ECLI:NL:RBMNE:2025:8005

ECLI:NL:RBMNE:2025:8005

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 16-12-2025
Datum publicatie 11-08-2026
Zaaknummer UTR 24/3986
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Eisers zijn geen belanghebbenden bij de vergunningverlening aan de exploitant. Zij wonen te ver weg van de discotheek.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 december 2025 in de zaak tussen

[eiser 1] en [eiser 2] , uit [plaats] ,eisers

de burgemeester van de gemeente Zeist

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde belanghebbende] B.V., met de handelsnaam [handelsnaam] , uit [plaats] ( [handelsnaam] )

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/3998

en

(gemachtigden: mr. M.W. Holtkamp en mr. M.P.K. Ahsmann).

(gemachtigde: mr. K. Gerritsen).

Procesverloop

7. De rechtbank oordeelt dat ook dit beroep van eisers niet-ontvankelijk is. Gelet op de locatie van [handelsnaam] ten opzichte van hun woonadres, zijn eisers namelijk geen belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij de vergunningverlening. De rechtbank licht dat hierna toe.

8. In artikel 1:2, eerste lid, van de Awb staat dat onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Wie rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit, is in beginsel belanghebbende bij dat besluit. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ van de activiteit is een correctie op dit uitgangspunt. Zonder gevolgen van enige betekenis heeft iemand geen persoonlijk belang bij het besluit. Hij onderscheidt zich dan onvoldoende van anderen. Om te bepalen of er gevolgen van enige betekenis voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van iemand zijn, kijkt de rechtbank naar de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling en milieugevolgen (o.a. geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat. Zij bekijkt die factoren zo nodig in onderlinge samenhang. Ook de aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.

9. Eisers wonen hemelsbreed 163 meter van [handelsnaam] en over de weg is de afstand 270 meter. Tussen hun woning en de [horecagelegenheid] staat bebouwing. Eisers hebben dus geen zicht op de [horecagelegenheid] . Dat roept daarom de vraag op of zij zich voldoende onderscheiden van anderen. Zij hebben, ondanks dat de rechtbank daarnaar heeft gevraagd, niet uiteengezet welke feitelijke gevolgen zij ondervinden van de aanwezigheid van de [horecagelegenheid] . Volgens de burgemeester wonen zij niet in een straat die bekendstaat als aanfietsroute naar de [horecagelegenheid] . De andere belanghebbende heeft op de regiezitting gewezen op mogelijke drugsoverlast en hij heeft genoemd dat Bergervoet een geval van vernieling heeft gemeld. Daargelaten dat deze belanghebbende niet gemachtigd is om namens eisers op te treden, is deze overlast niet concreet toegelicht en ook niet zonder meer gerelateerd aan de aanwezigheid van [handelsnaam] in [plaats] . Dit is daarom onvoldoende om hierin een direct belang te zien voor eisers. De overlast die verder in het beroepschrift is verwoord, is de overlast die andere indieners van het beroepschrift, die in een andere straat wonen, van de [horecagelegenheid] stellen te ondervinden. Deze andere indieners hadden samen met eisers aanvankelijk beroep ingesteld tegen de vergunningverlening, maar zij hebben dat beroep ingetrokken. Eisers hebben de regiezitting niet bijgewoond en de mogelijke overlast ook niet verder toegelicht.

10. De rechtbank komt tot de conclusie dat eisers te ver weg wonen van de [horecagelegenheid] en dat niet is gebleken dat zij gevolgen van enige betekenis van de [horecagelegenheid] ondervinden. Zij kunnen daarom niet worden aangemerkt als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Hun beroep is om die reden niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 16 december 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. van der Knijff

Griffier

  • mr. M.E.C. Bakker

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand