RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/607624 / KG ZA 26-97
Vonnis in kort geding van 18 maart 2026
in de zaak van
1. [eiser sub 1] B.V.,
te [plaats 1] ,
2. [eiser sub 2],
te [plaats 2] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers c.s] en afzonderlijk: [eiser sub 1] en [eiser sub 2] ,
advocaat: mr. P.A. Kerkhof te Breda,
tegen
NETWERK NOTARISSEN B.V.,
te Utrecht,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Netwerk Notarissen,
advocaat: mr. M.R. Ruygvoorn te Utrecht.
1. De procedure
Partijen hebben de volgende stukken ingediend:
- de dagvaarding van 2 maart 2026 met producties 1 tot en met 41
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met productie 1
- de door [eiser sub 2] op 5 maart 2026 ingediende producties 42 tot en met 47.
Bij de mondelinge behandeling van 10 maart 2026 zijn verschenen:
- [eiser sub 2] , voor zich zelf en als statutair bestuurder van [eiser sub 1]
- mr. Kerkhof
- mevrouw [A] , statutair bestuurder van Netwerk Notarissen
- mr. Ruygvoorn
- twee belangstellenden.
De beide advocaten hebben spreekaantekeningen voorgelezen, die aan het dossier zijn toegevoegd. De zittingsgriffier heeft aantekeningen gemaakt van wat verder tijdens de mondelinge behandeling is besproken. Aan het eind van de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter aangekondigd dat uiterlijk 24 maart 2026 vonnis wordt gewezen.
2. De kern van de zaak
[eiser sub 2] is notaris en drijft via [eiser sub 1] een notarispraktijk in Helmond. [eiser sub 2] is sinds 2014 aangesloten bij Netwerk Notarissen, een landelijke samenwerkingsverband van notarissen en houdt certificaten in Netwerk Notarissen (hierna: de certificaten).
In deze procedure komt [eiser sub 2] op tegen de beëindiging van de samenwerking die medio 2025 door Netwerk Notarissen in gang is gezet. [eiser sub 2] wil dat Netwerk Notarissen wordt veroordeeld om – kort aangeduid – de dienstverlening weer voort te zetten. Netwerk Notarissen heeft een tegenvordering. Zij wil dat [eiser sub 2] haar certificaten overdraagt, stopt met het gebruik van de modellen van Netwerk Notarissen en zich niet meer als Netwerknotaris voordoet.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van [eiser sub 2] af. De door Netwerk Notarissen gevorderde medewerking aan overdracht van haar certificaten wordt afgewezen. De twee andere verboden worden toegewezen. Dit oordeel wordt hierna verder toegelicht.
De verdere achtergrond van het geschil.
De aanleiding voor de beëindiging van de deelnameovereenkomst van [eiser sub 2] met Netwerk Notarissen is de fusie van de notarispraktijk van [eiser sub 2] medio 2025 met de notarispraktijk van [B] (hierna: [B] ). [B] was ook Netwerknotaris, maar dat is door Netwerk Notarissen in 2022 beëindigd. [B] heeft begin 2025 aan Netwerk Notarissen gevraagd of zij weer Netwerknotaris kon worden. Dat verzoek is afgewezen
De tussen partijen in 2014 gesloten deelnemersovereenkomst bepaalt dat Netwerk Notarissen voorafgaand schriftelijk toestemming moet geven voor samenwerkingen tussen Netwerknotarissen en niet-Netwerknotarissen. Op het moment dat [eiser sub 2] Netwerk Notarissen op de hoogte stelde van de fusieplannen, was de toelatingsprocedure van [B] nog niet afgerond. Netwerk Notarissen heeft toen aangegeven dat als zij [B] niet zou toelaten, zij ook geen toestemming voor de fusie zou geven.
Netwerk Notarissen heeft [eiser sub 2] op 20 juni 2025 bericht dat het verzoek van [B] werd afgewezen. In dat bericht wordt ook gemeld dat zij [eiser sub 2] zullen missen als Netwerknotaris, nu [eiser sub 2] heeft laten weten dat zij de fusie door zal zetten ook als [B] niet zou worden toegelaten als Netwerknotaris.
De praktijken van [eiser sub 2] en [B] zijn medio 2025 inderdaad gefuseerd.
3. De beoordeling
Het gaat om een spoedeisende zaak
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eisers c.s] daarbij een spoedeisend belang heeft. Zij heeft op dit punt aangevoerd dat zij geen toegang meer heeft tot de ondersteuning van Netwerk Notarissen op het gebied van opleiding, vakkennis, bedrijfsvoering en marketing, terwijl die ondersteuning onontbeerlijk is voor een gezonde en toekomstbestendige uitoefening van haar notarispraktijk. Daarnaast heeft zij aangevoerd dat Netwerk Notarissen heeft aangegeven haar certificaten aan een derde te zullen overdragen. Het spoedeisend belang van [eisers c.s] is daarmee voldoende onderbouwd.
Onvoldoende kans dat [eiser sub 2] in een bodemprocedure in het gelijk wordt gesteld
De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
Bij die beoordeling gaat het in de eerste plaats om de vraag of de deelnemersovereenkomst met [eiser sub 2] inmiddels is geëindigd. In artikel 2.2 van de deelnemersovereenkomst is bepaald dat toestemming nodig is van Netwerk Notarissen voor samenwerking met derden.
Het is niet in geschil dat [eiser sub 2] medio 2025 zonder goedkeuring van Netwerk Notarissen is gaan samenwerken met [B] en dat [B] een derde is in de zin van artikel 2.2 deelnemersovereenkomst. Netwerk Notarissen heeft de aanvraag van [B] om weer opnieuw Netwerknotaris te worden immers op 23 juni 2025 afgewezen. De vraag of die afwijzing wel terecht is, valt buiten het bestek van deze procedure, alleen al omdat [B] geen partij is.
Het is juist dat het doorzetten van die samenwerking zonder toestemming grond is voor beëindiging van de deelnemersovereenkomst. Daarvoor geldt het volgende.
In artikel 16 lid 1 van de deelnemersovereenkomst is bepaald dat de overeenkomst kan worden beëindigd nadat “NNCO tenminste een maand tevoren Deelnemer schriftelijk ervan op de hoogte heeft gesteld, dat het kantoor door Deelnemer niet conform de formule wordt geëxploiteerd en Deelnemer ook na schriftelijke terechtwijzing volhardt in een bedrijfsvoering welke op wezenlijke onderdelen afwijkt van de instructies en richtlijnen, zoals die zijn opgenomen in het Netwerk Notarissen Kwaliteitssysteem.”
Samenwerking met notaris die geen Netwerknotaris is, is zonder toestemming van Netwerk Notarissen te beschouwen als het “niet conform de formule” exploiteren van een notarispraktijk.
Er is ook een schriftelijke terechtwijzing geweest. Die ligt besloten in het bericht van 20 juni 2025. Netwerk Notarissen heeft met de geciteerde passage voldoende duidelijk gemaakt dat een fusie met [B] het einde van de deelname van [eiser sub 2] aan Netwerk Notarissen zou betekenen. Dat was naar het idee van Netwerk Notarissen toen niet in geschil. [eiser sub 2] wist dat ook en heeft desalniettemin de fusie doorgezet. Eind juli 2025 heeft Netwerk Notarissen in vervolg daarop ook gevraagd om een afspraak bij [eiser sub 2] om de afronding van het lidmaatschap van Netwerk Notarissen te bespreken. [eiser sub 2] heeft dat afgehouden.
Netwerk Notarissen met haar brief van 6 januari 2026 [eiser sub 2] nog een keer schriftelijk op de hoogte gesteld van de inbreuk dat zij zonder toestemming is gaan samenwerken met [B] en daarin ook volhardt. Ook wordt aangegeven dat zij geen gebruik meer mag maken van de faciliteiten van Netwerk Notarissen en wordt zij gesommeerd om haar certificaten over te dragen.
Bij brief van 28 januari 2026 heeft Netwerk Notarissen laten weten dat zij [eiser sub 2] per 14 februari 2026 van de website van Netwerk Notarissen zullen halen en haar geen toegang meer zullen geven tot de dienstverlening. Zij sommeren [eiser sub 2] ook om medewerking te verlenen aan het overdragen van haar certificaten.
Netwerk Notarissen heeft bij deurwaardersexploit van 25 februari 2026 de deelnemersovereenkomst opgezegd (voor zover vereist). Dat is meer dan een maand na de brief van 6 januari 2026.
De toestemming van de Raad van Commissarissen (als bedoeld in artikel 16 lid 2 deelnemersovereenkomst) is volgens Netwerk Notarissen gegeven in de vergadering van 7 november 2025. [eiser sub 2] heeft aangevoerd dat Netwerk Notarissen verzuimd om een (uittreksel uit de) notulen van die vergadering in het geding te brengen, maar dat rechtvaardigt niet de conclusie dat de deelnemersovereenkomst niet of niet naar behoren is geëindigd. Netwerk Notarissen is dat echter niet zonder meer verplicht.
Dat Netwerk Notarissen [eiser sub 2] nog tot 14 februari 2026 toegang heeft gegeven tot het kennissysteem en de verdere dienstverlening van Netwerk Notarissen en daar ook facturen voor heeft gestuurd, betekent niet dat Netwerk Notarissen daarom de overeenkomst niet meer mocht opzeggen wegens de samenwerking met [B] .
Hieruit volgt dat de deelnemersovereenkomst met [eiser sub 2] in ieder geval is geëindigd door de opzegging op 25 februari 2025. Daarom kan in het midden blijven of de overeenkomst als eerder is geëindigd of dat Netwerk Notarissen die overeenkomst ook met succes heeft ontbonden.
Conclusie
Omdat voldoende aannemelijk is dat de deelnemingsovereenkomst van [eiser sub 2] met Netwerk Notarissen is geëindigd, hoeft zij [eiser sub 2] geen toegang meer te verlenen tot haar dienstverlening en hoeft zij ook haar brief van 16 februari 2026 (dat [eiser sub 2] geen Netwerknotaris meer is) niet hoeft te rectificeren. Verder mag zij de voorgenomen overdracht van de certificaten voortzetten. De vorderingen van [eiser sub 2] worden afgewezen. De vordering van Netwerk Notarissen om veroordeling van [eiser sub 2] om mee te werken aan de overdracht van de certificaten, wijst de voorzieningenrechter af wegens gebrek aan belang. Netwerk Notarissen heeft de bevoegdheid om die certificaten over te dragen zonder medewerking van [eiser sub 2]. Netwerk Notarissen heeft onvoldoende onderbouwd waarom zij een (spoedeisend) belang heeft bij haar vordering op dit punt. Het verbod voor [eiser sub 2] om zich te afficheren als Netwerknotaris en het verbod om gebruik te maken van modellen van Netwerk Notarissen wordt wel toegewezen.
[eisers c.s] moet een proceskostenvergoeding betalen aan Netwerk Notarissen
[eisers c.s] is zowel in conventie als in reconventie (grotendeels) in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Netwerk Notarissen worden begroot op:
- griffierecht
€
735,00
- salaris advocaat
€
1.765,50
- nakosten
€
296,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.796,50
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4. De beslissing
De voorzieningenrechter
in conventie
wijst de vorderingen van [eisers c.s] af,
in reconventie
verbiedt [eisers c.s] om vanaf de zevende dag na betekening van dit vonnis:
zich te afficheren als Netwerknotaris, althans als een bij Netwerk Notarissen aangesloten notaris (via haar website, LinkedIn of andere social media of anderszins) en
het logo van Netwerk Notarissen te gebruiken, de naam “Netwerk Notarissen” in de uitoefening van haar werkzaamheden als notaris te gebruiken voor zover daarmee de indruk gewekt zou kunnen worden dat [eiser sub 2] nog steeds aangesloten zou zijn bij Netwerk Notarissen; en
de modellen van Netwerk Notarissen te gebruiken in de uitoefening van haar notarispraktijk,
veroordeelt de [eisers c.s] om aan Netwerk Notarissen een dwangsom te betalen van € 5.000,00 voor iedere dag dat niet aan alle verboden onder 4.2 is voldaan, tot een maximum van € 200.000,00 is bereikt,
zowel in conventie als in reconventie
veroordeelt [eisers c.s] in de proceskosten van € 2.796,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eisers c.s] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [eisers c.s] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis wat betreft de veroordelingen onder 4.2 tot en met 4.5 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. van Rens en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.
JO/4972