ECLI:NL:RBMNE:2025:7833

ECLI:NL:RBMNE:2025:7833

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 03-12-2025
Datum publicatie 15-04-2026
Zaaknummer 11925402 \ UV EXPL 25-261 VL/58599
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Kortgeding. Eiser (sociale woningbouw) heeft een huurovereenkomst gesloten met gedaagde en haar man. Volgens eiser is de man er niet gaan wonen, dus zij wil dat gedaagden de woning ontruimen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 11925402 \ UV EXPL 25-261 VL/58599

Vonnis van 3 december 2025

in de zaak van

STICHTING WOONGROEN,

gevestigd te Zeist,

eisende partij,

hierna te noemen: Woongroen,

gemachtigde: mr. M.M.A. Vermin,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [plaats 1] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. M. Yildiz.

1. De procedure

Woongroen heeft [gedaagde] op 6 november 2025 gedagvaard voor de kantonrechter. De kantonrechter heeft vervolgens een mondelinge behandeling bepaald. Op 17 november 2025 heeft [gedaagde] schriftelijk gereageerd op de dagvaarding en heeft Woongroen aanvullende producties overgelegd. Op 18 november 2025 heeft [gedaagde] aanvullende producties overgelegd.

De mondelinge behandeling heeft op 19 november 2025 plaatsgevonden. Namens Woongroen waren mevrouw [A] , [functie] , en mevrouw [B] , [functie] , aanwezig. Zij werden bijgestaan door mr. Vermin. Mevrouw [gedaagde] was aanwezig, vergezeld door haar echtgenoot [C] (hierna: [C] ) en bijgestaan door mr. Yildiz. Mrs. Vermin en Yildiz hebben spreekaantekeningen voorgedragen en partijen hebben antwoord gegeven op vragen van de kantonrechter. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van dat wat is besproken. Partijen hebben geprobeerd een schikking te bereiken, maar dit is niet gelukt. De kantonrechter heeft partijen de mogelijkheid voorgehouden om hun schikkingsoverleg onder leiding van een mediator voort te zetten, maar partijen wensten hiervan geen gebruik te maken. De kantonrechter heeft vervolgens bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen.

2. De kern van de zaak

[gedaagde] en [C] zijn getrouwd. Zij hebben samen vier kinderen (van 25, 22, 20 en 11 jaar oud) en een eigen koopwoning met een aanzienlijke overwaarde in [plaats 2] . [gedaagde] huurt sinds 2 mei 2025 van Woongroen de sociale huurwoning aan de [adres 1] in [plaats 1] voor € 900,07 per maand. Deze woning met bouwjaar 2020 is een eengezinswoning (105 vierkante meter) met vier kamers. Woongroen heeft de woning aan [gedaagde] toegewezen omdat zij had opgegeven dat haar huishouden uit vijf personen zou bestaan (man, vrouw en drie kinderen) en dat haar huishoudinkomen € 54.539 zou bedragen. Woongroen heeft eind juli/begin augustus 2025 bij een controle in de Basisregistratie Personen (BRP) geconstateerd dat [C] nog ingeschreven stond op het adres van de koopwoning in [plaats 2] . Dit, in combinatie met een aantal andere feiten en omstandigheden, maakt dat Woongroen er vanuit gaat dat [C] niet in het huis aan de [straat] is gaan wonen. Op basis van het inkomen van [gedaagde] was de woning voor haar te duur en zou de woning niet aan haar zijn toegewezen. Woongroen heeft de huurovereenkomst buitengerechtelijk vernietigd op grond van een wilsgebrek (dwaling of bedrog). Zij vindt dat [gedaagde] de woning onrechtmatig bezet houdt en de woning zo snel mogelijk moet ontruimen. [gedaagde] is het hier niet mee eens. Zij betwist dat zij een onjuiste opgave heeft gedaan van het huishoudinkomen. Volgens [gedaagde] woont zij wel samen met haar man en hun drie jongste kinderen in de woning aan de [straat] .

De kantonrechter wijst de gevorderde voorlopige voorziening af, omdat de stelling van Woongroen dat [C] in [plaats 2] is blijven wonen niet voldoende aannemelijk is geworden. Voor nader onderzoek en bewijslevering naar de woonplaats van [C] is in deze spoedprocedure geen plaats.

3. De beoordeling

Wettelijk kader in kort geding

Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv). Als er een spoedeisend belang is, moet de kantonrechter daarna beoordelen of de vordering van Woongroen in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is om op de toewijzing daarvan vooruit te lopen.

De kantonrechter is van oordeel dat Woongroen een spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Als [C] inderdaad niet aan de [adres 1] is gaan wonen, dan heeft [gedaagde] geen recht op deze woning en moet de woning aan een ander gezin worden toegewezen. Vanwege het grote woningtekort is hiermee het spoedeisend belang gegeven. De kantonrechter zal de vordering daarom inhoudelijk beoordelen.

[gedaagde] hoeft de woning (nog) niet te ontruimen

Een huurovereenkomst komt tot stand onder invloed van dwaling als de verhuurder een verkeerde voorstelling van zaken heeft en hij de huurovereenkomst niet (of onder andere voorwaarden) zou hebben gesloten als hzij wel een juiste voorstelling van zaken zou hebben gehad. Als de verhuurder heeft gedwaald, dan kan de overeenkomst vernietigd worden (dat betekent dat ervan uitgegaan wordt dat de overeenkomst nooit heeft bestaan). Dat kan alleen als er sprake is van één van de drie in de wet genoemde situaties (kort gezegd: de dwaling is te wijten aan een inlichting van de wederpartij, de wederpartij heeft zijn spreekplicht geschonden of de wederpartij en de dwalende zijn beide van dezelfde onjuiste veronderstelling uitgegaan).

Woongroen stelt dat zij een onjuiste voorstelling van zaken had tijdens het sluiten van de huurovereenkomst eind april 2025. [gedaagde] had aangegeven dat zij samen met [C] en hun drie kinderen de woning zou bewonen en hun huishoudinkomen € 54.539,- bedroeg, maar [C] woont niet in de woning aan de [adres 1] . Woongroen voert hiertoe aan dat zij de huurovereenkomst voor de [adres 1] eerst zowel op naam van [gedaagde] als van [C] had gezet, maar dat [gedaagde] wilde dat de overeenkomst alleen op haar naam zou komen te staan. Woongroen heeft dit uit coulance toegestaan en heeft toen benadrukt dat [C] ook in de woning moest gaan wonen en zich op dit adres moest inschrijven. Bij een controle van de BRP eind juli/begin augustus 2025 bleek echter dat [C] niet stond ingeschreven op de [adres 1] , maar nog op de [adres 2] in [plaats 2] . Van de woning aan de [adres 2] zijn [gedaagde] en [C] ieder voor de helft eigenaar. Al deze omstandigheden laten zien dat [gedaagde] en [C] gescheiden wilden gaan wonen. Dit wordt ook ondersteund door het feit dat [C] bij WoningNet staat ingeschreven als alleenstaand met drie kinderen, aldus Woongroen.

Volgens [gedaagde] woont [C] wel bij haar aan de [adres 1] . Zij voert hiertoe aan dat zij in juli 2025 eerst alleen zichzelf en twee jongste zonen heeft ingeschreven aan de [adres 1] . De reden dat [C] en hun dochtertje later, in augustus 2025, zijn ingeschreven is dat [gedaagde] de administratie wilde laten aansluiten op de feitelijke situatie. [C] woonde namelijk nog een paar weken in hun woning aan de [adres 2] , omdat hun dochtertje daar in de buurt nog tot de zomervakantie naar school ging. [gedaagde] en [C] zijn nog van 24 juli tot 10 augustus op vakantie geweest en daarna heeft [C] zich ook ingeschreven op het adres [adres 1] . Op dit moment woont de oudste zoon nog in het huis in [plaats 2] .

[gedaagde] heeft verder aangevoerd dat de woning aan de [adres 2] verkocht moet worden omdat zij – vanwege hun islamitische geloofsovertuiging – gewetensbezwaren hebben bij het aanhouden van de aflossingsvrije hypothecaire lening met de daaraan verbonden te betalen rente. Zij willen de overwaarde van de woning realiseren en een deel van de opbrengst besteden aan hun reis naar Mekka. Zij willen ‘schoon’ – dat wil zeggen zonder renteverplichtingen – aan deze reis kunnen beginnen. Daarnaast zijn de (elektriciteits)kosten van de woning aan de [adres 2] vele malen hoger dan de kosten van de woning aan de [adres 1] . Dat de woning aan de [adres 2] op dit moment nog niet via een makelaar te koop aangeboden wordt, komt door de onzekerheid die deze procedure met zich meebrengt. [gedaagde] en [C] willen een woning hebben om eventueel op terug te kunnen vallen als zij gedwongen moeten ontruimen. Verder is het onjuist dat [C] als alleenstaande met drie kinderen staat ingeschreven bij WoningNet.

De reden dat [gedaagde] zonder [C] het contract wilde tekenen was gelegen in het administratieve voortraject van WoningNet en Woongroen: alles wat [gedaagde] aan informatie ontving, was alleen op haar naam. Als Woongroen had gezegd dat het noodzakelijk was dat zowel [gedaagde] als [C] de huurovereenkomst zouden tekenen, dan was dat gebeurd.

Verder voert [gedaagde] aan dat met de bankafschriften van [C] is aangetoond dat hij regelmatig boodschappen doet in de directe omgeving van de [adres 1] , dat hij is ingeschreven bij een sportschool in de buurt van de woning die hij regelmatig bezoekt en dat hij post ontvangt op het adres [adres 1] . Ook legt [gedaagde] een verklaring van de buurvrouw over, die schrijft dat zij [C] regelmatig – zowel door de weeks als in het weekend – in de woning aan de [adres 1] ziet. Tenslotte voert [gedaagde] aan dat zij samen met [C] op 27 september 2025 aan de burendag heeft deelgenomen.

De kantonrechter overweegt als volgt. Een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming is een maatregel die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming. Dat wordt niet anders doordat [gedaagde] en [C] nu nog een andere woning hebben die zij om geloofsredenen willen verkopen zodra voldoende zeker is dat zij in de sociale huurwoning in De Bilt kunnen blijven wonen. Het feit dat [gedaagde] en [C] na verkoop van hun koopwoning over een aanzienlijk vermogen kunnen beschikken speelt ook geen rol. Hoewel een sociale huurwoning is bedoeld voor personen die niet vrije sector kunnen huren, is tussen partijen niet in geschil dat bij de toewijzing van deze sociale huurwoning voor personen die jonger zijn dan 65 jaar geen vermogenstoets plaatsvindt. Het komt dus aan op de vraag waar [C] woont.

[gedaagde] en [C] hebben beiden tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij samenwonen in De Bilt, dat zij geen plannen hebben voor een echtscheiding en dat zij ook niet van plan zijn om gescheiden te gaan wonen. De kantonrechter is tegen deze achtergrond van oordeel dat op dit moment onvoldoende aannemelijk is dat de gevorderde ontruiming in een bodemprocedure zal worden toegewezen, omdat niet is komen vast te staan dat [C] niet in de woning aan de [adres 1] is gaan wonen. Daarmee staat onvoldoende vast dat Woongroen een onjuiste voorstelling van zaken heeft gehad bij het sluiten van de huurovereenkomst. De gevorderde ontruiming zal daarom worden afgewezen.

Woongroen moet de proceskosten betalen

Woongroen is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:

- salaris gemachtigde

204,00

(1 punt × € 204,00)

- nakosten

102,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

306,00

De proceskostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad

De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4. De beslissing

De kantonrechter, optredend als voorzieningenrechter,

wijst de vorderingen van Woongroen af,

veroordeelt Woongroen in de proceskosten van € 306,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Woongroen niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A.M. Pinckaers en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?