ECLI:NL:RBMNE:2025:8031

ECLI:NL:RBMNE:2025:8031

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 15-08-2025
Datum publicatie 25-09-2026
Zaaknummer C/16/596104 / FO RK 25-837
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Afwijzing verzoeken tot inschrijving kind op basisschool en inschrijving op het adres van verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/596104 / FO RK 25-837

Beschikking van 15 augustus 2025

in de zaak van

[de vrouw] ,

wonend in [woonplaats 1] ,

hierna te noemen: [de vrouw] ,

advocaat: mr. R. van Venetiën,

tegen

[de man] ,

wonend in [woonplaats 2] ,

hierna te noemen: [de man] ,

advocaat: mr. M. Peeters.

1. De procedure

De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:

het verzoekschrift met producties 1 tot en met 6;

het bericht van [de vrouw] van 8 juli 2025;

het bericht van [de man] van 9 juli 2025;

het bericht van [de vrouw] van 6 augustus 2025 met producties 7 en 8;

het verweerschrift met producties 1 tot en met 8.

De zitting vond plaats op 12 augustus 2025. Aanwezig waren:

[de vrouw] , bijgestaan door haar advocaat;

[de man] , bijgestaan door zijn advocaat;

[A.] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

De voorzieningenrechter laat productie 6 van [de vrouw] en productie 6 van [de man] buiten beschouwing. Deze producties maken dus geen deel uit van de processtukken. De producties betreffen uitvoerige zienswijzen op de zaak door [de vrouw] en [de man] zelf, terwijl het aan hun advocaat is om, als procesvertegenwoordiger, (in de processtukken) een duidelijke en rechtens relevante uiteenzetting van de zienswijze van diens cliënt(e) te geven.

2. Korte voorgeschiedenis

Partijen hebben een relatie met elkaar gehad. Zij hebben een kind: [minderjarige] (vijf jaar). Hij is ingeschreven bij [de man] . Partijen hebben samen het gezag over hem.

[minderjarige] zit op de [school 1] in [woonplaats 2] .

Partijen zijn op 1 januari 2023 feitelijk uit elkaar gegaan. Zij hebben in het ouderschapsplan van 22 februari 2022 – voor zover hier van belang – met elkaar afgesproken dat:

in de even weken is [minderjarige] van maandag tot en met vrijdag bij [de man] en in het weekend bij [de vrouw] ;

in de oneven weken is [minderjarige] van maandag tot en met vrijdag bij [de vrouw] en in het weekend bij [de man] ;

zij in onderling overleg een keuze maken voor een (type) school voor [minderjarige] ;

partijen ernaar zullen streven om beiden in de omgeving (binnen een straal van 25 kilometer) te blijven wonen, zodat [minderjarige] naar de huidige school kan blijven gaan om het co-ouderschap te bevorderen.

[de vrouw] woont sinds medio mei 2023 in [woonplaats 1] .

In haar mail van 16 januari 2024 aan [de man] schrijft [de vrouw] – voor zover relevant:

“Zoals besproken tijdens ons telefoongesprek van gisteren, stuur ik je hierbij de afgesproken punten:

1. [minderjarige] blijft ingeschreven op de [school 1] in [woonplaats 2] (…).”

3. Het geschil

[de vrouw] verzoekt de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking:

I. vervangende toestemming te verlenen, welke de toestemming van [de man] vervangt, om [minderjarige] in te schrijven bij de [school 2] in [woonplaats 1] ;

II. indien het verzoek onder I. wordt toegewezen vervangende toestemming te verlenen, welke de toestemming van [de man] vervangt, om [minderjarige] in te schrijven op haar adres in de gemeentelijke basisregistratie.

[de man] vraagt [de vrouw] niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoeken dan wel deze af te wijzen.

4. De beoordeling

Inschrijving basisschool

[de vrouw] wil dat [minderjarige] naar de [school 2] gaat, die vanaf haar huis op loopafstand bereikbaar is. Zij ervaart dat het heen-en-weer reizen van [woonplaats 1] naar de school in [woonplaats 2] voor haar en [minderjarige] te zwaar is. Zij stelt dat zij niet de financiële ruimte heeft om een auto te kopen en daarom met het openbaar vervoer of met de bakfiets moet reizen. Volgens haar is reizen met het openbaar vervoer niet mogelijk vanwege haar financiële positie, de onrust voor [minderjarige] door de drukte in de trein en de krappe aansluitingstijd tussen de trein en bus. Zij heeft daarom – met geleend geld van haar huidige partner – een bakfiets gekocht om [minderjarige] mee naar school te brengen en op te halen. [de vrouw] stelt dat het vroege opstaan en het reizen per bakfiets oncomfortabel, zwaar en onhoudbaar is. Vooral bij slechte weersomstandigheden vindt zij het reizen per bakfiets te zwaar.

Verder stelt [de vrouw] dat [minderjarige] door de bakfietsritten rugklachten heeft ontwikkeld. Bovendien is zijn huidige school niet gepast, omdat hij daar gepest wordt, aldus [de vrouw] .

[de man] voert – samengevat – aan dat partijen overeen zijn gekomen dat [minderjarige] op de [school 1] zal blijven, waarbij hij verwijst naar het ouderschapsplan en [de vrouw] ’ mail van 16 januari 2024. Dat [de vrouw] het reizen kennelijk bij nader inzien zwaar vindt, rechtvaardigt volgens hem geen wijziging van de afspraken.

Verder blijkt volgens [de man] uit niets dat [minderjarige] rugklachten heeft, laat staan dat die door de fietstochten zijn veroorzaakt. Hun zoon wordt op school ook niet gepast, aldus [de man] .

Tijdens de zitting heeft [de vrouw] nog betwist dat partijen overeen zijn gekomen dat hun zoon op de [school 1] zou blijven. Dit standpunt verwerpt de rechtbank. Zij overweegt daartoe als volgt.

De vraag wat tussen partijen is overeengekomen, moet niet worden beantwoord door alleen maar een taalkundige uitleg van datgene wat zij schriftelijk zijn overeengekomen, maar ook door acht te slaan op de betekenis die zij in de gegeven omstandigheden van het geval over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij in dat opzicht redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang, in hun onderlinge samenhang bezien. Ook gedragingen van partijen na het sluiten van de overeenkomst kunnen van belang zijn voor de aan de overeenkomst te geven uitleg.

Het eerste aanknopingspunt voor de bedoeling van partijen ligt desondanks besloten in de tekst van het ouderschapsplan. Daarin hebben zij de (inspannings)verplichting op zich genomen op maximaal 25 km van elkaar te blijven wonen (zie bij 2.3. hierboven). De ratio achter deze verplichting is dat hun kind naar zijn huidige school zou kunnen blijven gaan. Een en ander zijn partijen zelfs tweemaal overeengekomen. Zij hebben namelijk op 22 februari 2022 twee ouderschapsplannen opgesteld en ondertekend, waarin voornoemde bepaling staat. Partijen zijn het erover eens dat het enige verschil tussen beide plannen gelegen is in afspraken over financiën.

Toen deze bepaling tot stand kwam, zat [minderjarige] nog niet op school. Uit dat wat partijen tijdens de zitting hebben gezegd, leidt de rechtbank af dat partijen toen al wel de bedoeling hadden dat hij ingeschreven zou worden op de [school 1] . Met “huidige school” kan redelijkerwijs niets anders bedoeld zijn dan die [school 1] .

In elk geval hebben partijen op enig moment uitvoering aan hun afspraken gegeven door [minderjarige] feitelijk op die school in te schrijven. Op 22 mei 2023 – toen [de vrouw] in [woonplaats 1] woonde – werd hij definitief op die school geplaatst.

Toen [de vrouw] al enige tijd in [woonplaats 1] woonde en zij dus ook al een tijd tussen [woonplaats 1] en [woonplaats 2] reisde, hebben partijen met elkaar over de school gesproken. [de vrouw] bevestigt de toen door hen gemaakte afspraken in haar emailbericht van 16 januari 2024 (zie bij 2.5.). Deze mail is een expliciete herbevestiging van dat wat partijen al bijna twee jaar eerder in het ouderschapsplan overeen zijn gekomen.

Onder deze omstandigheden mocht [de man] er naar het oordeel van de rechtbank van uitgaan dat partijen afgesproken hebben dat [minderjarige] op de [school 1] zou blijven.

Goed beschouwd, wenst [de vrouw] dus dat de tussen partijen gemaakte afspraken worden opengebroken en gewijzigd. Zij stelt daartoe twee categorieën feiten, die een dergelijke wijziging rechtvaardigen. De eerste heeft betrekking op omstandigheden die alleen haar betreffen; de tweede categorie heeft betrekking op het zogeheten belang van het kind.

De rechtbank begrijpt dat [de vrouw] het frequent heen en weer reizen tussen [woonplaats 1] en [woonplaats 2] zwaar vindt, mogelijk zwaarder dan zij had gedacht. Dat moge zo zijn, maar dit rechtvaardigt niet dat zij niet langer gehouden is aan haar afspraken met [de man] . Vanwege de in het ouderschapsplan gemaakte afspraak over de school had [de vrouw] kunnen weten dat zij om de week moest reizen en rekening kunnen houden met de organisatie van het reizen. Daar komt bij dat [de vrouw] bekend is met deze reisafstand, omdat zij in [woonplaats 2] werkt. Zij wist dus waar zij aan begon. Bovendien leidt de door [de vrouw] gewenste schoolwissel ertoe dat het probleem naar [de man] verlegd wordt. Daar is geen rechtvaardiging voor.

Volgens [de vrouw] noopt het belang van [minderjarige] ook tot de door haar gewenste schoolwissel. Het reizen per bakfiets leidt tot rugklachten bij haar kind en tot diens verminderde weerstand, waardoor hij vaak ziek is, aldus [de vrouw] .

[de man] betwist het bestaan van die klachten en – als die klachten al bestaan – het gestelde causale verband met de bakfietsritten.

Hoe fietstochten kunnen leiden tot een verminderde weerstand, is de rechtbank niet duidelijk en heeft [de vrouw] ook niet uitgelegd.

De rugklachten blijken volgens [de vrouw] uit de “verklaring van de huisarts”, die zij als productie 5 in het geding heeft gebracht. De rechtbank stelt vast dat deze informatie slechts een weergave is van dat wat [de vrouw] aan de huisarts heeft gezegd, de anamnese. Uit niets is gebleken dat de huisarts vastgesteld heeft dat [minderjarige] rugklachten heeft die door de bakfietsritten veroorzaakt zijn.

Verder stelt [de vrouw] dat haar kind door een fysiotherapeut wordt behandeld voor rugklachten die “mede” voortkomen door het lange zitten in de bakfiets. Ook hier geldt dat niet is gebleken dat het kind door de fysiotherapeut wordt behandeld voor rugklachten die door de fietsritten zijn veroorzaakt. Sterker nog: volgens [de vrouw] ’ eigen zeggen komen die klachten mede voort uit fietsritten, dus ze hebben ook andere oorzaken. Het had – gelet op het verweer – op de weg van [de vrouw] gelegen haar stellingen nader feitelijk te onderbouwen. Dat heeft zij niet gedaan.

Tot slot stelt [de vrouw] dat [minderjarige] op zijn huidige school wordt gepest en dat er regelmatig “incidenten” zijn.

[de man] betwist dit. Volgens hem gaat hun kind met veel plezier naar school en heeft hij daar vriendjes. Ter onderbouwing hiervan wijst hij op berichten van school over de observaties van de interne begeleider en op een bericht van de BSO, waar volgens hem veel klasgenootjes van [minderjarige] op zitten. Uit geen van deze berichten blijkt dat [minderjarige] wordt gepest.

Gelet op het verweer had het op [de vrouw] ’ weg gelegen haar stelling nader te onderbouwen dat [minderjarige] op de [school 1] wordt gepest. Dat heeft zij nagelaten. Maar zelfs al zou hij gepest worden, dan nog rechtvaardigt dit naar het oordeel van de rechtbank op zich geen schoolwissel. Mensen (en dus ook kinderen) hebben wel vaker een woordenwisseling of een ruzie. Er moet meer aan de hand zijn, zoals stelselmatig pesten waar de school niet of onvoldoende tegen optreedt. Uit niets is gebleken dat dit aan de orde is.

Op grond van al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [de vrouw] geen feiten en omstandigheden heeft gesteld die de conclusie van een schoolwissel rechtvaardigen. Haar verzoek op dit punt zal worden afgewezen.

Inschrijving in de gemeentelijke basisregistratie

Dit verzoek heeft [de vrouw] gedaan, omdat inschrijving van [minderjarige] op haar adres een noodzakelijke voorwaarde is voor diens inschrijving op De [school 2] . Dit verzoek heeft in zoverre geen zelfstandige betekenis. Omdat de rechtbank het verzoek sub I. zal afwijzen, zal zij dit verzoek ook afwijzen.

Voor de volledigheid voegt de rechtbank hieraan toe dat – zelfs al zou zij van oordeel zijn geweest dat de [school 1] niet langer geschikt is voor [minderjarige] – dit nog niet betekent dat hij dus op De [school 2] ingeschreven moet worden. Het gaat erom of die school geschikt is voor hem. Dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid en een beslissing van partijen; zij kennen hun kind tenslotte als geen ander. Duidelijk is dat zij überhaupt niet inhoudelijk over een andere school hebben gesproken. [de vrouw] kan niet verwachten dat de rechtbank (in voorkomend geval) ingrijpt in een nog niet tussen partijen gevoerde discussie.

Overleg

Tijdens de zitting hebben partijen zich allebei bereid verklaard nog verder te willen overleggen over het verbeteren van de huidige situatie voor [de vrouw] en [minderjarige] . Desondanks wensen zij op korte termijn een beslissing van de rechtbank, ook al zou deze hun onderhandelingspositie tijdens die besprekingen kunnen beïnvloeden. Die beslissing hebben zij nu.

In zijn verweerschrift en tijdens de zitting heeft [de man] gezegd dat zijn ouders in elk geval bereid zijn bij slechte weersomstandigheden [de vrouw] één keer in de week te ontlasten door [minderjarige] bij haar op te halen en naar school te brengen. Mogelijk zijn zij bereid op meer structurele basis bij te springen. Het komt de rechtbank geraden voor die ouders ook bij de besprekingen te betrekken.

5. De beslissing

De rechtbank wijst de verzoeken af.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.J.R. Stoffels als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand