordeling door de strafrechter is uitgesproken ter zake van de aan het verbod ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden. De burgemeester was daarom bevoegd om eiser een gebiedsverbod op te leggen.

Deze beroepsgrond slaagt niet.

Omvang van het verbod en de zorgvuldigheid en de motivering van het bestreden besluit

6. Eiser voert aan dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen. In het bestreden besluit wordt verwezen naar feiten die zich na het opleggen van het gebiedsverbod hebben afgespeeld. Die zouden niet mogen worden meegenomen. Eiser voert ook aan dat het bestreden besluit onevenredig is omdat de gestelde overlastgevende gedragingen hebben plaatsgevonden op het Festivalplein, terwijl het gebiedsverbod geldt voor heel het centrum van Almere. Bovendien is het Festivalplein op 10 juni 2024 permanent afgesloten. Voor eiser is het überhaupt niet mogelijk om het plein te betreden. De noodzaak van het gebiedsverbod is in dat licht onvoldoende gemotiveerd. Door het gebiedsverbod wordt de bewegingsvrijheid van eiser onevenredig aangetast. Eiser heeft momenteel geen vaste woon- en/of verblijfplaats en heeft zich voor hulp gewend tot het Leger des Heils in Almere. Deze locatie kan hij door het gebiedsverbod echter niet bereiken.

De burgemeester stelt in het verweerschrift en ter zitting dat de omvang van het gebiedsverbod is gebaseerd op incidenten rond het Festivalplein, maar dat uitbreiding noodzakelijk was omdat eiser deel uitmaakte van een overlastgevende groep die zich ook elders in het centrum ophield. Omdat eiser zich niet had gedistantieerd en de groep zich later inderdaad naar andere delen van de stad verplaatste, acht de burgemeester de geografische omvang proportioneel. Volgens hem is geen sprake van strijd met het evenredigheidsbeginsel: eiser kon een zienswijze indienen, zijn adres is geverifieerd en het voornemen is daar terecht bezorgd. Dat eiser het Leger des Heils moest bezoeken, is pas later genoemd, niet onderbouwd en had eventueel via een ontheffing kunnen worden opgelost. Het verbod is na overleg met de politie opgelegd, gebaseerd op een structureel patroon van overlast en signalen uit omliggende wijken. Het belang van de openbare orde woog zwaarder dan eisers belang bij bewegingsvrijheid. De signalen waarop het besluit was gebaseerd, zijn achteraf juist gebleken, omdat de groep opnieuw elders overlast veroorzaakte. Een beperktere maatregel, zoals sluiting van alleen het Festivalplein, zou onvoldoende zijn geweest. De burgemeester wijst er op dat in het primaire besluit van 11 juni 2024 al helder uiteen is gezet op welke feiten en omstandigheden het gebiedsverbod is gebaseerd. Dat in het bestreden besluit ook latere incidenten zijn genoemd, doet daar niets aan af. Deze incidenten dienden slechts als steunargument en niet als motivering voor het initiële verbod. Zij bevestigen wel dat eiser reeds vóór 11 juni 2024 de openbare orde verstoorde en dat dit gedrag zich daarna heeft voortgezet.

De rechtbank stelt voorop dat een gebiedsverbod een vergaande maatregel is. De inbreuk op het recht van een betrokkene om zich vrij te mogen verplaatsen, moet in een juiste verhouding staan tot het daarmee beoogde doel. Er moet een afweging worden gemaakt tussen het door de burgemeester te beschermen algemeen belang bij het voorkomen van verstoring van de openbare orde en het individueel belang van een betrokkene bij het respecteren van zijn grondrechten. Dit betekent dat het gebiedsverbod waardoor een betrokkene wordt beperkt in zijn bewegingsvrijheid, niet langer mag duren dan strikt noodzakelijk en dat het gebied waarop dat verbod ziet, met het oog op de proportionaliteit, in tijd en plaats zo beperkt mogelijk moet zijn.

Voor zover eiser benoemt dat hij door het gebiedsverbod de locatie van het Leger des Heils niet meer kan bereiken, slaagt dit betoog niet. Eiser heeft dit niet naar voren gebracht in zijn zienswijze op het voornemen en evenmin in zijn bezwaarschrift tegen de oplegging van het gebiedsverbod. Op het moment van de oplegging van het gebiedsverbod stond eiser ook nog ingeschreven op een adres buiten het centrum van Almere. Niet is gebleken van andere signalen waaruit de burgemeester had moeten afleiden dat eiser op enig moment gedurende de looptijd van het opgelegde gebiedsverbod, het Leger des Heils in het centrum van Almere moest kunnen bereiken. Dat dit wel het geval was, heeft eiser ook in beroep niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank ziet daarom geen grond voor het oordeel dat eiser om deze reden onevenredig is geraakt door het verbod.

Wat betreft de omvang van het gebied waarop het verbod ziet, overweegt de rechtbank als volgt. De bezwaarschriftencommissie heeft in haar advies geconcludeerd dat de burgemeester in het primaire besluit onvoldoende heeft uitgelegd waarom een verbod is opgelegd voor het gehele centrum van Almere. In het bestreden besluit is vervolgens in reactie hierop grotendeels verwezen naar incidenten in andere delen van het centrum van na de oplegging van het gebiedsverbod, waaruit volgens het bestreden besluit volgt dat de omvang van het verbod gerechtvaardigd was. Echter niet blijkt welke afwegingen de burgemeester heeft gemaakt bij de oplegging van het gebiedsverbod bij het bepalen van de reikwijdte van het gebiedsverbod en waarom die omvang noodzakelijk werd geacht. Ter zitting heeft de burgemeester ook erkend dat in het bestreden besluit niet heel duidelijk is gemotiveerd waarom voor deze omvang van het gebiedsverbod is gekozen. De rechtbank is van oordeel dat de motivering in het bestreden besluit op dat punt inderdaad ontoereikend is. Het bestreden besluit is daarom in strijd met de motiveringsbeginsel.

De rechtbank ziet echter aanleiding dit motiveringsgebrek te passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Awb. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester in het verweerschrift en ter zitting met de hiervoor onder 6.1 weergegeven motivering voldoende heeft uitgelegd waarom voor de omvang van het gebiedsverbod is gekozen. Het standpunt van eiser, dat voor uitbreiding van het gebiedsverbod buiten het Festivalplein registraties van concrete incidenten met hem in die omliggende gebieden rond het Festivalplein vereist zouden zijn, volgt de rechtbank niet. Het doel van een gebiedsverbod is om de verstoring van de openbare orde te beëindigen en hierbij dient ook het risico te worden betrokken dat bij sluiting van de locatie waar de meeste incidenten plaatsvinden, de overlast zich verplaatst naar naastgelegen straten. Op basis van concrete en actuele informatie van de politie rondom eiser en de groep waar hij deel uitmaakte, mocht de burgemeester ervan uitgaan dat met de sluiting van het Festivalplein deze groep overlastgevende personen op dat plein niet direct geheel zou verdwijnen, maar dat deze zich zouden verspreiden naar andere delen van het centrum. De burgemeester heeft bij de omvang het verbod terecht de belangen van de bewoners en ondernemers in die andere delen mee laten wegen. De rechtbank acht het gebied waarop het verbod ziet ook niet dermate groot, dat dit disproportioneel moet worden geacht. Gezien het voorgaande heeft de burgemeester alsnog op dit punt een voldoende deugdelijke motivering gegeven. Omdat niet aannemelijk is geworden dat eiser is benadeeld doordat dit pas in beroep is gebeurd, passeert de rechtbank het gebrek op grond van artikel 6:22 van de Awb.

Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en het gebiedsverbod in stand blijft.

8. Omdat het bestreden besluit op een ondeugdelijke motivering berust en eiser dus terecht beroep heeft ingesteld, ziet de rechtbank aanleiding de burgemeester op te dragen het griffierecht aan eiser te vergoeden. Ook ziet de rechtbank aanleiding aan eiser een vergoeding toe te kennen voor de kosten die hij voor de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiser een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 907,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.814,-.

Beslissing

De rechtbank

verklaart het beroep ongegrond;

veroordeelt de burgemeester in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814,-;

draagt de burgemeester op het door eiser betaalde griffierecht van € 187,- te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. den Dulk, rechter, in aanwezigheid van mr. N.A. Gomes de Jorge, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 9 december 2025.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.M. den Dulk

Griffier

  • mr. N.A. Gomes de Jorge

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?