ECLI:NL:RBMNE:2025:7811

ECLI:NL:RBMNE:2025:7811

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 13-08-2025
Datum publicatie 15-04-2026
Zaaknummer C/16/584693 / HA ZA 24-591
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Burengeschil. Ladderrecht. Snoeien van een haag. Overhangende takken. Camera’s.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

vonnis

C/16/584693 / HA ZA 24-59113 augustus 2025

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/584693 / HA ZA 24-591

Vonnis van 13 augustus 2025

in de zaak van

1. [eiser sub 1] ,

wonende te [plaats] ,

2. [eiseres sub 2],

wonende te [plaats] ,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

hierna samen te noemen: [eiser sub 1] c.s.,

advocaat mr. A. Harmanus te 's-Hertogenbosch,

tegen

1. [gedaagde sub 1] ,

wonende te [plaats] ,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [plaats] ,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

hierna samen te noemen: [gedaagde sub 1] c.s.,

advocaat mr. E. Vels te Apeldoorn.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 12 november 2024 met 19 producties;

de cva in conventie en eis in voorwaardelijke reconventie met 14 producties;

de cva in reconventie met producties 20 tot en met 32;

de aanvullende producties 33 tot en met 39 namens [eiser sub 1] c.s.;

de aanvullende producties 15 tot en met 21 namens [gedaagde sub 1] c.s.

Op 3 juli 2025 heeft een descente plaatsgevonden aan de [straat] [nummeraanduiding 1] en [nummeraanduiding 2] in [plaats] . Aansluitend hierop heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden in de [.] in [plaats] . [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] waren hierbij aanwezig, bijgestaan door

mr. Harmanus. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] waren hierbij aanwezig, bijgestaan door mr. Vels.

Mr. Hermanus heeft het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen. De griffier heeft aantekeningen bijgehouden van dat wat is besproken.

Daarna is bepaald dat vandaag een vonnis zal worden uitgesproken

2. De kern van de zaak

Partijen zijn buren van elkaar. [eiser sub 1] c.s. woont aan de [straat] [nummeraanduiding 1] en [gedaagde sub 1] c.s. aan de [straat] [nummeraanduiding 2] in [plaats] . De woning van [eiser sub 1] c.s. staat op een afstand van ongeveer 30 centimeter van de erfgrens. [eiser sub 1] c.s. wil gebruik maken van het perceel van [gedaagde sub 1] c.s. om verschillende werkzaamheden aan haar woning, schuur en tuin uit te (laten) voeren. Ook wil [eiser sub 1] c.s. dat [gedaagde sub 1] c.s. de haag en overhangende takken terugsnoeit en dat [gedaagde sub 1] c.s. camera’s die uitzicht geven op het perceel van [eiser sub 1] c.s. verwijdert. [gedaagde sub 1] c.s. wil, als de rechtbank van oordeel is dat [eiser sub 1] c.s. van haar ladderrecht gebruik mag maken, ook gebruik maken van het ladderrecht voor het snoeien van de haag en overhangende takken van de klimop. Ook wil [gedaagde sub 1] c.s. dat [eiser sub 1] c.s. haar camera verwijdert.

De vorderingen van [eiser sub 1] c.s. zullen worden afgewezen. Aan de beoordeling van de vorderingen van [gedaagde sub 1] c.s. wordt niet toegekomen, omdat niet is voldaan aan de hieraan door haar gestelde voorwaarde. Hierna wordt dit oordeel uitgelegd.

3. De beoordeling

In conventie

De rechtbank zal eerst de vorderingen van [eiser sub 1] c.s. bespreken, omdat de vorderingen van [gedaagde sub 1] c.s. voorwaardelijk zijn ingesteld en dus afhankelijk zijn van de beoordeling in conventie.

[eiser sub 1] c.s. heeft geen gerechtvaardigd belang bij haar vorderingen ten aanzien van het ladderrecht

[eiser sub 1] c.s. vordert veroordeling van [gedaagde sub 1] c.s. om [eiser sub 1] c.s. toegang te verlenen tot haar perceel voor de uitvoering van de volgende werkzaamheden:

(1) de inspectie van het rookkanaal en de schoorsteenkap van [eiser sub 1] c.s.;

(2) het onderhoud aan de dakgoot van [eiser sub 1] c.s.;

(3) het schilderen van de schuur en het verwijderen van de aanslag op de schuur van [eiser sub 1] c.s.;

(4) het terugsnoeien van de prunusboom en;

(5) (nood)- en (onderhouds)werkzaamheden aan de zijgevel en/of het dakvlak van [eiser sub 1] c.s.

Dit zogeheten ladderrecht is geregeld in artikel 5:56 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Hieruit volgt dat [gedaagde sub 1] c.s. – na behoorlijke kennisgeving door [eiser sub 1] c.s. en tegen schadeloosstelling – in beginsel toegang tot haar perceel moet verlenen aan [eiser sub 1] c.s. wanneer werkzaamheden noodzakelijkerwijs door [eiser sub 1] c.s. moeten worden uitgevoerd vanaf het perceel van [gedaagde sub 1] c.s. [gedaagde sub 1] c.s. mag de toegang tot haar perceel weigeren of tot een later tijdstip doen uitstellen als daar voor haar, als eigenaar van het perceel, gewichtige redenen voor bestaan.

Alle door [eiser sub 1] c.s. ingestelde vorderingen ten aanzien van het ladderrecht missen een gerechtvaardigd belang. De werkzaamheden zijn toekomstig. [eiser sub 1] c.s. voert ze nog niet uit en heeft op korte termijn ook geen plannen om deze werkzaamheden uit te (laten) voeren. [eiser sub 1] c.s. wil de werkzaamheden periodiek (laten) uitvoeren: de inspectie van het rookkanaal en de schoorsteenkap één keer per twee jaar, het onderhoud aan haar dakgoot twee keer per jaar, het verwijderen van de groene aanslag op haar schuur één keer per jaar, het schilderen van de schuur één keer per vijf jaar en het terugsnoeien van de prunusboom één keer per twee jaar. [eiser sub 1] c.s. heeft ook niet gesteld dat op dit moment grote nood- of onderhoudswerkzaamheden aan de zijgevel en/of het dakvlak van [eiser sub 1] c.s. moeten worden uitgevoerd.

Bovendien heeft [eiser sub 1] c.s. onvoldoende onderbouwd dat [gedaagde sub 1] c.s. geen medewerking zal verlenen aan het verschaffen van de toegang tot haar perceel voor het in de toekomst verrichten van werkzaamheden aan het dak, de schuur en de tuin van [eiser sub 1] c.s.

Integendeel: uit de door partijen overgelegde correspondentie blijkt dat [eiser sub 1] c.s. altijd door [gedaagde sub 1] c.s. in de gelegenheid is gesteld om gebruik te maken van haar ladderrecht, zij het dat [gedaagde sub 1] c.s. daarbij meermaals heeft verzocht om uitstel. [gedaagde sub 1] c.s. had bij deze verzoeken een gewichtige reden zoals bedoeld in artikel 5:56 BW. Dit wordt uitgelegd in 3.10. tot en met 3.12. van dit vonnis. Niet gebleken is dat [gedaagde sub 1] c.s. na behoorlijke kennisgeving als bedoeld in artikel 5:56 BW de toegang tot haar perceel heeft geweigerd om noodzakelijke werkzaamheden te verrichten.

Toch een oordeel over het gebruik van het ladderrecht

Omdat de rechtbank tot de conclusie komt dat [eiser sub 1] c.s. geen gerechtvaardigd belang heeft bij haar vorderingen ten aanzien van het ladderrecht, zullen deze vorderingen worden afgewezen en hoeven deze niet inhoudelijk te worden beoordeeld. De rechtbank ziet aanleiding om toch een oordeel te geven over het gebruik van het ladderrecht, omdat zij hoopt dat partijen hierdoor duidelijkheid krijgen over hun rechten en verplichtingen en dat dit de onderlinge verstandhouding tussen partijen ten goede komt.

Toegang tot het perceel van [gedaagde sub 1] c.s. is noodzakelijk voor de uitvoering van de werkzaamheden

Partijen verschillen allereerst van mening over het antwoord op de vraag of het noodzakelijk is dat [eiser sub 1] c.s. van het perceel van [gedaagde sub 1] c.s. gebruik maakt voor de inspectie van het rookkanaal en de schoorsteenkap en het onderhoud aan de dakgoot. Dat is zo. De woning van [eiser sub 1] c.s. staat op 30 centimeter van het perceel van [gedaagde sub 1] c.s. waardoor er geen ruimte is om een trap naast de woning van [eiser sub 1] c.s. op haar perceel te plaatsen om deze zijde van het dak en de dakgoot te bereiken. Dit betekent dat [eiser sub 1] c.s. voor de uitvoering van deze werkzaamheden gebruik moet maken van het perceel van [gedaagde sub 1] c.s. [gedaagde sub 1] c.s. voert aan dat het voor [eiser sub 1] c.s. ook mogelijk zou zijn om deze werkzaamheden uit te voeren via haar eigen perceel, maar dit heeft [eiser sub 1] c.s. weersproken en heeft [gedaagde sub 1] c.s. onvoldoende onderbouwd. Het rookkanaal met de schoorsteenpijp en de dakgoot bevinden zich namelijk aan de kant waar de woning van [eiser sub 1] c.s. grenst aan het perceel van [gedaagde sub 1] c.s. Niet valt in te zien hoe [eiser sub 1] c.s. deze kant van het dak kan bereiken zonder gebruik te maken van het perceel van [gedaagde sub 1] c.s. [gedaagde sub 1] c.s. heeft dat verder ook niet uitgelegd, anders dan dat zij stelt dat [eiser sub 1] c.s. gebruik kan maken van haar eigen dak. Bovendien heeft [gedaagde sub 1] c.s. [eiser sub 1] c.s. voor deze werkzaamheden altijd de toegang verleend tot haar perceel, zodat ook [gedaagde sub 1] c.s. kennelijk meent dat [eiser sub 1] c.s. toegang tot haar perceel dient te hebben om deze werkzaamheden uit te kunnen voeren.

Tussen partijen is niet in geschil dat het voor [eiser sub 1] c.s. noodzakelijk is om toegang tot het perceel van [gedaagde sub 1] c.s. te verkrijgen om de overige werkzaamheden genoemd in 3.2. van het vonnis uit te kunnen voeren. De rechtbank gaat daar dan ook van uit.

[eiser sub 1] c.s. moet [gedaagde sub 1] c.s. behoorlijk en tijdig in kennis stellen

Het voorgaande betekent dat [gedaagde sub 1] c.s. – nadat zij behoorlijk en tijdig in kennis is gesteld door [eiser sub 1] c.s. – in beginsel toegang moet verlenen tot haar perceel aan [eiser sub 1] c.s. De rechtbank is van oordeel dat een termijn van twee weken voor de uitvoering van reguliere – zijnde niet spoedeisende – (onderhouds)werkzaamheden tijdig is. Dit is anders voor een noodsituatie, waarbij uitstel van de werkzaamheden niet verantwoord is in verband met het ontstaan van schade of veiligheidsrisico’s. In dat geval moet [gedaagde sub 1] c.s. [eiser sub 1] c.s. zo spoedig mogelijk de toegang verlenen tot haar perceel, maar in ieder geval binnen een termijn van 48 uur (en korter als uitstel van de werkzaamheden niet verantwoord is in verband met het ontstaan van schade of veiligheidsrisico’s).

[gedaagde sub 1] c.s. mag het gebruik van het ladderrecht uitstellen wegens gewichtige redenen

Zoals overwogen in 3.3. mag [gedaagde sub 1] c.s. de toegang tot haar perceel weigeren of tot een later tijdstip uitstellen als daar voor haar, als eigenaar van het perceel, gewichtige redenen voor bestaan. Partijen twisten hierover.

[gedaagde sub 1] c.s. heeft in het verleden de toegang tot haar perceel voor [eiser sub 1] c.s. uitgesteld, omdat haar kinderen met autisme alleen thuis waren. Dit is een gewichtige reden voor uitstel zoals bedoeld in artikel 5:56 BW. [gedaagde sub 1] c.s. heeft een gerechtvaardigd belang om tijdens deze werkzaamheden thuis te willen zijn voor het welzijn van haar kinderen. Het staat [gedaagde sub 1] c.s. dan ook vrij om de toegang tot haar perceel om deze reden tijdelijk uit te stellen, mits dit uitstel redelijk is in duur en de werkzaamheden van [eiser sub 1] c.s. niet spoedeisend van aard zijn.

Ook heeft [gedaagde sub 1] c.s. aangevoerd dat zij in het verleden geen toegang tot haar perceel aan [eiser sub 1] c.s. heeft verleend, omdat [gedaagde sub 1] c.s. op vakantie was. Ook dit acht de rechtbank een gewichtige reden, voor zover het gaat om niet spoedeisende werkzaamheden die kunnen worden uitgesteld (zoals onderhoudswerkzaamheden). [gedaagde sub 1] c.s. heeft als eigenaar het recht om haar woning tijdelijk te verlaten zonder zich zorgen te hoeven maken over derden die werkzaamheden op haar perceel verrichten. Dit is anders als sprake is van een noodsituatie, waarbij uitstel van de werkzaamheden niet verantwoord is in verband met het ontstaan van schade of veiligheidsrisico’s. In dat geval kan van [gedaagde sub 1] c.s. worden verwacht dat zij toegang verleent tot haar perceel.

[eiser sub 1] c.s. moet het gebruik van het perceel van [gedaagde sub 1] c.s. tot een minimum beperken

De toegang en daarmee het tijdelijk gebruik van het perceel van [gedaagde sub 1] c.s. moet tot een minimum worden beperkt. Het ladderrecht zorgt immers voor een inbreuk op het eigendomsrecht van [gedaagde sub 1] c.s. Dit betekent dat [eiser sub 1] c.s. moeite moet doen om noodzakelijke (onderhouds)werkzaamheden op dezelfde dag binnen een zo klein mogelijk tijdvak uit te (laten) voeren. Op haar beurt ligt het op de weg van [gedaagde sub 1] c.s. om haar perceel op deze dag en op dit tijdvak beschikbaar te stellen en te houden en – als dat nodig is – haar auto te verplaatsen.

[gedaagde sub 1] c.s. hoeft de haag niet te snoeien

Tussen de percelen van partijen staat een haag (hierna: de haag). [eiser sub 1] c.s. vordert dat [gedaagde sub 1] c.s. wordt veroordeeld om de haag in de breedte terug te snoeien tot aan de erfgrens en om de haag tot een maximale hoogte van 250 centimeter te snoeien en teruggesnoeid te houden. Ter onderbouwing van deze vordering stelt [eiser sub 1] c.s. dat sprake is van onrechtmatige hinder als bedoeld in artikel 5:37 BW en dat [gedaagde sub 1] c.s. inbreuk op haar eigendomsrecht maakt. Deze vorderingen zullen worden afgewezen.

Op grond van artikel 5:37 BW is het een eigenaar niet toegestaan om op onrechtmatige wijze hinder toe te brengen aan de eigenaars van andere erven, bijvoorbeeld door het onthouden van licht of lucht, het veroorzaken van vocht of overhangende beplanting. Of sprake is van onrechtmatige hinder, hangt af van de aard, de ernst en de duur van de hinder, alsmede van de omstandigheden van het geval.

Tijdens de descente is gebleken dat [gedaagde sub 1] c.s. de haag heeft teruggesnoeid vanaf haar eigen perceel, zodat de haag op dit moment in de breedte niet over de erfgrens reikt. Van een inbreuk op het eigendomsrecht van [eiser sub 1] c.s. is dan ook geen sprake. Tijdens de descente heeft [eiser sub 1] c.s. haar zonnescherm volledig uitgerold. De rechter heeft geconstateerd dat het zonnescherm de haag niet raakt. Dit betekent dat [eiser sub 1] c.s. door de haag niet in haar gebruik van het zonnescherm wordt belemmerd en van onrechtmatige hinder geen sprake is. [eiser sub 1] c.s. heeft verder nog gesteld dat haar strook naast de zijgevel wordt geblokkeerd en vochtig blijft door de takken, maar door het snoeien van de haag is daarvan geen sprake meer.

Voor de door [eiser sub 1] c.s. gevorderde veroordeling van [gedaagde sub 1] c.s. om de haag tot maximaal 250 centimeter in hoogte terug te snoeien, bestaat geen grondslag. De wet kent geen absolute hoogtebeperking voor hagen tegen de erfgrens, tenzij sprake is van onrechtmatige hinder. Dat dit het geval is, heeft [eiser sub 1] c.s. gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, onvoldoende onderbouwd.

Ten overvloede overweegt de rechtbank dat [eiser sub 1] c.s. op grond van artikel 5:44 lid 1 BW het recht heeft om overhangende takken van beplanting op het naburige erf te verwijderen, indien zij [gedaagde sub 1] c.s. heeft verzocht om deze zelf te verwijderen en [gedaagde sub 1] c.s. dit nalaat. Daarmee biedt de wet [eiser sub 1] c.s. voldoende mogelijkheden om de overhangende takken van de haag in de toekomst in dat geval zelf te verwijderen. Van de noodzaak om voor het snoeien van de haag gebruik te maken van het perceel van [eiser sub 1] c.s. is overigens niet gebleken, omdat het mogelijk is om de haag terug te snoeien vanaf het perceel van [gedaagde sub 1] c.s. [gedaagde sub 1] c.s. kan deze snoeiwijze in het vervolg hanteren. De vrees van [eiser sub 1] c.s. dat [gedaagde sub 1] c.s. bij het snoeien van de haag zijn siertuin vertrapt, is dan ook niet gegrond. [eiser sub 1] c.s. heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij het geen probleem vindt als er na het snoeien van de haag door [gedaagde sub 1] c.s. wat takjes van de haag op het perceel van [eiser sub 1] c.s. terecht komen, zodat de rechtbank daarvan uitgaat.

[gedaagde sub 1] c.s. hoeft de overhangende takken van de eikenbomen niet te verwijderen

[eiser sub 1] c.s. vordert dat [gedaagde sub 1] c.s. de takken van haar bomen die boven het perceel van [eiser sub 1] c.s. komen tot aan de erfgrens terugsnoeit en teruggesnoeid houdt. [eiser sub 1] c.s. stelt onder meer dat deze takken inbreuk maken op het eigendomsrecht van [eiser sub 1] c.s. De rechtbank begrijpt deze stelling van [eiser sub 1] c.s. aldus dat zij haar vordering primair baseert op artikel 5:44 BW. Op grond hiervan kan [eiser sub 1] c.s. van [gedaagde sub 1] c.s. verlangen dat zij de overhangende takken verwijdert en, als aan een dergelijke aanmaning geen gehoor wordt gegeven, deze zelf verwijderen.

Dat is anders als sprake is van misbruik van (eigendoms)recht. Uit artikel 3:13 BW volgt dat daarvan sprake kan zijn als men, gelet op de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening van de bevoegdheid en het belang dat daardoor wordt geschaad, in redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen. Voor het antwoord op de vraag of in dit geval sprake is van misbruik van recht zal de rechtbank het belang van [eiser sub 1] c.s. bij de gevraagde snoei moeten afwegen tegen het belang van [gedaagde sub 1] c.s. om de eikenbomen niet terug te hoeven snoeien tot de perceelgrens.

[eiser sub 1] c.s. stelt dat deze takken inbreuk maken op het eigendomsrecht van [eiser sub 1] c.s., omdat zij over haar perceel hangen. Dit wordt door [gedaagde sub 1] c.s. weersproken. De rechter heeft tijdens de descente geconstateerd dat de takken gedeeltelijk boven het perceel van [eiser sub 1] c.s. uitkomen, zodat het belang van [eiser sub 1] c.s. is gelegen in het opheffen van deze inbreuk op haar eigendomsrecht. Dit is een gerechtvaardigd belang. De rechtbank is echter van oordeel dat het belang van [gedaagde sub 1] c.s. bij het niet tot de perceelgrens hoeven terugsnoeien van de bomen zwaarder weegt.

De bomen bevinden zich op aanzienlijke hoogte boven het perceel van [eiser sub 1] c.s. [eiser sub 1] c.s. heeft niet gesteld – en tijdens de descente is ook niet gebleken – dat de overhangende takken het gebruik van het perceel van [eiser sub 1] c.s. daadwerkelijk belemmeren, doordat bijvoorbeeld de toegang tot het perceel wordt verhinderd, de lichtinval wordt beperkt of schade wordt toegebracht. Dat vallende bladeren, takken en eikels enige hinder veroorzaken, hoort er in een bosrijke omgeving als waar partijen wonen nu eenmaal bij. Bovendien heeft [gedaagde sub 1] c.s. onweersproken aangevoerd dat de eikenbomen al 80 jaar in haar achtertuin staan. Dit is ruim voordat [eiser sub 1] c.s. haar woning kocht. [eiser sub 1] c.s. wist of had dan ook moeten weten dat er eikels en takken in haar tuin zouden vallen. [gedaagde sub 1] c.s. heeft verder aangevoerd dat de door [eiser sub 1] c.s. gevraagde snoei schadelijk is voor de eikenbomen. Dit is door [eiser sub 1] c.s. niet weersproken, zodat de rechtbank uitgaat van de juistheid hiervan.

Op basis van het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat het belang van [gedaagde sub 1] c.s. om de eikenbomen te behouden in haar huidige staat zwaarder weegt dan het belang van [eiser sub 1] c.s. bij de gevraagde snoei. Dit betekent dat [eiser sub 1] c.s. misbruik van recht maakt om te vorderen dat [gedaagde sub 1] c.s. de overhangende takken van de eikenbomen moet terugsnoeien tot de erfgrens. Deze vordering zal daarom worden afgewezen.

Verder stelt [eiser sub 1] c.s. dat zij hinder ondervindt door de vallende takken en eikels van de eikenbomen. De rechtbank begrijpt dit als een beroep op onrechtmatige hinder als bedoeld in artikel 5:37 BW. Ook op grond van dit artikel is de vordering niet toewijsbaar. Zoals hiervoor overwogen zijn vallende bladeren, takken en eikels een onderdeel van het wonen in een bosrijke omgeving. Bovendien geldt dat de hinder die [eiser sub 1] c.s. ervaart ook nog aanwezig is als de overhangende takken tot aan de erfgrens worden teruggesnoeid. De wind zorgt er namelijk voor dat de takken en eikels in dat geval alsnog in de tuin van [eiser sub 1] c.s. terecht kunnen komen. [eiser sub 1] c.s. heeft deze hinder te dulden. Van onrechtmatige hinder is geen sprake.

De rechtbank is wel van oordeel dat het op de weg van [gedaagde sub 1] c.s. ligt om haar bomen regelmatig te onderhouden en dode takken te verwijderen, om te voorkomen dat deze op het perceel van [eiser sub 1] c.s. terecht komen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde sub 1] c.s. daarover verklaard dat zij de bomen zal laten snoeien en keuren in het najaar van 2025. Ook heeft [gedaagde sub 1] c.s. toegezegd dat zij de dode takken van de bomen zal (laten) verwijderen. De rechtbank gaat ervan uit dat [gedaagde sub 1] c.s. deze beloftes zal nakomen.

[gedaagde sub 1] c.s. hoeft de camera’s niet te verwijderen

[eiser sub 1] c.s. wil dat [gedaagde sub 1] c.s. twee camera’s die uitzicht geven op het perceel van [eiser sub 1] c.s. verwijdert en verwijderd houdt. Deze vorderingen zullen worden afgewezen.

In het algemeen geldt dat iedereen recht heeft op privacy en het recht heeft om ‘onbespied’ te zijn in eigen woning en tuin. Een inbreuk op dat recht is in beginsel een onrechtmatige daad. Een rechtvaardigingsgrond kan aan het onrechtmatige karakter in de weg staan. Of sprake is van een rechtvaardigingsgrond wordt beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. Daarbij worden de ernst van de inbreuk enerzijds en de belangen die met de inbreukmakende handelingen redelijkerwijs kunnen worden gediend anderzijds tegen elkaar gewogen.

Tijdens de descente is gebleken dat één van de twee camera’s van [gedaagde sub 1] c.s. – die is bevestigd op haar schuur – geen uitzicht geeft op het perceel van [eiser sub 1] c.s. Dit betekent dat [gedaagde sub 1] c.s. geen inbreuk maakt op de privacy van [eiser sub 1] c.s. en dus niet onrechtmatig jegens [eiser sub 1] c.s. handelt. De vordering tot het verwijderen van deze camera zal daarom worden afgewezen.

Tijdens de descente is verder gebleken dat de camera van [gedaagde sub 1] c.s. die is geplaatst naast haar voordeur gedeeltelijk zicht geeft op het perceel van [eiser sub 1] c.s., omdat daarop de zijkant van de woning van [eiser sub 1] c.s. (en de haag) zichtbaar is. [gedaagde sub 1] c.s. heeft op deze camera tape geplakt zodat de ramen van [eiser sub 1] c.s. niet gefilmd worden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [gedaagde sub 1] c.s. daarmee voldoende gewaarborgd dat geen inbreuk wordt gemaakt op de privacy van [eiser sub 1] c.s. [gedaagde sub 1] c.s. handelt dus niet onrechtmatig jegens [eiser sub 1] c.s.

Nadere overweging over de burenrelatie

De rechtbank ziet aanleiding om het volgende op te merken. Uit het dossier en dat wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken, blijkt dat de burenrelatie op dit moment is gegrond op wantrouwen en verwijten over kwesties die in goed overleg op te lossen zouden moeten zijn. Dat is zorgelijk. De rechtbank doet daarom – zoals ook met partijen is besproken tijdens de mondelinge behandeling – een dringend beroep op partijen om de blik te richten op de toekomst en zich in te spannen voor een constructieve omgang met elkaar. Wederzijds vertrouwen en oog voor elkaars belangen zijn daarbij van groot belang. De rechtbank hoopt dat een gang naar de rechter hiermee in de toekomst voorkomen kan worden.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen

Omdat de vorderingen van [eiser sub 1] c.s. zullen worden afgewezen, zal ook de gevorderde veroordeling van [gedaagde sub 1] c.s. in de buitengerechtelijke incassokosten van [eiser sub 1] c.s. worden afgewezen.

[eiser sub 1] c.s. moet in conventie de proceskosten van [gedaagde sub 1] c.s. betalen

[eiser sub 1] c.s. zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proces- en nakosten in conventie van [gedaagde sub 1] c.s. Deze zullen worden begroot op

€ 320,00 aan griffierecht en € 1.228,00 aan salaris advocaat (2 punten x tarief € 614,00). Ook moet [eiser sub 1] c.s. de nakosten van € 178,00 aan [gedaagde sub 1] c.s. betalen. In totaal is dit

€ 1.726,00. Indien [eiser sub 1] c.s. niet aan de proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiser sub 1] c.s. ook de kosten van betekening betalen en

€ 92,00 aan extra nakosten.

De gevorderde wettelijke rente van artikel 6:119 BW over de proces- en nakosten is ook toewijsbaar, met inachtneming van de hierna te bepalen termijn.

In voorwaardelijke reconventie

Omdat in conventie is geoordeeld dat [eiser sub 1] c.s. geen gerechtvaardigd belang heeft bij haar vorderingen ten aanzien van het ladderrecht, is niet voldaan aan de voorwaarde waaronder [gedaagde sub 1] c.s. haar vorderingen heeft ingesteld. Daarom hoeven deze vorderingen niet te worden beoordeeld. De verweren die [eiser sub 1] c.s. heeft gevoerd in het kader van deze voorwaardelijke vorderingen, behoeven dan ook geen bespreking.

Ten overvloede, de rechtbank hoeft hier immers geen beslissing meer over te geven, wijst de rechtbank erop dat tijdens de descente is gebleken dat de camera van [eiser sub 1] c.s. het perceel van [gedaagde sub 1] c.s. niet filmt. Dit betekent dat [eiser sub 1] c.s. geen inbreuk maakt op de privacy van [gedaagde sub 1] c.s. en dus niet onrechtmatig jegens [gedaagde sub 1] c.s. handelt.

Omdat niet is voldaan aan de voorwaarde waaronder de reconventionele vorderingen zijn ingesteld, zal in reconventie geen beslissing worden genomen. Daarom zal geen proceskostenveroordeling worden uitgesproken.

4. De beslissing

De rechtbank

in conventie

wijst de vorderingen van [eiser sub 1] c.s. af;

veroordeelt [eiser sub 1] c.s. in de proceskosten van [gedaagde sub 1] c.s. ter hoogte van

€ 1.726,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de dag van volledige betaling. Als [eiser sub 1] c.s. niet tijdig aan deze proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiser sub 1] c.s. ook de kosten van betekening betalen en € 92,00 aan extra nakosten.

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. The-Kouwenhoven en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?