ECLI:NL:RBMNE:2026:1218

ECLI:NL:RBMNE:2026:1218

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 27-03-2026
Datum publicatie 27-03-2026
Zaaknummer 16/302247-23 ; 16/201629-24 (t.t.z. gevoegd) ; 16/049476-24 (t.t.z. gevoegd) ; 08/168358-24 (t.t.z. gevoegd) ; 16/019922-25 (t.t.z. gevoegd)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan elf feiten waarbij het zwaartepunt ligt bij de veroordeling voor verkrachting, ontucht, aanranding en een poging tot afpersing. De verdachte wordt vrijgesproken van het dragen van een veerdrukpistool. De rechtbank legt aan de verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden waarvan 16 maanden voorwaardelijk met daarbij de oplegging van bijzondere voorwaarden, waaronder een contactverbod met drie slachtoffers. Deze bijzondere voorwaarden zijn dadelijk uitvoerbaar. De verdachte dient ook aan deze drie slachtoffers een schadevergoeding te betalen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummers: 16/302247-23 ; 16/201629-24 (t.t.z. gevoegd) ; 16/049476-24 (t.t.z. gevoegd) ; 08/168358-24 (t.t.z. gevoegd) ; 16/019922-25 (t.t.z. gevoegd)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 27 maart 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [1980] in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres] te [woonplaats] ,

(hierna: de verdachte).

1. Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 13 maart 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

mr. A. Derks.

2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:

parketnummer: 16/201629-24

feit 1

in de periode van 1 september 2021 tot en met 31 november 2021 te Almere en/of Weesp

[slachtoffer 1] heeft verkracht;

feit 2

op 18 maart 2022 te Almere met [slachtoffer 3] die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt ontucht heeft gepleegd;

feit 3

in de periode van 1 mei 2019 tot en met 30 juni 2019 te Almere [slachtoffer 4] heeft aangerand;

parketnummer: 16/302247-23

feit 1, primair

op 1 november 2023 te Veenendaal heeft geprobeerd [slachtoffer 2] af te persen;

feit 1, subsidiair

op 1 november 2023 te Veenendaal [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling;

feit 2

op 1 november 2023 te Veenendaal een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een veerdrukpistool (merkloos), type balletjespistool waarvan kan worden aangenomen dat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen bij zich te dragen;

parketnummer: 16/049476-24

feit 1

op 4 oktober 2023 te Almere een camera van [slachtoffer 5] heeft vernield;

feit 2

op 4 oktober 2023 te Almere [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling;

feit 3

op 5 oktober 2023 te Almere een bakfiets van [slachtoffer 5] heeft gestolen;

parketnummer: 08/168358-24

feit 1

op 30 maart 2024 te Zwolle voorwerpen voorhanden heeft gehad om een feit als bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 Opiumwet voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van cocaïne en/of MDMA;

feit 2

op 30 maart 2024 te Zwolle aanwezig heeft gehad 8,89 gram cocaïne en/of 29,24 gram MDMA;

parketnummer: 16/019922-25

feit 1

op 28 november 2024 te Tollenbeek tuinverlichting heeft gestolen van [benadeelde ] ;

feit 2

op 19 januari 2025 te Almere een luchtverfrisser heeft gestolen van de Plus.

De rechtbank nummert de bij voornoemde dagvaardingen ten laste gelegde feiten als volgt:

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van feit 5. De officier van justitie stelt zich verder op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1 tot en met 4 (primair) en de feiten 6 tot en met 12 heeft gepleegd.

De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van de feiten 1 tot en met 3, feit 5 en de feiten 7en 8. Voor de overige feiten komt de advocaat ook tot een bewezenverklaring, dan wel refereert hij zich aan het oordeel van de rechtbank.

De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak feit 5

De rechtbank oordeelt dat feit 5 (het dragen van een veerdrukpistool, type balletjespistool) niet is bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. De officier van justitie en de verdediging komen tot dezelfde conclusie, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.

Bewijsmiddelen

Bewijsmiddelen feiten 1, 2, 3, 7, 8 en 11

De rechtbank oordeelt dat feiten 1, 2, 3, 7, 8 en 11 (de verkrachting van [slachtoffer 1] , het plegen van ontucht met [slachtoffer 3] , het aanranden van [slachtoffer 4] , het bedreigen van

[slachtoffer 5] , het stelen van de bakfiets van [slachtoffer 5] en het stelen van tuinverlichting van

[benadeelde ] ) zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.

Bewijsmiddelen feit 4, primair, feit 6, feit 9, feit 10 en feit 12

De rechtbank oordeelt daarnaast dat feiten 4, primair, 6, 9, 10 en 12 (de poging tot afpersing van [slachtoffer 2] , het vernielen van de camera van [slachtoffer 5] , voorbereidingshandelingen als bedoeld in de Opiumwet, het aanwezig hebben van cocaïne en MDMA en het stelen van een luchtverfrisser bij de Plus) zijn bewezen. De verdachte heeft bekend dat hij deze feiten heeft gepleegd, zoals deze feiten in paragraaf 3.4 bewezen zijn verklaard. Namens hem is ook niet om vrijspraak van deze feiten gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.

Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.

Bewijsoverwegingen

Juridisch kader zedenfeiten

In een zedenzaak doet zich vaak de situatie voor dat alleen de aangeefster en de verdachte aanwezig zijn geweest bij de ten laste gelegde handelingen en dat zij iets anders verklaren over wat er is gebeurd, zoals ook in dit geval.

Met betrekking tot de vraag of er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de beschuldiging geldt het volgende. Volgens de wet kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechtbank niet alleen worden aangenomen op de verklaring van één getuige (in dit geval: de verklaring van alleen de aangeefsters); ook niet als de rechtbank deze verklaring betrouwbaar vindt. Voor een bewezenverklaring moet er dan ook sprake zijn van steunbewijs.

Bij de beoordeling van het bewijs in dat soort zaken moet de rechtbank dus de betrouwbaarheid van de verklaring van het vermeende slachtoffer beoordelen, bekijken of er ander bewijs in het dossier zit dat die verklaring ondersteunt, en beoordelen of er tegenaanwijzingen (contra-indicaties) zijn. Hiervoor geldt het volgende.

Betrouwbaarheid

De betrouwbaarheid van de verklaring van de aangever, en daarmee de bruikbaarheid daarvan voor het bewijs, wordt beoordeeld door deze te toetsen op onder meer consistentie, volledigheid en authenticiteit. Wel merkt de rechtbank daarbij op dat het enkele feit dat verklaringen op punten van elkaar verschillen, of dat daarin zelfs tegenstrijdigheden voorkomen, die verklaringen niet per definitie onbetrouwbaar maken. Het gaat erom of de verklaringen op voor de tenlastelegging relevante onderdelen, dus de seksuele handelingen (en de dwang), consistent zijn.

Steunbewijs

Als de rechtbank tot de conclusie komt dat een verklaring van een aangever gebruikt kan worden voor het bewijs, moet de rechtbank vervolgens beoordelen of de verklaring steun vindt in overig bewijs. Steunbewijs kan bijvoorbeeld worden gevonden in de gemoedstoestand van een aangever kort na het tenlastegelegde feit. In zedenzaken kan een geringe mate van steunbewijs in combinatie met de verklaringen van de aangever voldoende wettig bewijs van het tenlastegelegde opleveren. Hierbij is niet vereist dat de gedraging zelf steun vindt in ander bewijsmateriaal, mits de verklaring van de aangever op specifieke punten bevestiging vindt in het overige bewijsmateriaal en tussen de verklaring van de aangever en het overige bewijsmateriaal niet een te ver verwijderd verband bestaat. Dit moet worden beoordeeld op basis van de concrete feiten en omstandigheden van het voorliggende geval.

Contra-indicaties

Wanneer de verklaring betrouwbaar is en ook voldoende steun vindt in ander bewijs, moet tot slot worden bekeken of er tegenaanwijzingen (contra-indicaties) zijn op grond waarvan de rechtbank er desondanks toch niet van overtuigd is dat het feit is begaan door de verdachte.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 1

Betrouwbaarheid verklaringen aangeefster

Ten eerste dient de rechtbank dus te beoordelen of de verklaringen van de aangeefster

[slachtoffer 1] betrouwbaar zijn. De aangeefster heeft op meerdere momenten verklaard over het tenlastegelegde, te weten tijdens het informatieve gesprek zeden bij de politie en tijdens haar aangifte. Daarbij heeft zij authentiek, concreet en consistent verklaard over de aard van de seksuele handelingen en de omstandigheden waaronder deze plaatsvonden. De aangeefster heeft uitvoerig en gedetailleerd verklaard over de wijze waarop de seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. Daarnaast heeft zij diverse bijkomende omstandigheden beschreven, waaronder de feesten waar zij werkzaam was, het door de verdachte voor haar meebrengen van (specifieke soorten) alcohol, de locaties waar zij zich gezamenlijk hebben bevonden, de gang van zaken rondom gemaakte afspraken en de aanvankelijke, ogenschijnlijk geringe aanrakingen waarmee de verdachte het contact heeft geïnitieerd. Verder heeft de aangeefster hierbij verklaard over haar eigen rol in het geheel, waarbij zij haar aandeel niet heeft gebagatelliseerd en zichzelf niet heeft ontzien, onder meer door te erkennen dat zij zich niet in alle gevallen actief heeft verzet tegen de door haar beschreven seksuele handelingen van de verdachte.

De rechtbank acht de verklaring die door de aangeefster [slachtoffer 1] is afgelegd dan ook betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs.

Steunbewijs

Daarmee komt de rechtbank toe aan de vraag of deze op zichzelf geloofwaardige verklaring in voldoende mate steun vindt in ander bewijsmateriaal. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van de aangeefster allereerst ondersteund wordt door de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 13 maart 2026 dat er seksuele handelingen hebben plaatsgevonden tussen hem en de aangeefster. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat de WhatsApp-berichten tussen de verdachte en de aangeefster de verklaring van de aangeefster ondersteunen. Uit deze WhatsApp-berichten blijkt onder meer dat de verdachte seksueel getinte berichten heeft gestuurd die betrekking hebben op de ontmoetingen die hij met de aangeefster heeft gehad. Zo bieden deze berichten onder meer steun aan de verklaring van de aangeefster dat zij samen met de verdachte heeft gedoucht in een hotel. Ook heeft de verdachte kort na de door de aangeefster in haar aangifte beschreven ontmoetingen berichten naar de aangeefster gestuurd als “Je was echt kletsnat”, “En dat je houd van je keel dichtknijpen. Heerlijk!” en “Vond t weer spannend gezellig en opwindend met je. Sweet dreams”.

Dwang

Voor een bewezenverklaring van feit 1, de verkrachting, geldt nog het volgende. Omdat het tenlastegelegde feit van de beschuldiging gaat over meerdere verkrachtingen die hebben plaatsgevonden vóór de inwerkingtreding van de Wet seksuele misdrijven (in werking getreden op 1 juli 2024), is op de beschuldiging het oude artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing. Voor de beoordeling of er sprake is van verkrachting, dient de rechtbank hier het bij dat artikel behorende beoordelingskader van dwang toe te passen.

Voor de vaststelling van dwang in de zin van artikel 242 Sr (oud) dient sprake te zijn van (bedreiging met) geweld en/of andere feitelijkheden, wat heeft geleid tot het ondergaan van handelingen die het slachtoffer zonder (de dreiging van) dat geweld of die feitelijkheden niet zou hebben verricht of laten gebeuren. Vastgesteld moet worden dat er sprake is van seksuele handelingen tegen de wil van het slachtoffer. De verdediging stelt dat de aangeefster nooit gedwongen is tot het ondergaan van seksuele handelingen. De rechtbank deelt deze opvatting niet. De aangeefster heeft verklaard dat zij geprobeerd heeft te voorkomen dat hij haar zou beffen; niet alleen door te zeggen dat zij dat niet wilde, maar ook door haar handen voor haar vagina te houden, maar dat de verdachte zich daar niets van aantrok en haar handen weghaalde. Op een ander moment heeft de verdachte de hand van de aangeefster op zijn ontblote penis gelegd, zo verklaart de aangeefster. De verdachte heeft dit tijdens de zitting met klem ontkend, maar de rechtbank gaat uit van de verklaring van aangeefster. Die verklaring als geheel wordt in voldoende mate ondersteund door ander bewijs. Daar komt, als het gaat om de door de verdachte uitgeoefende dwang, nog het volgende bij.

De aangeefster was een kwetsbaar meisje van amper zestien jaar en er was dus een groot leeftijdsverschil met de verdachte, die op dat moment 41 jaar oud was. De verdachte wist hoe oud zij was, want op 29 mei 2021 heeft hij in een WhatsApp-bericht naar haar leeftijd gevraagd, waarop zij antwoordde dat zij 15 jaar oud was en bijna 16 zou worden. Daarnaast was de verdachte op de hoogte van de moeilijke (thuis)situatie van de aangeefster. De aangeefster kwam uit een gezin dat haar manier van leven (op religieuze gronden) afkeurde en er was veel ruzie thuis. De aangeefster had het daar moeilijk mee en heeft verklaard dat ze om die reden destijds ook veel dronk. De aangeefster heeft de verdachte hierover in vertrouwen genomen en daardoor is er tussen hen een vertrouwensband ontstaan. Ook bestond er een machtsverhouding, omdat de aangeefster voor de verdachte werkte en zij graag haar baan wilde behouden. Bovendien deed de verdachte beloften aan de aangeefster, zoals het zetten van een tattoo en het verzorgen van haar nagels. Gezien deze omstandigheden oordeelt de rechtbank dat er sprake is geweest van dwang door andere feitelijkheden. Dit heeft ertoe geleid dat de aangeefster handelingen heeft verricht of ondergaan die zij zonder deze dwang niet zou hebben verricht of laten gebeuren.

Contra-indicaties

De rechtbank ziet in het licht van het voorgaande in het door de advocaat van de verdachte aangevoerde geen contra-indicaties voor een bewezenverklaring. Weliswaar heeft de aangeefster ook WhatsApp-berichten naar de verdachte gestuurd waarin zij zegt dat zij het naar haar zin heeft gehad, maar deze berichten kunnen niet los worden gezien van de hiervoor beschreven context en verhoudingen (de minderjarigheid en de (verdere) kwetsbaarheid van de aangeefster, het grote leeftijdsverschil, de vertrouwensband, de werknemer-werkgeverrelatie en de in het vooruitzicht gestelde ‘leuke’ dingen).

Conclusie De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de aangeefster [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen die mede bestonden uit het binnendringen van haar lichaam en dat de verdachte zich daarom schuldig heeft gemaakt aan verkrachting.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 2

Betrouwbaarheid verklaringen aangeefster

Ook ten aanzien van het onder feit 2 tenlastegelegde dient de rechtbank te beoordelen of de verklaringen van de aangeefster [slachtoffer 3] betrouwbaar zijn. De aangeefster heeft op meerdere momenten verklaard over het tenlastegelegde, te weten bij haar aangifte en tegen haar familie toen zij na afloop van het incident thuis is gekomen. De rechtbank acht deze verklaringen authentiek, concreet en consistent. De rechtbank acht de verklaring die door de aangeefster [slachtoffer 3] is afgelegd dan ook betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs.

Steunbewijs

Daarmee komt de rechtbank aan bij de volgende vraag of deze op zichzelf geloofwaardige verklaring in voldoende mate steun vindt in ander bewijsmateriaal. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van de aangeefster allereerst wordt ondersteund door de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 13 maart 2026 dat hij seksueel getinte opmerkingen heeft gemaakt naar de aangeefster. Ook heeft de verdachte verklaard dat het is voorgekomen dat hij de aangeefster bij haar middel heeft gepakt toen zij samen op een feestje aan het werk waren. Hij moest erlangs, maar heeft toen gelijk van de gelegenheid gebruik gemaakt om haar bij haar middel te pakken. Dat maakt het aannemelijk dat ook de andere door aangeefster genoemde en ten laste gelegde gedragingen hebben plaatsgevonden. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat de WhatsApp-berichten tussen de aangeefster en haar moeder, en die tussen de aangeefster en haar broer, de verklaring van de aangeefster ondersteunen. Uit deze berichten blijkt onder andere de urgentie van de aangeefster om eerder dan vooraf de bedoeling was opgehaald te worden van het feestje waar zij aan het werk was met de verdachte. Ook blijkt uit de berichten dat zij onmiddellijk na het incident tegen haar broer heeft gezegd dat de verdachte aan haar kont had gezeten en dat zij naar huis wilde. Voorts acht de rechtbank ook de door de moeder waargenomen emoties van de aangeefster bij thuiskomst – met name schaamte en het niet direct willen bespreken van het voorval –ondersteunend voor de verklaring van de aangeefster. De rechtbank oordeelt dat er voldoende steunbewijs is voor de verklaring van de aangeefster.

Seksuele context

De advocaat van de verdachte heeft aangevoerd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde feit, omdat de verdachte met zijn handelingen geen seksuele bedoeling heeft gehad. De rechtbank overweegt hierover het volgende.

Onder ontuchtige handelingen wordt verstaan handelingen van seksuele aard die in strijd zijn met de sociaal-ethische norm. Het is niet bepalend welke bedoeling de verdachte had met zijn handelingen. Bepalend is of het slachtoffer door de handelingen in haar seksueel schaamtegevoel wordt gekwetst en of dit ook in de maatschappij in het algemeen zo wordt gevoeld. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. De aangeefster was een meisje van vijftien jaar. Er bestond dus een aanzienlijk leeftijdsverschil met de verdachte, die op dat moment bijna driemaal zo oud was. Ook was de aangeefster in zekere zin een kwetsbaar meisje. De verdachte verklaart bij de politie immers zelf dat hij de aangeefster kent omdat zij op dezelfde school als zijn dochter zat, maar naar een andere school zou zijn gegaan vanwege gedragsproblematiek. Dit zou hij van de moeder van de aangeefster hebben gehoord – voordat hij haar in dienst nam. Daarnaast speelde een machtsverhouding vanwege de werknemer-werkgeverrelatie tussen de verdachte en de aangeefster. Voorts weegt de rechtbank mee dat de verdachte zelf heeft verklaard van de gelegenheid gebruik te hebben gemaakt (de rechtbank begrijpt: het de aangeefster moeten passeren terwijl er niet veel ruimte is) om haar bij haar middel te pakken. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat deze aanrakingen niet per ongeluk hebben plaatsgevonden. Gelet op het voorgaande constateert de rechtbank dat de verdachte de handelingen jegens de aangeefster in een seksuele context heeft verricht.

Contra-indicaties

De rechtbank ziet in het licht van voorgaande in het door de advocaat van de verdachte aangevoerde geen contra-indicaties voor een bewezenverklaring.

Conclusie De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte ontucht heeft gepleegd met de aangeefster [slachtoffer 3] .

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 3 Betrouwbaarheid verklaringen aangeefster

Ook ten aanzien van het onder feit 3 tenlastegelegde dient de rechtbank te beoordelen of de verklaringen van de aangeefster [slachtoffer 4] betrouwbaar zijn. De aangeefster heeft op meerdere momenten verklaard over het tenlastegelegde, te weten tijdens het informatieve gesprek zeden in 2020 en enkele jaren later bij haar aanvullende verhoor in 2024. De rechtbank acht deze verklaringen authentiek en concreet. De aangeefster heeft gedetailleerd en consistent verteld over dat wat tussen hen zou zijn voorgevallen en hoe het gedrag van de verdachte (als werkgever) naar haar (als werknemer) in haar visie steeds ongepaster werd. De rechtbank acht de verklaring die door de aangeefster [slachtoffer 4] is afgelegd betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs.

Steunbewijs

Daarmee komt de rechtbank aan bij de volgende vraag of deze op zichzelf geloofwaardig verklaring in voldoende mate steun vindt in ander bewijsmateriaal. De rechtbank is allereerst van oordeel dat de eigen verklaring van de verdachte tijdens de zitting steun biedt aan de verklaring van de aangeefster. Hij heeft namelijk erkend dat hij seksueel getinte opmerkingen naar haar heeft gemaakt en dat zij bij hem op schoot heeft gezeten. Verder is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van de aangeefster wordt ondersteund door het WhatsApp-bericht dat de verdachte op 30 juni 2019 aan de aangeefster heeft gestuurd, waarin hij zijn excuses aanbiedt. Dit bericht sluit aan bij de verklaring van de aangeefster dat op diezelfde datum het incident met het wrijven van zijn lippen over de hare heeft plaatsgevonden. Ook heeft de verdachte op 2 en 3 juli 2019 berichten gestuurd naar de aangeefster waaruit valt op te maken dat hij zich tot haar aangetrokken voelde (zoals “ik begin je leuk te vinden en kan er niks aan doen, en nogmaals, ik weet dat t niet kan, hoort”). Dit alles maakt dat de rechtbank voldoende steun ziet voor de verklaring van de aangeefster.

Contra-indicaties

De rechtbank ziet in het licht van voorgaande in het door de advocaat van de verdachte aangevoerde geen contra-indicaties voor een bewezenverklaring.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de aangeefster

[slachtoffer 4] heeft aangerand.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 7

Voor een veroordeling van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht (artikel 285 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht) is onder meer vereist dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde - naar objectieve maatstaven - de redelijke vrees kon ontstaan dat aan de bedreiging uitvoering zou worden gegeven, en dat het opzet van de verdachte daarop was gericht. Naar het oordeel van de rechtbank kon bij de aangeefster [slachtoffer 5] naar objectieve maatstaven de redelijke vrees ontstaan dat de verdachte zijn dreigementen (namelijk: het maken van schietgebaren) zou uitvoeren. De omstandigheden die de rechtbank hierbij meeweegt zijn de volgende. Op 4 oktober 2023 zou de verdachte tegen de aangeefster (zijn ex-partner) hebben geschreeuwd dat hij geld van haar wilde en dat hij ervoor zou zorgen dat haar iets zou overkomen. Daarbij zou hij hebben verklaard dat zij “geen haren meer op haar hoofd” zou hebben. Eerder zou de verdachte de aangeefster al een keer hebben bedreigd met het gooien van zoutzuur en zou er tijdens de scheiding een handgemeen zijn geweest, waarbij hij haren uit het hoofd van de aangeefster zou hebben getrokken. De aangeefster heeft daarnaast verklaard dat zij bang is voor de verdachte en zich niet veilig voelt in haar eigen omgeving. De verdachte zou onberekenbaar en agressief zijn als hij onder invloed is van drugs. Voorts weegt de rechtbank mee dat de verdachte kort voor het incident waar het over gaat een camera van de aangeefster heeft vernield. Gelet op deze omstandigheden en in deze context kon bij de aangeefster een redelijke vrees ontstaan dat de verdachte zijn dreigement zou uitvoeren. Tevens staat vast dat het opzet van de verdachte hierop was gericht: zijn gedragingen hadden naar hun aard als doel om de aangeefster angst aan te jagen. Concluderend is de rechtbank van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de bedreiging van de aangeefster [slachtoffer 5] .

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 8

De raadsman van de verdachte heeft aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat er voldoende wettig bewijs is dat de bakfiets toebehoort aan een ander dan de verdachte. Volgens de raadsman is de bakfiets eigendom van de verdachte, aangezien hij deze voor de aangeefster zou hebben aangeschaft. Hieruit zou volgen dat er geen sprake is van diefstal.

De rechtbank ziet dit anders. De rechtbank constateert dat de verdachte en de aangeefster uit elkaar waren op het moment dat de bakfiets werd gekocht, dat de bakfiets zich in de woning van de aangeefster bevond en dat het aankoopbewijs (factuur) op naam van de aangeefster staat. Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van de bakfiets van aangeefster [slachtoffer 5] .

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

feit 1

op meer tijdstippen in de periode van 5 september 2021 tot en met 30 november 2021 te Almere en Weesp door een andere feitelijkheid, [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan vanhandelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten - het zoenen van de borsten van die [slachtoffer 1] en - het brengen van zijn tong bij de clitoris entussen de (binnenste) schaamlippen en bij de opening van de vagina van die [slachtoffer 1] en - het brengen van een vibrator bij de clitoris en/of vagina van die [slachtoffer 1] en - het brengen/duwen van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer 1] en - het door die [slachtoffer 1] laten betasten/aanraken van zijn penis,

door - die [slachtoffer 1] (steeds) in een door hem, verdachte, gecontroleerde situatie en een afhankelijke positie te brengen en te houden en - (steeds) misbruik te maken van het grote leeftijdsverschil en de machtsverhouding tussen verdachte en die [slachtoffer 1] en - aldus een zodanige druk te doen opleveren, in elk geval te doen ontstaan, dat die [slachtoffer 1] geen, in elk geval onvoldoende, weerstand kon bieden, in ieder geval het te doen ontstaan van een situatie waarin die [slachtoffer 1] de verdachte niet kon weerhouden de (beschreven) handelingen te verrichten en hiertegen geen, in elk geval onvoldoende, verzet kon bieden en zich hieraan niet kon onttrekken;

feit 2

op 18 maart 2022 te Almere, , met [slachtoffer 3] , geboren op [2006] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten: - het wrijven over en knijpen in de binnenkant van het (linker) dijbeen van die [slachtoffer 3] en - betasten van en knijpen in de bil(len) van die [slachtoffer 3] en - het bijten in het oor van die [slachtoffer 3] en - het geven van een kus op de wang van die [slachtoffer 3] ;

feit 3

op meer tijdstippen in de periode van 1 mei 2019 tot en met 30 juni 2019 te Almere, door een andere feitelijkheid [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, te weten - het wrijven over (de binnenkant van) het (linker) dijbeen van die [slachtoffer 4] en - betasten van de bil(len) van die [slachtoffer 4] en - het op schoot nemen van die [slachtoffer 4] en - het wrijven van zijn, verdachtes, lippen over de lippen van die [slachtoffer 4] waarbij verdachte (steeds) misbruik heeft gemaakt van het leeftijdsverschil en de machtsverhouding tussen hem en die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 4] steeds in een door hem, verdachte, gecontroleerde situatie en afhankelijke positie te brengen en tegen die [slachtoffer 4] heeft gezegd dat zij tegen niemand mag vertellen wat er is gebeurd;

feit 4, primair

op 1 november 2023 te [woonplaats] , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van vijftienduizend eurodat geheel aan [slachtoffer 2] , toebehoorde), - naar het financieel advies bureau van die eerdergenoemde [slachtoffer 2] is gegaan (gevestigd aan de [adres] te [woonplaats] ) en, vervolgens, een medewerker van die [slachtoffer 2] , te weten [A] , een foto te laten maken waarop te zien is dat hij, verdachte, met een (nep)vuurwapen in het eerder genoemde advies bureau staat en die eerder genoemde [A] te gebieden deze (foto) (vervolgens) door te sturen naar die eerdergenoemde [slachtoffer 2] , en - heeft aangegeven dat hij, verdachte, een lid is van de motorclub Caloh Wagoh en/ofSatudarah, en - naar het huisadres van die eerdergenoemde [slachtoffer 2] is gegaan, een foto heeft gemaakt van de entree van dat huisadres en, vervolgens, deze foto door te sturen naar die [slachtoffer 2] teneinde die [slachtoffer 2] te dwingen om een geldbedrag te betalen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 6

op 4 oktober 2023 te Almere opzettelijk en wederrechtelijk een camera, die geheel aan

[slachtoffer 5] , toebehoorde heeft vernield;

feit 7

op 4 oktober 2023 te Almere [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling door dreigend een schietgebaar te maken in de richting van die [slachtoffer 5] ;

feit 8

op 5 oktober 2023 te Almere een bakfiets, die geheel aan [slachtoffer 5] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

feit 9

op 30 maart 2024 te Zwolle, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, van meerdere hoeveelheden cocaïne en MDMA, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet een of meerdere voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, te weten - meerdere geldbedragen in verschillende biljetten en - ongeveer 8,89 gram cocaïne en 29,24 gram MDMA verpakt in een of meerdere wikkels en bolletjes en - een of meerdere telefoons en - een papier met adressen en/of hoeveelheden, althans een of meerdere goederen waarvan hij, verdachte wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit;

feit 10

op 30 maart 2024 te Zwolle, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 8,89 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne enongeveer 29,24 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde cocaïne enMDMA(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

feit 11

op 28 november 2024 te Tollebeek, gemeente Noordoostpolder tuinverlichting die geheel aan [benadeelde ] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

feit 12

op 19 januari 2025 te Almere een verpakking luchtverfrisser, die geheel aan de Plus toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

feit 1

verkrachting;

feit 2

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen;

feit 3

feitelijke aanranding van de eerbaarheid;

feit 4

poging tot afpersing;

feit 6

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;

feit 7

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling;

feit 8

diefstal;

feit 9

om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen, stoffen en gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

feit 10

opzettelijk aanwezig hebben verdovend middel lijst I;

feit 11

diefstal;

feit 12

diefstal.

Strafbaarheid feiten en verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5. Straf

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 16 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar, met als bijzondere voorwaarden kort gezegd:

een meldplicht bij reclassering;

ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname);

dagbesteding;

het meewerken aan schuldhulpverlening;

het meewerken aan middelencontrole;

ambulante begeleiding;

een contactverbod met de slachtoffers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] .

De officier van justitie eist bovendien dat de bijzondere voorwaarden en het reclasseringstoezicht op de naleving daarvan direct na de uitspraak van het vonnis ingaan (dadelijk uitvoerbaar zijn).

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de rechtbank bij het bepalen van de straf rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en een taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen voor de feiten die volgens de verdediging kunnen worden bewezen, waardoor het mogelijk wordt bijzondere voorwaarden aan de straf te verbinden.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf van 48 maanden op, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 16 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals gevorderd door de officier van justitie. De rechtbank beslist hierbij dat de bijzondere voorwaarden en het reclasseringstoezicht op de naleving daarvan door de verdachte direct na de uitspraak van het vonnis ingaan (dadelijk uitvoerbaar zijn).

Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten. Het zwaartepunt van deze strafbare feiten ligt bij de drie zedenfeiten en de poging tot afpersing. Deze strafbare feiten betreffen gedragingen waarbij de verdachte op bepalende wijze heeft gehandeld en waarbij hij zich niet heeft bekommerd om de gevolgen van zijn handelen voor zijn slachtoffers.

De verdachte heeft zich (op zeer impulsieve wijze) schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing door (samengevat) het tonen van een (nep)vuurwapen, het benoemen van een lidmaatschap bij (een) motorbende(s) en het sturen van een afbeelding van zijn huisadres aan [slachtoffer 2] . Dit is een ernstig feit dat niet alleen bij het directe slachtoffer [slachtoffer 2] angst heeft veroorzaakt, maar ook bij de aanwezige medewerkers van het bedrijf op het moment van het plegen van het strafbare feit. Dat het om een balletjespistool ging konden zij niet weten. Met betrekking tot de zedenfeiten stelt de rechtbank vast dat de verdachte zijn eigen verantwoordelijkheid ontloopt. Tijdens de terechtzitting heeft de verdachte ten aanzien van het slachtoffer [slachtoffer 1] herhaaldelijk verklaard dat zij niet gedwongen werd tot seksuele handelingen en dat zij zelf een aandeel zou hebben gehad in dat wat tussen hen is gebeurd. De rechtbank neemt de verdachte deze proceshouding kwalijk. De verdachte heeft op berekenende wijze situaties gecreëerd waarin hij zijn gang kon gaan met jonge, kwetsbare meisjes. Door via zijn bedrijf in contact te komen met zijn jonge slachtoffers, heeft hij een vertrouwensband en/of afhankelijkheidsrelatie opgebouwd, waardoor hij zijn strafbare handelingen kon uitvoeren. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan. De gevolgen van de zedenfeiten voor de drie slachtoffers zijn aanzienlijk. Dit blijkt onder meer uit de onderbouwing van de verzoeken tot schadevergoeding en de slachtofferverklaring van [slachtoffer 1] die ter terechtzitting is voorgelezen. Zij kampt nog steeds met depressieve klachten en volgt meerdere therapieën wegens angst en somberheid.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 22 oktober 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder voor een diefstal is veroordeeld, maar voor de overige bewezenverklaarde strafbare feiten niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

Verder heeft de rechtbank gekeken naar het rapport van Tactus Verslavingszorg van 26 februari 2025. Uit dit rapport komt naar voren dat er zorgen zijn en verschillende risicofactoren spelen zoals de instabiele leefsituatie, schuldenproblematiek, het gebrek aan dagbesteding en/of werk en het middelengebruik van de verdachte. Bij een veroordeling is geadviseerd om een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen indien de verdachte open staat voor begeleiding. Op de terechtzitting heeft de verdachte gezegd dat hij open staat voor alle mogelijke hulp die hij kan krijgen. De verdachte heeft toegelicht dat hij langdurig verslaafd is geweest aan drugs en dat hij onder invloed daarvan verkeerde keuzes heeft gemaakt. Ook heeft de verdachte toegelicht dat hij nu anders in het leven staat en dat hij zijn leven ook echt een andere wending wil geven. Dat is positief en de rechtbank hoopt dat de verdachte deze motivatie vasthoudt. Gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten is echter alleen een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf een passende sanctie. Een lichtere straf zou onvoldoende recht doen aan wat er is gebeurd. Gelet op de risicofactoren die spelen acht de rechtbank het ook noodzakelijk om de bijzondere voorwaarden op te leggen die de reclassering heeft geadviseerd en komt zij daarom tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf. De combinatie van risicofactoren maakt ook dat de rechtbank een (langere) proeftijd van drie jaar passend acht, omdat dit ervoor zorgt dat de aan hem op te leggen bijzondere voorwaarden langer kunnen worden benut.

Strafkader

Ten aanzien van de straf houdt de rechtbank in het voordeel van verdachte rekening met het tijdsverloop en de toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. Alles afwegend legt de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 48 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 16 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar, en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals gevorderd door de officier van justitie. De rechtbank beslist hierbij dat de bijzondere voorwaarden en het reclasseringstoezicht direct na de uitspraak van het vonnis ingaan (dadelijk uitvoerbaar zijn), omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Het opleggen van het contactverbod met de slachtoffers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] wordt door de rechtbank als noodzakelijk beschouwd ter bescherming van de slachtoffers.

6. In beslag genomen voorwerp

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht het inbeslaggenomen geldbedrag van € 208,- verbeurd te verklaren.

Standpunt van de verdediging

De advocaat heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het inbeslaggenomen geldbedrag.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen voorwerp, te weten een geldbedrag van € 208,-, vatbaar is voor verbeurdverklaring nu uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het geldbedrag aan de verdachte toebehoorde of die geheel of ten dele te eigen bate kan aanwenden en die geheel of grotendeels door middel van de bewezenverklaarde feiten is verkregen.

7. Vordering benadeelde partijen

Vordering van de benadeelde partijen

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 7.500,- bestaande uit immateriële schade, ten gevolge van het aan de verdachte onder feit 1 tenlastegelegde.

Benadeelde partij [slachtoffer 3]

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van

€ 2.000,- bestaande uit immateriële schade, ten gevolge van het aan de verdachte onder feit 2 tenlastegelegde.

Benadeelde partij [slachtoffer 4]

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 2.500,- bestaande uit immateriële schade, ten gevolge van het aan de verdachte onder feit 3 tenlastegelegde.

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van

€ 130.000,- bestaande uit € 30.000,- aan materiële schade en € 100.000,- aan immateriële schade, ten gevolge van het aan de verdachte onder feit 4 tenlastegelegde.

Standpunt van de officier van justitie

Benadeelde partij [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4]

De officier van justitie heeft ten aanzien van de vorderingen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] geconcludeerd dat deze vorderingen in zijn geheel moeten worden toegewezen. Het toegewezen bedrag moet worden vermeerderd met de wettelijke rente en daarbij moet de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd.

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

De officier van justitie heeft ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2] geconcludeerd dat de vordering onvoldoende is onderbouwd. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering. De benadeelde partij krijgt hiermee de mogelijkheid om de vordering aan te brengen bij de burgerlijke rechter.

Standpunt van de verdediging

Benadeelde partij [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4]

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de door [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] gevorderde bedragen aan de hoge kant liggen. De raadsman verzoekt de rechtbank om aansluiting te zoeken bij vergelijkbare zaken en hen bij een bewezenverklaring een lager bedrag aan schadevergoeding toe te kennen.

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2] sluit de raadsman zich aan bij het standpunt van de officier van justitie dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Oordeel van de rechtbank

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub [verdachte] van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon. De benadeelde partij heeft voldoende gegevens verstrekt waaruit blijkt dat zij door het door de verdachte gepleegde strafbare feit geestelijk letsel heeft opgelopen.

Voor de vaststelling van de hoogte van de immateriële schadevergoeding zoekt de rechtbank aansluiting bij de ‘Rotterdamse schaal’. Dit betreft een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen en bevat indicaties voor het toekennen van een passende immateriële schadevergoeding. De rechtbank hanteert de volgende uitgangspunten bij het gebruik van de Rotterdamse schaal voor de vaststelling van de immateriële schade. De Rotterdamse schaal wordt uitsluitend gebruikt als hulpmiddel. Daartoe kijkt de rechtbank naar de indicatieve smartengeldbedragen die worden genoemd bij de voor deze zaak toepasselijke categorie van de Rotterdamse schaal. Deze bedragen betrekt de rechtbank bij de billijkheidsafweging. Deze zaak valt naar het oordeel van de rechtbank onder de categorie seksuele misdrijven (ernstig) van de Rotterdamse schaal (er was immers sprake van meerdere verkrachtingen, waarbij de verdachte geen geweld heeft gebruikt, maar wel misbruik heeft gemaakt van de onderlinge verhoudingen). De rechtbank neemt de in die schaal genoemde bandbreedte van € 7.500,- tot € 15.000,- tot uitgangspunt. De rechtbank acht het gevorderde bedrag van € 7.500,- daarmee passend. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] daarom geheel toe.

Wettelijke rente

De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 16 oktober 2021 (de datum in het midden van de bewezenverklaarde periode) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 7.500,- aan de Staat moet betalen.

Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2021 (de datum in het midden van de bewezenverklaarde periode) tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald.

Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 62 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.

Proceskosten

Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen en toelichten van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.

Benadeelde partij [slachtoffer 3]

Zoals hiervoor overwogen, komt immateriële schadevergoeding onder andere in aanmerking indien is komen vast te staan dat het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft geleden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de benadeelde partij voldoende gegevens overgelegd waaruit blijkt dat zij als gevolg van het door de verdachte gepleegde strafbare feit geestelijk letsel heeft opgelopen. Ook bij deze vaststelling van de immateriële schade heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de Rotterdamse schaal. In de onderhavige zaak heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de categorie aanranding (tamelijk ernstig) omdat het onder meer ging om het betasten van het lichaam, niet zijnde de geslachtsdelen, over de kleding heen.

De rechtbank neemt de in die schaal genoemde bandbreedte- tot € 1.000,- tot uitgangspunt. De rechtbank ziet geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken in het voordeel van de benadeelde partij. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] daarom toe tot een bedrag van € 1.000,- en wijst het meer gevorderde af.

Wettelijke rente

De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 18 maart 2022 (de datum van het ontstaan van de schade) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 1.000,- aan de Staat moet betalen.

Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2022 (datum ontstaan schade) tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald.

Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 10 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.

Proceskosten

Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen en toelichten van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.

Benadeelde partij [slachtoffer 4]

Ten aanzien van vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] overweegt de rechtbank dat, hoewel de vordering niet is onderbouwd met stukken, de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zodanig voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van ‘aantasting in de persoon’. Dit brengt mee dat aan het slachtoffer een bedrag aan immateriële schadevergoeding toekomt. Bij de vaststelling van de hoogte daarvan heeft de rechtbank eveneens aansluiting gezocht bij de Rotterdamse schaal. In de onderhavige zaak valt het letsel van de benadeelde partij naar het oordeel van de rechtbank onder de categorie aanranding (tamelijk ernstig) van de Rotterdamse schaal. De rechtbank neemt het in die categorie genoemde bedrag van € 1.000,- tot uitgangspunt. De rechtbank ziet echter aanleiding om dit bedrag naar boven bij te stellen, nu de aanranding zich op meerdere momenten heeft voorgedaan, de verdachte en de aangeefster elkaar kenden en sprake was van een groot leeftijdsverschil tussen hen en een werkgever-werknemerrelatie. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] toe tot een bedrag van € 1.500,-. Voor het overige wordt de vordering afgewezen.

Wettelijke rente

De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 31 mei 2019 (de datum in het midden van de bewezenverklaarde periode) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 1.500,- aan de Staat moet betalen.

Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2019 (de datum in het midden van de bewezenverklaarde periode) tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald.

Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 15 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.

Proceskosten

Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen en toelichten van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij heeft de vordering tot schadevergoeding onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partij heeft ter terechtzitting de gelegenheid gekregen de vordering alsnog verder te onderbouwen, maar nadere onderbouwing is uitgebleven. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

Proceskosten

Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, waardoor niet is komen vast te staan of en in hoeverre de vordering terecht is ingediend. De benadeelde partij moet daarom de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vordering in te gaan. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de verdachte daarvoor kosten heeft gemaakt en begroot de kosten daarom op nihil.

8. Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straffen, maatregel en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

2.
3.
parketnummer: 16/049476-24
parketnummer: 08/168358-24

De rechtbank:

vrijspraak feit 5

- verklaart feit 5 niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 tot en met 4 (primair) en de feiten 6 tot en met 12 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;

- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder 1 tot en met 4 (primair) en 6 tot en met 12 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 16 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaar vast;

- als algemene voorwaarden gelden dat de verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte gedurende de proeftijd:

* zich meldt binnen vijf dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis bij Tactus Reclassering op het adres Randstad 22183, 1316 BM Almere. De verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. Gedurende de gehele proeftijd houdt de verdachte zich aan de aanwijzingen van de reclassering en stemt hij in met huisbezoeken;

* zich laat behandelen door forensische polikliniek De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor detoxificatie, stabilisatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal de verdachte zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling;

* zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;

* meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;

* meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd;

* zich ambulant laat begeleiden door een door de reclassering te bepalen zorgverlener. De begeleiding duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de begeleidingsregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de begeleiding;

* op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] ;

- beveelt dat deze bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn;

beslag (feiten 8 en 9)

- verklaart het volgende voorwerp verbeurd:

 € 208,- (omschrijving: PL0600-2024145648-3184989)

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1)

- wijst de vordering van [slachtoffer 1] geheel toe tot een bedrag van € 7.500,-;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2021 tot de dag van volledige betaling;

- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat

€ 7.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2021 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 62 dagen gijzeling;

- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 3] (feit 2)

- wijst de vordering van [slachtoffer 3] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 1.000,-;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 3] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2022 tot de dag van volledige betaling;

- wijst de vordering van [slachtoffer 3] voor wat betreft het meer gevorderde af;

- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 3] aan de Staat

€ 1.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2022 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen gijzeling;

- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 4] (feit 3)

- wijst de vordering van [slachtoffer 4] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 1.500,-;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 4] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2019 tot de dag van volledige betaling;

- wijst de vordering van [slachtoffer 4] voor wat betreft het meer gevorderde af;

- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 4] aan de Staat

€ 1.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 15 dagen gijzeling;

- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 4)

- verklaart [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. mr. J.A. Koorevaar, voorzitter, mrs. A.J. Reitsma en

J. B . Duinkerken, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. van Dieren als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026.

De oudste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

parketnummer: 16/201629-24

1. hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2021 tot en met 31 november 2021 te Almere en/of Weesp en/of (op een of meerdere plekken) elders in Nederland, althans in Nederland door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten (telkens) - het zoenen van de borsten van die [slachtoffer 1] en/of - het brengen van zijn tong bij de clitoris en/of tussen de (binnenste) schaamlippen en/of bij de opening van de vagina van die [slachtoffer 1] en/of - het brengen van een vibrator bij de clitoris en/of vagina van die [slachtoffer 1] en/of - het brengen/duwen van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer 1] en/of - het door die [slachtoffer 1] laten betasten/aanraken van zijn penis,

door - die [slachtoffer 1] (steeds) in een door hem, verdachte, gecontroleerde situatie en/of een afhankelijke positie te brengen en/of te houden en/of - (steeds) misbruik te maken van het grote leeftijdsverschil en de machtsverhouding tussen verdachte en die [slachtoffer 1] en/of - (aldus) een zodanige druk te doen opleveren, in elk geval te doen ontstaan, dat die [slachtoffer 1] geen, in elk geval onvoldoende, weerstand kon bieden, in ieder geval het te doen ontstaan van een situatie waarin die [slachtoffer 1] de verdachte niet kon weerhouden de (beschreven) handelingen te verrichten en/of hiertegen geen, in elk geval onvoldoende, verzet kon bieden en/of zich hieraan niet kon onttrekken;

hij op of omstreeks 18 maart 2022 te Almere, althans in Nederland, met [slachtoffer 3] , geboren op [2006] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten: - het wrijven over en/knijpen in de binnenkant van het (linker) dijbeen van die [slachtoffer 3] - betasten van en/of knijpen in de bil(len) van die [slachtoffer 3] en/of - het bijten in het oor van die [slachtoffer 3] en/of - het geven van een kus op de wang van die [slachtoffer 3] ;

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2019 tot en met 30 juni 2019 te Almere, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten - het wrijven over (de binnenkant van) het (linker) dijbeen van die [slachtoffer 4] - betasten van de bil(len) van die [slachtoffer 4] en/of - het op schoot nemen van die [slachtoffer 4] en/of - het wrijven van zijn, verdachtes, lippen over de lippen van die [slachtoffer 4] waarbij verdachte (steeds) misbruik heeft gemaakt van het leeftijdsverschil en de machtsverhouding tussen hem en die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 4] steeds in een door hem, verdachte, gecontroleerde situatie en/of afhankelijke positie te brengen en/of tegen die [slachtoffer 4] heeft gezegd dat zij tegen niemand mag vertellen wat er is gebeurd; parketnummer: 16/302247-23

1. hij op of omstreeks 1 november 2023 te [woonplaats] , althans in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van vijftienduizend euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan verdachte en/of een derde toebehoorde(n), - naar het financieel advies bureau van die eerdergenoemde [slachtoffer 2] is gegaan (gevestigd aan de [adres] te [woonplaats] ) en, vervolgens, een medewerker van die [slachtoffer 2] , te weten [A] , een foto te laten maken waarop te zien is dat hij, verdachte, met een (nep)vuurwapen in het eerder genoemde advies bureau staat en die eerder genoemde [A] te gebieden deze (foto) (vervolgens) door te sturen naar die eerdergenoemde [slachtoffer 2] , en/of - heeft aangegeven dat hij, verdachte, een lid is van de motorclub Caloh Wagoh en/of Satudarah, en/of - naar het huisadres van die eerdergenoemde [slachtoffer 2] is gegaan, een foto heeft gemaakt van de entree van dat huisadres en, vervolgens, deze foto door te sturen naar die [slachtoffer 2] teneinde die [slachtoffer 2] te dwingen om een geldbedrag(en) te betalen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 1 november 2023 te [woonplaats] , althans in Nederland, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door: - naar het financieel advies bureau van die eerdergenoemde [slachtoffer 2] te gaan (gevestigd aan de [adres] te [woonplaats] ) om, vervolgens, een medewerker van die [slachtoffer 2] , te weten [A] , een foto te laten maken waarop te zien is dat hij, verdachte, met een (nep)vuurwapen in het eerder genoemde advies bureau staat en die eerder genoemde [A] te gebieden deze (foto) (vervolgens) door te sturen naar die eerdergenoemde [slachtoffer 2] , en/of - aan te geven dat hij, verdachte, een lid is van de motorclub Caloh Wagoh en/of Satudarah, en/of - naar het huisadres van die eerdergenoemde [slachtoffer 2] te gaan, een foto te maken van de entree van dat huisadres om, vervolgens, deze foto door te sturen naar die [slachtoffer 2] ;

2. hij op of omstreeks 1 november 2023 te Veenendaal, althans in Nederland, een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een veerdrukpistool (merkloos), type balletjespistool zijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en/of de omstandigheden waaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen heeft gedragen;

1. hij op of omstreeks 4 oktober 2023 te Almere opzettelijk en wederrechtelijk een camera, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; 2. hij op of omstreeks 4 oktober 2023 te Almere [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling door dreigend een schietgebaar te maken in de richting van die [slachtoffer 5] ;

3. hij op of omstreeks 5 oktober 2023 te Almere een bakfiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

1. hij op of omstreeks 30 maart 2024 te Zwolle, althans Nederland, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, van een of meerdere hoeveelheden cocaïne en/of MDMA, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet een of meerdere voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, te weten - een of meerdere geldbedrag(en) in verschillende biljetten en/of - ongeveer 8,89 gram cocaïne en/of 29,24 gram MDMA verpakt in een of meerdere wikkels en/of bolletjes en/of - een of meerdere telefoon(s) en/of - een papier met adressen en/of hoeveelheden, althans een of meerdere goederen waarvan hij, verdachte wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit;

2. hij op of omstreeks 30 maart 2024 te Zwolle, althans in Nederland opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 8,89 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 29,24 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde cocaïne en/of MDMA(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

parketnummer: 16/019922-25

1. hij op of omstreeks 28 november 2024 te Tollebeek, gemeente Noordoostpolder tuinverlichting, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde ] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2. hij op of omstreeks 19 januari 2025 te Almere een verpakking luchtverfrisser, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Plus, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Bijlage II: Bewijsmiddelen

Bewijsmiddelen feit 1

De bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 13 maart 2026:

Er hebben seksuele handelingen plaatsgevonden tussen mij en [slachtoffer 1] .

Uit het informatief gesprek zeden van [slachtoffer 1] van 28 november 2022, volgt zakelijk weergegeven:

Over het voorval verklaarde zij:

- Dit is vorig jaar gebeurd tussen sept en nov 2021

- Toen ging hij haar in de auto zoenen en borsten aanraken

- Later in Weesp had hij drank voor haar klaar gezet

- Hij heeft haar achterin op springkussen gelegd

- Hij deed rok naar beneden maar ze zei Nee.

- Ze deed haar hand voor haar vagina maar hij zei: nee 10 sec" en toen deed hij het gewoon, beffen

- Voorin bus ging hij haar ook vingeren maar daar heeft ze geen stop op gezegd want het andere was al gebeurd

- Het beffen was nog een keer op dezelfde manier gebeurd na een feest

- De 3e keer heeft ze hem kunnen stoppen

- Toen heeft hij ook toegegeven dat hij over de grens is gegaan

Uit het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 19 december 2022 volgt, zakelijk weergegeven:

Tijdens het werken begon hij langs me te lopen, dichtbij me. Als ik zat ging hij mijn schouders ineens masseren. Hij zette mij op zijn schoot. Daarna gewoon die kleine aanrakingen de hele tijd. Zijn hand op mijn dijbeen. Ik was ook heel erg aangeschoten. In de auto, hij zou me naar huis brengen, was het ook zijn hand op mijn dijbeen. Als ik iets zei wat hij goed vond dan ging hij zich bij me trekken en raakte me aan. Dat was op een gegeven moment dat hij mij zoende. Daarna ging hij mijn borsten zoenen.

De volgende keer dat ik hem zag was in Weesp. Hij had in de auto een paar blikjes drank staan en dat dronk ik gewoon. Dat waren blikjes Lavish. Hij vroeg af en toe een kusje en dan gaf ik dat. Ik zei op een gegeven moment iets wat hem aan stond. Toen legde hij me achterin. Toen deed hij mijn rok naar beneden en mijn panty.

Toen heb ik hem verteld, nee dat wil ik niet doen. Ik heb zoiets nooit eerder gedaan. Toen zei hij tien tellen maar en toen heb ik mijn handen voor mijn vagina gedaan. Toen heeft hij mijn handen weggehaald en me gebeft. Toen ging hij weer voorin. Daar heeft hij me gevingerd. Er was een keer dat ik voor het werk mee ging helpen met het springkussen. Toen was het beffen weer op dezelfde manier gebeurd. Ik wilde het niet, ik deed mijn handen ervoor. Hij zei tien seconden en toen deed hij het weer. We waren twee keer in een hotel. Een keer was er niks gebeurd, toen heeft hij me alleen gezoend. Er was een keer dat we samen gingen douchen en toen heeft hij me gevingerd. Het was niet zo dat ik terug ging vechten. Een keer heb ik hem in de auto verteld dat hij over mijn grens ging en dat ik niet wilde.

Ik voelde me vies, hij was ouder dan ik, hij had een vrouw en een dochter ouder dan ik. Ik vond hem helemaal niet aantrekkelijk. We waren samen in een hotel [hotel] in [plaats] en toen gingen we samen in bad en we dronken wat. Ik had daarvoor ook al gedronken in de auto. Hij wilde dat ik bij hem kwam zitten, maar ik zei nee. Toen wilde hij op het bed. Ik had geen kleren aan, want ik kwam uit het bad. Hij wilde me weer beffen voor de derde keer. Ik deed mijn handen ervoor en zei nee en toen stopte hij.

V: Wanneer ben jij voor hem gaan werken?

A: 05 september 2021.

V: Hoe was jullie werkrelatie?

A: Doordat hij me ging aanraken, had ik het gevoel dat hij dat verwachtte van mij. Dat maakte het ingewikkeld.

A: Ik weet niet exact wanneer de laatste keer was dat ik voor [verdachte] heb gewerkt,

maar denk dat het eind november of 18 november 2021 is geweest.

A: Hij kwam mijn richting op en hij raakte mijn lippen en met de zijne en ik kuste hem terug.

Toen kuste hij mijn borsten. Dit deed hij onder de kleding. Hij deed mijn topje weg.

V: Wanneer is dit gebeurd?

A: Op mijn eerste werkdag, dat was 5 september 2021.

V: Waar was dit feest?

A: In [plaats] .

V: Je vertelde in je informatieve gesprek dat hij vroeg of je spijt had en dat je nee zei. Hoe komt het dat je nee zei?

A: Ik wilde dat baantje behouden. Ik wilde dat drinken behouden. Hij had me allemaal dingen beloofd, zoals tattoo, eerste pilletje XTC, nagels laten doen.

V: Wat deed jij toen hij je op het springkussen legde?

A: Ik deed nog niks. Totdat hij mijn rok naar beneden trok en mijn panty.

V: Is er nog wat door jou of hem gezegd?

A: Ik zei ik wil het niet en deed mijn handen ervoor en hij zei tien seconden.

V: Wat gebeurde er toen hij jou op het springkussen legde?

A: Hij deed mijn rok uit, mijn panty uit, mijn ondergoed uit. Toen zei ik nee ik wil

het niet, Ik deed mijn handen ervoor en hij zei tien seconden. Hij deed mijn handen

weg en deed hij het.

V: Je vertelde dat hij je befte. Wat deed hij met zijn tong?

A: Gewoon likken met zijn tong.

O: [slachtoffer 1] wordt emotioneel en moet huilen.

A: Mijn binnenste schaamlippen. Op mijn clitoris likte hij met zijn tong.

V: Hoe stopte dit?

A: Op een gegeven moment was hij klaar. Hij ging het een paar seconde doen. Toen

stond hij op. Ik ging uit dat ding schuiven en toen deed ik mijn rok aan. We gingen

weer voorin. Ik zat voorin bij mijn stoel. Hij stond bij de deur en toen ging hij me vingeren.

V: Wat deed hij met zijn vingers in je vagina?

A: Er in en eruit.

V: Hoe heeft ze aangegeven dat je dit niet wilde?

A: Met vingeren niet meer nee.

V: Hoe komt het dat je niks hebt aangegeven?

A: Geen zin meer, hij had het andere ook al gedaan. Toen had ik ook al aangegeven dat

ik het niet wilde dus wat voor nut zou het nu hebben.

V: Wat gebeurde er na het vingeren?

A: Toen stopte hij. Hij liet mij ook zijn piemel zien. Hij wilde ook dat ik hem zou aanraken, Ik lachte het weg en gaf aan dat ik het niet wilde. Toen zette hij mijn hand op zijn piemel en ik trok mijn hand weg. Hij pakte mijn hand en zette dat op zijn piemel Ik had zijn piemel even vast en toen trok ik mijn hand weg.

V: Hoe vaak is het beffen gebeurd?

A: Twee keer. Derde keer wilde hij het weer doen. Dat was dus in het hotel. Ik zei

stop en toen stopte hij..

A: Hij had een vibrator voor mij gehaald. Hij vroeg of ik het uit wilde proberen en dat deed ik toen.

V: Wat deed je met de vibrator?

A: Hij zette de vibrator op mijn clitoris. Toen heeft hij met zijn vingers aan mijn clitoris gezeten. Hij is toen niet met zijn vingers in mijn vagina geweest.

V: Wat maakt het dan dat je je uitkleed en dat de vibrator ging uit proberen?

A: Ik voelde soort van druk alsof er wat van me werd verwacht. Ik wilde er geen probleem van maken. Ik ging het gewoon uit proberen. Ik had die dag ook gedronken.

V: Waar befte hij jou en hoe ging dat?

A: Binnenste schaamlippen, clitoris en op en rond de opening van mijn vagina.

V: Je vertelde dat hij heeft toegegeven dat hij over de grens is gegaan. Hoe is dat gegaan?

A: Een (1) keer heeft hij dat op de app toegegeven, dit was op 30 september 2021. De eerste keer had ik gezegd dat ik dit niet wilde. De andere keer was bij [hotel] toen ik zei dat hij moest stoppen. Toen gaf hij aan dat hij over mijn grens was gegaan.

Verbalisant [verbalisant 1] heeft in een proces-verbaal van bevindingen met de daarbij horende bijlagen van – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

05-09-2021 01:03:56: Bijlage 3

[verdachte] : We gaan toch nog een x (vaker) chillen?

[..]

[verdachte] : Want... of je zegt dat je bij mij gaat werken, (ik betaal je gewoon uit) maar dan liegen we,

[verdachte] : En dan??? lets doen wat jij nog niet/nooit heb gedaan? Kan zoveel dingen verzinnen.

05-09-2021 23:47:56: Bijlage 4

[verdachte] : Ik wil heel graag met jou zijn, en waar dat boeit me niet echt

[..]

[verdachte] : Zou t wel leuk vinden als je mij gezelschap zou houden. In de auto, kletsen, wT drinken (tenzij je ff genoeg heb gehad)

12-09-2021 12:24:06: Bijlage 6 [verdachte] :We kunnen hier in [plaats] een hotel pakke [..] [verdachte] : Was heerlijk met je gisteren

12-09-2021 20:00:12: Bijlage 7 [verdachte] : Ik meen (de) t wat ik allemaal gezegd heb gisteren hé, van jou echt willen leren kennen, tot samen jouw tattoo zetten, tot samen dingen ondernemen en eerlijk tegen elkaar zijn, no matter what [..] [verdachte] : Je was echt kletsnat [verdachte] : En dat je houd van je keel dichtknijpen.. [verdachte] : Heerlijk!

18-09-2021 16:47:13: Bijlage 8 [..] [verdachte] : Vond t weer spannend, gezellig en opwindend met je. Sweet dreams

19-09-2021 13:32:27: Bijlage 9 [..] [verdachte] : Ik vond t douchen met jou echt heerlijk hoor

01-10-2021 02:08:51: Bijlage 10 [verdachte] : Okee.. ik ga nu eerlijk tegen je zijn. Toen ik jou ontmoette, zat ik in een nare situatie op t thuisvlak. Ik had t met jou erg naar m'n zin, maar wist tegelijkertijd dat t van tijdelijk aard zou zijn. Nu zal ik je zeggen. dat ik meerdere vrouwen in mijn leven heb gehad/mogen meemaken. Maar dat jij voor mij een geval apart bent. Slim-schoonheid-aantrekkingskracht en humor, dat zijn mijn wensen wat ik zoek in een vrouw. Maar nu jij. jong-ontdekkend-nog niet wetend wat jij wilt en waar naartoe. 2 verschillende karakters, (los vd leeftijd) ik heb me opengesteld bij jou, als volwassen man, naar een (kind, als zo eerlijk mag zijn) jij daarentegen ook.. en dat nam ik serieus!

03-10-2021 00:03:12: Bijlage 11 [verdachte] : Je krijgt nog steeds een tatoeage van me, maar daar moet je zelf werk van maken. [verdachte] : Ff iets anders. wij gaan. voordat we uitgaan of samen werken (de 239) samen een leuk lingeriesetje voor jou uitzoeken, wat ik dan graag zou willen dat je die dag aandoet. En denk er ff over na of je t leuk vind (of t kan/mag op jouw werk) om een x naar de nagelstudio te gaan (t liefst voordat wij samen weggaan) ik heb er nu al zin in! En spannend! Samen met jou een pilletje doen!

Bewijsmiddelen feit 2

De bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 13 maart 2026:

Ik heb seksueel getinte opmerkingen gemaakt naar [slachtoffer 3] . Ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt om haar bij haar middel te pakken, omdat ik er langs moest.

Uit het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] van 22 maart 2022 volgt, zakelijk weergegeven:

A: Vrijdag 18 maart 2022 ik ging om 22:30 uur naar huis en het is daarvoor gebeurd. Hij kwam me thuis ophalen. Ik had mijn moeder al geappt want hij ging in de auto steeds aan me zitten. In de auto had [verdachte] al aan me gezeten hij zei dat hij seks had gehad met een 17 jarig meisje [slachtoffer 1] (fonestisch). Hij ging aan mijn rug zitten, en aan mijn benen, aan mijn linkerdijbeen.

Hij wreef over mijn rug en in mijn been ging hij knijpen en wrijven. Toen ging hij ook aan mijn been zitten, weet aan de binnenkant van mijn dijbeen met zijn hand. Even later zat hij in mijn linkerbil te knijpen. Toen ging hij met zijn mond in mijn oor bijten. Toen gaf [verdachte] mij een kusje op mijn linkerwang.

Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] hebben in een proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige] van – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

[slachtoffer 3] heeft mij op 18 maart te 21.20 uur geappt met: Mamma ik moet je straks dingen zeggen. Zorg dat [B] mij komt halen om 01.00 uur. Dit vond ik raar omdat we dat al afgesproken hadden. Om 21.53 uur stuurde ze: Mamma ik wil eerder weg, ik voel met toch niet zo lekker. En vroeg ze of [B] haar eerder kon ophalen. Ze heeft vervolgens haar broer geappt, [B] . [B] is toen naar mij toe gelopen en liet mij zien wat [slachtoffer 3] had gestuurd. Ze had gezegd dat de buurman aan haar had gezeten.

Wat verteld jou dochter als ze thuis komt?

Ze schaamde zich en wilde niet direct met mij praten. Ze had in de auto wel al aan

[B] en [C] verteld wat er was gebeurd. [slachtoffer 3] is direct naar boven gegaan, en

even later heeft [C] haar geroepen. [slachtoffer 3] kwam naar beneden en vertelde ons toen dat [verdachte] aan haar had gezeten in de auto. Hij zat aan haar been. Hij zou aan haar billen hebben gezeten. Ze zegt dat hij zijn hand op haar billen heeft gelegd en erin hebben geknepen. Ze zei dat ze zich er niet prettig bij voelde, en hij steeds aan haar zat. Hij zou ook in haar oor hebben gebeten.

Verbalisant [verbalisant 4] heeft in een proces-verbaal van bevindingen en de daarbij horende bijlagen van 11 april 2022 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

Dit zijn de Whats App berichten tussen [getuige] (moeder van [slachtoffer 3] ) en [slachtoffer 3] van

de telefoon van mevrouw [slachtoffer 3] .

[slachtoffer 3] [21:20]:Mama moet je straks dinge zgn

[slachtoffer 3] [21:20]:Zirg ervr da [B] me komt hale 1 u

Moeder [21:20]: Oke

[..]

[slachtoffer 3] [21:53]: Mama wil wel eerder weg voel me toch niet zo lekker

[slachtoffer 3] [21:53]: kan [B] 11 half 12 komen

Moeder [21:53]: Jeetje [slachtoffer 3]

Moeder [21:53]:Dat is niet heel tof

[slachtoffer 3] [21:53]: K ze g hem dan zometeen nu is dtuk enzo

[slachtoffer 3] [21:53]: Mamam

[slachtoffer 3] [21:53]: Asjebliefttttt

Moeder [21:53]:Nee

[..]

[slachtoffer 3] [21:54]: MAMAAAAAA

[slachtoffer 3] [21:54]: ik smeek het je

[slachtoffer 3] [21:54]: k meen het.

[..]

Moeder [21:53]: Dit is niet de afspraak

Moeder [21:54]: Je maakt gewoon de avond af tot 1 uur

Moeder [21:54]: [B] is er om 1 uur

[..]

[slachtoffer 3] [21:54]: anders ga k ga zelf wef

[slachtoffer 3] [21:54]: mama

Moeder [21:54]: Oh nee

Moeder [21:54]: Ben jij gek geworden

[slachtoffer 3] [21:55]: luister gewoon

[slachtoffer 3] [21:55]: mammmmmmmaaaaaaa

[slachtoffer 3] [21:55]: ik meeeeen hetttttttt srs

[..]

[slachtoffer 3] [21:55]: wil je gw asjeblieft [B] zgn

[slachtoffer 3] [21:55]: kijk wat i hier zeg

[slachtoffer 3] [21:55]: begin

[slachtoffer 3] [21:55]: mammmmmmaaaaa k ben jou kind

[slachtoffer 3] [21:55]:geef je om mij ga je [B] 11 half 12 laten komsn

Moeder [21:55]: [slachtoffer 3] wil je nu ophouden

[slachtoffer 3] [21:55]: MAMMMMMMMMA

[slachtoffer 3] [21:55]:ik kan het nu niet zgn

Moeder [21:56]: Type het maar

[slachtoffer 3] [21:56]: en durf ook nj

[slachtoffer 3] [21:56]: nee

[slachtoffer 3] [21:56]: luister gw

[slachtoffer 3] [21:56]: k ga nu dowi

[slachtoffer 3] [21:56]:ook niet [verdachte] appen als je van me houd gw k lwg alles uit maar k wil echt 11 u weg

Dit zijn de Whats App berichten tussen [slachtoffer 3] en haar broer [B] , van de telefoon

van [slachtoffer 3] .

[slachtoffer 3] [22:05]: [B]

[slachtoffer 3] [22:05]: asjeblieft

[slachtoffer 3] [22:05]: hij raakte me kont aan das duidelijk genoeg dat ik graag weg wil?

[slachtoffer 3] [22:05]: maar sg lm

[slachtoffer 3] [22:06]: zit hier met angst denk app jou en vertrouw jou maar sg)

[..]

[slachtoffer 3] [22:06]: Help me asjeblieft k moet huilen k ben echt srs

[slachtoffer 3] [22:06]: k kan ni meer

[slachtoffer 3] [22:07]: [B] kom mij haldn

[slachtoffer 3] [22:07]: ik smeek je

[B] [22:07]: Mag ni

[slachtoffer 3] [22:07]: jerrrrrrrromh

[slachtoffer 3] [22:07]: helppppp

[B] [22:08]: Tegen mama zei je wat anders

[B] [22:08]:Wrm lieg je

[slachtoffer 3] [22:08]: omd k bamg ben dat mama hem gaaat apprn

[slachtoffer 3] [22:08]: k lieg ni

[slachtoffer 3] [22:08]: k zei k leg alles straks uit

[slachtoffer 3] [22:08]: k ben bang vr hem

Bewijsmiddelen feit 3

De bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 13 maart 2026:

[slachtoffer 4] heeft op mijn schoot gezeten. Ik heb seksueel getinte opmerkingen gemaakt.

Uit het informatief gesprek zeden van [slachtoffer 4] van 12 juni 2020, volgt zakelijk weergegeven:

Ik denk dat hij vanaf de vierde keer dat ik bij hem werkte mij aan begon te raken.

Eerst zocht ik er niets achter. Hij zette zijn hand dan even op mijn dij en dat leek

per ongeluk. Maar dat werd systematisch. Uiteindelijk deed hij het per werkdag denk

ik ongeveer 4 keer. Hij ging toen steeds verder mij aanraken. Dan raakte hij mij aan op de binnenkant van mijn dijbeen, pakte hij mij van achter vast en zette hij mij bij hem op schoot. Ook pakte hij mij bij mijn bil. Het waren vooral steeds van die aanrakingen.

Uit het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 4] en de daarbij horende bijlage van 7 juni 2024, volgt zakelijk weergegeven:

Ik begon met werken voor [verdachte] op 1 mei 2019. Op 30 juni 2019 hadden we een toernooi, we reden naar [club] . [verdachte] had te veel vaseline op zijn lippen en hij smeerde het aan mijn lippen af. Ik voelde me hier ongemakkelijk bij. Ik wist niet goed of het nu iets seksueels was en of hij een grens over gegaan was. Hij zei wel later in de app sorry dat het niet mocht gebeuren en bood zijn excuses aan. Hij had te veel vaseline op zijn lippen gedaan en toen zei hij dat hij te veel vaseline op zijn lippen had. Toen smeerde hij het met zijn lippen af op mij. Hij boog zich vanaf zijn stoel naar mij en ging met zijn lippen 3 keer heen en weer over mijn lippen.

En als we dan samen in de auto zaten dan legde hij zijn rechterhand op mijn linker bovenbeen. Hij wreef met zijn hand over mijn bovenbeen. Als we aan het werk waren dan liep [verdachte] weleens achter mij langs en raakte dan mijn kont aan. Hij raakte mij dan kort aan met zijn vlakke hand. Hij hielp mij dan een beetje op zijn schoot. Hij deed zijn handen iets boven mijn heupen en dan begeleidde hij mij op zijn schoot.

Ik vind als ik kijk naar wat hij heeft gezegd tegen mij toen ik 16 was, als ik er meer op in was gegaan dan waren er ergere dingen gebeurt. Op basis daarvan vind ik wel dat je als volwassen man zulke dingen niet kan doen. Ik was heel jong en naïef. Wat als ik die vriendin niet had gehad. Dan was er misschien iets heftiger gebeurd. Het was naar en opdringerig.

Als bijlage gaat bij dit proces-verbaal: appgesprek met [verdachte] :

[30-06-2019, 22:51:36] [verdachte] : Wou alleen ff zeggen

[30-06-2019, 22:51:58] [verdachte] : Sorry!!!

[..]

[03-07-2019, 00:02:53] [verdachte] : Beloof me alleen 1ding

[03-07-2019, 00:03:13] [verdachte] : Hou alles tussen ons oké

[03-07-2019, 00:04:57] [slachtoffer 4] : Waarover gaat het?

[03-07-2019, 00:05:07] [verdachte] : Over mij

[03-07-2019, 00:05:14] [verdachte] : Naar jou

[03-07-2019, 00:05:26] [verdachte] : Niet goed

[03-07-2019, 00:05:56] [verdachte] : Maar ben eerlijk met je

[03-07-2019, 00:06:05] [slachtoffer 4] : Hoe bedoel je niet goed?

[03-07-2019, 00:06:23] [verdachte] : Omdat t niet kan

[03-07-2019, 00:06:29] [verdachte] : Niet hoort

[03-07-2019, 00:01:01] [verdachte] : En niet mag

[..]

[03-07-2019, 00:09:02] [verdachte] : T w echt 100%

[03-07-2019, 00:09:17] [verdachte] : Tussen ons te houden

[..]

[03-07-2019, 00:14:22] [verdachte] : Ik weet niet zeker of we samen moeten blijven werken

[..]

[03-07-2019, 00:27:48] [verdachte] : Ik begin je leuk te vinden en kan er niks aan doen, en nogmaals, ik weet dat t niet kan, hoort

[03-07-2019, 00:28:05] [verdachte] : En normaal is

[..]

[03-07-2019, 00:29:50] [verdachte] : Blijft tussen ons he

Bewijsmiddelen feit 4

De rechtbank baseert haar oordeel op de volgende bewijsmiddelen:

Bewijsmiddelen feit 6

De rechtbank baseert haar oordeel op de volgende bewijsmiddelen:

Bewijsmiddelen feit 7

De bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 13 maart 2026:

Ik heb op 4 oktober 2023 in Almere met één hand een schietgebaar gemaakt naar [slachtoffer 5] .

Uit het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] van 17 oktober 2023 volgt, zakelijk weergegeven:

Voordat hij wegreed deed hij het raam open en maakte met zijn beiden handen een schietgebaar naar mij.

Bewijsmiddelen feit 8

De bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 13 maart 2026:

Ik heb de bakfiets meegenomen uit de woning van [slachtoffer 5] .

Uit het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] van 17 oktober 2023 volgt, zakelijk weergegeven:

Een dag later is [verdachte] mijn woning binnen geweest met een sleutel die hij eerder had gestolen. Ik zag dat hij de bakfiets uit de garage had meegenomen.

Bewijsmiddelen feit 9

De rechtbank baseert haar oordeel op de volgende bewijsmiddelen:

Bewijsmiddelen feit 10

De rechtbank baseert haar oordeel op de volgende bewijsmiddelen:

Bewijsmiddelen feit 11

Uit het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde ] van 5 december 2024 volgt, zakelijk weergegeven:

Ik doe aangifte van diefstal van een tuinverlichting van Intratuin in de vorm van een bal ter waarde van 29,95 Euro. Deze bezorger heeft de doos met de tuinverlichting uit de hal van onze woning weggenomen.

Wij hebben camera's op het erf en ik was vervolgens de beelden gaan uitkijken. Ik zag dat de witte bestelbus zonder logo kwam aan rijden op ons erf. De bestelauto stopt en ik zag dat er een man met donkere huidskleur uitstapte met een zwart petje op. De man droeg een jasje van Post.NL, kleur donkerblauwe met fel oranje. De man had een brief in zijn handen en liep hiermee naar de voordeur. Vervolgens zag ik dat na twee minuten de man met de doos met tuinverlichting eerst binnen in bestelauto wilde neerleggen. Blijkbaar paste dit niet en de man pakte de doos weer en legde deze achterin de bestelbus. Vervolgens reed de man weg met de bestelbus.

Verbalisant [verbalisant 5] heeft in een proces-verbaal van bevindingen van 2 januari 2024 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

Ik heb de beelden bekeken en heb hierop het volgende gezien. De datum welke te zien is op de beelden betreft 28 november 2024.

Ik zag op de beelden dat er een witte bestelbus, van het merk Renault, de oprit op

komt rijden. Ik zag op de beelden dat de bestuurder van de bestelbus uit stapt en in de richting van, vermoedelijk de voordeur, loopt. In zijn linkerhand hield de man een witte envelop vast. De man verdwijnt hierna uit het zichtbeeld van de camera. Enkele momenten later komt de betreffende man weer in beeld. In zijn hand droeg hij een vierkanten doos. Ik zag dat de man het bestuurdersportier opende en de doos in de cabine wil plaatsen. Hierna loopt de man, met de doos in zijn handen, richting de achterzijde van de bestelbus en plaatst de doos in de laadcabine van de bestelbus. Ik zag dat de man vervolgens plaats neemt op de bestuurdersstoel en vervolgens weg rijdt. De man welke uit de bestelbus stapte met in zijn hand de witte envelop, betreft dezelfde man als die later terug kwam lopen met in zijn handen een vierkanten doos.

Verbalisant [verbalisant 5] heeft in een proces-verbaal van bevindingen van 20 januari 2025 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

Ik kreeg een mail van de Security afdeling van PostNL met daarin de gegevens van de bezorger welke de aangetekende zending had afgeleverd. De personalia heb ik, naar aanleiding van een vordering, verkregen vanuit de Security afdeling van het bedrijf PostNL.

Achternaam: [verdachte]

Voornamen: [voornamen]

Geboren: [1980]

Geboorteplaats: [geboorteplaats] in Nederland

Uit het proces-verbaal van verhoor verdachte van 20 januari 2025 volgt, zakelijk weergegeven:

V: Ben jij dit op de foto? A: Ja dat lijkt mij op wel.

Bewijsmiddelen feit 12

De rechtbank baseert haar oordeel op de volgende bewijsmiddelen:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?