ECLI:NL:RBMNE:2026:1073

ECLI:NL:RBMNE:2026:1073

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 09-02-2026
Datum publicatie 19-03-2026
Zaaknummer 24/7822
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de beëindiging van de schulddienstverlening van eiseres. Verweerder heeft de schulddienstverlening beëindigd omdat het plan van aanpak niet werd nageleefd en eiseres niet instemde met onderbewindstelling. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij stelt dat het plan van aanpak dat voorafgaand aan de schuldhulpverlening is opgesteld voor haar onuitvoerbaar was, onder meer vanwege haar financiële en medische situatie.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

het dagelijks bestuur van de RDWI, verweerder,

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/7822

en

(gemachtigde: mr. S. Verkuijl)

1. Deze uitspraak gaat over de beëindiging van de schulddienstverlening van eiseres. Verweerder heeft de schulddienstverlening beëindigd omdat het plan van aanpak niet werd nageleefd en eiseres niet instemde met onderbewindstelling. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij stelt dat het plan van aanpak dat voorafgaand aan de schuldhulpverlening is opgesteld voor haar onuitvoerbaar was, onder meer vanwege haar financiële en medische situatie. Aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het besluit.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het primair besluit van 27 augustus 2024 heeft verweerder besloten om het traject schulddienstverlening per 26 augustus 2024 te beëindigen.

Eiseres heeft op 23 september 2024 bezwaar gemaakt.

Met het bestreden besluit van 4 december 2024 op het bezwaar van eiseres is de RDWI bij dat besluit gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 7 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar begeleider [A] , de gemachtigde van de RDWI en de behandelaren van het dossier van eiseres, werkzaam bij de RDWI ( [B] en [C] ).

Beoordeling door de rechtbank

Heeft verweerder in redelijkheid tot het besluit om de schuldhulpverlening te beëindigen kunnen komen?

3. Eiseres betoogt dat verweerder niet in redelijkheid tot beëindiging van de schulddienstverlening heeft kunnen komen. Zij voert aan dat het aan haar opgelegde plan van aanpak onuitvoerbare voorwaarden bevatte. In het bijzonder noemt zij de verplichting om andere huisvesting te regelen en haar budget op orde te brengen. Volgens eiseres was het laatste niet mogelijk omdat zij, vanwege noodzakelijke medische kosten die niet worden vergoed, structureel meer uitgaven dan inkomsten had. Vanwege haar medische situatie, meer in het bijzonder operaties die zij moest ondergaan, was verhuizen niet mogelijk. Zij heeft daarom niet ingestemd met het plan van aanpak.

4. Voor zover eiseres stelt dat het plan van aanpak onuitvoerbaar was, overweegt de rechtbank dat het plan van aanpak zelf een besluit in de zin van de Awb was, waartegen zij bezwaar had kunnen maken. Argumenten over de onredelijkheid of onmogelijkheid van voorwaarden die werden gesteld in het plan van aanpak hadden daarom in dat kader naar voren gebracht kunnen en moeten worden. Niet is gebleken dat eiseres van deze mogelijkheid gebruik heeft gemaakt. De rechtbank gaat daarom uit van de rechtmatigheid van het plan van aanpak.

5. Wel overweegt de rechtbank ten overvloede dat het plan van aanpak de rechtbank redelijk voor komt. Dat uitgaven en inkomsten met elkaar in balans gebracht moeten worden, is een basisvoorwaarde om een realistisch plan aan schuldeisers te kunnen presenteren. Dat verhuizing daarvoor noodzakelijk lijkt, heeft eiseres ook erkend, nu haar huidige woonsituatie niet meer past bij haar financiële middelen. Daarbij is ook van belang dat verweerder in het plan van aanpak oog heeft gehad voor de lastige woonsituatie van eiseres en dat een verhuizing lastig is te bewerkstelligen; wanneer aan de andere voorwaarden in het plan zou zijn voldaan, zou het nog niet verhuisd zijn niet direct tot beëindiging van de schuldhulpverlening leiden.

6. Eiseres heeft ook aangevoerd dat zij het plan van aanpak nooit heeft ondertekend. Voor zover eiseres betoogt dat het ontbreken van haar handtekening aan beëindiging van de schulddienstverlening in de weg staat, volgt de rechtbank haar daarin niet. Uit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening of de Beleidsregel toelating tot de schulddienstverlening RDWI 2021 (hierna: de beleidsregels) volgt niet dat een plan van aanpak pas werking heeft nadat deze is ondertekend. Sterker, op grond van artikel 6, aanhef en onder b, van de beleidsregels kan het dagelijks bestuur de schulddienstverlening beëindigen indien de cliënt weigert het plan van aanpak te ondertekenen. Dit had op zich dus al een reden kunnen zijn voor verweerder om tot beëindiging over te gaan.

7. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres niet heeft voldaan aan de voorwaarden uit het plan van aanpak. De rechtbank overweegt daarbij dat eiseres geen andere huisvesting heeft gevonden en zij haar budget niet op orde heeft gebracht. Ook relatief eenvoudig haalbare voorwaarden, zoals het uitschrijven uit de Kamer van Koophandel of het beslag op een auto doen opheffen, zijn niet gehaald. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder in beginsel heeft kunnen besluiten de schulddienstverlening te beëindigen, uit artikel 6 van de beleidsregels volgt dat die bevoegdheid in zo’n geval bestaat.

Hardheidsclausule en bewindvoering

8. Eiseres voert aan dat verweerder ten onrechte geen toepassing heeft gegeven aan de hardheidsclausule. De hardheidsclausule staat in artikel 8 van de beleidsregels.

9. De rechtbank stelt voorop dat verweerder bij de toepassing van de hardheidsclausule beoordelingsruimte toekomt. De rechtbank toetst de wijze waarop verweerder van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt daarom terughoudend. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat geen aanleiding bestaat om de hardheidsclausule toe te passen, omdat eiseres niet alleen vanwege haar medische en financiële situatie, maar ook op andere onderdelen niet aan het plan van aanpak heeft voldaan. Daarnaast is eiseres het alternatief van bewindvoering geboden, in dat geval zou de schulddienstverlening wel worden voortgezet, maar dat heeft eiseres geweigerd. De rechtbank kan verweerder volgen in deze motivering.

10. Verweerder heeft eiseres het alternatief van onderbewindstelling geboden, indien het nakomen van de voorwaarden uit het plan van aanpak haar niet lukte. De rechtbank is van oordeel dat verweerder dit in redelijkheid als passend alternatief heeft mogen beschouwen, omdat bewindvoering kan bijdragen aan stabilisatie van de financiële situatie en het bieden van rust en overzicht. Verweerder heeft het weigeren van dit alternatief mogen betrekken bij de beoordeling van het beroep op de hardheidsclausule.

11. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting blijkt dat eiseres ook niet heeft voldaan aan enkele voorwaarden uit het plan van aanpak die in beginsel binnen haar invloedsfeer lagen en die waren gericht op het verminderen van financiële risico’s en het stabiliseren van haar situatie. Zo heeft eiseres geen vrijwaring geregeld voor de op haar naam staande auto. Ter zitting is toegelicht dat op de auto beslag rust en dat opheffing daarvan kosten met zich brengt waarvoor eiseres momenteel geen middelen heeft. Hoewel het kenteken van de auto is geschorst, heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat hiermee niet volledig is voldaan aan de gemaakte afspraken. Daarnaast staat vast dat eiseres, ondanks een daartoe strekkende voorwaarde, niet is uitgeschreven uit de Kamer van Koophandel. Verweerder heeft toegelicht dat geen sprake was van een levensvatbare onderneming en dat uitschrijving noodzakelijk werd geacht in het kader van de schulphulpverlening. Niet in geschil is dat eiseres zich aanvankelijk met deze voorwaarde heeft verenigd, maar daar later van is teruggekomen. Eiseres heeft hierover verklaard dat zij het moeilijk vindt afscheid te nemen van haar zelfstandige carrière en dit op een voor haar waardige manier wil doen. De rechtbank heeft op zich begrip voor deze persoonlijke wens, maar dat ook deze relatief haalbare doelen niet zijn bereikt heeft verweerder mogen laten meewegen in de beoordeling van de hardheidsclausule, omdat hier uit kan worden afgeleid dat eiseres ook niet alles heeft gedaan wat evident wél binnen haar mogelijkheden lag om aan het plan van aanpak te voldoen.

11. Gelet op het voorgaande heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat geen sprake is van zodanige onbillijkheid of disproportionaliteit dat toepassing van de hardheidsclausule was aangewezen. Verweerder heeft daarbij mogen betrekken dat eiseres niet open staat voor onderbewindstelling en makkelijk haalbare doelen uit het plan van aanpak niet zijn bereikt.

11. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat uit het dossier blijkt dat eiseres zich in een kwetsbare financiële en medische situatie bevindt. Zij kan dan ook veel baat hebben bij de schulddienstverlening van verweerder en het is duidelijk dat zij die ook wil. Daarbij is wel van belang dat eiseres zich realiseert dat die hulp niet alleen op basis van haar voorwaarden geboden kan worden, maar dat zij zich in zekere mate ook heeft te schikken aan voorwaarden die verweerder in dat verband aan haar oplegt. Onderbewindstelling zou daarbij een passende oplossing kunnen bieden, om vervolgens ook de schulddienstverlening weer op gang te brengen. De rechtbank begrijpt dat eiseres weerstand voelt tegen onderbewindstelling, maar het bewind kan ook positieve aspecten met zich brengen zoals rust en overzicht.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Eiseres heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van

mr. N.A. Gomes de Jorge, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 9 februari 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?