RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16.222805.25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 31 maart 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [1981] in [geboorteplaats] ,
adres: [adres] in [woonplaats] ,
op dit moment gedetineerd in [verblijfplaats] ,
(hierna: de verdachte).
1. Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 16 maart 2026. De strafzaak van de verdachte is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de strafzaken tegen de medeverdachten [medeverdachte 1] (16.219967.25), [medeverdachte 2] (16.220206.25 + 15.275823.23 TUL) en [medeverdachte 3] (16.222805.25). De rechtbank heeft het onderzoek in de strafzaak tegen de verdachte op 16 maart 2026 onderbroken en weer hervat op de openbare zitting van 17 maart 2026, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten.
Op de zitting van 16 maart 2026 waren aanwezig:
2. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1 primair: op 25 juli 2025 te Leerdam samen met anderen [slachtoffer] met geweld beroofd heeft;
feit 1 subsidiair: op 25 juli 2025 te Leerdam samen met anderen [slachtoffer] met geweld heeft proberen te beroven;
feit 2 primair: op 25 juli 2025 te Leerdam samen met anderen [slachtoffer] heeft afgeperst;
feit 2 subsidiair: op 25 juli 2025 te Leerdam samen met anderen [slachtoffer] geprobeerd heeft af te persen;
feit 3 op 25 juli 2025 te Leerdam samen met anderen [slachtoffer] wederrechtelijk van zijn vrijheid beroofd heeft;
feit 4 op 13 augustus 2025 te Arnhem 101,33 gram MDMA voorhanden heeft gehad.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3. Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt dat kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig gemaakt heeft aan het medeplegen van een diefstal met geweld (feit 1 primair) en het medeplegen van een wederrechtelijke vrijheidsberoving (feit 3) en aan het in bezit hebben van verdovende middelen (feit 4).
De officier van justitie heeft gevorderd om de verdachte vrij te spreken van de aan hem onder feit 2 (in alle varianten) tenlastegelegde afpersing.
De standpunten van de officier van justitie worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken.
Standpunt van de verdediging
De advocaat stelt dat de verdachte vrijgesproken dient te worden van de tenlastegelegde (voltooide) diefstal met geweld (feit 1 primair) en van de tenlastegelegde (voltooide) afpersing (feit 2 primair).
De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken.
Oordeel van de rechtbank
Inleiding
Op 25 juli 2025 wordt de bewoner aan [straat] in [woonplaats] in zijn woning overvallen. De overvaller maakt daarbij gebruik van een vuurwapen, bindt de bewoner een aantal keren vast, waarna de overvaller na enige tijd de woning verlaat.
De verdachte bekent dat hij in de woning geweest is, dat hij een vuurwapen bij zich had, dat hij daarmee gedreigd heeft en dat hij de bewoner vastgebonden heeft. Uit onderzoek van de politie blijkt dat de verdachte kort voor de overval door medeverdachte [medeverdachte 1] met een auto opgehaald is, waarna hij door medeverdachte [medeverdachte 1] naar de woning van aangever gebracht is. De auto waarin medeverdachte [medeverdachte 1] reed stond op naam van medeverdachte [medeverdachte 2] . In de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] worden chatberichten aangetroffen tussen hem en medeverdachte [medeverdachte 2] . Na aanhouding van medeverdachte [medeverdachte 2] worden in zijn telefoon berichten gevonden tussen hem en medeverdachte [medeverdachte 3] , die volgens de politie zien op de door de verdachte gepleegde woningoverval.
De rechtbank moet de vraag beantwoorden of de verdachte, zich al dan niet samen met anderen, schuldig gemaakt heeft aan de feiten waarvan hij beschuldigd wordt. Voor beantwoording van die vraag maakt de rechtbank gebruik van de volgende bewijsmiddelen uit het politiedossier.
Bewijsmiddelen
Feit 1 (diefstal met geweld) - Feit 2 (afpersing) - Feit 3 (wederrechtelijke vrijheidsberoving)
Een proces-verbaal van aangifte, voor zover inhoudende,:
Op 25 juli 2025 om 20:24 hoorde ik een persoon die mij opgaf te zijn:
Aangever
Voornamen : [voornamen]
Voorvoegsel : […]
Achternaam : [slachtoffer]
Geboortedatum : [1962]
Vandaag rond 18.30 uur kwam ik thuis (de rechtbank begrijpt: de woning aan [adres] te [woonplaats] ). Ik sta binnen in de gang om de deur te sluiten. Toen werd de deur open geduwd door 1 persoon met een vuurwapen in zijn hand. Ik herkende het direct als een handvuurwapen. Hij richtte meteen het vuurwapen op mijn hoofd en vroeg waar mijn kluis was. Hij duwde mij in de schuur. Hij vroeg toen weer waar de kluis was. Hij zei anders schiet ik je door je kop. Hij haalde het magazijn uit het wapen en liet toen zien dat er echte kogels in zaten. Ik zag de koperkleurige puntjes op de kogels zitten. Hierna deed hij weer het magazijn in het wapen. Toen heb ik 100 euro aan hem gegeven. Hij vroeg “waar is de kluis?”. Dat vroeg hij wel 20 keer aan mij. Ik ben toen voor hem uit naar boven gelopen naar het kluisje. Dat stond open zoals altijd. Ondertussen hield hij mij onder schot. Hij hield het wapen in mijn rug gericht. Ik voelde dat hij het wapen in mijn rug duwde. Dit voelde als hetzelfde wapen dat hij op mijn hoofd drukte.
Toen hij het kluisje zag moest ik van hem op mijn buik gaan liggen met de handen op mijn hoofd. Toen ging hij heel het kantoor doorspitten en bleef vragen om geld en goud. Hij vroeg toen om mijn telefoon en die gaf ik hem. Ik moest mijn bankrekening laten zien. Ik heb mijn privérekening laten zien en niet mijn zakelijke rekening. Ik bleef zeggen dat ik het niet had. Ik zag dat hij het bruin leren kastje die op het kluisje stond openen en omkiepte in zijn zwarte sporttas. Er zaten 8 horloges in en zilveren munten.
Daarna heeft hij mij met een theedoek vastgebonden. Er vond verder geen geweld plaats toen hij mij vastbond omdat ik bang was voor die kogel. Toen is hij naar de slaapkamer gelopen om daar te gaan zoeken. Ondertussen kon ik mezelf los wringen en wilde ik mijn telefoon terugpakken die op een kastje lag. Dit zag hij en toen heeft hij mij opnieuw bedreigd met het vuurwapen en moest ik mijn handen op mijn rug doen. Het wapen hield hij weer op mij gericht, van heel dichtbij, vlakbij mijn hoofd. Hij bond mij vast met een telefoonoplader die in mijn bureau lag. Hij deed mijn telefoon ook in zijn zwarte sporttas. Bij mijn telefoon zaten de volgende goederen in het hoesje: rijbewijs, identiteitskaart, 2 x bankpas (zakelijk en privé).
Toen moest ik naar beneden van hem. Toen heb ik mezelf losgemaakt. Ik moest weer naar de schuur op mijn buik gaan liggen. Daar bond hij mij weer vast met een veter of een stuk touw. Hij dreigde toen dat hij mijn zaak op zou blazen als ik naar de politie zou gaan en een kogel door mijn kop zou krijgen. Hij zei tegen mij dat het een inside job was en dat er meer mensen achter zaten. Ik moest vooral de politie niet waarschuwen. Toen liep hij weg.
Een proces-verbaal van de rechter-commissaris van verhoor getuige [slachtoffer] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven
U zei zojuist dat u niet alles heeft kunnen zien, omdat u vastgebonden was. Kunt u vertellen wat u wel heeft gezien als het gaat om wat er zou zijn weggenomen?
Hij heeft weggenomen het kistje waar zilver in zat, mijn horloges en mijn paspoort. Het waren acht/negen horloges.
U heeft verklaard in uw aangifte dat er door die man ook gesproken en gevraagd werd naar een kluis.
Ja, daar kwam hij gelijk voor binnen. Ik stond met mijn rug naar de straat toe. Ik kreeg een pistool in mijn nek geduwd en hoe vroeg: ‘waar is de kluis waar die twee/drie ton in zit?’. Dat was de eerste tekst die ik hoorde.
Wat was uw reactie daarop?
Ik zei dat hij weg moest gaan. Hij stond al tussen de deur en de post in. Ik kreeg hem er al niet meer uit.
De persoon die bij u binnen is geweest heeft verklaard dat gedurende dit hele gebeuren hij ook nog met iemand aan de telefoon is geweest.
Ja, dat klopt.
Wat kunt u daarover vertellen? Wat heeft u daarvan meegekregen?
Dat hij gepusht werd om door te zoeken.
Rechter-commissaris: heeft u hem iets horen zeggen, de persoon aan de andere kant van de lijn?
Ja, want hij stond op facetime.
Een proces-verbaal van verhoor verdachte, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Er was toen een tip gekomen dat er geld zou liggen bij die man (de rechtbank begrijpt: aangever). Ik ging daarheen om die geld te pakken. Ik heb hem wel bedreigd, op de grond gedrukt en vastgebonden. Die man heeft rekeningen laten zien. Die ene persoon belde mij en vroeg mij naar die bankrekening. Er was communicatie met een andere persoon. Die man daar hoorde het hele gesprek, want hij stond op speaker. Er werd gezegd goed zoeken naar geld, kijk waar kluis was. Dat ging via Face-Time. Toen ik binnenkwam had ik een vuurwapen in mijn hand. Het was een zwart wapen, klein formaat. Ik had een grote tas mee om het geld in te stoppen.
Bewijsoverweging
De advocaat stelt dat de verklaringen van aangever onvoldoende wettig en overtuigend bewijs opleveren om tot een bewezenverklaring van een voltooide diefstal en een voltooide afpersing te komen. De verdachte ontkent dat hij goederen weggenomen heeft. In het dossier is geen bewijs dat de verklaring van de aangever ondersteunt dat er daadwerkelijk goederen door de verdachte weggenomen zijn.
De rechtbank overweegt als volgt.
Feit 1 – diefstal met geweld
De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen over wat aangever verklaard heeft over wat er op 25 juli 2025 in Leerdam is gebeurd. De verklaringen van aangever worden op belangrijke onderdelen bevestigd door de verklaring van de verdachte zelf. Dat aangever in zijn aangifte bepaalde zaken niet noemt, bijvoorbeeld dat de verdachte tijdens de overval aan het face-timen was, maakt niet dat daarom aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangever getwijfeld zou moeten worden. Dat wat aangever wel in zijn aangifte heeft verklaard, herhaalt hij en scherpt hij aan in zijn verhoor bij de rechter-commissaris. Daar komt bij dat de aangifte opgenomen is direct nadat aangever overvallen was en de verbalisant die de aangifte opneemt in een apart proces-verbaal van bevindingen opschrijft dat aangever zichtbaar geëmotioneerd was tijdens het doen van aangifte en dat de verbalisant door de warrigheid van aangever bepaalde onderdelen niet in de aangifte kon noteren. Tot slot vindt de verklaring van aangever over dat de verdachte zijn telefoon meegenomen heeft, steun in het feit dat het IMEI-nummer dat op 25 juli 2025 gekoppeld was aan het mobiele telefoonnummer van aangever, op 26 juli 2025 is gewijzigd. Door de politie wordt in een afgeluisterd gesprek op die datum ook gehoord dat aangever vertelt dat hij inmiddels weer in het bezit is van een andere telefoon en hij zelf weer over zijn telefoonnummer kan beschikken.
De rechtbank oordeelt dat op grond van het vorenstaande wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte zich op 25 juli 2025 schuldig gemaakt heeft aan een voltooide diefstal met geweld. De rechtbank oordeelt ook dat is bewezen dat de verdachte deze diefstal samen met een ander heeft gepleegd, omdat hij gedurende de overval via face-time door een onbekend gebleven persoon werd aangestuurd.
Feit 2 – afpersing
Anders dan de officier van justitie en de verdediging oordeelt de rechtbank dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte zich ook schuldig gemaakt heeft aan een voltooide afpersing.
Uit de verklaring van aangever blijkt dat de verdachte -onder dreiging van een vuurwapen- vroeg om geld, waarna aangever hem een geldbedrag heeft gegeven (€ 100,-). Dat aangever dit niet herhaald heeft bij de rechter-commissaris maakt zijn aangifte op dit punt niet onbetrouwbaar, mede gelet op het feit dat hier kennelijk ook niet door een van de aanwezigen bij het verhoor naar gevraagd is.
De rechtbank acht feit 2 primair dan ook bewezen.
Feit 3 – wederrechtelijke vrijheidsberoving
De verdachte heeft aangever gedurende de overval verschillende keren vastgebonden, waarbij hij gebruik heeft gemaakt van een theedoek, een telefoonoplader, een schoenveter en een stuk touw. Ook heeft de verdachte aangever meerdere malen bedreigd met een vuurwapen of in elk geval een op een vuurwapengelijkend voorwerp. De overval heeft ongeveer een half uur geduurd en gedurende deze tijd is de verdachte, gelet op de hiervoor genoemde gedragingen, door de verdachte opzettelijk en wederrechtelijk van zijn vrijheid beroofd.
De rechtbank acht eveneens bewezen dat de verdachte dit feit samen met een ander – de vooralsnog onbekend gebleven beller - gepleegd heeft. Uit het dossier blijkt dat de verdachte en deze onbekend gebleven derde nauw en bewust samengewerkt hebben met betrekking tot het plegen van de diefstal met geweld en de afpersing en derhalve ook de wederrechtelijke vrijheidsberoving.
De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 25 juli 2025, samen met een ander, opzettelijk aangever wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft beroofd.
Samenloop
De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot de feiten 1, 2 en 3 sprake is van eendaadse samenloop zoals bedoeld in artikel 55, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. De bewezen verklaarde gedragingen hangen zodanig met elkaar samen en zien steeds op dezelfde pleegperiode en plaats dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt kan worden gemaakt, terwijl de strekking van de desbetreffende strafbepalingen niet of slechts enigszins uiteenloopt.
Feit 4 - bezit verdovende middelen
De verdachte bekent dat hij op 13 augustus 2025 te Arnhem 101,33 gram MDMA in zijn bezit heeft gehad. De advocaat heeft niet om vrijspraak van dit feit gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:
de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de zitting van 16 maart 2026;
een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen.
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
Feit 1 primair
op 25 juli 2025 te Leerdam, gemeente Vijfheerenlanden, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, een telefoon, één of meer passen, een paspoort, sieraden, zilveren munten en horloges, die aan [slachtoffer] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren door- meermalen een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd en lichaam van die [slachtoffer] te richten, en-(daarbij) meermalen te vragen waar de kluis is en- (daarbij) te zeggen: “anders schiet ik je door je kop” en- (daarbij) het magazijn uit een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te halen en de kogels in het vuurwapen, in elk geval een op eenvuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en- (daarbij) die [slachtoffer] te bevelen om op zijn eigen buik te gaan liggen met zijn handen op zijn eigen hoofd en- (daarbij) meermalen Die [slachtoffer] te vragen naar zijn geld en goud en die [slachtoffer] met een theedoek of telefoonoplader of schoenveter of stuk touw vast te binden en-(daarbij) die [slachtoffer] te bevelen zijn eigen handen op zijn eigen rug te doen en op zijn eigen buik te gaan liggen en-(daarbij) te zeggen dat hij de zaak van die [slachtoffer] zou opblazen en die [slachtoffer] een kogel door zijn kop zou krijgen als die [slachtoffer] naar de politie zou gaan en dat er meer personen achter zaten;
Feit 2 primair
op 25 juli 2025 te Leerdam, gemeente Vijfheerenlanden, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, dat aan die [slachtoffer] toebehoorde, door- meermalen een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd en lichaam van die [slachtoffer] te richten, en-(daarbij)meermalen te vragen waar de kluis is en- (daarbij) te zeggen: “anders schiet ik je door je kop” en- daarbij) het magazijn uit een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te halen en/of de kogels in het vuurwapen, in elk geval een op eenvuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen;
Feit 3
op 25 juli 2025 te Leerdam, gemeente Vijfheerenlanden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door één of meermalen een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd en lichaam van die [slachtoffer] te richten, en- (daarbij) te zeggen: "anders schiet ik je door je kop" en
- (daarbij) het magazijn uit een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te halen en/of de kogels in het vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en- (daarbij) die [slachtoffer] te bevelen om op zijn eigen buik te gaan liggen met zijn handen op zijn eigen hoofd en- (daarbij) meermalen die [slachtoffer] met een theedoek of telefoonoplader of schoenveter of stuk touw vast te binden en- (daarbij) die [slachtoffer] te bevelen zijn eigen handen op zijn eigen rug te doen en op zijn eigen buik te gaan liggen;
Feit 4
op 13 augustus 2025 te Arnhem, opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 101,33 gram, MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.
4. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen verklaarde feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1 primair en Feit 2 primair en Feit 3
de eendaadse samenloop van
diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld gepleegd tegen personen, met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;
en
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
en
medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven/beroofd houden;
Feit 4
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
5. Straf en/of maatregel
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
- een gevangenisstraf van 78 maanden, met aftrek van het voorarrest,
Standpunt van de verdediging
De advocaat voert aan dat hoewel de verdachte eerder met politie en justitie in aanraking gekomen is, geen sprake is van een patroon op het gebied van vermogensdelicten. Het slachtoffer is geen letsel toegebracht. De verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd, waaruit blijkt dat het uitdrukkelijk niet de bedoeling was een willekeurig persoon te overvallen. Tot slot dient wat betreft de LOVS-oriëntatiepunten aansluiting te worden gezocht bij het basisuitgangspunt van 3 jaar, nu het geweld niet van dien aard was dat naar een andere LOVS-categorie (ander geweld) dient te worden uitgeweken.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de aan de verdachte op te leggen straf houdt de rechtbank rekening met de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte mee.
De ernst van de feiten
De verdachte heeft zich op 25 juli 2025 samen met een ander schuldig gemaakt aan een woningoverval, afpersing en wederrechtelijke vrijheidsberoving van de bewoner van het huis. Daarbij heeft de verdachte gebruik gemaakt van een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp), waarmee hij de bewoner heeft bedreigd en onder druk heeft gezet. Ook heeft de verdachte de bewoner meerdere keren vastgebonden in zijn eigen huis. Bij de overval heeft de verdachte ook een aantal goederen van de bewoner weggenomen. De overval moet een schokkende en beangstigende ervaring zijn geweest voor het slachtoffer. Acht maanden na de overval heeft hij bij de rechter-commissaris verklaard dat hij het achter zich wil laten, maar ook dat hij nog steeds uitkijkt als hij bij zijn huis op straat is. Hierbij komt dat de verdachte een aanzienlijke hoeveelheid pillen met daarin MDMA voorhanden gehad. Hiermee heeft de verdachte gehandeld in strijd met de Opiumwet. Door het aanschaffen van MDMA worden de handel in en het gebruik van MDMA in stand gehouden. Dit is bezwarend voor de samenleving vanwege de daarmee gepaard gaande criminaliteit en risico’s voor de volksgezondheid.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Uit het strafblad van de verdachte van 20 oktober 2025 blijkt dat hij al meerdere malen veroordeeld is voor het plegen van strafbare feiten, waaronder het medeplegen van gijzeling en de handel in vuurwapens.
De verdachte heeft de bewezenverklaarde feiten gepleegd binnen een maand nadat hij een gevangenisstraf van 40 maanden had uitgezeten en kort nadat op 18 juli 2025 de voorlopige hechtenis in een andere strafzaak tegen hem door de rechter-commissaris was geschorst. Op zitting heeft de verdachte verklaard dat hij wachtte op iemand om te gaan te werken, maar dat die persoon op vakantie was, dat hij zich ging vervelen, in contact kwam met rare mensen en dat het toen weer mis ging. De rechtbank vindt het schokkend dat de verdachte, na het uitzitten van een gevangenisstraf van 40 maanden, binnen een maand overgaat tot het plegen van dit soort zeer ernstige strafbare feiten.
Strafkader
Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Het oriëntatiepunt voor meerderjarigen voor een woningoverval met ‘licht geweld/bedreiging’ een gevangenisstrafstraf van drie jaar onvoorwaardelijk en met ‘ander geweld’ vijf jaar onvoorwaardelijk.
De straf
De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten, de impact daarvan op het slachtoffer, het strafblad van de verdachte en het gemak waarmee hij kort na zijn vrijlating weer is overgegaan tot het plegen van ernstige strafbare feiten, enkel en alleen volstaan kan worden met oplegging van een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van 72 maanden, met aftrek van de tijd dat hij in voorarrest heeft gezeten. De rechtbank legt hierbij geen contactverbod en locatieverbod op, nu dit zal kunnen gebeuren in het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling.
6. In beslag genomen voorwerpen
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert dat de onder de verdachte inbeslaggenomen voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer.
Standpunt van de verdediging
De verdediging voert geen verweer.
Oordeel van de rechtbank
Onder de verdachte zijn - kort gezegd - verdovende middelen, een jerrycan met daarin een precursor en munitie inbeslaggenomen. Het gaat hier om aan de verdachte toebehorende voorwerpen. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang en deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten als de feiten in deze zaak, te weten een drugsfeit (feit 4) of een diefstal met geweld (feit 1).
7. Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straf en maatregel en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
8. De beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
Strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor onder 4 is vermeld;
Strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar;
Straf en/of maatregel
Beslag
- verklaart onttrokken aan het verkeer de volgende voorwerpen:
1. STK Munitie (Omschrijving: G3572766) 1 STK Poeder (Omschrijving: G3572765)1 STK Pil (Omschrijving: G3572762)9 STK Pil (Omschrijving: G3572758)1 STK Pil (Omschrijving: G3572749)1 STK Pil (Omschrijving: G3572774)1 STK Jerrycan (Omschrijving: G3572802)
Dit vonnis is gewezen door mr. S.E. van den Brink, voorzitter, mr. J.F. Haeck en mr. J.T. Pouw, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Troostheide als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026.
De oudste rechter is niet
in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is na nadere omschrijving van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 25 juli 2025 te Leerdam, gemeente Vijfheerenlanden, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een telefoon, één of meer passen, een paspoort, één of meer sieraden en/of één of meer zilveren munten en/of één ofmeer horloges,in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren door
- één of meermalen een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voonwerp, op het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer] te richten, althans aan die[slachtoffer] te tonen en/of-(daarbij) één of meermalen te vragen waar de kluis is en/of- (daarbij) te zeggen: “anders schiet ik je door je kop” en/of- (daarbij) het magazijn uit een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te halen en/of de kogels in het vuurwapen, in elk geval een op eenvuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en/of- (daarbij) die [slachtoffer] te bevelen om op zijn eigen buik te gaan liggen met zijn handen op zijn eigen hoofd en/of- (daarbij) één of meermalen Die [slachtoffer] te vragen naar zijn geld en/of goud en/of één of meermalen die [slachtoffer] met een theedoek en/of telefoonoplader en/of schoenveter en/of stuk touw vast te binden en/of-(daarbij) die [slachtoffer] te bevelen zijn eigen handen op zijn eigen rug te doen en/of op zijn eigen buik te gaan liggen en/of-(daarbij) te zeggen dat hij de zaak van die [slachtoffer] zou opblazen en/of die [slachtoffer] een kogel door zijn kop zou krijgen als die [slachtoffer] naar de politie zou gaan en/of dat er meer personen achter zaten;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 25 juli 2025 te Leerdam, gemeente Vijfheerenlanden, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een telefoon, één of meer passen, een paspoort, één of meer sieraden en/of één of meer zilveren munten en/of één of meer horloges, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren door
- één of meermalen een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer] te richten, althans aan die[slachtoffer] te tonen en/of- (daarbij) één of meermalen te vragen waar de kluis is en/of- (daarbij) te zeggen: “anders schiet ik je door je kop” en/of- (daarbij) het magazijn uit een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te halen en/of de kogels in het vuurwapen, in elk geval een op eenvuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en/of- (daarbij) die [slachtoffer] te bevelen om op zijn eigen buik te gaan liggen met zijn handen op zijn eigen hoofd en/of- (daarbij) één of meermalen Die [slachtoffer] te vragen naar zijn geld en/of goud en/of één of meermalen die [slachtoffer] met een theedoek en/of telefoonoplader en/of schoenveter en/of stuk touw vast te binden en/of-(daarbij) die [slachtoffer] te bevelen zijn eigen handen op zijn eigen rug te doen en/of op zijn eigen buik te gaan liggen en/of- (daarbij) te zeggen dat hij de zaak van die [slachtoffer] zou opblazen en/of die [slachtoffer] een kogel door zijn kop zou krijgen als die [slachtoffer] naar de politie zou gaan en/ofdat er meer personen achter zaten,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2
hij op of omstreeks 25 juli 2025 te Leerdam, gemeente Vijfheerenlanden, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon en/of één of meer geldbedragen en/of één of meer passen en/of een paspoort en/of één of meer sieraden en/of één of meer zilveren munten en/of één of meer horloges, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(n), door- één of meermalen een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer] te richten, althans aan die[slachtoffer] te tonen en/of-(daarbij) één of meermalen te vragen waar de kluis is en/of- (daarbij) te zeggen: “anders schiet ik je door je kop” en/of- daarbij) het magazijn uit een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te halen en/of de kogels in het vuurwapen, in elk geval een op eenvuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en/of-(daarbij) die [slachtoffer] te bevelen om op zijn eigen buik te gaan liggen met zijn handen op zijn eigen hoofd en/of- (daarbij) één of meermalen Die [slachtoffer] te vragen naar zijn geld en/of goud en/of één of meermalen die [slachtoffer] met een theedoek en/of telefoonoplader en/of schoenveter en/of stuk touw vast te binden en/of-(daarbij) die [slachtoffer] te bevelen zijn eigen handen op zijn eigen rug te doen en/of op zijn eigen buik te gaan liggen en/of- (daarbij) te zeggen dat hij de zaak van die [slachtoffer] zou opblazen en/of die [slachtoffer] een kogel door zijn kop zou krijgen als die [slachtoffer] naar de politie zou gaan en/of dat er meer personen achter zaten;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 25 juli 2025 te Leerdam, gemeente Vijfheerenlanden, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon en/of één of meer geldbedragen en/of één of meer passen en/of een paspoort en/of één of meer sieraden en/of één of meer zilveren munten en/of één of meer horloges, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(n),door- één of meermalen een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer] te richten, althans aan die[slachtoffer] te tonen en/of-(daarbij) één of meermalen te vragen waar de kluis is en/of- (daarbij) te zeggen: “anders schiet ik je door je kop’ en/of- daarbij) het magazijn uit een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te halen en/of de kogels in het vuurwapen, in elk geval een op eenvuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en/of- (daarbij) die [slachtoffer] te bevelen om op zijn eigen buik te gaan liggen met zijn handen op zijn eigen hoofd en/of- (daarbij) één of meermalen Die [slachtoffer] te vragen naar zijn geld en/of goud en/of één of meermalen die [slachtoffer] met een theedoek en/of telefoonoplader en/of schoenveter en/of stuk touw vast te binden en/of- (daarbij) die [slachtoffer] te bevelen zijn eigen handen op zijn eigen rug te doen en/of op zijn eigen buik te gaan liggen en/of- (daarbij) te zeggen dat hij de zaak van die [slachtoffer] zou opblazen en/of die [slachtoffer] een kogel door zijn kop zou krijgen als die [slachtoffer] naar de politie zou gaan en/ofdat er meer personen achter zaten,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;