ECLI:NL:RBMNE:2025:7936

ECLI:NL:RBMNE:2025:7936

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 23-12-2025
Datum publicatie 22-04-2026
Zaaknummer UTR 25/5506
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

BNT WOO, gegrond

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 december 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , te [plaats] , eiseres

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist, verweerder.

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/5506

en

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 23 september 2025 omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo).

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

3. Eiseres heeft op 22 mei 2025 een verzoek om informatie op grond van de Woo (Woo-verzoek) ingediend. Verweerder moet binnen vier weken beslissen op dat verzoek. Dat staat in artikel 4.4, eerste lid, van de Woo. Verweerder heeft de beslistermijn niet formeel verdaagd. Verweerder heeft eiseres bij mailbericht van 26 juni 2025 geïnformeerd over de stand van zaken en medegedeeld dat hij ernaar streeft om in de week van 21 juli 2025, of eerder, een besluit te nemen. De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn is overschreden. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres verweerder op 14 augustus 2025 in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien twee weken zijn verstreken.

4. Omdat verweerder nog geen (nieuw) besluit heeft genomen bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. De standaardtermijn waarbinnen verweerder alsnog op het verzoek moet beslissen bedraagt in beginsel twee weken na deze uitspraak (artikel 8:55d, eerste lid, Awb). Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen (artikel 8:55d, derde lid, Awb).

5. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. Van bijzondere omstandigheden om een langere beslistermijn vast te stellen, is dan ook niet gebleken. De rechtbank stelt de beslistermijn daarom vast op de standaardtermijn van twee weken na verzending van deze uitspraak.

6. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.

7. Ten aanzien van het verzoek van eiseres om de hoogte van de verbeurde dwangsom vast te stellen, wijst de rechtbank op artikel 8:2 van de Woo waaruit volgt dat artikel 4:17 van de Awb niet van toepassing is en verweerder daarom geen dwangsom is verschuldigd.

8. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 van de Awb).

9. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoeden. Er zijn geen proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;

- draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;

- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;

- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 194,- dat eiseres heeft betaald moet betalen;

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 december 2025.

de griffier is verhinderd deze uitspraak

te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I. Helmich

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand