ECLI:NL:RBMNE:2026:1023

ECLI:NL:RBMNE:2026:1023

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 17-03-2026
Datum publicatie 17-03-2026
Zaaknummer C/16/606807 / KL ZA 26-40
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

Vordering tot rectificatie uitlatingen Gemeente Gooise Meren wordt afgewezen. Artikel 8 en 10 EVRM.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Lelystad

Zaaknummer: C/16/606807 / KL ZA 26-40

Vonnis in kort geding van 17 maart 2026

in de zaak van

SPEELPARK OUD VALKEVEEN B.V.,

te Amsterdam,

eisende partij,

hierna te noemen: speelpark Oud Valkeveen,

advocaat: mr. H.A.J.M. van Kaam en mr. P.P.A. Steijvers,

tegen

GEMEENTE GOOISE MEREN,

te Bussum,

gedaagde partij,

hierna te noemen: de Gemeente,

advocaat mr. C.W. Kniestedt.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de (niet betekende) dagvaarding met producties (1-10),- de conclusie van antwoord met producties (1-5),- de nadere producties van speelpark Oud Valkeveen (11-16C),

Op 3 maart 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De Gemeente is vrijwillig verschenen. Beide partijen hebben pleitaantekeningen overgelegd en de griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken. Aan het einde van de zitting is bepaald dat op 17 maart 2026 vonnis zal worden gewezen.

2. De kern van de zaak

Op 29 januari 2026 heeft de Gemeente op haar website een bericht over speelpark Oud Valkeveen geplaatst. In het bericht staat onder meer het volgende: “In de afgelopen jaren heeft het park gestage groei doorgemaakt, die spanning oplevert met het natuurgebied dat het park omringt en omwonenden. En: “Er is daarbij speciale aandacht voor de effecten op de omgeving, omdat de grenzen van het speelpark ten aanzien van stikstofuitstoot en natuur zijn bereikt.

Speelpark Oud Valkeveen kwalificeert deze twee uitlatingen als een tegen haar gerichte beschuldiging die geen steun vindt in de feiten. Volgens speelpark Oud Valkeveen zijn de uitlatingen onrechtmatig en schadelijk voor haar eer en goede naam, reputatie en zakelijke bedrijfsvoering. Speelpark Oud Valkeveen wil dat de Gemeente deze twee mededelingen rectificeert en dat het de Gemeente wordt verboden om op basis van het thans bekende feitenmateriaal dergelijke beschuldigingen te herhalen.

De Gemeente voert verweer en stelt dat er geen grondslag is voor rectificatie en gebod. De Gemeente krijgt gelijk.

3. De beoordeling

Speelpark Oud Valkeveen heeft een spoedeisend belang

In een kortgedingprocedure wordt gevraagd om een spoedmaatregel te nemen. De wet gaat ervan uit dat na de kortgedingprocedure een gewone rechtszaak zal komen, dit heet een ‘bodemprocedure’. Een kortgedingprocedure loopt op een bodemprocedure vooruit. De voorzieningenrechter in kort geding probeert in te schatten of een bodemrechter de vordering waarschijnlijk zal toewijzen. Een kortgeding uitspraak is daarom niet meer dan een voorlopige beslissing waarbij een spoedeisend belang is. Daarom moeten belangrijke feiten duidelijk zijn, want tijd voor bewijslevering is er niet. Daarnaast moet een spoedeisend belang bij de gestelde vordering aanwezig zijn.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat het spoedeisend belang van Speelpark Oud Valkeveen in de aard van de zaak besloten ligt. Speelpark Oud Valkeveen stelt dat zij door de door de Gemeente gedane uitlatingen schade lijdt en dat wordt gevreesd dat de Gemeente haar uitlatingen zal herhalen.

De toetsingskaders

Bij een vordering tot rectificatie en/of een vordering tot een gebod tot het zich weerhouden van het doen van bepaalde uitspraken, strijden het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer als verankerd in artikel 10 Grondwet en artikel 8 EVRM enerzijds en het recht op vrijheid van meningsuiting als neergelegd in artikel 7 Grondwet en artikel 10 EVRM anderzijds. Uit vaste rechtspraak volgt dat geen van beide grondrechten op voorhand voorrang heeft boven het andere grondrecht. Het antwoord op de vraag welk van de beide grondrechten in een concreet geval zwaarder weegt, moet worden gevonden door een afweging van alle ter zake dienende omstandigheden van het geval. Dit zijn onder meer:

de inhoud en vorm van de uitlatingen,

de ernst van de gevolgen voor degene op wie de uitlatingen betrekking hebben,

de persoon/organisatie die de uitlating deed,

de mate waarin de uitlatingen steun vinden in de beschikbare feiten,

de mate waarin de uitlatingen een bijdrage leveren aan een (publiek) debat van algemeen belang.

Het belang aan de zijde van speelpark Oud Valkeveen is onder meer dat zij door de twee uitlatingen van de Gemeente niet wordt blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen, die haar naam en reputatie onnodig schaden. Aan de kant van de Gemeente is het belang om zich in het publieke domein actief uit te (blijven) spreken over onderwerpen die bijdragen aan het algemeen belang.

Voor de gevorderde rectificatie op grond van artikel 6:167 BW is vereist dat de Gemeente jegens speelpark Oud Valkeveen aansprakelijk is op grond van het doen van een onjuiste of door onvolledigheid misleidende publicatie van gegevens van feitelijke aard (lid 1), danwel dat aansprakelijkheid ontbreekt omdat bij de Gemeente sprake is van onbekendheid met de onjuistheid of onvolledigheid van de publicatie (lid 2).

De Gemeente heeft geen beschuldigingen geuit

Volgens de Gemeente levert de groei van het speelpark spanning op met het natuurgebied dat het park omringt en met omwonenden. Ook zijn volgens de Gemeente de grenzen van het speelpark ten aanzien van stikstofuitstoot en natuur bereikt. Nergens blijkt uit dat de Gemeente hier het speelpark Oud Valkeveen iets verwijt. De twee uitlatingen zijn dan ook niet aan te merken als beschuldigingen aan het adres van speelpark Oud Valkeveen. Het is niet meer of minder dan een mening of een constatering van de Gemeente over de te verwachten neveneffecten bij een uitbreiding van de exploitatie van het speelpark.

De positie van de Gemeente

De Gemeente, waaronder ook de burgemeester en wethouders moet worden begrepen, komt een ruime vrijheid van meningsuiting toe. Daar staat tegenover dat van partijen met een bepaald aanzien en verantwoordelijkheid ook mag worden verwacht dat zij zich met enige zorgvuldigheid uitlaten in het publieke domein. Speelpark Oud Valkeveen verwijt de Gemeente dat zij deze grens heeft overschreden door ongefundeerde beschuldigingen over speelpark Oud Valkeveen te uiten. Onder 3.6. is al aangegeven dat er geen beschuldigingen aan het adres van speelpark Oud Valkeveen geuit zijn. Het verwijt van speelpark Oud Valkeveen dat de beschuldigingen een bijzonder gezag en bereik hebben gaat dan ook niet op. Bovendien gaat speelpark Oud Valkeveen er aan voorbij dat er van de zijde van de Gemeente ook positief over het speelpark wordt gesproken.

De Gemeente kan niet worden verweten dat zij haar twee uitlatingen op het Instagram-kanaal van speelpark Oud Valkeveen heeft geplaatst

Speelpark Oud Valkeveen verwijt de Gemeente dat zij de twee mededelingen bewust op het Instagram-kanaal van speelpark Oud Valkeveen heeft geplaatst en dat dit schadelijk is voor de bedrijfsvoering. Speelpark Oud Valkeveen miskent daarmee dat de Gemeente dit heeft gedaan als reactie op een door speelpark Oud Valkeveen eerder op haar Instagram-kanaal geplaatst bericht over de Gemeente. Dit eerdere bericht van speelpark Oud Valkeveen is weinig zakelijk en ook tamelijk negatief van toonzetting. Zo wordt de huidige burgemeester van de Gemeente weggezet als een destructieve bestuurder die via zijn met naam genoemde wethouder het speelpark Oud Valkeveen bewust sloopt. Ook wordt - ten onrechte - gemeld dat de Gemeente van plan is het speelpark volledig te sluiten en dat dit beleid stiekem is weggeschreven in een nieuw omgevingsplan. Het bericht sluit af met een spotprent van de burgemeester die aan zijn kraag door boos uitziende figuurtjes het speelpark uitgezet wordt. Dat de Gemeente dan op hetzelfde communicatiekanaal een tegenbericht plaatst, kan de Gemeente niet kwalijk worden genomen. En zoals hiervoor onder 3.6. is overwogen bevat het bericht van speelpark Oud Valkeveen geen beschuldigingen.

De uitlating van de Gemeente dat de gestage groei van het speelpark ‘spanning oplevert met het natuurgebied dat het park omringt en omwonenden’ vindt voldoende steun in de feiten

In rechtsoverweging 9.2. van de tussenuitspraak van 6 januari 2021 van de Afdeling Bestuursrechtspraak (verder “de Afdeling”) meldt de Afdeling dat de raad van de gemeente Gooise Meren (hierna de raad) voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het speelpark in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar dat het zich wel bevindt aan de grens van wat nog aanvaardbaar kan worden geacht. Dit volgt volgens de Afdeling uit de in rechtsoverweging 9.2. nader beschreven uitkomsten van het geluidsonderzoek en het ecologisch onderzoek. Zo noemt de Afdeling dat uit het geluidsonderzoek volgt dat als meer dan de nu vergunde attracties worden gerealiseerd, dan niet meer aan de richtwaarden voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de omwonende kan worden voldaan. Over het ecologisch onderzoek merkt de Afdeling op dat geluid een negatieve invloed kan hebben op het leefgebied van geluidsgevoelige vogels en dat bij toename van het geluid als gevolg van uitbreiding of verplaatsing van attracties een effect op beschermende diersoorten niet op voorhand kan worden uitgesloten. De uitlating van de Gemeente dat de gestage groei van het speelpark ‘spanning oplevert met het natuurgebied dat het park omringt en omwonenden’ vindt dus voldoende steun in de feiten.

Niet gebleken is dat de uitlating van de Gemeente dat de grenzen van het speelpark ten aanzien van stikstofuitstoot en natuur zijn bereikt voldoende steun vinden in de feiten

De Gemeente heeft in de inleiding van de Uitgangpuntennotitie Omgevingsplan Speelpark Oud Valkeveen geschreven dat de uitspraak van de Afdeling laat zien dat de grenzen van het speelpark ten aanzien van stikstofuitstoot en natuur zijn bereikt. De Gemeente verwijst daarmee naar de einduitspraak van de Afdeling van 17 januari 2024. Op de zitting heeft de Gemeente gesteld dat deze einduitspraak van de Afdeling ook de basis is waarop zij haar mededeling in het publieke debat dat de grenzen van het speelpark ten aanzien van stikstofuitstoot en natuur zijn bereikt, heeft gebaseerd. Deze basis acht de voorzieningenrechter onvoldoende. De conclusie die de Gemeente trekt over bijvoorbeeld de stikstofuitstoot volgt namelijk logischerwijze niet een-op-een uit de einduitspraak van de Afdeling. De Afdeling heeft het Bestemmingsplan Oud Valkeveen e.o. 2019 vernietigd mede omdat de door de raad uitgevoerde beoordeling over de gevolgen van het aspect stikstof zodanige gebreken of leemten in kennis bevat dat de raad deze beoordeling niet aan het Bestemmingplan ten grondslag heeft kunnen leggen. Daarmee is niet door de Afdeling geoordeeld dat het door de raad gewenste beleid met betrekking tot het speelpark niet mogelijk is omdat de grenzen ten aanzien van het stikstofuitstoot is bereikt. Volgens de Afdeling heeft de raad simpelweg niet voldoende kunnen onderbouwen dat het Bestemmingsplan niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. Hoewel duidelijk is dat de grenzen ten aanzien van stikstofuitstoot steeds een onderwerp van discussie is, vindt de uitspraak dat de grens van stikstofuitstoot is bereikt onvoldoende steun in het feitenmateriaal.

Speelpark Oud Valkeveen heeft de gestelde geleden schade niet aannemelijk gemaakt

Speelpark Oud Valkeveen acht de uitspraken vanzelfsprekend schadelijk voor de eer en goede naam, reputatie en zakelijke bedrijfsvoering. Speelpark Oud Valkeveen gaat er dan vanuit dat de uitspraken beschuldigingen zijn die bij het publiek, omwonenden en bezoekers ten onrechte de indruk wekken dat speelpark Oud Valkeveen onverantwoord zou omgaan met haar natuurlijke omgeving en daarbij de grenzen van natuur en leefomgeving zou overschrijden. Zoals hiervoor onder 3.6. al is aangegeven zijn de uitlatingen niet te kwalificeren als beschuldigingen. Verder geldt dat de Gemeente met het doen van de uitspraken op geen enkele wijze de indruk wekt dat speelpark Oud Valkeveen onverantwoord zou omgaan met haar natuurlijke omgeving en daarbij de grenzen van natuur en leefomgeving zou overschrijden. Overigens geldt dat je ook bij zorgvuldig handelen tegen een stikstofgrens kan aangelopen en daar mag de Gemeente aandacht voor vragen.

Volgens speelpark Oud Valkeveen loopt door de gedane uitspraken het aantal verkochte abonnementen aantoonbaar achter ten opzichte van vorig jaar. Dat dit het geval is, is niet aannemelijk gemaakt. Het feit dat de directeur van het speelpark deze blote mededeling in een e-mail van 27 februari 2026 aan de advocaat van speelpark Oud Valkeveen schrijft, is geen (voldoende) onderbouwing. Andere onderbouwing van schade wegens het teruglopen van verkochte abonnementen ontbreekt.

Conclusie

De Gemeente heeft geen beschuldigingen geuit, speelpark Oud Valkeveen zoekt zelf actief de publiciteit en kan verwachten dat de Gemeente daar op reageert, de uitlatingen vinden voor een deel voldoende steun in de feiten en de door speelpark Oud Valkeveen gesteld geleden schade is niet aannemelijk. De voorzieningenrechter acht de uitlatingen dan ook niet onrechtmatig. Dat hierboven (3.10) is geoordeeld dat de uitlating dat de grens van de stikstofuitstoot is bereikt, onvoldoende steun vindt in de feiten, maakt dit niet anders. Dit behoeft immers niet zondermeer tot onrechtmatigheid te leiden. Alle relevante omstandigheden dienen in ogenschouw te worden genomen, waaronder de hierboven genoemde omstandigheden. De vorderingen komen, alles afwegende, dan ook niet voor toewijzing in aanmerking.

De proceskosten komen voor rekening van speelpark Oud Valkeveen

Speelpark Oud Valkeveen is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de Gemeente worden begroot op:

- griffierecht

735,00

- salaris advocaat

1.177,00

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.101,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter

wijst de vorderingen van speelpark Oud Valkeveen af,

veroordeelt speelpark Oud Valkeveen in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als speelpark Oud Valkeveen niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt speelpark Oud Valkeveen tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Schuman en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026.

4428

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?