ECLI:NL:RBMNE:2026:1020

ECLI:NL:RBMNE:2026:1020

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 17-03-2026
Datum publicatie 17-03-2026
Zaaknummer 16.150667.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor medeplegen van het opzettelijk veroorzaken van een ontploffing bij een woning, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is. Verdachten hebben een Cobra met een petfles met ontbrandbare vloeistof voor de deur van een woning tot ontploffing gebracht. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 120 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 105 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met bijzondere voorwaarden, en een werkstraf van 100 uur. Gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/150667-25; 16/125869-23 (vord. tul)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 17 maart 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] ,

wonende aan het [adres 1] , [postcode] in [plaats] ,

(hierna: [verdachte] ).

1. Zitting

De strafzaak van [verdachte] is inhoudelijk behandeld op de besloten zitting van 3 maart 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt [verdachte] ervan dat hij, samengevat:

op 15 mei 2025 in Almere, samen met een ander, een explosie heeft veroorzaakt bij een woning, door een Cobra met een fles met brandbare vloeistof bij de voordeur van die woning te plaatsen en aan te steken, waarbij gevaar voor goederen en levensgevaar voor personen te duchten was.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3. Bewijs

Wat vindt de officier van justitie?

De officier van justitie vindt dat kan worden bewezen dat [verdachte] het feit heeft gepleegd.

Wat vindt de advocaat?

De advocaat voert geen verweer over het bewijs.

Wat vindt de rechtbank?

Bewijsmiddelen

[verdachte] bekent dat hij het feit heeft gepleegd, zoals dit hieronder bewezen is verklaard. Door of namens hem is ook niet om vrijspraak van dat feit gevraagd. Daarom hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:

de bekennende verklaring van [verdachte] op de zitting van 3 maart 2026;

de aangifte van [aangever] , opgemaakt op 15 mei 2026, pagina 92 e.v.;

een proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict, opgemaakt op 17 mei 2025, pagina 157 e.v.;

een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 18 mei 2025, pagina 69 e.v.

Bewijsoverweging levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel

De rechtbank vindt bewezen dat er bij de explosie gemeen gevaar voor goederen, levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in de woning aanwezige personen te duchten was. De Vuurwerk Brandstof Combinatie (VBC) is tot ontploffing gebracht bij de voordeur van de woning. Op het tijdstip van de explosie waren er meerdere personen in de woning aanwezig. Als iemand de deur had geopend op het moment dat het explosief afging dan had dit grote gevolgen kunnen hebben voor diegene. Hierbij treden gevaren op die samenhangen met het vuurwerk zelf, zoals gevaar voor gehoorbeschadiging en het gevaar dat ontstaat rondslingerende delen van het vuurwerk en door objecten die door het vuurwerk worden rondgeslingerd. Daarnaast bestaat het gevaar dat samenhangt met de ontbrandbare vloeistof, waarbij in zeer korte tijd binnen een straal van enkele meters brandend materiaal kan worden verspreid, met gevaar voor letsel. Ten slotte bestaat het gevaar dat de er brand wordt veroorzaakt in de woning, wat naar algemene ervaringsregels kan leiden tot levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de personen die aanwezig zijn in de woning.

Op grond van algemene ervaringsregels moet het voor [medeverdachte] en [verdachte] voorzienbaar zijn geweest dat door hun handelen levensgevaar voor de bewoners van de woning te duchten was.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat [verdachte] :

op 15 mei 2025 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht bij een woning, gelegen aan het [adres 2] , door een Cobra, tezamen met een petfles met ontbrandbare vloeistof, zijnde een Vuurwerk Brandstof Combinatie (VBC), bij de voordeur van die woning te plaatsen en aan te steken en tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor goederen, te weten die woning en omliggende woningen en goederen in d(i)e woning(en) en in de directe omgeving van die woning en

- levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten aanwezige personen in die woning en omliggende woningen en passerende personen,

te duchten was.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. [verdachte] wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt [verdachte] niet.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.

Strafbaarheid feit en [verdachte]

Het feit en [verdachte] zijn strafbaar.

5. Straf

Wat vindt de officier van justitie?

De officier van justitie eist dat [verdachte] wordt veroordeeld tot:

een jeugddetentie van 120 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 105 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met de bijzondere voorwaarden zoals door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) geadviseerd;

een taakstraf bestaande uit een werkstraf van 100 uur, te vervangen door 50 dagen jeugddetentie als [verdachte] deze taakstraf niet of niet goed uitvoert.

Wat vindt de advocaat?

De advocaat vraagt de rechtbank om [verdachte] , als stevige stok achter de deur, een voorwaardelijk jeugddetentie met een proeftijd van een jaar op te leggen, en daarnaast aan [verdachte] een leerstraf op te leggen. De advocaat vraagt de rechtbank geen onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen omdat [verdachte] daar minder van leert dan van een leerstraf.

Wat vindt de rechtbank?

De rechtbank legt aan [verdachte] een jeugddetentie van 120 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 105 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met de bijzondere voorwaarden zoals door de Raad geadviseerd, en een taakstraf bestaande uit een werkstraf van 100 uur op.

Bij het bepalen van deze straffen houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder [verdachte] dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van [verdachte] en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van het feit

[verdachte] heeft samen met een ander een explosie veroorzaakt bij de voordeur van een woning waar kwetsbare jongeren begeleid wonen. Hij deed dit met een combinatie van een Cobra en een fles met ontbrandbare vloeistof. [verdachte] was gevraagd om dit te doen en zou hiervoor € 300,00 krijgen. Het is niet bekend geworden wat de reden is geweest van het plaatsen van het explosief. Dit is een zeer ernstig feit dat een groot gevaar veroorzaakt voor anderen. Ook leidt dit tot enorme angst bij de bewoners van de woning en de directe omgeving. [verdachte] mag van geluk spreken dat het niet erger is afgelopen aangezien er op het moment van de explosie ook bewoners aanwezig waren in de woning. [verdachte] wilde snel geld verdienen. Hij heeft daarbij niet nagedacht over de gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers en omwonenden. Dat neemt de rechtbank [verdachte] kwalijk. Daarnaast zijn dit soort feiten in toenemende mate een probleem in de samenleving. Dit leidt tot onrust en gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving als geheel. [verdachte] heeft hier met zijn handelen aan bijgedragen.

Persoonlijke omstandigheden van [verdachte]

De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van [verdachte] waaruit volgt dat hij eerder onder meer een leerstraf opgelegd heeft gekregen [verdachte] is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten als het feit in deze strafzaak.

De rechtbank heeft ook gekeken naar:

een rapport van de Raad van 19 februari 2026, opgemaakt door een raadsonderzoeker;

een rapport van Samen Veilig Midden-Nederland (hierna: SAVE) van 27 februari 2026, opgemaakt door een jeugdreclasseerder.

De Raad heeft opgeschreven dat [verdachte] zich sinds dit feit (15 mei 2025) positief heeft ontwikkeld. De Raad maakt zich nog wel zorgen om de vaardigheden van [verdachte] . Hij kan een snelle gedragsverandering laten zien wanneer hij iets hoort waar hij het niet mee eens is. Dan zet [verdachte] zijn hakken in het zand en laat hij weerstand zien. Daardoor kan [verdachte] nog snel in problemen raken op het moment dat hij een opdracht moet uitvoeren waarmee hij het oneens is.

De Raad schat het risico op herhaling in als heel laag tot gemiddeld. De Raad vindt dat er een stevige stok achter de deur moet komen om [verdachte] te motiveren zijn positieve lijn vast te houden. Daarnaast vindt de Raad dat een onvoorwaardelijke werkstraf passend is om herhaling te voorkomen. [verdachte] moet namelijk de consequenties van zijn delictgedrag voelen.

De Raad adviseert de rechtbank om [verdachte] een onvoorwaardelijke jeugddetentie, gelijk aan het voorarrest, een werkstraf en een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, met als bijzondere voorwaarden, kort gezegd:

een contactverbod met de medeverdachte en de slachtoffers;

meewerken aan begeleiding van Samen Sterk;

meewerken aan een positieve schoolgang;

het hebben van een positieve daginvulling.

SAVE is het eens met de Raad en heeft opgeschreven dat er een positieve verandering te zien is in het leven van [verdachte] . Het risico op herhaling wordt door SAVE ingeschat als heel laag.

Strafkader

Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Het oriëntatiepunt voor jeugdigen voor brandstichting met aanzienlijke schade gevaarzetting/gevaar voor personen is een onvoorwaardelijke jeugddetentie.

Het bewezen verklaarde feit is een ernstig feit. Daarom is een jeugddetentie passend. De rechtbank ziet echter dat [verdachte] sinds zijn schorsing een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Hij is op de zitting open geweest over zijn aandeel in het feit. En alhoewel [verdachte] soms nog weerstand laat zien, wil de rechtbank die positieve ontwikkeling niet doorkruisen door [verdachte] weer terug te sturen naar de jeugdgevangenis. Om [verdachte] te blijven motiveren om te werken aan zijn gedrag, zal de rechtbank het advies van de Raad en de jeugdreclassering volgen en een deels voorwaardelijke jeugddetentie opleggen, waarvan het onvoorwaardelijke gedeelte gelijk is aan het voorarrest.

Dit alles betekent dat de rechtbank aan [verdachte] een jeugddetentie van 120 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 105 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met de bijzondere voorwaarde zoals door de Raad geadviseerd, en een taakstraf bestaande uit een werkstraf van 100 uur oplegt.

De advocaat vraagt de rechtbank nadrukkelijk om af te zien van een onvoorwaardelijke werkstraf en [verdachte] een leerstraf op te leggen. De rechtbank gaat hier niet in mee omdat [verdachte] eerder een leerstraf opgelegd heeft gekregen en heeft uitgevoerd. De deskundigen hebben aangegeven dat zij ook geen meerwaarde zien in het nogmaals opleggen van een leerstraf. Daarnaast vindt de rechtbank het feit dat [verdachte] heeft gepleegd zo ernstig, dat (naast het voorarrest) niet kan worden volstaan met een volledig voorwaardelijke straf. De advocaat vraagt de rechtbank om de proeftijd te beperken tot een jaar. Ook hier gaat de rechtbank niet in mee omdat de rechtbank vindt dat [verdachte] de komende twee jaar nodig heeft voor de begeleiding door de jeugdreclassering.

6. Vordering benadeelde partij

Vordering van de benadeelde partij(en)

Stichting [naam] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De stichting vordert [verdachte] te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 11.383,25, bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

[aangever] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. Zij vordert [verdachte] te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 2.500,00, bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Wat vindt de officier van justitie?

De officier van justitie vindt dat beide vorderingen gedeeltelijk moeten worden toegewezen. De vordering namens de stichting moet worden toegewezen tot een bedrag van € 6.487,70. De vordering van benadeelde partij Dijk zelf moet worden toegewezen tot een bedrag van € 1.000,00.

Wat vindt de advocaat?

De advocaat vindt primair dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen of de vorderingen moeten worden afgewezen omdat die onvoldoende zijn onderbouwd en er geen sprake is van rechtstreekse schade. Als de rechtbank daar niet in meegaat dan moet het schadevergoedingsbedrag volgens de advocaat worden gematigd. De advocaat vraagt de rechtbank om, als de vorderingen worden toegewezen, [verdachte] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van het toegewezen bedrag.

Wat vindt de rechtbank?

De vordering van Stichting [naam]

De rechtbank vindt het voorstelbaar dat bewoners van een woning waar kennelijk een aanslag door middel van een explosie heeft plaatsgevonden tijdelijk niet in die woning kunnen verblijven. Het gedeelte van de vordering van Stichting [naam] dat ziet op het tijdelijke verblijf op een vakantiepark ( [locatie] ’) ter hoogte van € 373,88 is dan ook voldoende onderbouwd. De rechtbank stelt op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting vast dat deze schade in rechtstreeks verband staat met het bewezen verklaarde feit. De rechtbank wijst dit deel van de vordering daarom toe.

De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering is door de advocaat van [verdachte] betwist. Gelet op deze betwisting is de namens de benadeelde partij gegeven onderbouwing onvoldoende. Het is niet duidelijk of de gestelde schadeposten allemaal rechtstreekse schade betreffen en of deze kosten (of een deel daarvan) ook gemaakt waren als de bewoners in de woning waren gebleven. Er is binnen deze strafprocedure geen gelegenheid meer om dit gedeelte van de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in dit deel van de vordering. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

Hoofdelijkheid

Omdat [verdachte] het strafbare feit waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk (juridische term: hoofdelijk aansprakelijk). Voor zover de mededader een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, hoeft [verdachte] dat deel van de schadevergoeding en de proceskosten niet meer aan de benadeelde partij te betalen. Om te voorkomen dat dit leidt tot problemen in verband met het opgelegde contactverbod tussen [verdachte] en zijn mededader, zal de rechtbank bij het contactverbod een uitzondering opnemen voor zover contact moet plaats moet vinden over de onderlinge verdeling van de schadevergoeding door (professionele) derden.

Wettelijke rente en (proces)kosten

De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 15 mei 2025 (de datum van het ontstaan van de schade) tot de dag dat [verdachte] de schadevergoeding volledig heeft betaald.

De rechtbank zal [verdachte] ook veroordelen in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt, tot op dit moment begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan [verdachte] op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij [verdachte] hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor hem doet. De rechtbank bepaalt dat de schadevergoedingsmaatregel voor enkel het deel waar [verdachte] verantwoordelijk voor is (dus de helft van het toegewezen bedrag) geldt. [verdachte] moet daarom een bedrag van € 186,94 aan de Staat betalen.

Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2025 (datum ontstaan schade) tot de dag dat [verdachte] het volledige bedrag heeft betaald.

Als een verdachte niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast. Gezien de jonge leeftijd van [verdachte] vindt de rechtbank het echter niet passend om gijzeling aan de schadevergoedingsmaatregel te verbinden. De rechtbank bepaalt daarom dat geen gijzeling zal worden toegepast.

[verdachte] mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partij. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen.

De vordering van [aangever]

De rechtbank begrijpt dat het strafbare feit een grote impact heeft gehad op de benadeelde partij, zeker gelet op haar rol als leidinggevende bij de stichting die verantwoordelijk is voor de bewoners. Om echter in aanmerking te komen voor immateriële schadevergoeding moet er ofwel sprake zijn van objectief vastgesteld geestelijk letsel of er moet sprake zijn van een zo ernstig feit dat dat de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor het slachtoffer zó voor de hand liggen, dat (reeds daarom) ook zonder onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon (bijvoorbeeld verkrachting of een inbraak met geweld bij iemand thuis). Voor beide gevallen is de vordering onvoldoende onderbouwd.

Er is binnen deze strafprocedure geen ruimte meer om de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering omdat nadere onderbouwing van de vordering leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. Daarom moeten beide partijen hun eigen kosten betalen.

7. Vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf

Voorwaardelijke straf

De kinderrechter in Lelystad heeft aan [verdachte] in de zaak met parketnummer 16/125869-23 op 5 oktober 2023 een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 20 uur voorwaardelijk opgelegd, met een proeftijd van 2 jaar.

Wat vindt de officier van justitie?

De officier van justitie eist dat de rechtbank de proeftijd van de voorwaardelijk opgelegde straf verlengd met een jaar.

Wat vindt de advocaat?

De advocaat vraagt de rechtbank de proeftijd van de voorwaardelijk opgelegde straf te verlengen met een jaar.

Wat vindt de rechtbank?

De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde straf toe. [verdachte] heeft zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig gemaakt aan een strafbaar feit. Om die reden zal deze straf alsnog ten uitvoer gelegd worden.

8. Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straffen zijn gebaseerd op de artikelen 36f, 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 157 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde

9. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat [verdachte] het feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;

- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt [verdachte] daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid [verdachte]

- verklaart [verdachte] strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt [verdachte] tot een jeugddetentie van 120 dagen;

- bepaalt dat de tijd, door [verdachte] vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de jeugddetentie een gedeelte van 105 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat [verdachte] de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaar vast;

- als voorwaarden gelden dat [verdachte] :

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat [verdachte] gedurende de proeftijd:

* op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] ,

o met uitzondering van het contact dat door (professionele) derden moet plaatsvinden over de eventuele onderlinge verdeling van de schadevergoeding te betalen aan Stichting [naam] ;

o zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

* zal meewerken aan de begeleiding van Samen Sterk of een soortgelijke instelling, indien en zodra de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

* zal meewerken aan een positieve schoolgang en zich zal houden aan zijn schoolrooster;

* een positieve daginvulling zal hebben in de vorm van werk/sport en vrije tijd;

- waarbij de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 77aa, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en [verdachte] ten behoeve daarvan te begeleiden;

- veroordeelt [verdachte] tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf van 100 uur;

- beveelt dat voor het geval [verdachte] de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 50 jeugddetentie;

benadeelde partij Stichting [naam]

- wijst de vordering van Stichting [naam] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 373,88;

- veroordeelt [verdachte] hoofdelijk tot betaling aan Stichting [naam] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2025 tot de dag van volledige betaling;

- verklaart Stichting [naam] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- veroordeelt [verdachte] ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan [verdachte] de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van Stichting [naam] aan de Staat € 186,94 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2025 tot de dag van volledige betaling, waarbij gijzeling in verband met de jeugdige leeftijd van [verdachte] achterwege blijft;

- bepaalt dat [verdachte] van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

benadeelde partij [aangever]

- verklaart [aangever] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en [verdachte] , in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;

vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 16/125869-23

- wijst de vordering toe;

- gelast de tenuitvoerlegging van de door de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland bij vonnis van 5 oktober 2023 opgelegde voorwaardelijke taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 20 uren;

voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. T. van Haaren-Paulus, voorzitter, mrs. N.P.J. Janssens en S.M. van Meer, rechters en tevens kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. I.S.A. Nahumury als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026.

De oudste rechter en jongste rechter zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan [verdachte] is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 15 mei 2025 te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht bij een woning, gelegen aan het [adres 2] , door een cobra, althans knalvuurwerk, tezamen met een (pet)fles met ontbrandbare vloeistof, zijnde een Vuurwerk Brandstof Combinatie (VBC), althans een explosief en/of een brandbare stof, bij de voordeur van die woning te plaatsen en aan te steken en/of tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor goederen, te weten die woning en/of omliggende woningen en/of een of meer goederen in d(i)e woning(en) en/of in de directe omgeving van die woning en/of

- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten aanwezige personen in die woning en/of omliggende woningen en/of passerende personen,

te duchten was.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?