ECLI:NL:RBMNE:2026:1339

ECLI:NL:RBMNE:2026:1339

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 25-03-2026
Datum publicatie 07-04-2026
Zaaknummer C/16/558377 / HA ZA 23-412
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Zwaarwegende en steekhouden bezwaren tegen rapport deskundige. Nieuw verzekeringsgeneeskundig onderzoek.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: C/16/558377 / HA ZA 23-412

Vonnis van 25 maart 2026

in de zaak van

[eiser] ,

te [plaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. A. Koert,

tegen

ASR SCHADEVERZEKERING N.V.,

te Utrecht,

gedaagde partij,

hierna te noemen: ASR,

advocaat: mr. M.H. Pluymen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 17 januari 2024;

- de akte na tussenvonnis van [eiser] ;

- de akte na tussenvonnis van ASR;

- het tussenvonnis van 17 april 2024, waarbij prof. dr. [deskundige] tot deskundige is benoemd;

- het deskundigenbericht van prof. dr. [deskundige] ;

- de conclusie na deskundigenbericht van ASR van 28 mei 2025;

- de antwoordconclusie na deskundigenbericht [eiser] van 23 juli 2025.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De kern van de zaak

Bij tussenvonnis van 17 januari 2024 heeft de rechtbank geoordeeld dat er op dat moment nog geen beslissing genomen kon worden over de vraag of het rapport van verzekeringsgeneeskundige de heer [verzekeringsgeneeskundige] (hierna: [verzekeringsgeneeskundige] ), gebruikt kan worden voor het vaststellen van de mate van arbeidsongeschiktheid van [eiser] . Daarom wilde de rechtbank een reumatoloog benoemen en dat is gebeurd. Het rapport van de reumatoloog, prof. dr. [deskundige] (hierna: [deskundige] ) heeft de twijfel over de bruikbaarheid van het rapport van [verzekeringsgeneeskundige] niet weggenomen. Er bestaan zwaarwegende en steekhoudende en zwaarwegende bezwaren tegen het rapport van [verzekeringsgeneeskundige] , zodat het rapport niet kan worden gebruikt voor het vaststellen van de mate van arbeidsongeschiktheid van [eiser] . Er wordt een nieuwe verzekeringsgeneeskundige benoemd in dit vonnis.

3. De verdere beoordeling

De rechtbank heeft in 4.12 van het tussenvonnis overwogen dat het rapport van [verzekeringsgeneeskundige] en zijn aanvullingen in het licht van de bevindingen van reumatoloog van [deskundige] en verzekeringsarts de heer [verzekeringsarts 1] (hierna: [verzekeringsarts 1] ) vragen oproept. Volgens [deskundige] passen de klachten van [eiser] bij de diagnose fibromyalgie en [verzekeringsarts 1] geeft aan dat deze klachten tot beperkingen leiden. [verzekeringsgeneeskundige] neemt geheel geen beperkingen aan op basis van de diagnose fibromyalgie en lijkt daarvoor een doorslaggevende betekenis toe te kennen aan de tintelingen in de handen, wat volgens hem atypische klachten zijn. De tintelingen maken volgens [verzekeringsgeneeskundige] de conclusie dat sprake is van beperkingen op grond van pijnklachten passend bij fibromyalgie te onzeker en onbepaald. [deskundige] en [verzekeringsarts 1] stellen daar tegenover dat deze tintelingen geen afbreuk doen aan de pijnklachten in het lichaam. Volgens de rechtbank is het gelet op die tegenstelling niet voldoende inzichtelijk waarom [verzekeringsgeneeskundige] die conclusie trekt. De rechtbank wilde daarom een reumatoloog benoemen om voor te leggen hoe de tintelingen in de handen geduid moeten worden, ook in relatie tot (het verloop van) de klachten van [eiser] in het hele lichaam en de diagnose fibromyalgie. [deskundige] heeft op 28 maart 2025 een deskundigenbericht uitgebracht waarin hij antwoord heeft gegeven op vragen met betrekking tot de klachten van tintelingen in de handen van [eiser] .

[deskundige] is tot de volgende conclusie gekomen met betrekking tot de klachten van tintelingen in de handen van [eiser] :

“IX. BEANTWOORDING VAN UW VRAGEN

[…]

Vraag 2:

Heeft verzekerde klachten van tintelingen in de handen? Zo ja kunt u deze beschrijven?

Antwoord:

Ja, momenteel geeft betrokkene aan doorlopend last te hebben van tintelingen in de vingers, beiderzijds, vooral in de duim, wijsvinger, middelvinger en ringvinger. Er is aangifte van pijn bij druk op de handspieren, met name de spieren rond de duim. Provocatietesten, die prikkeling veroorzaken van de nervus medianus, te weten de testen van Phalen en Tinel zijn positief. Deze bevindingen kunnen passen bij een carpaal tunnel syndroom, waarbij ik wil opmerken dat een definitieve diagnose behoort tot het vakgebied van de neurologie en bij voorkeur dient te worden vastgesteld door een neuroloog. Een recent EMG is niet voorhanden. Kracht en functie van de handen beoordeel ik als normaal, waarbij ik aanteken dat er aangifte is van pijn bij bewegen en belasten.

Vraag 3:

Indien verzekerde klachten heeft van tintelingen in de handen, hoe moeten die tintelingen in de handen dan geduid worden, ook in relatie tot (het verloop van) de klachten van [eiser] in het hele lichaam en de diagnose fibromyalgie. Passen deze tintelingen in de handen bij de diagnose primaire fibromyalgie?

Antwoord:

Deze bevindingen (zie ook mijn antwoord op vraag 2) kunnen passen bij een carpaal tunnel syndroom, waarbij ik wil opmerken dat een definitieve diagnose behoort tot het vakgebied van de neurologie en bij voorkeur dient vastgesteld te worden door een neuroloog. Een recent EMG is niet voorhanden.

Ten aanzien van tintelingen en fibromyalgie: tintelingen maken geen deel uit van de criteria van fibromyalgie. Wel is het zo dat in de schaarse literatuur hierover vermeldt wordt dat tintelingen vaker voorkomen bij patiënten met fibromyalgie dan bij controles. De aangegeven tintelingen vertonen meestal niet het karakteristieke lokalisatie patroon zoals bij het carpaal tunnel syndroom kan worden gevonden (zie boven).”

De rechtbank is van oordeel dat met het rapport van [deskundige] de twijfel over de bruikbaarheid van het rapport van [verzekeringsgeneeskundige] niet is weggenomen. Diens nadere rapportage vormt een bevestiging van zijn eerdere rapport waarin hij – kort gezegd – heeft geoordeeld dat de klachten van [eiser] bij de diagnose fibromyalgie passen. [deskundige] heeft in zijn rapport wel een verduidelijking aangebracht met betrekking tot de tintelingen in de handen van [eiser] . De tintelingen in de handen maken volgens hem weliswaar geen deel uit van de criteria van fibromyalgie maar komen wel vaker voor bij patiënten met deze aandoening. De tintelingen kunnen ook voortvloeien uit het carpaal tunnelsyndroom (hierna: CTS), als zelfstandige aandoening. Naar het oordeel van de rechtbank zijn er in het medisch dossier van [eiser] echter onvoldoende aanwijzingen te vinden voor het aannemen van de klachten (tintelingen) aan de hand met als oorzaak CTS. De neuroloog dr. [neuroloog] (hierna: [neuroloog] ) kwalificeert de klachten ook niet van neurologische aard en hij gaat uit van een eindtoestand. Tot slot suggereert [neuroloog] dat deze (hand)klachten een reumatologische grondslag kunnen hebben.

In zijn rapport geeft [deskundige] aan dat, zonder dat de exacte oorzaak daarvan is te duiden, het CTS ook met een zekere regelmaat wordt gezien bij fibromyalgie. De rechtbank is van oordeel dat dat een voldoende grondslag biedt voor het voor het feit dat een nieuw te benoemen verzekeringsgeneeskundige bij het vaststellen van de beperkingen van [eiser] niet alleen rekening moet houden met diens algemene lichamelijke (fibromyalgie)klachten maar ook met diens (hand)klachten.

Om de vraag te kunnen beantwoorden of een nieuwe verzekeringsgeneeskundige benoemd kan worden, moet beoordeeld worden of het rapport van [verzekeringsgeneeskundige] gebruikt kan worden voor het vaststellen van de mate van arbeidsongeschiktheid van [eiser] . Zoals de rechtbank heeft overwogen in 4.4 van het tussenvonnis geldt dat het rapport van [verzekeringsgeneeskundige] als uitgangspunt moet worden genomen, maar dat dit anders kan zijn als het rapport qua inhoud of de manier waarop het tot stand is gekomen niet voldoet aan de eisen die daaraan redelijkerwijs gesteld mogen worden. Van een rapport van een deskundige mag worden verwacht dat het onpartijdig, consistent, inzichtelijk en logisch is. Kortom: er moeten steekhoudende en zwaarwegende bezwaren bestaan tegen het rapport van [verzekeringsgeneeskundige] , voordat de rechtbank het rapport naast zich neer kan leggen.

De rechtbank is van oordeel dat er steekhoudende en zwaarwegende bezwaren bestaan tegen de rapporten van [verzekeringsgeneeskundige] . Op een aantal punten zijn de rapporten onvoldoende consistent, inzichtelijk en logisch.

 De rapporten van [verzekeringsgeneeskundige] laten vragen onbeantwoord en zijn daarmee onvoldoende inzichtelijk:

 Zo concludeert [verzekeringsgeneeskundige] in zijn laatste rapport tot in zeer beperkte mate te objectiveren klachten, die niet leiden tot forse beperkingen. Hij heeft niet inzichtelijk gemaakt om welke klachten/beperkingen het dan gaat.

 [verzekeringsgeneeskundige] concentreert zich voornamelijk op de handklachten, terwijl [eiser] ook andere klachten heeft die hij had moeten beoordelen.

 De rapporten bevatten ook inconsistenties:

 Anders dan door [verzekeringsgeneeskundige] is overwogen, bieden de reumatologische en neurologische bevindingen van [neuroloog] en [deskundige] wel degelijk aanknopingspunten voor de aanname dat de (hand)klachten een reumatologische oorzaak kunnen hebben.

 In zijn laatste rapport constateert van [verzekeringsgeneeskundige] dat er bij [eiser] sprake is van zeer geringe objectieve klachten/beperkingen. Hoewel dat op zijn weg lag, heeft hij die constatering niet nader onderbouwd en uitgewerkt. Dat klemt temeer nu het partijrapport van [verzekeringsarts 1] (eigenlijk in het verlengde van het de door [verzekeringsgeneeskundige] benoemde zeer beperkt te objectiveren klachten/beperkingen) wel degelijk concrete beperkingen aanduidt en ook een FML opstelt. [verzekeringsgeneeskundige] heeft dat niet gedaan.

 De diagnose fibromyalgie staat niet ter discussie en is gesteld op basis van het bij [eiser] bestaande klachtenbeeld. Op basis van dat klachtenbeeld zou [verzekeringsgeneeskundige] beperkingen moeten vaststellen, maar dat heeft [verzekeringsgeneeskundige] niet gedaan.

De rechtbank komt tot de conclusie dat er steekhoudende en zwaarwegende bezwaren bestaat tegen het rapport van [verzekeringsgeneeskundige] zodat het niet kan worden gebruikt voor het vaststellen van de mate van arbeidsongeschiktheid van [eiser] . Dit betekent dat de primair gevorderde verklaring voor recht onder I in beginsel kan worden toegewezen. Zoals ook al overwogen in 4.13 van het tussenvonnis, zal er nu een nieuwe verzekeringsgeneeskundige expertise uitgevoerd moeten worden om vast te stellen in hoeverre [eiser] als gevolg van de vastgestelde beperkingen al dan niet kan worden belast bij verrichtingen die zich bij de verzekerde werkzaamheden voordoen. Als partijen het na het uitvoeren het nieuwe verzekeringsgeneeskundige onderzoek niet met elkaar eens worden, dan zal een arbeidsdeskundige op basis van de bevindingen van de verzekeringsgeneeskundige een schatting maken van het ongeschiktheidspercentage voor zijn beroep of passende arbeid zoals bedoeld in de polis. Dit betekent dat de subsidiair gevorderde verklaring voor recht onder VI ook in beginsel voor toewijzing gereed ligt. Hierbij wordt het volgende opgemerkt. De arbeidsongeschiktheid van [eiser] vanaf 1 oktober 2019 onder de polis op basis van het rapport van reumatoloog [deskundige] dient te worden vastgesteld door een nieuw verzekeringsgeneeskundig onderzoek. Daaraan zal worden toegevoegd: indien nodig, gevolgd door een arbeidsdeskundig onderzoek. De rechtbank ziet op dit moment namelijk nog geen aanleiding om bij dit vonnis een arbeidsdeskundige te benoemen.

De persoon van de deskundige

Partijen zijn het niet met elkaar eens over de persoon van de te benoemen verzekeringsgeneeskundige. [eiser] heeft voorgesteld om de heer [A] , werkzaam bij HumanAbility Medisch Advies B.V. te benoemen. In de conclusie van antwoord heeft ASR vervolgens geciteerd wat haar medisch adviseur heeft gesteld omtrent de persoon van de deskundige, namelijk: “benoeming van collega [B ] is niet gewenst, omdat [verzekeringsgeneeskundige] werkzaam was voor en onderzoek bij [eiser] heeft uitgevoerd namens het kantoor 1Medisch Adviseur van collega [B ] . Mijn voorstel is het verzekeringsgeneeskundig onderzoek te laten uitvoeren door de heer [C] werkzaam als verzekeringsgeneeskundige bij MediLibra.” Het is de rechtbank niet duidelijk waarom ASR uitgaat van de benoeming van [B ] , terwijl [A] is voorgesteld. Om onnodige vertraging van deze procedure te voorkomen heeft de rechtbank zelf een verzekeringsgeneeskundige gezocht. Mevrouw [verzekeringsarts 2] , verzekeringsarts, heeft zich bereid verklaard als deskundige op te treden.

De vraagstelling

[eiser] en ASR hebben vragen geformuleerd voor de verzekeringsarts. De geformuleerde vragen wijken op bepaalde punten af. Het belangrijkste verschil is dat ASR in haar vraagstelling uitgaat van een beoordeling vanaf 1 oktober 2019 (het moment van stopzetten van de uitkering) terwijl [eiser] van mening is dat de beoordeling met volledige terugwerkende kracht vanaf 9 juni 2016 (datum ziekmelding) moet plaatsvinden. [eiser] stelt namelijk dat hij het nooit eens is geweest met het percentage arbeidsongeschiktheid. De rechtbank overweegt als volgt. [eiser] vordert primair dat zijn arbeidsongeschiktheid vanaf 1 oktober 2019 onder de polis dient te worden vastgesteld (op basis van de rapporten van [deskundige] en [verzekeringsarts 1] ). [eiser] gaat zelf in zijn vordering dus uit van 1 oktober 2019. Daarnaast is het zo dat de uitkering is stopgezet naar aanleiding van het rapport van [verzekeringsgeneeskundige] met ingang van 1 oktober 2019. Daarom moet in de vraagstelling aan de verzekeringsarts worden uitgegaan van de datum van het stopzetten van de uitkering, dus van 1 oktober 2019.

De rechtbank is van oordeel dat de volgende vragen aan de verzekeringsarts gesteld moeten worden:

Wat zijn uw bevindingen bij verzekeringsgeneeskundig onderzoek?

Wat waren de functionele mogelijkheden per 1 oktober 2019?

U wordt verzocht een FML op te stellen en de (eventuele) beperkingen zo uitvoerig mogelijk te beschrijven ten behoeve van een (eventueel) uit te voeren arbeidsdeskundig onderzoek.

3. Is de situatie van [eiser] na 1 oktober 2019 veranderd? Zijn de beperkingen toe- of afgenomen? Kunt u daartoe ook een FML opstellen of acht u daarvoor nader onderzoek aangewezen?

4. Hoe ziet u de prognose ten aanzien van de beperkingen?

5. Acht u verder nog opmerkingen van belang voor de beoordeling van deze casus?

De stukken die de deskundige moet krijgen

De rechtbank zal bepalen dat partijen de deskundige voorzien van de processtukken en dat de griffier een kopie van deze beschikking aan de deskundige toestuurt. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen de deskundige inzage zullen geven in alle stukken die zij voor het verrichten van het onderzoek belangrijk vindt.

De verzoeker mag het rapport als eerste inzien en verspreiding blokkeren

Het onderzoek door mevrouw [verzekeringsarts 2] is een medisch onderzoek. Maar het gaat niet om een onderzoek binnen een geneeskundige behandelingsovereenkomst. Daarom beslist de rechtbank op eigen initiatief dat [eiser] het inzage- en blokkeringsrecht heeft zoals dat opgenomen is in artikel 7:464 lid 2 sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Dit betekent dat [eiser] als eerste het conceptrapport van mevrouw [verzekeringsarts 2] moet ontvangen. [eiser] kan vervolgens besluiten het conceptrapport te blokkeren. Dat betekent dat het verder niet aan anderen wordt gegeven, ook niet aan ASR. Als [eiser] het rapport niet blokkeert, zal daarna een definitief rapport gemaakt worden. Ook dat moet [eiser] als eerste ontvangen. Ook dan kan hij de verdere verspreiding van het rapport blokkeren.

Mevrouw [verzekeringsarts 2] zal daarom te werk moeten gaan zoals hierna in de beslissing staat beschreven.

De rechtbank wijst er wel op dat als [eiser] het blokkeringsrecht gebruikt de rechtbank daaraan de conclusies kan verbinden die zij daarbij vindt passen.

De partij die het voorschot aan de deskundige moet betalen

De rechtbank heeft al in het tussenvonnis van 17 januari 2024 bepaald dat ASR de kosten van het onderzoek door de reumatoloog moest voorschieten. De reden daarvoor was dat het in beginsel op de weg van ASR ligt om de (mate van) arbeidsongeschiktheid vast te stellen en daarvoor, als dat nodig is, (een) deskundige(n) in te schakelen. Het onderzoek door de verzekeringsgeneeskundige is nodig om de mate van arbeidsongeschiktheid vast te stellen. ASR moet daarom ook de kosten voor het onderzoek door de verzekeringsarts voorschieten.

Over de vraag wie de kosten van het deskundigenbericht uiteindelijk moet betalen, beslist de rechter in het eindvonnis.

De deskundige hoeft niet te beginnen voordat de rechtbank dat laat weten

De rechtbank zal de deskundige op de hoogte stellen als zij met het onderzoek kan beginnen. Dat doet de rechtbank pas nadat het voorschot is betaald.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4. De beslissing

De rechtbank:

gelasten van het deskundigenonderzoek

beveelt een verzekeringsgeneeskundig onderzoek door de deskundige om de vragen die zijn opgenomen onder punt 3.10 te beantwoorden;

benoemt tot deskundige ter beantwoording van deze vragen:

mevrouw [verzekeringsarts 2] , verzekeringsarts

correspondentieadres:

[postbus] ,

[postcode] [plaats 2]

e-mail: [e-mailadres]

telefoonnummer: [nummer] .

instructies over het toesturen van het procesdossier

draagt de griffier op een kopie van deze beschikking toe te sturen aan de deskundige,

bepaalt dat de verdere processtukken van deze procedure binnen één week na de datum van deze beschikking aan de deskundige moeten worden toegestuurd door partijen,

vaststellen van de kosten van het onderzoek

bepaalt voor het vaststellen van het voorschot voor de kosten van de deskundige het volgende:

- de deskundige moet binnen drie weken na de datum van deze beschikking een begroting van haar kosten opgeven aan de rechtbank, met een specificatie van het aantal uren, het uurtarief en overige kosten;

- de griffie zal die opgave aan partijen sturen;

- partijen kunnen binnen twee weken daarna bij de rechtbank schriftelijk bezwaar maken tegen de begroting;

- als niet op tijd bezwaar wordt gemaakt, wordt het voorschot op de kosten van de deskundige nu al vastgesteld op het bedrag dat de deskundige begroot;

- als wel op tijd bezwaar wordt gemaakt, zal het voorschot worden vastgesteld in een aparte beslissing,

betalen van de kosten van het onderzoek

bepaalt dat ASR het bedrag van het voorschot moet betalen binnen twee weken nadat zij daarvoor een nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak heeft ontvangen,

verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,

wanneer en hoe de deskundige zijn onderzoek moet doen

bepaalt dat de deskundige pas met haar werkzaamheden hoeft te beginnen nadat de griffier van de rechtbank dat heeft laten weten, waarbij wordt vermeld dat het voorschot op de kosten is betaald,

wijst de deskundige erop dat zij direct met het onderzoek moet stoppen en contact moet opnemen met de griffie, als tijdens het verrichten van de werkzaamheden het voorschot niet voldoende blijkt te zijn,

verzoekt de deskundige om de landelijke Leidraad deskundigen en de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken op www.rechtspraak.nl te raadplegen,

schrijft de deskundige voor dat zij bij haar onderzoek partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit haar rapport moet blijken of hieraan is voldaan, terwijl in het rapport ook de inhoud van die opmerkingen en verzoeken zelf moeten worden opgenomen,

bepaalt dat de deskundige een concept van het rapport eerst aan [eiser] zal toesturen en dat zij schriftelijk aan ASR zal laten weten dat zij het conceptrapport aan [eiser] heeft gestuurd,

bepaalt dat de deskundige, als [eiser] het blokkeringsrecht niet heeft uitgeoefend binnen veertien dagen, of een door partijen nader overeen te komen termijn, het conceptrapport vervolgens aan ASR zal toesturen,

bepaalt dat de deskundige het schriftelijk aan de rechtbank laat weten, met een kopie daarvan aan ASR, als [eiser] binnen deze veertien dagen (of de nader overeengekomen termijn) het blokkeringsrecht wél heeft uitgeoefend,

bepaalt, als het blokkeringsrecht niet is ingeroepen, dat de deskundige partijen vervolgens in de gelegenheid zal stellen opmerkingen over het concept te maken en verzoeken te doen en dat zij in haar rapport moet vermelden dat die gelegenheid is geboden en waaruit die opmerkingen en/of verzoeken bestaan, en wat haar reactie daarop was,

bepaalt dat de deskundige haar definitieve rapport eerst aan [eiser] zal sturen en dat zij schriftelijk aan ASR zal laten weten dat zij het definitieve rapport aan [eiser] heeft gestuurd,

bepaalt dat de deskundige, als Van de Boer het blokkeringsrecht niet heeft uitgeoefend binnen veertien dagen, of een door partijen nader overeen te komen termijn, haar definitieve rapport vervolgens aan de rechtbank zal toesturen, met een kopie daarvan aan ASR,

bepaalt dat de deskundige, het schriftelijk aan de rechtbank laat weten, met

een kopie daarvan aan ASR, als [eiser] binnen deze veertien dagen (of de nader overeengekomen termijn) het blokkeringsrecht wél heeft uitgeoefend,

draagt de deskundige op, als het blokkeringsrecht niet is ingeroepen, een schriftelijk, ondertekend en gemotiveerd rapport op te stellen en dit rapport binnen drie maanden na de datum van deze beschikking in te leveren op de griffie van deze rechtbank,

bepaalt dat de deskundige met haar rapport, of met het bericht dat [eiser] het rapport heeft geblokkeerd, een gespecificeerde einddeclaratie meestuurt,

de overige beslissingen

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.P. Drijkoningen en in het openbaar uitgesproken door mr. J.R. Hurenkamp op 25 maart 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?