ECLI:NL:RBMNE:2025:7765

ECLI:NL:RBMNE:2025:7765

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 18-07-2025
Datum publicatie 25-03-2026
Zaaknummer 16/282359-24 (P)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Lelystad
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBMNE:2025:2623

Samenvatting

Vrijspraak van poging tot doodslag, poging tot zware mishandeling en het voorhanden hebben van een vuurwapen. Veroordeling van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en het voorhanden hebben van een alarmpistool. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 360 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 37 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met bijzondere voorwaarden en DUT. Gedeeltelijke toewijzing vordering tul, omgezet naar een taakstraf.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/282359-24 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 18 juli 2025

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [2004] te [geboorteplaats] (Irak),

gedetineerd in de [verblijfplaats] .

1. ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 14 mei en 7 juli 2025. De rechtbank heeft het onderzoek ter terechtzitting op 14 mei 2025 gesloten en bij tussenvonnis van 28 mei 2025 heropend, omdat tijdens de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. R.E. Craenen en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. N. El Farougui, advocaat te Amsterdam-Duivendrecht, naar voren hebben gebracht.

2. TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is op de zitting van 14 mei 2025 nader omschreven en op 7 juli 2025 gewijzigd. De nader omschreven en vervolgens gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er op neer dat verdachte:

feit 1 primair

op 1 september 2024 in Lelystad heeft geprobeerd om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven door met een vuurwapen in de richting van die [slachtoffer] te schieten;

feit 1 subsidiair

op 2 september 2024 in Lelystad heeft geprobeerd om [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door met een vuurwapen in de richting van die [slachtoffer] te schieten;

feit 1 meer subsidiair

op 2 september 2024 in Lelystad [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling door met een vuurwapen in de richting van die [slachtoffer] te schieten;

feit 2 primair

op 1 september 2024 in Lelystad een vuurwapen voorhanden heeft gehad;

feit 2 subsidiair

op 1 september 2024 in Lelystad een alarmpistool voorhanden heeft gehad.

3. VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. WAARDERING VAN HET BEWIJS

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1 meer subsidiair en 2 subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 primair en subsidiair en 2 primair tenlastegelegde. Verdachte heeft ter terechtzitting van 7 juli 2025 bekent met een alarmpistool in de richting van het slachtoffer te hebben geschoten. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat op grond van de inhoud van de stukken in het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte met een scherpschietend vuurwapen heeft geschoten aangezien er geen vuurwapen, munitie of schotinslag is aangetroffen. Uit het aanvullende onderzoek door het NFI volgt evenmin dat er met een scherpschietend vuurwapen is geschoten.

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak feit 1 primair en subsidiair en feit 2 primair

Zoals overwogen in het tussenvonnis van 28 mei 2025, gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte op de bewuste avond in de richting van [slachtoffer] heeft geschoten. De rechtbank heeft aanvullende vragen aan het NFI gesteld, teneinde te kunnen vaststellen of de bij verdachte aangetroffen schotresten afkomstig zijn van een ‘echt’ vuurwapen of van een alarmpistool. Het NFI heeft op 16 juni 2025 de gestelde vragen beantwoord. Kort gezegd komt de beantwoording erop neer dat het op grond van de aangetroffen schotresten niet mogelijk is om te bepalen of is geschoten met een ‘echt’ vuurwapen of een alarmpistool, omdat beide wapens vergelijkbare sporen achterlaten.

Op grond van de inhoud van de stukken in het dossier kan dan ook niet worden vastgesteld dat het voorwerp waarmee verdachte in de richting van het slachtoffer heeft geschoten een scherpschietend vuurwapen betreft. Dit maakt dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte opzet had op de dood dan wel het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en subsidiair en het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan en zal verdachte hiervan vrijspreken.

Bewijsmiddelen feit 1 meer subsidiair

Het feit is door verdachte begaan. Verdachte heeft het onder 1 meer subsidiair ten laste gelegde feit bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 7 juli 2025;

een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte van 2 september 2024, genummerd MD2R024125-78, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] , los bijgevoegd.

Bewijsmiddelen feit 2 subsidiair

Het feit is door verdachte begaan. Verdachte heeft het onder 2 subsidiair ten laste gelegde feit bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 7 juli 2025;

een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte van 2 september 2024, genummerd MD2R024125-78, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] , los bijgevoegd.

5. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

feit 1 meer subsidiair

omstreeks 2 september 2024 te Lelystad, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door van zeer korte afstand met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, een schot in de richting van die [slachtoffer] en onbekend gebleven personen af te vuren;

feit 2 subsidiair

op 1 september 2024 te Lelystad, een wapen van categorie III, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een alarmpistool, voorhanden heeft gehad.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen onder 1 meer subsidiair en 2 subsidiair meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6. STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

feit 1 meer subsidiair

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 2 subsidiair

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en Munitie.

7. STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. OPLEGGING VAN STRAF

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 360 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 38 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met de (bijzondere) voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd. De officier van justitie heeft voorts gevorderd de te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft de rechtbank primair verzocht te volstaan met de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en een contactverbod met het slachtoffer in de zin van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht een deels voorwaardelijke straf op te leggen die past bij de oriëntatiepunten van het LOVS.

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft met een alarmpistool in de richting van het slachtoffer geschoten. Dit is een ernstig feit dat plaatsvond midden in een woonwijk. Verdachte had een conflict met het slachtoffer en ging ervan uit dat diegene een scherpschietend vuurwapen droeg. Verdachte stelt dat hij die middag door personen uit de omgeving van het slachtoffer is beschoten. Daarom heeft verdachte zich bewapend met een alarmpistool dat hij vervolgens daadwerkelijk heeft gebruikt. Verdachte had kunnen en moeten weten dat zijn handelen het risico in het leven riep dat het slachtoffer zijn wapen zou gebruiken. Dat risico heeft zich ook verwezenlijkt. Verdachte heeft er dus indirect voor gezorgd dat er is geschoten midden in een woonwijk. Naast de gevolgen voor het slachtoffer veroorzaken dergelijke feiten gevoelens van angst en onveiligheid in de directe omgeving, maar ook in de maatschappij als geheel. De rechtbank rekent dit alles verdachte aan.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 27 juni 2025 waaruit blijkt dat verdachte eerder op 10 oktober 2023 is veroordeeld voor een soortgelijk feit als het onder 2 subsidiair bewezenverklaarde.

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank ook gekeken naar een rapport van Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering van 16 december 2024. Uit het rapport van de reclassering volgt dat verdachte in het verleden zowel bij de jeugdreclassering als bij de volwassenenreclassering onder toezicht heeft gestaan en dat er twee keer sprake is geweest van klinische opname. Verdachte kent problemen op alle leefgebieden. Er is sprake van veelvuldig recidive. Verdachte werkte onvoldoende mee aan het meest recente reclasseringstraject en de behandeling in dat kader, terwijl er sprake is van psychische- en verslavingsproblematiek. Verdachte legt de schuld van het mislukken van trajecten en de klinische opname deels buiten zichzelf. Hij denkt dat klinische opname hem niet meer kan helpen, temeer omdat hij nu al enige tijd abstinent zou zijn van harddrugs. Verdachte zegt nog steeds hulp te willen. In de periode voorafgaand aan de onderhavige verdenking ervaarde hij een hoge mate van stress en kon hij geen uitweg vinden voor zijn problemen. Verdachte wil graag begeleid wonen, hulp bij inkomen en schulden en hulp bij het vinden van een dagbesteding. Hoewel hij geen hulpvraag uit ten aanzien van behandeling heeft verdachte aangegeven hieraan te willen meewerken.

De reclassering acht het risico op recidive onverminderd hoog indien er niet wordt ingezet op interventies. Dat maakt het opnieuw aanbieden van hulp in een dwangkader geïndiceerd, waarbij positief is dat verdachte nog steeds zegt hieraan mee te willen werken. Er lijkt meer sprake van onmacht dan van onwil vanwege de psychische- en verslavingsproblematiek. De reclassering adviseert de rechtbank dan ook om verdachte een (deels) voorwaardelijk straf op te leggen, met als bijzondere voorwaarden:

- meldplicht bij reclassering;

- ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname);

- begeleid wonen of maatschappelijke opvang;

- contactverbod met het slachtoffer;

- locatieverbod voor de straat van het slachtoffer;

- dagbesteding;

- meewerken aan schuldhulpverlening;

- meewerken aan middelencontrole.

Op te leggen straf

Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde kan niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt.

De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS gaan voor bedreiging door middel van het tonen van een (nep)vuurwapen uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden en voor het voorhanden hebben van een alarmpistool van een geldboete. De rechtbank zal deze oriëntatiepunten als uitgangspunt nemen.

Als strafverzwarende omstandigheden weegt de rechtbank mee dat het bewezenverklaarde zich heeft afgespeeld binnen een lopend conflict en heeft geleid tot een situatie waarin er daadwerkelijk met scherpe munitie is geschoten, midden in een woonwijk. Verdachte ging ervan uit dat de personen met wie hij in conflict was vuurwapens hadden en verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan de escalatie van het conflict.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 360 dagen, waarvan 37 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden is. De rechtbank beoogt met deze straf dat verdachte vrij komt op 21 juli 2025. Met ingang van die dag kan hij terecht bij een instelling voor beschermd wonen. Het is belangrijk dat verdachte hulp en begeleiding krijgt, teneinde het gevaar voor herhaling in te perken. De rechtbank zal aan het voorwaardelijke gedeelte van de gevangenisstraf daarom de bijzondere voorwaarden verbinden die zijn geadviseerd door de reclassering. Omdat er zonder deze begeleiding en behandeling ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zullen de voorwaarden dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.

De voorlopige hechtenis zal worden opgeheven met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf.

9. VORDERING TENUITVOERLEGGING

Bij vonnis van de meervoudige kamer in deze rechtbank van 18 mei 2021 (parketnummer 16/228333-20) is aan verdachte onder meer een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden opgelegd.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd om de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf volledig dan wel deels ten uitvoer te leggen, nu verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit gedurende de proeftijd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht om de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf te gelasten en die om te zetten naar een werkstraf.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig gemaakt aan strafbare feiten. De rechtbank zal de vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 16/228333-20 daarom gedeeltelijk toewijzen. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de tijd die verdachte in de onderhavige zaak reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht zal de rechtbank de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf beperken tot een gedeelte van 4 maanden en in plaats daarvan een taakstraf gelasten.

10. TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

11. BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder 1 primair en subsidiair en 2 primair tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 meer subsidiair en 2 subsidiair tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder 1 meer subsidiair en 2 subsidiair meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1 meer subsidiair en 2 subsidiair bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 360 dagen;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 37 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- als voorwaarden gelden dat verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:

* op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren op [2005] te [geboorteplaats] , zolang het Openbaar Ministerie dit noodzakelijk acht, waarbij de politie toezicht houdt op naleving van dit verbod;

* zich niet zal bevinden in de straat [straat] te Lelystad, zolang het Openbaar Ministerie dit noodzakelijk acht, waarbij de politie toeziet op naleving van dit verbod;

* zich binnen 2 dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij Leger des Heils Reclassering op het adres Meent 2, 8226 BR te Lelystad en zich zal blijven melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;

* zich onder behandeling zal stellen van ForFact of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, waarbij verdachte zich houdt aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Indien daartoe aanleiding is, zoals bij een terugval in middelengebruik, bij overmatig middelengebruik of in geval van ernstige zorgen over het psychiatrische toestandsbeeld, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende klinische opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert zal, na rechterlijke goedkeuring, de verdachte zich laten opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De kortdurende klinische opname duurt 7 weken of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt;

* zal verblijven in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te weten [instelling] wonen, of een soortgelijke instelling, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die in het kader van het verblijf aan verdachte zullen worden gegeven en aan het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* zich zal inspannen voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur;

* zal meewerken aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen, waarbij verdachte de reclassering inzicht geeft in zijn financiën en schulden;

* zal meewerken aan controles teneinde het middelengebruik te beheersen, waarbij urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruikt kunnen worden voor de controle, zo vaak en zolang de reclassering noodzakelijk acht;

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering dadelijk uitvoerbaar zijn;

Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 16/228333-20

- wijst de vordering gedeeltelijk toe;

- gelast de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de door de meervoudige kamer in deze rechtbank bij vonnis van 28 mei 2025 opgelegde voorwaardelijke vrijheidsstraf, te weten een gevangenisstraf van 4 maanden;

- gelast in plaats van de vrijheidsstraf het verrichten van een taakstraf voor de duur van 240 uren;

- beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 120 dagen hechtenis;

Voorlopige hechtenis

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn, voorzitter, mrs. I.L. Gerrits en B.F. Hammerle, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.S.A. Nahumury, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 juli 2025.

Mr. Gerrits is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1

hij op of omstreeks 1 september 2024 te Lelystad ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] en/of een of meer onbekend gebleven personen opzettelijk van het leven te beroven, van zeer korte afstand met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, een of meerdere schoten in de richting van die [slachtoffer] en/of een of meer onbekend gebleven personen heeft afgevuurd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf met is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 2 september 2024 te Lelystad, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, van zeer korte afstand met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, een of meerdere schoten m de richting van die [slachtoffer] en/of een of meer onbekend gebleven personen heeft afgevuurd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 2 september 2024 te Lelystad, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door van zeer korte afstand met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, een of meerdere schoten in de richting van die [slachtoffer] en/of een of meer onbekend gebleven personen af te vuren;

2

hij op of omstreeks 1 september 2024 te Lelystad, in elk geval in Nederland, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen, geschikt voor het afschieten van munitie van kaliber .22 Long Rifle, althans van een nu nog onbekend merk, type, kaliber, zijnde een geweer en/of pistool en/of revolver;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 1 september 2024 te Lelystad, in elk geval in Nederland, een wapen van categorie III, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een alarmpistool voorhanden heeft gehad.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?