ECLI:NL:RBMNE:2026:1022

ECLI:NL:RBMNE:2026:1022

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 17-03-2026
Datum publicatie 17-03-2026
Zaaknummer 16/191844-25 en 16/042071-21
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

De verdachte wordt veroordeeld voor het in vereniging plegen van een gewapende overval op een juwelier. Strafmatiging vanwege de jonge leeftijd van de verdachte en proceshouding. Straf: gevangenisstraf van 28 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, proeftijd 2 jaar, met als bijzondere voorwaarden o.a. een locatieverbod met enkelband.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers: 16/191844-25 en 16/042071-21 (vordering tenuitvoerlegging)

Vonnis van de meervoudige kamer van 17 maart 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [2006] in [geboorteplaats] (Spanje),

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres:

[adres 1] , [postcode 1] in [woonplaats] , nu gedetineerd in het [verblijfplaats] ,

hierna: de verdachte.

1. De zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 19 februari 2026. Het onderzoek is gesloten op 17 maart 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

2. De tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij op 24 juni 2025, samen met anderen, een gewapende overval heeft gepleegd op [winkel] in Utrecht, waarbij gouden sieraden zijn buitgemaakt.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3. Het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat kan worden bewezen dat de verdachte de gewapende overval, samen met anderen, heeft gepleegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft geen verweer gevoerd over het bewijs.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt dat is bewezen dat de verdachte, samen met anderen, de ten laste gelegde gewapende overval heeft gepleegd. De verdachte heeft dit ook bekend. De rechtbank zal daarom volstaan met het noemen van de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert, in bijlage II van dit vonnis.

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

op 24 juni 2025 te Utrecht, tezamen en in vereniging met anderen, gouden sieraden, die aan

[winkel] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen medewerkers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , gepleegd met het

oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- zich, verkleed in djelleba en hoofddoek, als klant van de juwelierszaak voor te doen, bij de juwelierszaak aan te bellen en de juwelierszaak in te gaan, en

- voor de toonbank te gaan staan en te blijven staan met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de hand, en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de richting van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te richten en daarbij dit op een vuurwapen gelijkend voorwerp door te laden en

- over de toonbank te springen en naar die [slachtoffer 2] toe te rennen en

- die [slachtoffer 2] tegen het hoofd te slaan, en

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] de woorden toe te voegen: “doe het raam dicht” en “doe de deur open”.

4. De kwalificatie en strafbaarheid

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl dit feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

De verdachte is strafbaar.

5. De straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:

- een gevangenisstraf van 3 jaar, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met als bijzondere voorwaarden, kort gezegd:

 een meldplicht bij de reclassering;

 verplichte deelname aan een gedragsinterventie met betrekking tot de cognitieve vaardigheden van de verdachte;

 een contactverbod met de medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en met de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ;

 een locatieverbod voor de wijk Lombok met elektronisch toezicht;

 verplichte inspanning voor het vinden van dagbesteding met een vaste structuur;

 verplichte medewerking aan schuldsanering.

De officier van justitie heeft hierbij geëist dat deze bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit om bij een bewezenverklaring een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de periode dat de verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, eventueel aangevuld met een voorwaardelijk strafdeel en een taakstraf. Ter onderbouwing daarvan heeft de raadsvrouw het volgende naar voren gebracht.

Vanwege de leeftijd, het karakter en de ontwikkelingsfase van de verdachte zou bij de strafoplegging het jeugdstrafrecht moeten worden toegepast. De manier waarop de overval is voorbereid en gepleegd getuigt van kinderlijke overmoed. De verdachte is weliswaar meerderjarig, maar heeft een jeugdig karakter en is maar beperkt zelfredzaam. Zijn hersenfuncties zijn, zoals bij alle jongeren van zijn leeftijd, nog niet uitontwikkeld, waardoor hij pedagogisch nog beïnvloedbaar is. De verdachte woont bij zijn moeder met wie hij een goede band heeft. Zijn moeder kan hem begeleiden en zou bij toepassing van het jeugdstrafrecht een grotere rol krijgen dan bij het volwassenenstrafrecht.

Ook als geen jeugdstrafrecht wordt toegepast, zou rekening moeten worden gehouden met de jeugdige leeftijd en het karakter van de verdachte. Gevangenisstraf heeft grote impact op hem en zorgt voor negatieve beïnvloeding.

Verder heeft de verdachte, in tegenstelling tot de medeverdachten, al in een vroeg stadium van het onderzoek een bekennende verklaring afgelegd, en heeft daarbij niet geprobeerd zijn eigen rol in de overval af te zwakken. Ook dit moet tot strafmatiging leiden, aldus de raadsvrouw.

Het oordeel van de rechtbank

Inleiding

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

De ernst en omstandigheden van de gepleegde feiten

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een gewapende overval op een juwelier, waarbij de medewerkers van de juwelier doodsangst is aangejaagd door hen te bedreigen met een voor hen niet van echt te onderscheiden imitatie-Uzi en waarbij verdachte een van hen een vuistslag in het gezicht heeft gegeven.

Een dergelijke overval is voor de directe slachtoffers daarvan een traumatische ervaring. Uit de in het dossier opgenomen en op de zitting vertoonde videobeelden van de overval en de slachtofferverklaring van een van de juweliermedewerkers blijkt duidelijk hoe heftig de overval is geweest en dat deze een enorme impact op hen heeft gehad.

Daarnaast zorgt een dergelijke overval voor angstgevoelens in de samenleving. Doordat de overval midden op de dag in een drukke winkelstraat plaatsvond, zijn ook veel omstanders er getuige van geweest.

De rechtbank rekent dit alles de verdachte ernstig aan.

De persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Uit het strafblad van de verdachte blijkt dat hij voorafgaand aan de overal niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld.

Door de reclassering is op 21 januari 2026 een rapport over de verdachte opgemaakt.

Hieruit blijkt dat de reclassering het risico op recidive als gemiddeld tot hoog inschat. Dit hangt samen met de financiële problemen van de verdachte, zijn negatieve sociale netwerk en zijn beperkte oplossingsvaardigheden. De reclassering adviseert daarom bij een voorwaardelijk strafdeel bijzondere voorwaarden op te leggen om deze risicofactoren positief te beïnvloeden en zo het recidiverisico te verkleinen.

De reclassering adviseert, gelet op haar inschatting van de geestelijke vermogens van de verdachte, het volwassenenstrafrecht toe te passen.

De op te leggen straf

De rechtbank ziet geen reden om bij de bestraffing van de verdachte het jeugdstrafrecht toe te passen. De verdachte is meerderjarig, niet bijzonder kwetsbaar en de reclassering adviseert de toepassing van het volwassenenstrafrecht. Verder speelt mee dat verdachte tijdens zijn minderjarigheid gedurende langere tijd onder toezicht heeft gestaan van de Jeugdreclassering, maar dat de verdachte desondanks een ernstig strafbaar feit heeft gepleegd.

De rechtbank zal bij het bepalen van de straf wel rekening houden met de jongvolwassenheid van de verdachte en de conclusie van de reclassering, dat de verdachte nog een jeugdig karakter heeft en ondersteuning nodig heeft om verdere problemen te voorkomen en op een gezonde manier zelfstandig te worden.

Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten (de LOVS-oriëntatiepunten). Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken.

Het oriëntatiepunt voor een gewapende overval op een winkel is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 2 jaar bij “licht geweld”, waarbij samenwerking en planning met anderen geldt als strafverzwarend. De rechtbank acht het dreigen met een levensechte imitatie-Uzi en het geven van een vuistslag ernstiger dan “licht geweld”. Bovendien is de overval in nauwe samenwerking met anderen gepland en gepleegd. Als uitgangspunt voor de op te leggen straf hanteert de rechtbank daarom een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 2,5 jaar (30 maanden).

De rechtbank zal in het voordeel van de verdachte afwijken van dit uitgangspunt, om de volgende redenen.

Ten eerste was verdachte ten tijde van de overval pas 18 jaar oud. De rechtbank deelt de inschatting van de reclassering dat de verdachte nog een jeugdig karakter heeft, en deelt de inschatting van de raadsvrouw dat de overval blijk geeft van een onvolgroeid beoordelingsvermogen. Hierom, en om eventuele detentieschade en verharding te voorkomen, zal de rechtbank een substantieel deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen. Hierbij weegt mee dat deze voorwaarden, met name het locatieverbod met elektronische controle, ook een forse inbreuk op de bewegingsvrijheid van de verdachte zullen betekenen.

Ten tweede heeft de verdachte, in tegenstelling tot zijn medeverdachten, relatief openhartig verklaard over zijn rol in de overval, en heeft daarbij niet geprobeerd zijn rol te minimaliseren. De rechtbank ziet daarin een aanwijzing dat de verdachte verantwoordelijkheid neemt voor zijn daden en in positieve zin wil breken met zijn verleden, zoals hij op de zitting heeft verklaard. Ook het positieve gedrag dat de verdachte, blijkens het reclasseringsrapport, tijdens zijn detentie heeft laten zien wijst in die richting.

Gelet op de ernst van het misdrijf legt de rechtbank vanwege deze strafvermindering aanvullend een forse taakstraf op.

Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 28 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, op zijn plaats, in combinatie met een taakstraf van 240 uur.

De tijd die de verdachte in voorarrest heeft gezeten wordt op de gevangenisstraf in mindering gebracht.

Omdat verdachte schijnbaar uit het niets, zonder justitiële voorgeschiedenis, betrokken is als mededader bij een gewapende overval en gelet op de inschatting en onderbouwing van de kans op herhaling door de reclassering, houdt de rechtbank er ernstig rekening mee dat de verdachte bij vrijlating weer een misdrijf zal begaan dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank zal daarom de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar verklaren.

6. In beslag genomen voorwerpen

De in deze paragraaf vermelde voorwerpen zijn genummerd en omschreven volgens de beslaglijst in het dossier van 20 februari 2026.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de volgende in beslag genomen voorwerpen verbeurd te verklaren, omdat door middel van deze voorwerpen de ten laste gelegde overval is gepleegd. Deze voorwerpen betreffen:

6) 1 STK jurk (omschrijving: PL0900-2025209896-G3548827);

8) 1 STK kleding (omschrijving: PL0900-2025209896-G3548516, Under Armour);

10) 1 STK bedrijfsauto [kenteken] (omschrijving: PL0900-2025209896-3462053, wit, merk: Peugeot);

17) 8 STK tie wrap (omschrijving: MD4R025071_861487).

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit de Peugeot bedrijfsauto met kenteken [kenteken] aan de verdachte terug te geven. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd.

De verdachte heeft een groot belang bij teruggave van deze bedrijfsauto. Hij heeft hem gekocht voor zijn ZZP-werk als koerier, met geld dat hij van zijn moeder had geleend. De verdachte wil zijn moeder dit geleende geld terugbetalen, en daarvoor is de teruggave van de auto noodzakelijk. De bedrijfsauto is ook niet gebruikt bij het plegen van de overval. Het was slechts een van de auto’s die zijn gebruikt bij de vlucht. Een andere vluchtauto is aan de moeder van een van de medeverdachten teruggegeven.

Ten aanzien van de overige voorwerpen heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de volgende in beslag genomen voorwerpen verbeurd verklaren, omdat

met behulp van deze voorwerpen de bewezen verklaarde overval is gepleegd:

6) 1 STK jurk (omschrijving: PL0900-2025209896-G3548827);

8) 1 STK kleding (omschrijving: PL0900-2025209896-G3548516, Under Armour);

17) 8 STK tie wrap (omschrijving: MD4R025071_861487).

De rechtbank zal het volgende in beslag genomen voorwerp teruggeven aan de verdachte:

10) 1 STK bedrijfsauto [kenteken] (omschrijving: PL0900-2025209896-3462053, wit, merk: Peugeot)

en overweegt hiertoe als volgt.

Deze bedrijfsauto vertegenwoordigt een relatief grote financiële waarde voor de verdachte. Hij heeft de bedrijfsauto gekocht voor zijn werk als koerier, met geld dat hij van zijn moeder had geleend. De auto’s die door medeverdachten bij de overval zijn gebruikt, zijn inmiddels teruggegeven aan de rechthebbenden. De reclassering heeft geadviseerd aan de verdachte geen financiële sanctie op te leggen. De rechtbank acht het onder deze omstandigheden niet passend, om naast een gevangenisstraf en een taakstraf aan de verdachte een substantiële financiële sanctie als verbeurdverklaring van de bedrijfsauto op te leggen.

7. De vorderingen door benadeelde partijen

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een verzoek tot schadevergoeding ingediend, waarin zij van verdachte een bedrag van € 4.621,37 vordert, als vergoeding voor de schade die zij stelt te hebben geleden als gevolg van het feit waarvan de verdachte is beschuldigd.

Het gevorderde bedrag is als volgt opgebouwd:

- € 2.121,37 € 2.121,37 als vergoeding voor materiële schade, bestaande uit:

 € 2.038,08 als vergoeding voor gederfd salaris;

 € 83,29 als vergoeding voor kosten slaapmedicatie;

- € 2.500,- € 2.500,- als vergoeding voor immateriële schade.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een verzoek tot schadevergoeding ingediend, waarin hij van verdachte een bedrag van € 2.800,- vordert, als vergoeding voor de immateriële schade die hij stelt te hebben geleden als gevolg van het feit waarvan de verdachte is beschuldigd.

Beide benadeelde partijen vorderen hierbij een verhoging van de gevorderde bedragen met de verschuldigde wettelijke rente, en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vorderingen van beide benadeelde partijen in zijn geheel toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de vorderingen van beide benadeelde partijen gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] toewijzen. Deze vorderingen zijn voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet betwist.

De verdachte is voor de schade met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partijen voor het hele bedrag aansprakelijk is.

8. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde straf

De kinderrechter in Utrecht heeft op 16 juni 2021 aan de verdachte in de zaak met parketnummer 16/042071-21 onder meer een voorwaardelijke taakstraf van 50 uur opgelegd, met een proeftijd van twee jaar. Deze proeftijd is op 2 november 2023 door de kinderrechter te Utrecht met één jaar verlengd, waardoor de proeftijd op 30 juni 2024 is beëindigd.

Het Openbaar Ministerie heeft op 25 augustus 2025 de rechtbank gevorderd deze voorwaardelijke taakstraf ten uitvoer te leggen, omdat de verdachte zich binnen de proeftijd schuldig zou hebben gemaakt aan de onderhavige winkeloverval.

Omdat de onderhavige winkeloverval heeft plaatsgevonden na afloop van de proeftijd, zal de rechtbank, conform de eis van de officier van justitie ter zitting, het Openbaar Ministier niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot tenuitvoerlegging.

9. De toegepaste wetsartikelen

De beslissing van de rechtbank berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36f en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in paragraaf 3.4 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 28 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 12 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- als voorwaarden gelden dat verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

* zich volgens afspraak zal melden bij [instelling] , gevestigd op het adres [adres 2] , [postcode 2] te [plaats] en zal meewerken aan het toezicht en de begeleiding door de reclassering, zolang de reclassering dit nodig vindt;

* zal deelnemen aan de gedragsinterventie CoVa (cognitieve vaardigheden), of aan een andere gedragstraining die gericht is op cognitieve vaardigheden, te bepalen door de reclassering. De verdachte houdt zich hierbij aan de aanwijzingen van de trainer;

* op geen enkele wijze, direct of indirect, contact zoekt of heeft met de medeverdachten [medeverdachte 1] , geboortedatum [2006] , [medeverdachte 2] , geboortedatum op [2006] en [medeverdachte 3] , geboortedatum [2005] , tenzij dit contact plaatsvindt met uitdrukkelijke toestemming van de reclassering en daarbij de aanwijzingen van de reclassering worden opgevolgd;

* op geen enkele wijze, direct of indirect, contact zoekt of heeft met de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , geboortedatum [2003] , en [slachtoffer 2] , geboortedatum [1990] , tenzij dit contact plaatsvindt met uitdrukkelijke toestemming van de reclassering en daarbij de aanwijzingen van de reclassering worden opgevolgd;

* zich niet zal bevinden in het deel van de wijk Lombok in Utrecht dat wordt begrensd door de Leidsekade, de Billitonkade, de Vleutenseweg en het Westplein, zoals hieronder weergegeven, zolang de reclassering dat nodig vindt. De Vleutenseweg, en het Westplein vallen zelf niet binnen de begrenzing van het locatieverbod.

De verdachte werkt mee aan elektronisch toezicht op de naleving van het locatieverbod in de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt.

Voor een goede werking van het elektronisch toezicht mag de verdachte gedurende de duur van het elektronisch toezicht Nederland niet verlaten zonder toestemming van de reclassering.

Het Openbaar Ministerie kan op verzoek van de reclassering dit locatieverbod (deels) laten vervallen;

*Afbeelding is i.v.m. mogelijke herleidbaarheid naar personen verwijderd.

* zich zal inspannen voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur;

* de reclassering inzicht zal gegeven in zijn financiën en schulden en zal meewerken aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt het meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen;

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering dadelijk uitvoerbaar zijn;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uren;

- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 120 dagen hechtenis;

beslag

- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd (genummerd en omschreven volgens de beslaglijst in het dossier van 20 februari 2026):

- gelast de teruggave aan verdachte van het volgende voorwerp (genummerd en omschreven volgens de beslaglijst in het dossier van 20 februari 2026):

10) 1 STK bedrijfsauto [kenteken] (omschrijving: PL0900-2025209896-3462053, wit, merk: Peugeot;

benadeelde partij [slachtoffer 1]

- wijst de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] geheel toe tot een bedrag van

€ 4.621,37 (vierduizendzeshonderdeenentwintig euro en zevenendertig eurocent);

- veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 juni 2025 tot de dag van volledige betaling, met dien verstande dat indien en voor zover door een van zijn mededaders (een deel van) dit bedrag aan de benadeelde partij is betaald, de verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan de verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 4.621,37 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 juni 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 46 dagen gijzeling, met dien verstande dat indien en voor zover door een van zijn mededaders (een deel van) dit bedrag aan de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

benadeelde partij [slachtoffer 2]

- wijst de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] geheel toe tot een bedrag van

€ 2.800,- (achtentwintighonderd euro);

- veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 juni 2025 tot de dag van volledige betaling, met dien verstande dat indien en voor zover door een van zijn mededaders (een deel van) dit bedrag aan de benadeelde partij is betaald, de verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan de verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 2.800,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 juni 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 28 dagen gijzeling, met dien verstande dat indien en voor zover door een van zijn mededaders (een deel van) dit bedrag aan de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 16/042071-21

- verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.C. Michon, voorzitter, mr. J.F. Haeck en

mr. K. de Meulder, rechters, in tegenwoordigheid van A. van der Zwan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 maart 2026.

Bijlage I: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 24 juni 2025 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (gouden) sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [winkel] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoórde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen medewerkers [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- zich, verkleed in djelleba en/of hoofddoek, als klant van de juwelierszaak voor te doen, althans bij de juwelierszaak aan te bellen en/of de juwelierszaak in te gaan, en/of

- voor de toonbank te gaan staan en/of te blijven staan met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in de hand, en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in de richting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te richten en/of (daarbij) dit vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, door te laden en/of

- over de toonbank te springen/klimmen en/of naar die [slachtoffer 2] toe te rennen en/of

- die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd, althans het lichaam, te slaan, en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] de woorden toe te voegen: “doe het raam dicht” en/of “doe de deur open”, althans woorden van soortgelijke (dreigende) aard en/of strekking.

Bijlage II: de bewijsmiddelen

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 19 februari 2026;

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte van 9 juli 2025, genummerd [.] , opgemaakt door de politie Midden-Nederland, houdende een bekennende verklaring van verdachte, doorgenummerde pagina’s 610 e.v.

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] van 24 juni 2025, genummerd PL0900-2025209896-14, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, doorgenummerde pagina’s 20 e.v.

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] van 25 juni 2025, genummerd PL0900-2025209896-76, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, doorgenummerde pagina’s 26 e.v.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?