ECLI:NL:RBMNE:2026:1175

ECLI:NL:RBMNE:2026:1175

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 23-03-2026
Datum publicatie 25-03-2026
Zaaknummer RK 25.019671 parketnr. 16.218236.23
Rechtsgebied Strafrecht; Strafprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Verzoek schadevergoeding 533 Sv afwijzen. Door afgifte zorgmachtiging is bewegingsvrijheid beperkt geworden en tevens sprake van opnaem in een instelling. Geen gronden van billijkheid aanwezig geoordeeld voor toekenning vergoeding. Voorlopige hechtenis noodzakelijk geweest ter bescherming van maatschappij en gewezen verdachte.

Uitspraak

Procedure

Het verzoekschrift is binnengekomen op de griffie van deze rechtbank op 1 augustus 2025.

Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.

Het verzoekschrift is in openbare raadkamer behandeld op 9 maart 2026. Gehoord zijn de officier van justitie, mr. J.D. Snijder en de raadsman mr F. Visser.

Verzoeker is, alhoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Verzoek

Het verzoek strekt er toe dat de raadkamer een vergoeding toekent voor de schade die verzoeker ten gevolge van ondergane verzekering en voorlopige hechtenis stelt te hebben geleden tot een bedrag van € 31.000,00.

Verzoeker motiveert zijn verzoek met een beroep op de lange periode dat hij in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Die periode heeft door een aaneenschakeling van fouten van het OM 155 dagen langer geduurd dan nodig. Uiteindelijk is verzoeker ontslagen van alle rechtsvervolging en is geen straf of maatregel opgelegd, maar al bij het allereerste begin was duidelijk dat verzoeker ernstig verward was. Hij is meteen overgebracht naar het Penitentiair Psychiatrisch Centrum in Scheveningen in verband met een ernstig psychotisch beeld. In de woorden van verzoeker zelf is hij daar als een crimineel behandeld en niet als de patiënt die hij feitelijk was. Hij vermoedt dat zijn psychose daardoor onnodig lang heeft geduurd. Hij had veel eerder naar Altrecht overgebracht moeten worden. Bij separate beschikking is uiteindelijk een zorgmachtiging verleend. In die situatie bestaat soms wel recht op schadevergoeding en die situatie doet zich hier voor, doordat adequate hulpverlening eerder ingezet had kunnen worden en de voorlopige hechtenis onnodig lang heeft geduurd.

Standpunt Openbaar Ministerie

De officier van justitie is van mening dat het verzochte moet worden afgewezen. Er zijn geen gronden van billijkheid die een vergoeding rechtvaardigen, waarbij betekenis toekomt aan de beslissing van het gerechtshof Amsterdam van 6 december 2023 (ECLI:NL:GHAMS:2023:3058). Dat wordt niet anders doordat ook fouten zijn gemaakt en het maatregelenrapport bijvoorbeeld eerder aangevraagd had kunnen worden.

Beoordeling

De raadkamer heeft kennis genomen van de inhoud van het dossier in de strafzaak tegen verzoeker als verdachte (met bovenvermeld parketnummer), van het verzoekschrift, van het schriftelijke standpunt van de officier van justitie en alles wat bij de mondelinge behandeling over de zaak gezegd is.

De zaak is in eerste aanleg behandeld door deze rechtbank waarbij op 27 mei 2024 uitspraak is gedaan. Tegen die uitspraak is hoger beroep ingesteld door het Openbaar Ministerie, maar dat is voor de inhoudelijke behandeling ook weer ingetrokken.

De bevoegdheid tot het toekennen van een vergoeding naar billijkheid is in artikel 533 lid 5 Sv toegekend aan het gerecht in feitelijke aanleg, waarvoor de zaak tijdens de beëindiging daarvan werd of zou worden vervolgd of anders het laatst werd vervolgd.

Op grond van een tekstuele interpretatie van dit artikel moet het er voor gehouden worden dat niet de raadkamer van de rechtbank bevoegd is, maar de raadkamer van het gerechtshof. Verzoeker heeft met een verwijzing naar jurisprudentie en literatuur echter betoogd dat het de bedoeling van de wetgever is geweest de bevoegdheid neer te leggen bij de rechter die zich het laatst inhoudelijk met de zaak heeft bezig gehouden. In dat geval is de rechtbank wel bevoegd. Het Openbaar Ministerie heeft zich tegen deze interpretatie niet verzet. Mede daarom en uit overwegingen van proceseconomie zal de raadkamer het verzoek aan zich houden en een inhoudelijk oordeel geven.

Voor de verdere beoordeling is van belang dat geen straf of matregel is opgelegd, maar dat een zorgmachtiging is afgegeven. Artikel 2.3, eerste lid, Wfz bepaalt dat de machtiging krachtens de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg een bevoegdheid betreft in het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde.

In het kader van de zorgmachtiging zijn beperkingen in de bewegingsvrijheid opgelegd en beperkingen om in vrijheid het eigen leven in te richten en de opname in een accommodatie. Weliswaar is dan formeel geen straf of maatregel opgelegd, maar de civiele zorgmachtiging kent onderdelen die de vrijheid van verzoeker raken. De raadkamer ziet bij deze stand van zaken geen gronden van billijkheid voor de toekenning van een schadevergoeding voor de dagen doorgebracht in voorlopige hechtenis. Bij dit oordeel betrekt de raadkamer dat sprake is geweest van de verdenking van een ernstig strafbaar feit op grond waarvan voorlopige hechtenis is toegelaten. In die periode zijn verschillende afdoeningsmogelijkheden aan de orde geweest en onderzocht, waaronder bijvoorbeeld ook de maatregel van TBS. Mogelijk hadden sommige stappen in het proces eerder gezet kunnen worden, maar dat betekent nog niet dat voor de periode van voorlopige hechtenis of een deel daarvan nu een vergoeding aangewezen is. Daarmee bagatelliseert de raadkamer niet het door verzoeker verwoorde gevoel over deze periode of de gevolgen die dit voor hem persoonlijk gehad heeft. De voorlopige hechtenis is echter niet het gevolg van een fout van het openbaar ministerie, maar was noodzakelijk ter bescherming van de maatschappij en het onderzoek naar de juiste afdoening. Bij de beoordeling van de vraag of er gronden van billijkheid aanwezig zijn om schadevergoeding toe te kennen, heeft het accent daarop gelegen.

Beslissing

De raadkamer wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gewezen door mr. J.O. Zuurmond, rechter, als lid van de enkelvoudige raadkamer, in tegenwoordigheid van H.J. Nieboer, griffier en uitgesproken in openbare raadkamer van deze rechtbank van 23 maart 2026.

Tegen deze beslissing staat voor verzoeker hoger beroep open, in te stellen ter griffie van deze rechtbank, binnen een maand na betekening van deze beslissing.

Tegen deze beslissing staat voor het openbaar ministerie hoger beroep open, in te stellen ter griffie van deze rechtbank, binnen veertien dagen na de genomen beslissing.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.O. Zuurmond

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?