Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 608801 HA RK 26-55
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van
27 maart 2026
op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:
[verzoeker] ,
wonende in [woonplaats] ,
hierna: verzoeker.
1. De procedure
Verzoeker heeft op 20 maart 2026 om 12:00 uur een digitaal klachtformulier ingediend waarbij hij mr. S. Beukers – Brouwer wraakt. Mr. Beukers - Brouwer (hierna: de rechter) is de behandelend rechter in de zaak met het zaaknummer: C/16/594598 / FL RK 25-665 (hierna: de hoofdzaak).
Er is op 20 maart 2026 om 9:31 uur einduitspraak gedaan in de hoofdzaak.
De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. De beoordeling
Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek toegelicht in het door hem ingediende klachtformulier van 20 maart 2026. Volgens verzoeker heeft de rechter in de hoofdzaak niet gekeken naar de beweringen en beschuldigingen. Verzoeker is het niet eens met de einduitspraak in de hoofdzaak.
In artikel 36 Rv staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Een wrakingsverzoek kan worden ingediend totdat de behandelend rechter einduitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. Na een einduitspraak eindigt de procedure namelijk en is er dus geen “behandelend rechter” meer zoals wordt bedoeld in artikel 36 Rv.
Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek ingediend na de einduitspraak van 20 maart 2026 om 9:31 uur en dat is te laat. De wrakingskamer zal verzoeker daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn wrakingsverzoek.
Daarbij merkt de wrakingskamer ten overvloede op dat in de hoofdzaak verplichte procesvertegenwoordiging geldt en in procedures waarin procesvertegenwoordiging verplicht is, ondertekening van een schriftelijk wrakingsverzoek door een advocaat is vereist. Dit betekent dat verzoeker alleen met bijstand van een advocaat een schriftelijk wrakingsverzoek kan indienen.
De conclusie van het voorgaande is dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn wrakingsverzoek.
3. De beslissing
De wrakingskamer
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank.
Deze beslissing is genomen door mr. R.C. Stijnen, voorzitter, en mr. C.A.J. van Yperen en
mr. J.F. Haeck als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. D. van Wijk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.