RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16/028093-24
Tegenspraak (art. 279 Sv)
Vonnis van de meervoudige kamer van 8 april 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [1987] in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] in [woonplaats] ,
(hierna: de verdachte).
1. Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 25 maart 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
- de officier van justitie: mr. J.J.M. Graat;
- de advocaat van de verdachte: mr. L.J.B.G. van Kleef (hierna: de advocaat).
2. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1
op 24 januari 2024 in Almere, samen met een ander, een geldbedrag van € 8.045.765,00, designertassen, sieraden, horloges en merkkleding heeft witgewassen;
feit 2
op 24 januari 2024 in Almere, samen met een ander, ongeveer 214 kilogram cocaïne opzettelijk aanwezig heeft gehad.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3. Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft gepleegd.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van feit 2.
De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.
Oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen feiten 1 en 2
De rechtbank oordeelt dat de feiten 1 (medeplegen van witwassen) en 2 (medeplegen van het voorhanden hebben van 214 kilogram cocaïne) zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
Bewijsoverwegingen feit 2
De advocaat heeft aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte verantwoordelijk is voor de aangetroffen blokken cocaïne. De rechtbank verwerpt het verweer van de advocaat en overweegt daartoe als volgt.
Uit de inhoud van de stukken in het dossier volgt dat er op 24 januari 2024 naar aanleiding van informatie van het Team Criminele Inlichtingen een doorzoeking heeft plaatsgevonden in de woning aan de [adres] te [woonplaats] . De verdachte en de medeverdachte verbleven op dat moment in de woning. De medeverdachte staat ingeschreven op dit adres en heeft op de zitting verklaard dat de verdachte regelmatig in de woning verbleef. Op het adres zijn in een van de slaapkamers ook persoonlijke administratie en identiteitspapieren van verdachte aangetroffen.
Bij de doorzoeking is onder meer 214 kilogram cocaïne aangetroffen. In de woning zijn ook grote hoeveelheden contant geld (in bundels) en luxegoederen aangetroffen, waarvan een groot deel is aangetroffen op de slaapkamer van de verdachte. In totaal is er in de woning een geldbedrag van ongeveer € 8.045.765,00 aangetroffen. De aangetroffen luxegoederen hebben in totaal een waarde van ongeveer € 630.000,00.
De politie heeft in de woning ook een tweetal telefoons aangetroffen waarop Whatsappgesprekken en afbeeldingen stonden die betrekking hebben op (grote) contante geldbedragen, ondergronds bankieren en cocaïne. Uit de gesprekken volgt onder meer dat er in 2023 bijna dagelijks contact was met een onbekend persoon waarbij veelvuldig tokens werden gedeeld die als betalingsbewijs worden gebruikt bij ondergronds bankieren. Dergelijke tokens zijn ook op verschillende plekken in de woning aangetroffen.
Verder is er door de hele woning heen administratie aangetroffen die duidt op eerder bezit en handel in verdovende middelen.
De rechtbank overweegt dat de in de woning aangetroffen goederen en administratie en hetgeen is aangetroffen op de telefoons indicaties vormen dat er eerder cocaïne en grote hoeveelheden geld in de woning zijn geweest. Het is een feit van algemene bekendheid dat de handel in verdovende middelen gepaard gaat met grote opbrengsten. Uit het aantreffen van het geld op de slaapkamer van de verdachte leidt de rechtbank af dat hij zeggenschap had over de opbrengst van de handel in verdovende middelen. Dit impliceert dat hij tevens zeggenschap had over de in de woning aangetroffen cocaïne. Op grond van het voorgaande acht de rechtbank de verdachte (mede)verantwoordelijk voor de in de woning aangetroffen cocaïne. Ook het gedrag van de verdachte bij de doorzoeking draagt bij aan de overtuiging dat de verdachte zeggenschap had over de in de woning aangetroffen cocaïne. Toen de politie de voordeur probeerde open te breken heeft de verdachte geprobeerd via de achtertuin te vluchten. Toen dat niet lukte is hij naar de badkamer gerend waar hij drie telefoons heeft vernield. Deze telefoons konden daardoor niet meer worden onderzocht door de politie.
Daarbij komt dat de cocaïne is aangetroffen in de woonkamer en in de schuur, twee delen van de woning waar ook verdachte vrijelijk toegang toe had. De cocaïne in de woonkamer lag onder meer in een hoek van de woonkamer opgestapeld met enkel een kleed eroverheen om het aan het directe zicht te onttrekken. Als gebruiker van deze woning moet verdachte zich bewust zijn geweest van de aanwezigheid van de cocaïne .
De rechtbank is gelet op al het voorgaande van oordeel dat het onder 2 tenlastegelegde bewezen is.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
feit 1
op 24 januari 2024 te Almere, tezamen en in vereniging met een ander, voorwerpen, te weten
- geldbedragen met een totaalbedrag van ongeveer 8.045.765 euro en
- designertassen en sieraden en horloges en merkkleding,
voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig (al dan niet eigen) misdrijf;
feit 2
op 24 januari 2024 te Almere, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 214 kilogram cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.
4. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
feit 1
medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd;
feit 2
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
5. Straf
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 jaar, met aftrek van het voorarrest.
Standpunt van de verdediging
De advocaat voert aan dat de eis van de officier van justitie niet passend is voor personen die enkel in een stashhouse verblijven.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf van 68 maanden op. Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte en de medeverdachte hebben samen een enorm geldbedrag, meer dan € 8.000.00,00, en dure luxegoederen witgewassen. Daarnaast hebben zij ongeveer 214 kilogram cocaïne in bezit gehad. Dit zijn zeer ernstige feiten.
Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van drugs een gevaar oplevert voor de gezondheid van de gebruikers ervan. Bovendien gaat de handel in en het gebruik van dergelijke verdovende middelen vaak gepaard met verschillende vormen van (ernstige) criminaliteit waarvan anderen overlast ondervinden en waardoor de samenleving schade wordt berokkend. De verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan het faciliteren, het in stand houden en verder uitbreiden van het drugsgebruik en de drugshandel en de daaraan verwante sociale en maatschappelijke problemen. Verdachte heeft geen rekening gehouden met deze gevolgen en heeft zich kennelijk enkel laten leiden door eigen financieel gewin.
Witwassen draagt bij aan de instandhouding van criminaliteit. Door het witwassen van crimineel vermogen wordt de onderliggende criminaliteit gefaciliteerd en witwassen zorgt daarnaast voor ondermijning van het reguliere economische verkeer. De verdachte heeft met zijn handelen ook daaraan een bijdrage geleverd.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 1 april 2025 waaruit volgt dat de verdachte een blanco strafblad heeft. De rechtbank weegt het strafblad van de verdachte daarom niet in strafverzwarende zin mee.
De rechtbank heeft kennisgenomen van een rapport van Reclassering Nederland van 8 juli 2025, opgemaakt door een reclasseringswerker.
De rechtbank heeft geconstateerd dat de verdachte niet is verschenen op de zitting terwijl hij daartoe op grond van de schorsingsvoorwaarden wel verplicht was.
Strafkader
Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Het oriëntatiepunt voor meerderjarigen voor fraude met een benadelingsbedrag van € 1.000.000,00 en hoger is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden tot de maximum gevangenisstraf die op het strafbare feit is gesteld. Voor het aanwezig hebben van meer dan 20 kilogram harddrugs is het oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden.
Gelet op de ernst en de omvang van de strafbare feiten kan niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt.
Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling op zitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsvrouw op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.
De rechtbank overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn dat de verdachte op 25 januari 2024 in verzekering is gesteld en dat de rechtbank op 8 april 2026 uitspraak doet. Daarmee is de redelijke termijn met 2 maanden en 15 dagen overschreden. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding matiging van de op te leggen straf tot gevolg moet hebben.
De rechtbank acht, alles afwegende en gelet op de LOVS-oriëntatiepunten, in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar passend en geboden, maar zal deze, gelet op de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn matigen tot een gevangenisstraf voor de duur van 68 maanden.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.
De voorlopige hechtenis
De rechtbank heft op het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis omdat de verdachte niet heeft voldaan aan de voorwaarde dat hij aanwezig zal zijn bij de inhoudelijke behandeling van de strafzaak.
6. Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
7. De beslissing
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder 1 en 2 bewezenverklaarde;
oplegging straf
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 68 maanden;
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
voorlopige hechtenis
- heft op het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn, voorzitter, mrs. J.A. Koorevaar en S. Shukrula, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.S.A. Nahumury als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.
De oudste rechter, de jongste rechter en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is na nadere omschrijving en wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 24 januari 2024 te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, van één of meer voorwerp(en), te weten:
- een of meerdere geldbedragen met een totaalbedrag van (ongeveer) 8.045.765 euro en/of
- een of meer (designer)tassen en/of sieraden en/of horloges en/of (merk)kleding,
(telkens) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, dan wel heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die/dat voorwerp(en), was of wie bovenomschreven voorwerpen, te weten
- een of meerdere geldbedragen met een totaalbedrag van (ongeveer) 8.045.765 euro en/of
- een of meer (designer)tassen en/of sieraden en/of horloges en/of (merk)kleding,
voorhanden had, terwijl hij/zij wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (al dan niet eigen) misdrijf
en/of
(telkens) één of meer voorwerp(en), te weten
- een of meerdere geldbedragen met een totaalbedrag van (ongeveer) 8.045.765 euro en/of
- een of meer (designer)tassen en/of sieraden en/of horloges en/of (merk)kleding,
heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet,
althans van een voorwerp, te weten
- een of meerdere geldbedragen met een totaalbedrag van (ongeveer) 8.045.765 euro en/of
- een of meer (designer)tassen en/of sieraden en/of horloges en/of (merk)kleding,
gebruik heeft gemaakt, terwijl hij/zij wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (al dan niet eigen) misdrijf;
2
hij, op of omstreeks 24 januari 2024 te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 214 kilo, althans een zeer grote hoeveelheid, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal, bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Bijlage II: Bewijsmiddelen feiten 1 en 2
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 25 januari 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 24 januari 2024 werd door, mij, verbalisant, voor een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in de woning, [adres] , [woonplaats] .
Tijdens de doorzoeking werd het volgende in beslag genomen:
6 dozen met 20 pakketten elk, vermoedelijk cocaïne uit de schuur
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 25 januari 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 24 januari 2024 vond een doorzoeking plaats van de woning aan de [adres] te [woonplaats] .
Kamer 2
In de kledingkast werd een papieren tas aangetroffen. In deze tas zagen wij een stapel met een onbekende hoeveelheid geldbiljetten. Wij zagen dat dit allemaal 20 eurobiljetten leken te betreffen.
Kamer 3
Aangetroffen geld
Bij het onderzoek in deze kamer troffen wij een grote hoeveelheid cash geld bestaande uit verschillende coupures eurobankbiljetten.
Dit ging om:
5 dozen vol met verschillende coupures eurobankbiljetten
4 koffers vol met verschillende coupures eurobankbiljetten
14 tassen waaronder plastic tassen, weekendtassen en rugtassen vol met verschillende coupures eurobankbiljetten.
Wij zagen dat het geld vaak gebundeld was in stapels voorzien van elastiek. Wij zagen dat het wisselende coupures waren variërend van bundels van 200 eurobiljetten, 100 eurobiljetten, 50 eurobiljetten en 20 eurobiljetten.
Aantreffen waardevolle goederen
In kamer 3 troffen wij ook verschillende waardevolle goederen aan. Het ging hierbij onder andere om:
- Merkhorloges
- Designer handtassen
- Roze koffer met merkkleding met kaartjes nog aan de kleding.
- Sieraden
Papieren
In kamer 3 troffen wij een grote hoeveelheid papieren aan. Wij zagen dat veel van deze papieren gericht waren aan of voorzien waren van de naam van verdachte [verdachte] , geboren op [1987] te Angola. Het ging hierbij onder andere om facturen, aankoopbonnen, vluchtgegevens en administratie.
Daarnaast troffen wij in kamer 3 een weekendtas met daarin een portefeuille. In deze portefeuille zaten verschillende identiteitsdocumenten op naam van verdachte [verdachte] .
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 25 januari 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergeven:
Ik, verbalisant, was op 24 januari 2024 in de woning aan de [adres] te [woonplaats] .
Woonkamer
In de hoek naast de vitrinekast lagen meerdere in plasticfolie verpakte pakketten onder een kleed. Ik herkende de vorm en de verpakking als pakketten met vermoedelijke verdovende middelen. Ik, verbalisant, heb vervolgens samen met een collega van de incidentenafhandeling en de dienstdoende hulpofficier van justitie een van de in folie verpakte pakketten uit de hoek gepakt om de inhoud van deze pakketten te bekijken. Ik zag dat de collega van de incidentenafhandeling op mijn aanwijzingen met een mes een snede maakte in de onderzijde van het pakket. Ik zag dat eerst de doorzichtige plasticfolie door werd gesneden. Ik zag daarna dat er zwarte folie onder zat. Ik zag dat deze zwarte folie daarna werd doorgesneden. Ik zag dat vervolgens onder de zwarte folie een witte poederige substantie tevoorschijn kwam. Ik telde in de hoek van de woonkamer ongeveer 64 pakketten. Ik hoorde later van de pandcoördinator dat er in de blauwe koffer achter de bank ook soortgelijke blokken waren aangetroffen. Tevens werd in de blauwe koffer bij de vitrinekast een groot geld bedrag aangetroffen en werden op de eettafel meerdere op het eerste gezicht dure horloges in een tasje aangetroffen.
Kamer 2 slaapkamer met stukken verdachte [medeverdachte]
In de linnenkast werd een tasje aangetroffen met een groot gebundeld geldbedrag van briefjes van twintig euro.
Kamer 3 slaapkamer met grote hoeveelheden geld
In de kamer lag het bezaaid met tassen, dozen, koffers en andere goederen. Meerdere tassen, koffers en dozen bleken gevuld te zijn met grote hoeveelheden samengebonden coupures en losse coupures eurobiljetten. Tevens werden er meerdere waardevolle goederen aangetroffen.
Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, opgemaakt op 25 januari 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
In kamer 2 zijnde de slaapkamer van de verdachte [medeverdachte] werden diverse goederen in beslaggenomen te weten:
- In het nachtkastje linkerzijde een enveloppe met daarin een geld bedrag van € 430,00.
In slaapkamer 3 werd aangetroffen:
- Eurobiljetten
Tijdens de doorzoeking werd het volgende in beslag genomen:
- bolletje wit poeder
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 25 januari 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 24 januari 2024 werden tijdens een doorzoeking aan de [adres] te [woonplaats] 214 blokken, zeer aannemelijk voorzien van cocaïne, aangetroffen en later inbeslaggenomen.
De inbeslaggenomen blokken cocaïne werd door de Forensische Opsporing onderzocht. Zij bevonden het volgende: Van de gehele partij van 214 blokken zijn in totaal 27 bemonsteringen genomen. Deze bemonsteringen zijn middels de TruNarc indicatief getest op cocaïne.
De netto hoeveelheid van de inbeslaggenomen blokken betrof 214 kilogram aan cocaïne.
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 5 februari 2024, documentcode MD2R024019-56, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 24 januari 2024 werd er na een verstrekt proces-verbaal van het Team Criminele Inlichtingen (TCI) en na binnentreden in de woning op de [adres] te [woonplaats] een groot geldbedrag en een grote hoeveelheid harddrugs aangetroffen. Dit proces-verbaal van bevindingen behelst het plaatsen van de aangetroffen waardevolle goederen in de diverse ruimtes.
Voor dit proces-verbaal van bevindingen zijn eigenlijk alleen de ruimtes Woonkamer en Kamer 3 van belang omdat daar de waardevolle goederen werden aangetroffen.
Woonkamer
Goednummer
3288588 Horloge
3288597 Horloge
3288603 Horloge
3288618 Armband
Kamer 3
Goednummer
3288466 Shirt
3288467 Broek
3288468 Blouse 2x
3288471 Vest
3288474 Trui
3288476 Trui
3288477 Shirt
3288479 Jas
3288482 Jas
3288484 Nachtkleding
3288513 Armband
3288541 Armband
3288596 Rolex doosje
3288624 Doos horloge
3288632 Doos horloge
3288642 Bril
3291723 Horloge
3291724 Horloge
3291725 Horloge
3291731 Horloge
3291729 Horloge met doos
3291730 Horloge
3291733 Horloge
3291734 Horloge
3291737 Horloge
3291736 Horloge
3291739 Horloge
3291744 Horloge
3291746 Armband met certificaat
3291748 Armband
3291751 Horloge
3291750 Armband
3291754 Armbanden set in doos
3291755 Armband
3291763 Horloge
3291767 Horloge
3291768 Horloge
3291770 Horloge
3291774 Horloge
3291771 Horloge
3291775 Horloge
3291776 Horloge
3291779 Horloge
3291780 Horloge
3291787 Horloge
3291793 Louis Vuitton horlogedoos
3291798 Louis Vuitton horlogedoos
3291806 Louis Vuitton horlogedoos
3291823 Bril Burberry
3291830 Bril Dior
3291848 Sluiting Fred Armband
3291855 Set oorbellen
3291865 Hanger ketting
3291869 Tas Dior
3291874 Schoenen Dior
3291890 Jas Berluti
3291892 Hermes slippers
3291897 Hermes tas
3291903 Hermes tas
3291904 Chanel tas
3291907 Hermes tas
3291911 Dior tas
3291910 Chanel tas
3291909 Chanel tas
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 5 februari 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 24 januari 2024, werd er in de woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats] , onder andere een grote hoeveelheid geld aangetroffen. Op 29 januari 2024, werden de inbeslaggenomen eurobiljetten geteld.
Het totaalbedrag is € 8.045.765,00.
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 5 februari 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Naar aanleiding van het opgemaakte proces-verbaal van bevindingen met documentnummer MD2R024019-56 waarin ik al aangaf dat [bedrijf] B.V te [plaats] 16 aangeboden goederen taxeerde heb ik het gewaarmerkte en ondertekende taxatierapport ontvangen. Van de aangeboden goederen bleek dat er sprake was van een totale vervangingswaarde van 567.850,- euro en een totale liquidatiewaarde van 324.370,- euro.
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 17 februari 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Resumé
Uit bovenstaande bevindingen kan onder andere worden opgemaakt dat:
- de Samsung Galaxy S10 met goednummer 3288871 vermoedelijk in gebruik was bij verdachte [medeverdachte] , geboren op [1959] te Nigeria;
- de gebruiker van de telefoon een Whatsapp chatgesprek had met contact Lanre S L met telefoonnummer [telefoonnummer] . In dit gesprek veelvuldig afbeeldingen van serienummers van bankbiljetten van diverse valuta over en weer werden gedeeld;
- dat serienummers van bankbiljetten vaak gebruikt worden als identificatiemiddel bij transacties om beide partijen van de transactie te verifiëren en deze methode onder andere wordt gebruikt bij ondergronds bankieren (underground banking);
- op de telefoon een afbeelding staat van 24 januari 2024 van een 5 eurobiljet met serienummer UA2017583895;
- op de telefoon verschillende afbeeldingen staan uit 2023 waarop grote hoeveelheden contant geld te zien zijn onder andere bestaande uit bundels en stapels eurobiljetten;
- op de telefoon een afbeelding staat van 14 februari 2023 met verschillende stapels eurobiljetten. Deze afbeelding gemaakt lijkt te zijn in een van de slaapkamers van de woning aan de [adres] te [woonplaats] ;
- op de telefoon verschillende afbeeldingen staan uit 2023 waarop pakketten met vermoedelijk cocaïne te zien zijn;
- op de telefoon een afbeelding staat van 20 maart 2023 waarop twee stapels met pakketten met vermoedelijk cocaïne te zien zijn. Deze afbeelding gemaakt lijkt te zijn in de woonkamer van de woning aan de [adres] te [woonplaats] .
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 6 februari 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Resume
Uit bovenstaande bevindingen kan onder andere worden opgemaakt dat:
- de Samsung Galaxy J6 met goednummer 3288872 vermoedelijk in gebruik was bij verdachte [medeverdachte] , geboren op [1959] te Nigeria;
- er op de telefoon verschillende afbeeldingen te vinden zijn uit 2023 van grote contante geldbedragen.
Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, opgemaakt op 25 januari 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit:
Goednummer : PL0900-2024024864-3287718
SIN : AAMI0330NL
Aantal : 214
Omschrijving : Blokken geperst wit poeder
Wij hebben 27 blokken geopend, daarvan monsters genomen (volgens NFI norm), voor vervolgonderzoek en daarna indicatief getest met behulp van de TruNarc. Alle 27 blokken testte indicatief positief op Cocaïne.
Sporendrager
Goednummer : PL0900-2024024864-3287718
SIN : AAMI0330NL
Relatie met SIN : AAQU1190NL
Aantal/eenheid : 214 stuks
Omschrijving : Blokken geperst wit poeder
Gewicht netto : 214000 gram bij benadering
Aantal monsters : 1
Monster A
Spoornummer : PL0900-2024024864-200876
SIN : AAQU1190NL
Relatie met SIN : AAMI0330NL
Bijzonderheden : Indicatief cocaine (27 bemonsteringen)
Indicatieve test van monster:
Ruybal : Positief voor cocaïne
TruNarc : Positief voor cocaïne
Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, opgemaakt op 7 mei 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Resultaten
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 20 juni 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Resume
Tijdens de doorzoeking in de woning [adres] op 24 januari 2024 werden diverse luxegoederen aangetroffen en inbeslaggenomen die mogelijk voorwerp van witwassen zijn. Een deel van de goederen bleek bij taxatie om merkvervalsingen te gaan en een deel ervan bleek echt en onvervalst en van grote waarde.
De meest opvallende van deze goederen is een horloge van Harry Winston die een vervangingswaarde van € 500.000 en een handelswaarde van € 300.000 heeft. Daarnaast bevat de partij onder andere twee tassen van het merk Hermes met handelswaarde € 17.500 en € 22.000, een Rolex horloge met een vervangingswaarde van € 9.250, een armband met een vervangingswaarde van € 20.500 en een bril met een vervangingswaarde van € 12.000.
De totale waarde van de partij goederen die mogelijk voorwerpen van witwassen zijn is € 641.289,00.
In onderstaande tabel is een overzicht van de totale waarde per categorie weergegeven die wordt aangehouden voor het witwasdossier.
Een proces-verbaal ter terechtzitting, opgemaakt op 25 maart 2026, voor zover inhoudende als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] , zakelijk weergegeven:
U houdt mij het proces-verbaal van doorzoeking van mijn woning voor en vraagt mij van wie slaapkamer 3 was. Dat was de kamer van de huisgenoot, [verdachte] .