RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Almere
Zaaknummer: 11952330 \ MV EXPL 25-181 D/51246
Vonnis in kort geding van 21 januari 2026
in de zaak van
[eisende partij] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
gemachtigden: mr. J.F. Overes en J.T. Piersma (Keizerhof Advocaten),
tegen
[gedaagde partij] ,
verblijvende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
niet verschenen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 november 2025 met 3 producties;- de mondelinge behandeling van 7 januari 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
[gedaagde partij] heeft op 6 januari 2026 in een brief gevraagd om uitstel voor een reactie op de dagvaarding. De kantonrechter heeft geen uitstel verleend. Tijdens de mondelinge behandeling op 7 januari 2026 was [eisende partij] aanwezig, samen met haar dochter en schoonzoon. [eisende partij] werd bijgestaan door mr. Overes en mevrouw Piersma . [gedaagde partij] is niet naar de zitting gekomen.
De kantonrechter heeft bepaald dat zij schriftelijk uitspraak zal doen.
2. De kern van de zaak
[gedaagde partij] is de zoon van [eisende partij] . Hij heeft een auto met het kenteken [kenteken] . Dat kenteken staat op naam van [eisende partij] . [eisende partij] wil dat [gedaagde partij] het kenteken op zijn naam zet, maar daar heeft [gedaagde partij] tot nu toe niet aan meegewerkt. Daarom is [eisende partij] deze procedure gestart. Zij eist dat [gedaagde partij] binnen 48 uur na betekening van het vonnis zijn medewerking verleent aan de overschrijving van het kenteken [kenteken] op zijn naam, op straffe van een dwangsom van € 125,- per dag tot een maximum van € 25.000,-. Daarnaast eist [eisende partij] dat [gedaagde partij] € 1.164,- aan haar vergoedt voor verkeersboetes die zij voor hem heeft betaald. De kantonrechter zal de vorderingen toewijzen.
3. De beoordeling
Verstek tegen [gedaagde partij]
is niet verschenen op de mondelinge behandeling. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen. Daarom heeft de kantonrechter verstek tegen [gedaagde partij] verleend.
[gedaagde partij] heeft in zijn brief van 6 januari 2026 een bevoegdheidsverweer gevoerd. De kantonrechter laat dit verweer buiten beschouwing. [gedaagde partij] had naar de mondelinge behandeling moeten komen en daar het verweer moeten voeren.
[eisende partij] heeft een spoedeisend belang
De kantonrechter vindt dat [eisende partij] een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Volgens [eisende partij] begaat [gedaagde partij] herhaaldelijk verkeersovertredingen en ontvangt en betaalt zij nu alle boetes, omdat het kenteken nog op haar naam staat. [eisende partij] lijdt hierdoor schade. Aan die situatie moet zo snel mogelijk een einde komen.
De vorderingen van [eisende partij] zijn niet onrechtmatig of ongegrond
[gedaagde partij] is niet verschenen in deze procedure en heeft dus geen verweer gevoerd. Daarom moet de kantonrechter alleen beoordelen of de vorderingen van [eisende partij] onrechtmatig of ongegrond zijn. Dat is niet het geval. De kantonrechter zal de vorderingen toewijzen.
[gedaagde partij] moet de proceskosten betalen
[gedaagde partij] heeft ongelijk gekregen en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eisende partij] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [gedaagde partij] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op:
- griffierecht
€
93,00
- salaris gemachtigde
€
577,00
- nakosten
€
135,00
Totaal
€
805,00
4. De beslissing
De kantonrechter, recht doende in kort geding:
veroordeelt [gedaagde partij] om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan de overschrijving van het kenteken [kenteken] op zijn eigen naam, op straffe van een dwangsom van € 125,- per dag(deel) dat [gedaagde partij] niet aan de veroordeling voldoet, totdat een maximum van € 25.000,- is bereikt;
veroordeelt [gedaagde partij] om aan [eisende partij] € 1.164,- te betalen voor verkeersboetes die zij voor hem heeft betaald;
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 805,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.