RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Toezicht
Locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/26/84 F
Vonnis op grond van artikel 1 Fw (verzoek tot faillietverklaring)
d.d. 24 februari 2026
in de zaak van
1. de besloten vennootschap
POST PARTICIPATIES BV ,
gevestigd te Houten,
verzoekster,
en
2. de besloten vennootschap
LAFEBER VASTGOED BV ,
gevestigd te De Meern,
verzoekster,
advocaat: mr. E.M.M. Molkenboer,
tegen
de besloten vennootschap
Ontrac Telemarketing Bv,
statutair gevestigd te Breukelen, Gemeente Stichtse Vecht,
verweerster,
hierna te noemen: Ontrac Telemarketing,
advcoaat mr. R. van Dijk.
Verzoeksters worden hierna gezamenlijk Post Participaties c.s. genoemd.
1. De procedure
Het verloop de procedure volgt uit:
- het verzoekschrift van 5 februari 2026;
- het verweerschrift van 23 februari 2026,
- de brief van de zijde van Post Participaties c.s. van 23 februari 2026.
Het verzoekschrift is behandeld tijdens een zitting van deze rechtbank achter gesloten deuren van 24 februari 2026. Daarbij zijn via een videoverbinding gehoord:
- mevrouw mr. E.M.M. Molkenboor, advocaat van Post Participaties c.s.,
- de heer [A] , bestuurder van Ontrac Telemarketing,
- de heer mr. R. van Dijk, advocaat van Ontrac Telemarketing.
2. De kern van de zaak
In deze beslissing wordt geoordeeld over een verzoek tot faillietverklaring van Ontrac Telemarketing. Ontrac Telemarketing betwist niet dat zij schulden heeft aan onder meer Post Participaties c.s. en verkeert in een faillissementstoestand. Omdat Ontrac Telemarketing werd ontbonden, kan zij alleen failliet worden verklaard als aannemelijk is dat er nog baten zijn om te verdelen onder de schuldeisers. Volgens Ontrac Telemarketing is dit niet het geval. Post Participaties c.s. vindt dat er nog wel baten zijn.
3. De beoordeling
De Nederlandse rechter is bevoegd en er wordt een hoofdprocedure uitgesproken
Ontrac Telemarketing is in Nederland gevestigd. Nu niet is gesteld of gebleken dat het centrum van de voornaamste belangen van Ontrac Telemarketing zich in een andere lidstaat bevindt dan die waarin de plaats van haar statutaire zetel is gelegen, gaat de rechtbank op grond van het bepaalde in artikel 3 van de EU Insolventieverordening uit van de bevoegdheid van de Nederlandse rechter.
Er is voldaan aan de vereisten voor faillietverklaring
Artikel 6, derde lid, van de Faillissementswet (Fw) bepaalt dat de rechter op verzoek van een schuldeiser (in dit geval Post Participaties c.s.) een faillissement uitspreekt als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet Post Participaties c.s. een vorderingsrecht hebben. Ten tweede moet de rechter vaststellen of Ontrac Telemarketing is opgehouden met betalen. Hiervoor is vereist dat meerdere schuldeisers betrokken zijn. De rechter onderzoekt daarnaast of er andere omstandigheden zijn waaruit volg dat Ontrac Telemarketing heeft opgehouden te betalen.
Tussen partijen is niet in geschil dat aan de vereisten voor faillietverklaring is voldaan. De vordering van Post Participaties c.s. ligt vast in een vonnis van 24 december 2025. Post Participaties c.s. heeft onbetwist gesteld dat Ontrac Telemarketing nog andere schuldeisers heeft. In het handelsregister is ingeschreven dat Ontrac Telemarketing werd ontbonden. Hieruit blijkt dat zij is opgehouden te betalen.
Het is aannemelijk dat er nog baten zijn, die moeten worden vereffend
Artikel 2:19 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een Ontrac Telemarketing ophoudt te bestaan zodra zij bij ontbinding geen baten meer heeft. Als Post Participaties c.s. vervolgens stelt dat er nog wel baten zijn en daarom faillissement aanvraagt, en als er op basis van de beschikbare feiten en omstandigheden voldoende aanwijzingen zijn dat die baten inderdaad nog aanwezig zijn, dan kan het faillissement worden uitgesproken. In dat geval wordt een rechtspersoon namelijk geacht voor de afwikkeling van het faillissement te blijven bestaan (HR 27 januari 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1631).
Als een rechtspersoon langs deze weg is ontbonden moet het bestuur binnen veertien dagen na de ontbinding een aantal stukken deponeren bij het register waar de rechtspersoon is ingeschreven. In dit geval had Ontrac Telemarketing een balans en winst- en verliesrekening moeten deponeren over het boekjaar waarin de ontbinding plaatsvond (2026) en het voorgaande boekjaar (2025). Ontrac Telemarketing had ook een toelichting moeten deponeren over de gang van zaken rondom de ontbinding en vereffening van haar vermogen. Ontrac Telemarketing heeft dit niet gedaan en daarmee aan haar schuldeisers, waaronder Post Participaties c.s., geen inzage gegeven in de gang van zaken rondom haar vereffening. Gelet hierop is voorshands, behoudens door Ontrac Telemarketing te leveren tegenbewijs, aannemelijk dat er nog baten zijn om te verdelen.
Ontrac Telemarketing heeft bij haar verweerschrift een kolommenbalans overgelegd. Hieruit blijkt, anders dan Ontrac Telemarketing stelt, dat er weldegelijk nog baten zijn om te vereffenen. Ontrac Telemarketing heeft ter zitting verklaard dat voor haar vanaf juni 2025 duidelijk was dat er geen baten meer waren te verwachten. Daarna zijn er desondanks nog betalingen gedaan aan haar bestuurder en een vennootschap van de vader van de bestuurder. Het is aannemelijk dat een curator deze betalingen gaat terugvorderen.
Het verzoek zal met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 1, 2, 4, 6, en 14 Fw worden toegewezen.
3. De beslissing
De rechtbank:
verklaart
de besloten vennootschap
Ontrac Telemarketing Bv ,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 75588862,
statutair gevestigd Breukelen, Gemeente Stichtse Vecht,
vestigingsadres: 3621 VC Breukelen , Scheendijk 17 11 ,
in staat van faillissement,
benoemt tot rechter-commissaris mr. G. Konings, lid van deze rechtbank, en stelt aan tot curator mr. Z. Koria, advocaat te Utrecht, telefoonnummer 085-2010011,
geeft de curator last tot het openen van de aan gefailleerde gerichte brieven.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Neijt en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026 te 11:11 uur.