Beoordeling
De raadkamer heeft kennisgenomen van de inhoud van de kennisgeving van in beslagneming van de auto van verzoeker, de inhoud van het onderliggende proces-verbaal met nummer PL0900-2025016070, van voornoemd verzoekschrift en van het advies van de officier van justitie.
De rechtbank is bevoegd en het verzoek is tijdig ingediend.
Nu de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, maakt verzoeker aanspraak op een vergoeding van de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de strafzaak gemaakte reis- en verblijfkosten, de schade die daadwerkelijk geleden is ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting, alsmede een vergoeding in de kosten van een raadsman.
De raadkamer beoordeelt het verzoek en de onderdelen daarvan als volgt.
Kosten raadsman rechtsbijstand beklagprocedure
De raadkamer is van oordeel dat er, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn voor de toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand van een raadsman in de beklagprocedure. Bij de beoordeling van de omvang van de toe te kennen vergoeding slaat de raadkamer acht op de aard, de omvang en de feitelijke en juridische complexiteit van de zaak.
De rechtbank merkt daarbij op dat de declaraties van advocaten ten aanzien van reiskosten, reistijd en wachttijd die zijn gemaakt in het kader van de behandeling van strafzaken die zonder oplegging van straf of maatregel zijn geëindigd, integraal worden vergoed, tenzij deze onredelijk hoog voorkomen.' Advocaten zijn niet gehouden om een kilometervergoeding in rekening te brengen die in lijn is met het 'ANWB-tarief. Niet op voorhand valt te zeggen vanaf welk tarief deze onredelijk hoog is.
De rechtbank is van oordeel dat de kilometervergoeding van € 0,77 per kilometer in onderhavige zaak niet als onredelijk hoog bestempeld kan worden. De gevraagde vergoeding zal dan ook geheel worden toegekend.
De raadkamer overweegt dat de raadsman namens verzoeker voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat alle verrichte en gedeclareerde werkzaamheden met het oog op een behoorlijke verdediging noodzakelijk zijn geweest. De opgegeven kosten worden gestaafd door de overgelegde urenspecificatie en declaratie en het beloop daarvan valt niet als bovenmatig aan te merken. De gevraagde vergoeding zal dan ook worden toegekend.
Kosten indienen
De raadkamer is van oordeel dat aan kosten van de raadsman voor het indienen van het verzoekschrift een vergoeding op zijn plaats is zoals die gewoonlijk wordt toegewezen, te weten € 340,- (inclusief btw).
In totaal is derhalve op grond van artikel 530 Sv naar het oordeel van de raadkamer, alle omstandigheden in aanmerking genomen, een vergoeding toewijsbaar tot een bedrag van € 3.832,60.
Beslissing
De raadkamer:
kent toe aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding ten bedrage van € 3.832,60 (zegge: drieduizend achthonderdtweeëndertig euro en zestig cent);
beveelt de griffier van deze rechtbank voormeld bedrag aan verzoeker uit te betalen op rekeningnummer NL66 ABNA 0550 1374 91, t.n.v. Stichting Derdengelden Takens Admiraal Advocaten te Amsterdam, onder vermelding van […] .
Deze beslissing is gewezen door mr. M.J. Terstegge, rechter, als lid van de enkelvoudige raadkamer, in tegenwoordigheid van G.J. Verhoek, griffier, en uitgesproken in openbare raadkamer van deze rechtbank van 30 december 2025.
De griffier is buiten staat de beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing staat voor het openbaar ministerie hoger beroep open, in te stellen ter griffie van deze rechtbank, binnen veertien dagen na deze beslissing.