ECLI:NL:RBMNE:2026:1184

ECLI:NL:RBMNE:2026:1184

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 25-02-2026
Datum publicatie 26-03-2026
Zaaknummer C/16/593443 / FO RK 25-574
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Ontkenning vaderschap met proceskostenveroordeling moeder

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummer: C/16/593443 / FO RK 25-574

Ontkenning vaderschap en proceskosten

Beschikking van 25 februari 2026

in de zaak van:

[de man] ,

wonende in [woonplaats 1] ,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. L. Barenbrug,

tegen

[de moeder] ,

wonende in [woonplaats 2] ,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. T.C. Cooman,

met als belanghebbende

mr. C. Lamphen,

kantoorhoudende in Utrecht,

als bijzondere curator over het kind [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] .

1. De procedure

De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:

het verzoekschrift met bijlagen van de man, binnengekomen op 14 mei 2025;

het bericht van de moeder van 5 juni 2025.

In de beschikking van 12 juni 2025 heeft de rechtbank mr. C. Lamphen benoemd als bijzondere curator over [minderjarige] . De bijzondere curator vertegenwoordigt [minderjarige] in deze procedure en komt op voor haar belang.

Daarna heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen:

het advies van de bijzondere curator van 23 juli 2025;

de brief van de moeder van 31 juli 2025;

de brief van de man van 7 augustus 2025 met bijlagen.

De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling van 28 januari 2026. Daarbij waren beide partijen met hun advocaten aanwezig en de bijzondere curator.

2. Waar de procedure over gaat

De moeder en de man zijn met elkaar gehuwd op [trouwdatum] 2021 in [plaats] . Het huwelijk is ontbonden op [echtscheidingsdatum] 2025.

Tijdens het huwelijk is de moeder bevallen van een dochter: [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] .

Partijen hebben samen het gezag over [minderjarige] .

Partijen hebben beiden zowel de Nederlandse als de Marokkaanse nationaliteit.

De man verzoekt de rechtbank om:

I. de ontkenning van het vaderschap van de man gegrond te verklaren. Dat wil zeggen dat de man, in juridische zin, niet meer als de vader van [minderjarige] wordt aangemerkt;

II. primair de moeder te veroordelen in de werkelijke proceskosten (inclusief griffierecht) zoals door de man omschreven in punt 19 van het verzoekschrift en

subsidiair de moeder te veroordelen in de proceskosten (inclusief griffierecht) die zien op deze procedure, conform liquidatietarief.

De moeder is het eens met het verzoek van de man over de ontkenning van het vaderschap. Zij is het niet eens met de verzochte proceskostenveroordeling. De moeder verzoekt de rechtbank:

I. te bepalen dat [minderjarige] na het in kracht van gewijsde gaan van deze beschikking de geslachtsnaam [naam] zal dragen en dat een afschrift van deze beschikking zal worden gezonden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht;

II. voor zover er geen hoger beroep wordt ingesteld, te bepalen dat de werkzaamheden van de bijzondere curator met het uitbrengen van het advies als beëindigd worden beschouwd.

De bijzondere curator adviseert de rechtbank om het verzoek van de man ten aanzien van de ontkenning van het vaderschap toe te wijzen.

3. De beoordeling

Ontkenning vaderschap

Conclusie

De rechtbank wijst het verzoek van de man toe en verklaart de ontkenning van het vaderschap van de man over [minderjarige] gegrond. De rechtbank zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.

Bevoegdheid rechtbank en toepasselijk recht

Partijen hebben beiden zowel de Nederlandse als de Marokkaanse nationaliteit. Daarom moet de rechtbank eerst beoordelen of de Nederlandse rechter wel bevoegd is om te beslissen op het verzoek. Ook moet de rechtbank beoordelen van welk land de rechtsregels worden toegepast.

De Nederlandse rechter is bevoegd om het verzoek te beoordelen, omdat de man in Nederland woont. In beginsel is het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van partijen van toepassing op het verzoek. In dit geval bezitten partijen echter twee gemeenschappelijke nationaliteiten, namelijk de Nederlandse en de Marokkaanse nationaliteit. In dat geval worden partijen geacht geen gemeenschappelijke nationaliteit te bezitten en geldt het recht van de staat waar partijen hun gewone verblijfplaats hebben. In dit geval is dus het Nederlands recht van toepassing op het verzoek, omdat de man en de moeder hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben.

Ontvankelijkheid

De rechtbank zal de man ontvankelijk verklaren in zijn verzoek, omdat hij het verzoek op tijd heeft ingediend.

Beoordeling

De man en de moeder hebben voldoende aangetoond dat de man niet de biologische vader kan zijn van [minderjarige] . Zij hebben hierover duidelijke verklaringen afgelegd tijdens de zitting en bij de bijzondere curator. Partijen zijn sinds juli 2023 niet meer fysiek samen geweest en de man heeft zich in 2022 laten steriliseren. De man had bovendien geen wetenschap van de zwangerschap van de moeder en het bestaan van [minderjarige] tot aan februari 2025. Dit wordt door beide partijen erkend. Hiermee staat naar het oordeel van de rechtbank voldoende vast dat de man niet de verwekker is van [minderjarige] en dat hij ook niet heeft ingestemd met een daad die de verwekking van [minderjarige] tot gevolg kan hebben gehad. Voor de ontkenning van het vaderschap van de man is daarom geen DNA-onderzoek nodig.

Geslachtsnaam en toezenden beschikking aan gemeente

Na het in kracht van gewijsde gaan van deze beschikking, zal [minderjarige] van rechtswege de geslachtsnaam van de moeder dragen. Zij zal dan heten: [minderjarige]. Het verzoek van de moeder om dit vast te stellen zal de rechtbank daarom bij gebrek aan belang afwijzen. Ook wijst de rechtbank het verzoek van de moeder af om te bepalen dat een afschrift van deze beschikking

zal worden gezonden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht, omdat dit al volgt uit de wet.

Bijzondere curator

Omdat de rechtbank een eindbeslissing neemt over de ontkenning van het vaderschap eindigt de taak van de bijzondere curator van rechtswege. Het verzoek van de moeder om te bepalen dat de werkzaamheden van de bijzondere curator met het uitbrengen van het advies als beëindigd worden beschouwd, wijst de rechtbank dan ook bij gebrek aan belang af.

Proceskosten

Conclusie

De rechtbank zal de moeder veroordelen in de proceskosten van de man conform het liquidatietarief. Het primaire verzoek van de man om de moeder te veroordelen in de werkelijke proceskosten wijst de rechtbank af. Hierna zal de rechtbank de beslissing toelichten.

Toelichting

Het uitgangspunt in familierechtzaken is dat de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd. Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank daarvan afwijken. De rechtbank vindt dat daarvan in deze zaak sprake is. Het is immers aan het gedrag van de moeder te wijten dat de man een verzoek tot ontkenning van het vaderschap heeft moeten indienen. In de echtscheidingsprocedure heeft de rechtbank partijen vanwege de lange doorlooptijden de mogelijkheid geboden om eerder de echtscheiding uit te spreken. De moeder heeft van deze mogelijkheid geen gebruik willen maken. Uit de overgelegde echtscheidingsbeschikking blijkt dat de moeder heeft verklaard dat zij wist dat het niet eerder uitspreken van de echtscheiding tot gevolg zou kunnen hebben dat de man juridisch ouder zou worden van haar kind. De moeder heeft de man ook niet op de hoogte gesteld van haar zwangerschap. Hoewel de moeder nu verklaart dat zij niet wist hoe het juridisch zat, is de rechtbank van oordeel dat het wel op haar weg had gelegen om dan in ieder geval na de geboorte van [minderjarige] zelf een procedure tot ontkenning van het vaderschap te starten. Dit heeft zij ook nagelaten. Als de moeder zelf een procedure was gestart, had de man namelijk veel minder kosten hoeven maken. Onder deze omstandigheden is de rechtbank dan ook van oordeel dat de moeder de proceskosten van de man moet betalen.

Werkelijke proceskosten of liquidatietarief

De rechtbank zal de moeder niet veroordelen in de werkelijke proceskosten. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt namelijk dat een veroordeling tot betaling van de werkelijk door de wederpartij gemaakte proceskosten uitsluitend kan worden uitgesproken in geval van bijzondere omstandigheden. Het gaat dan met name om misbruik van procesrecht en/of onrechtmatige daad. Daarvan is sprake als een evident ongegrond verzoek is ingesteld of een evident ongegrond verweer is gevoerd. Dat hiervan sprake zou zijn is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gesteld en gebleken. De rechtbank zal daarom de proceskosten van de man berekenen conform het liquidatietarief.

De proceskosten aan de kant van de man worden begroot op:

griffierecht € 331,-

salaris advocaat € 1.042,-

Totaal € 1.373,-

Uitvoerbaar bij voorraad

De man heeft verzocht om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat wil zeggen dat de beslissing meteen kan worden uitgevoerd, ook al wordt er hoger beroep ingesteld. De rechtbank zal de beslissing over de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad verklaren, maar dit verzoek afwijzen ten aanzien van de ontkenning van het vaderschap. De ABS kan de geboorteakte namelijk pas aanpassen (door een latere vermelding toe te voegen aan de geboorteakte) wanneer de beslissing onherroepelijk is.

4. De beslissing

De rechtbank:

verklaart de ontkenning van het vaderschap gegrond van:

[de man] ,

ten aanzien van het kind:

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] ;

veroordeelt de moeder in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van de man begroot op € 1.373,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na datum van deze beschikking tot de dag van volledige betaling;

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst de verzoeken van partijen voor het overige af.

Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. H.E. Broersma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?