RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[betrokkene] , te [plaats] , [adres] ,
Strafrecht
zittingsplaats Utrecht
zaaknummer: 11540046 UM VERZ 25-2451
CJIB-nummer: 261975365
beslissing van de kantonrechter van 2 april 2026 en proces-verbaal van de zitting van 5 maart 2026
inzake
hierna te noemen: betrokkene,
gemachtigde: Adviesbureau Skandara.
Procesverloop
Bij inleidende beschikking is aan betrokkene een administratieve sanctie opgelegd van € 100,00. De sanctie is opgelegd voor een gedraging op 29 oktober 2023 om 15:57 uur te Ijsselstein, Kerkstraat t.h.v. huisnummer [huisnummer] met de tweewielige brom-/snorfiets/scooter, kenteken [kenteken] . Het gaat er om dat de bestuurder of passagier van de bromfiets geen goedgekeurde/goed passende/deugdelijk bevestigde helm zou dragen.
Bij beslissing op het administratief beroep heeft de officier van justitie de sanctie gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard.
Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld om op de zitting van 5 maart 2026 hun zienswijze nader toe te lichten. Gemachtigde is verschenen. Namens de officier van justitie is een zittingsvertegenwoordiger verschenen.
De kantonrechter heeft het onderzoek ter zitting gesloten en op 2 april 2026 uitspraak gedaan.
Beoordeling
De kantonrechter ziet in de onderhavige zaak aanleiding om te beoordelen of sprake is van misbruik van recht namens de betrokkene.
Op grond van de wet mag je een aan jou toekomende bevoegdheid, zoals het instellen van beroep tegen een verkeersboete, niet inroepen als je deze bevoegdheid misbruikt. Doe je dat wel, dan kun je niet-ontvankelijk worden verklaard. Dat betekent dat de rechter niet inhoudelijk naar jouw zaak kijkt.
Van misbruik van een bevoegdheid, als het instellen van beroep tegen een verkeersboete, is bijvoorbeeld sprake als je kunt weten dat jouw beroep duidelijk kansloos is. Of als je beroep instelt met een ander doel dan waarvoor dat beroep is bedoeld. De kantonrechter verwijst naar vaste rechtspraak hierover in bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2025:3447.
De kantonrechter overweegt dat in deze zaak uit het zaakoverzicht volgt dat de betreffende verkeersovertreding door een verbalisant is vastgesteld. De verbalisant schrijft: “Ik zag dat voornoemd voertuig werd bestuurd. Ik zag dat het voertuig reed midden op de weg. Ik zag dat de bestuurder in het geheel geen helm droeg.” Betrokkene is staande gehouden door de verbalisant en heeft toen verklaard: “Ik had geen helm bij mij”.
De beroepsgrond die de gemachtigde (later) heeft aangevoerd is allereerst een algemene ontkenning van de gedraging. Verder wordt aangevoerd dat niet is gereden op de bromfiets en dat betrokkene stilstond met de bromfiets, toen hij werd aangesproken door de verbalisant.
De kantonrechter overweegt hierover dat de ontkenning van het rijden zonder helm verder niet concreet is gemaakt of toegespitst op de gegevens uit het zaakoverzicht. Ook wordt niet ingegaan op de verklaring van de betrokkene zelf bij staandehouding. Hierin ziet de kantonrechter namelijk een erkenning van de gedraging. Niet is duidelijk waarom die erkenning niet (langer) juist is. Dat betrokkene stilstond toen hij werd aangesproken (/staandegehouden) door de verbalisant lijkt nogal logisch en doet ook niets af aan de (strafbare) gedraging die de verbalisant kort daarvoor had waargenomen.
De kantonrechter oordeelt dan ook dat deze beroepsgrond duidelijk algemeen van aard en kansloos is. De kantonrechter betrekt hierbij dat de beroepsgrond is aangevoerd door een professionele rechtsbijstandverlener die veel ervaring heeft met dit soort zaken. De gemachtigde heeft verder vooral de overschrijding van de redelijke termijn van berechting willen aankaarten. De kantonrechter merkt daarover op dat bij deze rechtbank duizenden zaken over verkeersboetes wachten op behandeling. Het is zeer ongewenst dat mensen zo lang moeten wachten op een uitkomst in hun zaak. Mensen die kansloos beroep instellen, zorgen ervoor dat andere mensen – onterecht – nog langer moeten wachten.
In dat licht komt de kantonrechter tot de conclusie dat sprake is van misbruik van recht, waarbij het handelen van de gemachtigde is toe te rekenen aan de betrokkene. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er zal dus niet inhoudelijk worden gekeken naar het beroep van betrokkene tegen de verkeersboete.
Beslissing
De kantonrechter:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is genomen door mr. A.J. Reitsma, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 2 april 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
de griffier, de kantonrechter,
D. Staring mr. A.J. Reitsma
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
Het beroepschrift moet worden ingediend bij
de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht,
locatie Utrecht, o.v.v. Mulderzaken, postbus 16005, 3500 DA Utrecht.
Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in uw beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting vraagt waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum toezending proces-verbaal: