ECLI:NL:RBMNE:2026:1335

ECLI:NL:RBMNE:2026:1335

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 24-03-2026
Datum publicatie 07-04-2026
Zaaknummer C/16/608337 / KL ZA 26-64
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

Kort geding. Vordering contact- en locatieverbod, en alleenrecht gebruik van huurwoning. Locatieverbod wordt afgewezen en de rest toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Lelystad

Zaaknummer: C/16/608337 / KL ZA 26-64

Vonnis in kort geding van 24 maart 2026

in de zaak van

[eiser] ,

te [plaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. G.A. de Boer,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats 2] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] .

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met 5 producties,- de mondelinge behandeling van 23 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,- de verstekverlening tegen [gedaagde] .

2. De kern van de zaak

[eiser] en [gedaagde] hebben bijna 20 jaar een affectieve relatie gehad, maar deze is kort geleden verbroken. Op dit moment staan beide partijen ingeschreven op hetzelfde adres. [eiser] wil – kort gezegd – dat wordt bepaald dat zij alleen in de huurwoning mag blijven. Ook vraagt zij om [gedaagde] te verbieden gedurende twaalf maanden na betekening van het vonnis contact op te nemen of zich binnen een straal van 200 meter van de huurwoning te begeven. Dit alles vordert zij op straffe van een dwangsom en met machtiging sterke arm, en ook vermeerderd met kosten. De voorzieningenrechter geeft [eiser] grotendeels gelijk. Hieronder wordt uitgelegd waarom.

3. De beoordeling

Het toetsingskader in kort geding

In een kortgedingprocedure wordt gevraagd om een zogeheten spoed- of ordemaatregel te nemen. De wet gaat ervan uit dat na de kortgedingprocedure een gewone rechtszaak zal komen, dit heet een ‘bodemprocedure’. Een kortgedingprocedure loopt dus op een bodemprocedure vooruit. De rechter in kort geding probeert in te schatten of het al dan niet aannemelijk is dat een bodemrechter de vordering zal toewijzen. Een kortgeding uitspraak is daarom niet meer dan een voorlopige beslissing waarbij een spoedeisend belang bij de vorderingen aanwezig moet zijn. Daarom moeten belangrijke feiten duidelijk zijn, want tijd voor bewijslevering is er niet. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.

Tegen [gedaagde] wordt verstek verleend

[gedaagde] is op 23 maart 2026niet op de mondelinge behandeling verschenen. Uit de dagvaarding is gebleken dat hij correct voor de zitting is opgeroepen. Tegen hem is daarom verstek verleend. Dit betekent dat de vorderingen tegen hem worden toegewezen, tenzij de voorzieningenrechter vindt dat deze onrechtmatig of ongegrond zijn.

[eiser] heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen

De voorzieningenrechter vindt dat [eiser] een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Uit de aard van het gevorderde vloeit het spoedeisend belang van [eiser] voort. De relatie tussen partijen is volgens [eiser] turbulent geweest. [eiser] zegt dat [gedaagde] het einde van de relatie niet accepteert en dat hij haar bedreigd heeft. Dit volgt ook uit de overgelegde stukken. De politie is hier ook bij betrokken geweest en naar aanleiding daarvan is [gedaagde] een tijdelijk huisverbod opgelegd. Dit tijdelijk huisverbod is eenmaal verlengd, waarna het verlengde huisverbod op 24 maart 2026 (heden) afloopt. Dit alles maakt dat [eiser] een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen.

[eiser] krijgt uitsluitend gebruik van de huurwoning

Beide partijen hebben in principe evenveel recht om in de gezamenlijke woning te verblijven na het beëindigen van een affectieve relatie. In het algemeen geldt dat om te bepalen wie van de partijen de woning dan voorlopig moet verlaten, de beide belangen om in de woning te blijven tegen elkaar moeten worden afgewogen. Bij die afweging zijn alle omstandigheden van het geval van belang. De voorzieningenrechter is in dit geval van oordeel dat de belangenafweging op dit moment uitvalt in het voordeel van [eiser] . Gebleken is dat [gedaagde] niet meer in de woning verblijft, alleen [eiser] woont op dit moment in de woning en betaalt de huur. Daarbij heeft zij haar netwerk in de omgeving en is voldoende onderbouwd met stukken dat zij niet ergens anders kan verblijven. Hoewel [gedaagde] niet is verschenen om zijn belangen toe te lichten, blijkt uit het dossier wel zijn visie op dit verzoek van [eiser] . Productie 5 bij dagvaarding is een bericht van [gedaagde] van 10 maart 2026 waarin hij aangeeft dat hij een andere verblijfplaats heeft, en dat hij de woning ’gunt’ aan [eiser] . Bij de mondelinge behandeling is door [eiser] aangedragen dat [gedaagde] dit standpunt ook heeft herhaald in een recent gezamenlijk gesprek met Veilig Thuis. De conclusie is dat [eiser] het uitsluitend gebruik van de woning wordt toegekend.

Het contactverbod wordt toegewezen, maar het locatieverbod niet

[eiser] heeft ook een contact- en locatieverbod tegen [gedaagde] geëist. Een locatie- en contactverbod kunnen alleen worden opgelegd als er sprake is van ernstig onrechtmatig handelen en van een concreet gevaar voor herhaling daarvan. Een contactverbod en een straat/gebiedsverbod zijn namelijk ingrijpende maatregelen die inbreuk maken op het recht van een ieder op de persoonlijke levenssfeer, waaronder begrepen het recht om vrijelijk te communiceren en het recht om zich vrij te verplaatsen. Voor het toewijzen van zulke ingrijpende maatregelen moet er sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden – van onrechtmatig handelen en/of een reële dreiging daarvan – die zo'n inbreuk kunnen rechtvaardigen. Het is aan [eiser] om deze feiten en omstandigheden te stellen en aannemelijk te maken. Daarin is zij geslaagd voor wat betreft het contactverbod, maar niet voor wat betreft het locatieverbod.

Ten aanzien van het contactverbod is voldoende aannemelijk dat de verhouding tussen partijen verstoord is en dat [eiser] vrees kan hebben voor nieuwe, ongewenste benaderingen door [gedaagde] . [gedaagde] heeft in elk geval één keer het eerder gelegde contactverbod verbroken, en gelet op wat [eiser] gesteld heeft over de bedreigende uitspraken is het contactverbod gerechtvaardigd om (verdere) escalatie te voorkomen. De voorzieningenrechter heeft hierbij meegewogen dat uit het eerder opgelegde contactverbod blijkt (productie 1 bij dagvaarding) dat de betrokken instanties zorgen hebben over de toenemende frequentie van verbaal geweld van [gedaagde] richting [eiser] . Ook is opgemerkt dat er al jaren sprake is van regelmatig terugkerend verbaal dan wel psychisch geweld. Het geweld zou zeer te maken hebben met jaloezie en alcoholgebruik van [gedaagde] en [gedaagde] zou zijn probleem bagatelliseren. Bij de verlenging van het contactverbod (productie 2 bij dagvaarding) is opgemerkt dat [gedaagde] moeite heeft met het naleven van afspraken en het respecteren van de grenzen van [eiser] . Bij deze verlenging van 5 maart jl. hebben de instanties ingeschat dat de onveilige situatie onverminderd veranderd is. Dat is nog maar kort geleden. [gedaagde] accepteert onvoldoende het einde van de relatie. Hieruit volgt voldoende dat [eiser] dient te vrezen voor ongewenste benaderingen in de toekomst, mede gelet op het feit dat de breuk nog maar kort geleden is en de relatie wel bijna 20 jaar heeft geduurd. De voorzieningenrechter hecht er hierbij wel aan om nogmaals te benadrukken dat bij de mondelinge behandeling enige tijd is stilgestaan bij de omstandigheid dat óók [eiser] zich dient in te spannen om helemaal ‘los te komen’ van [gedaagde] . Dat betekent dat ook [eiser] de mogelijke verleiding zal moeten weerstaan om (indirect) contact met [gedaagde] te onderhouden, zodat [gedaagde] ook volledig in staat wordt gesteld om zich te houden aan het opgelegde contactverbod.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [eiser] onvoldoende gesteld dat er een concreet gevaar is op herhaling van ernstig onrechtmatig gedrag op dusdanige wijze dat dit ook deze inbreuk op de bewegingsvrijheid van [gedaagde] rechtvaardigt. Weliswaar is gebleken dat [gedaagde] in het verleden zich regelmatig verbaal gewelddadig heeft opgesteld richting [eiser] en dat hij (mogelijk) verbale bedreigingen heeft geuit. Uit niets is echter gebleken dat [gedaagde] ook [eiser] fysiek opzoekt of zich in de buurt van de woning dan wel andere plekken begeeft waar [eiser] zich op enig moment bevindt. Uit het mogelijk onrechtmatig contact zoeken met [eiser] volgt nog niet zonder meer dat ook een verdergaande beperking van de vrijheid van verplaatsing van [gedaagde] noodzakelijk is. Er is nog niet gebleken dat er sprake is van zodanig ernstige of stelselmatige gedragingen dat er een reële dreiging bestaat dat [gedaagde] zich fysiek in de directe nabijheid van [eiser] zal blijven begeven. Ook blijkt uit geen van de stukken dat de betrokken instanties hier melding van maken of daar zorgen over zouden hebben. Dat alles maakt dat de voorzieningenrechter niet kan vaststellen dat er een concreet gevaar is op (herhaling van) ernstig (fysiek) onrechtmatig gedrag zodat dit een inbreuk op de bewegingsvrijheid van [gedaagde] zou rechtvaardigen. Het geëiste locatieverbod wordt ongegrond bevonden en afgewezen.

De veroordelingen worden opgelegd op straffe van een dwangsom en met machtiging sterke arm

De gevorderde dwangsom zal worden toegewezen als verzocht. [eiser] heeft het gebruik van de huurwoning met uitsluiting van [gedaagde] en het contactverbod gevorderd op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag of dagdeel dat [gedaagde] niet aan de veroordeling voldoet, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 25.000,00. De gevorderde dwangsom zal worden toegewezen als verzocht. [eiser] heeft voldoende onderbouwd waarom zij een dwangsom noodzakelijk vindt. Bovendien zal [gedaagde] ook geen nadeel ondervinden van de opgelegde dwangsom als hij de veroordelingen naleeft. [eiser] heeft ook voldoende onderbouwd dat een machtiging sterke arm proportioneel is.

[gedaagde] moet proceskosten betalen

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- salaris advocaat

760,00

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

949,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter

bepaalt dat [eiser] voorlopig met uitsluiting van [gedaagde] gerechtigd is tot het gebruik van de huurwoning gelegen aan de [adres] te ( [postcode] ) [plaats 1] , met bevel dat [gedaagde] deze woning niet verder mag betreden en, voor zover hij nog over sleutels van de woning beschikt, deze na betekening van het vonnis onverwijld aan woningcorporatie OFW (dan wel de huidige verhuurder van de woning aan de [adres] in [plaats 1] ) afgeeft met het verzoek deze door te zenden aan [eiser] ,

verbiedt [gedaagde] direct dan wel indirect gedurende twaalf maanden na betekening van dit vonnis anders dan via zijn advocaat - persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins contact op te nemen met [eiser] ,

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan het contactverbod zoals het onder 4.2 van dit vonnis bepaalde voldoet, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt,

machtigt [eiser] om met behulp van de sterke arm van justitie en politie de tenuitvoerlegging van deze beslissing te bewerkstelligen, indien [gedaagde] in gebreke blijft aan het onder 4.1 en 4.2 van dit vonnis bepaalde te voldoen,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 949,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Blanke en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026.

5827

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?