RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Toezicht
Locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/26/122 F
Vonnis op grond van artikel 1 Fw (verzoek tot faillietverklaring)
d.d. 17 maart 2026
in de zaak van
de vennootschap naar buitenlands recht
B2MOBILITY GMBH ,
gevestigd te Bochum (Duitsland),
advocaat mr. M.C. Franken-Schoemaker,
en
de naamloze vennootschap
TOTAL ENERGIES MARKETING NEDERLAND N.V.,
gevestigd te Den Haag,
verzoeksters,
advocaat mr. M.C. Franken-Schoemaker,
hierna gezamenlijk te noemen: B2Mobility c.s.,
tegen
de vennootschap onder firma
[bedrijf] V.O.F.,
vestigingsplaats te [vestigingsplaats] ,
verweerster,
hierna te noemen: [bedrijf] .
1. De procedure
Verzoekers hebben een verzoekschrift tot faillietverklaring van [bedrijf] op 24 februari 2026 bij de rechtbank ingediend.
Het verzoekschrift is behandeld tijdens een zitting van deze rechtbank achter gesloten deuren van 17 maart 2026. Namens B2Mobility c.s. is verschenen mr. M.C. Franken-Schoemaker. Namens [bedrijf] is verschenen de heer [vennoot] , vennoot.
2. De beoordeling
Nu niet is gesteld of gebleken dat het centrum van de voornaamste belangen van [bedrijf] zich in een andere lidstaat bevindt dan die waarin de plaats van haar vestigingsplaats is gelegen, gaat de rechtbank op grond van het bepaalde in artikel 3 van de EU Insolventieverordening uit van de bevoegdheid van de Nederlandse rechter.
B2Mobility c.s. stelt zich op het standpunt dat zij tot op heden een opeisbare vordering heeft op [bedrijf] van € 24.470,08 respectievelijk € 6.765,76.
[bedrijf] heeft een lopende onderneming met meerdere werknemers. Ter zitting heeft de heer [vennoot] verklaard dat hij een plan heeft gemaakt om de schulden van [bedrijf] te voldoen. Hij heeft een nieuwe klant en verwacht binnen afzienbare tijd veel inkomsten te kunnen genereren. De heer [vennoot] heeft verklaard ook een schuld te hebben bij de Belastingdienst, waarop wordt afgelost.
Total Energies Marketing Nederland heeft vorig jaar een verzoekschrift ingediend tot faillietverklaring van [bedrijf] . Vervolgens werd een betalingsregeling overeengekomen. [bedrijf] is deze betalingsregeling niet nagekomen. Daarom heeft B2Mobility c.s. opnieuw verzocht om het faillissement van [bedrijf] .
Artikel 6, derde lid, van de Faillissementswet bepaalt dat de rechter op verzoek van B2Mobility c.s. een faillissement uitspreekt als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet B2Mobility c.s. een vorderingsrecht hebben. Ten tweede moet worden vastgesteld of [bedrijf] is opgehouden te betalen. Dit vereist dat er in ieder geval meerdere schuldeisers zijn. Daarnaast moeten er ook andere omstandigheden zijn waaruit blijkt dat de [bedrijf] is opgehouden te betalen
B2Mobility c.s. heeft een opeisbare vordering en er is sprake van pluraliteit van schuldeisers. Ter zitting is niet gebleken van een concreet plan van [bedrijf] om de schulden binnen een redelijke termijn te voldoen. Daarnaast heeft [bedrijf] , voor zover bekend, nog geen (deel)betalingen verricht aan B2Mobility c.s. Ook heeft [bedrijf] nog een schuld bij de Belastingdienst, die niet gering is. Daarnaast is [bedrijf] de eerder overeengekomen betalingsregeling niet nagekomen. Daarom oordeelt de rechtbank dat [bedrijf] in een toestand verkeert, waarin zij is opgehouden te betalen.
Het verzoek zal met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 1, 2, 4, 6, en 14 Fw worden toegewezen.
3. De beslissing
De rechtbank:
verklaart
[bedrijf] V.O.F.,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [nummer] ,
vestigingsadres: [postcode] [vestigingsplaats] , [adres] ,
in staat van faillissement,
benoemt tot rechter-commissaris mr. R.W.J. van Veen, lid van deze rechtbank, en stelt aan tot curator mr. D.H. de Haan, advocaat te Utrecht, telefoonnummer 0884804000,
geeft de curator last tot het openen van de aan gefailleerde gerichte brieven.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Neijt en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026 te 10:50 uur.