Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 608358 HA RK 26-46
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van
16 maart 2026
op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:
1. [verzoeker sub 1] ,
wonende in [woonplaats] ,
2. [verzoeker sub 2] ,
wonende in [woonplaats] ,
hierna: samen te noemen ‘verzoekers’ en afzonderlijk te noemen ‘ [verzoeker sub 1] ’ en ‘ [verzoeker sub 2] ’.
1. De procedure
Verzoekers hebben per e-mail van 12 maart 2026 mr. L. van ’t Hof gewraakt.
Mr. Van ‘t Hof (hierna: de rechter) is de behandelend rechter in de zaak met het zaaknummer 598985 HA ZA 25-450 (hierna: de hoofdzaak).
De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. De beoordeling
In artikel 36 Rv staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
In de hoofdzaak geldt verplichte procesvertegenwoordiging. In procedures waarin procesvertegenwoordiging verplicht is, is ondertekening van een schriftelijk wrakingsverzoek door een advocaat vereist. Dit betekent dat verzoekers alleen met bijstand van een advocaat een schriftelijk wrakingsverzoek kunnen indienen. [verzoeker sub 1] is hiervan op de hoogte, althans had daarvan op de hoogte kunnen en moeten zijn, omdat zij daarop is gewezen in de beslissing van de Wrakingskamer van 9 februari 2026 in de zaak met zaaknummer 606228 HA RK 26-14. Verzoekers hebben hun wrakingsverzoek niet ingediend met bijstand van een advocaat.
De conclusie is dat verzoekers niet-ontvankelijk zijn in hun wrakingsverzoek.
3. De beslissing
De wrakingskamer
verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun wrakingsverzoek;
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoekers, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank;
bepaalt dat de procedure van verzoekster met zaaknummer 598985 HA ZA 25-450 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is genomen door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mr. M.S.T. Belt en
mr. B.F. Hammerle als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. D. van Wijk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.