ECLI:NL:RBMNE:2025:7756

ECLI:NL:RBMNE:2025:7756

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 11-11-2025
Datum publicatie 19-03-2026
Zaaknummer 25/3207
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek van 14 mei 2024 tot herziening van een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Eiseres heeft dit verzoek ingediend omdat zij slachtoffer zou zijn geworden van mishandeling, doodsbedreiging en stalking.

Uitspraak

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. I. van Baaren),

en

de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven, de CSG

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek van 14 mei 2024 tot herziening van een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Eiseres heeft dit verzoek ingediend omdat zij slachtoffer zou zijn geworden van mishandeling, doodsbedreiging en stalking.

De CSG heeft de aanvraag tot herziening bij besluit van 21 oktober 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 15 april 2025 is de CSG bij deze afwijzing gebleven. Aan die afwijzing heeft de CSG ten grondslag gelegd dat de stalking niet aannemelijk is gemaakt en dat niet is gebleken dat de mishandeling en bedreiging hebben geleid tot ernstig letsel als bedoeld in artikel 3 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven.

Eiseres heeft op 23 mei 2025 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De CSG heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 11 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van de CSG, samen met [A] . Eiseres en haar gemachtigde waren niet aanwezig.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van het herzieningsverzoek van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.

De rechtbank is van oordeel dat het beroep van eiseres ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Heeft de CSG in redelijkheid tot het besluit kunnen komen?

3. Eiseres voert aan dat de CSG erkent dat zij slachtoffer is van bedreiging en mishandeling. Eiseres voert aan dat er voldoende objectieve informatie is overgelegd op basis waarvan aangenomen mag worden dat zij slachtoffer is geworden van stalking. Ten onrechte is de verklaring van de psychiater van eiseres niet voldoende voor de onderbouwing van het psychisch letsel. Eiseres is langere tijd in behandeling bij een Belgische psychiater en voor zover er twijfel zou bestaan zou de CSG nadere informatie bij die arts moeten opvragen.

Op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven (Wsg) kan aan een slachtoffer van een opzettelijk tegen hem gepleegd geweldsmisdrijf dat heeft geleid tot ernstig lichamelijk of geestelijk letsel, een tegemoetkoming uit het Schadefonds worden toegekend. Hiervoor gelden verschillende vereisten. In dit geval zijn met name twee voorwaarden relevant. Ten eerste moet aannemelijk zijn dat tegen eiseres een geweldsmisdrijf is gepleegd. Ten tweede moet dit geweldsmisdrijf hebben geleid tot ernstig lichamelijk of, zoals hier aangevoerd, psychisch letsel. De CSG heeft geoordeeld dat de gestelde stalking niet aannemelijk is gemaakt, maar dat de mishandeling en bedreiging in 2016 en 2021 wel aannemelijk zijn. Echter is niet gebleken dat deze incidenten hebben geleid tot ernstig lichamelijk of psychisch letsel.

Is de stalking aannemelijk gemaakt?

Het is in beginsel aan de aanvrager van een tegemoetkoming om aannemelijk te maken dat sprake is geweest van een misdrijf. Uit de overgelegde informatie volgt dat in 2016 een mishandeling en bedreiging hebben plaatsgevonden en in 2021 een bedreiging. Eiseres stelt daarnaast dat sprake is geweest van langdurige en stelselmatige stalking. Dit blijkt echter niet uit het dossier. Voor het aannemen van stalking is meer vereist dan uitsluitend de verklaringen van eiseres; daarvoor moet sprake zijn van gedragingen die een zekere stelselmatigheid en duur vertonen. De CSG heeft niet alleen naar de sepotbeslissing gekeken, maar breder beoordeeld of zich tussen 2016 en 2021, dan wel na 2021, nog andere relevante incidenten hebben voorgedaan. Uit het dossier blijkt niet dat er in de tussenliggende periode of na 2021 nog incidenten hebben plaatsgevonden met de schoonmoeder van eiseres. Uit contact met de politie in februari 2023 blijkt dat er sinds september 2021 geen meldingen of incidenten meer zijn geregistreerd. Ook daarna zijn geen meldingen gedaan. Gelet hierop heeft verweerder terecht geconcludeerd dat niet aannemelijk is gemaakt dat sprake is van stalking, omdat de vereiste stelselmatigheid ontbreekt. Dit betekent dat bij de beoordeling van het letsel uitsluitend rekening moet worden gehouden met de mishandeling en bedreiging in 2016 en de bedreiging in 2021.

Is er sprake van ernstig psychisch letsel als gevolg van de bedreiging en mishandeling?

4. Vervolgens moet worden beoordeeld of de mishandeling en bedreigingen hebben geleid tot ernstig psychisch letsel. De vraag of het ontbreken van een BIG-registratie van de behandelend psychiater relevant is aan de orde gesteld. De rechtbank laat het antwoord op die vraag in het midden, omdat dit voor de beoordeling niet beslissend is. Ook los van de kwalificaties van de arts blijkt uit zijn verklaring van 30 mei 2024 namelijk niet dat sprake is van ernstig psychisch letsel als gevolg van de incidenten in 2016 en 2021. De arts vermeldt enkel dat eiseres sinds 2017 in behandeling is en dat de stalking en bedreiging voor haar stressvol zijn en een “ernstig verergerende factor vormen met een duidelijke negatieve weerslag op het psychiatrisch toestandsbeeld”. Uit deze verklaring blijkt niets over de precieze diagnose, de aard en ernst van de klachten, of over de inhoud van de behandeling. Ook wordt niet duidelijk of eiseres hierdoor beperkingen ondervindt, terwijl dat wel nodig is om te kunnen vaststellen dat sprake is van ernstig psychisch letsel. Bovendien volgt uit het briefje niet in welke mate eventuele klachten zijn toe te schrijven aan specifiek de mishandeling en bedreiging in 2016 en 2021.

5. Eiseres stelt dat zij niet aan meer informatie kan komen en dat de CSG daarom in actie moet komen. Uit het dossier blijkt niet waarom zij zelf niet in staat zou zijn aanvullende medische informatie op te vragen. Het ligt op haar weg om inzichtelijk te maken waarom dat niet mogelijk zou zijn, voordat de CSG gehouden is nader onderzoek te verrichten. Gelet op het voorgaande is de vraag of de arts BIG-geregistreerd is niet relevant. In het dossier ontbreekt voldoende onderbouwing dat bij eiseres als gevolg van de mishandeling en bedreiging ernstig psychisch letsel is ontstaan. De rechtbank komt daarom tot het oordeel dat de CSG het verzoek om herziening in redelijkheid heeft kunnen afwijzen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de CSG het verzoek om herziening mocht afwijzen. Eiseres heeft geen gelijk en krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

7. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 november 2025 door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. N.A. Gomes de Jorge, griffier.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. van der Knijff

Griffier

  • mr. N.A. Gomes de Jorge

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?