RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwegein
Samenvatting
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/3021
en
(gemachtigde: mr. M.A. Verhoef-Murray).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van het verzoek dat eiser heeft ingediend op grond van de Wet open overheid (Woo). Eiser is het niet eens met de afwijzing. Hij voert daartoe een beroepsgrond aan. Aan de hand van deze beroepsgrond beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college een onvoldoende zoekslag heeft uitgevoerd. Eiser krijgt dus gelijk en zijn beroep is in zoverre gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft op 9 november 2023 een verzoek op grond van de Woo ingediend. Op 7 april 2024 heeft eiser het college in gebreke gesteld, omdat er toen nog steeds niet was beslist op zijn verzoek. Daarna heeft eiser op 13 mei 2025 een beroep niet tijdig beslissen ingediend.
3. Het college heeft het verzoek van eiser met het besluit van 5 juni 2025 afgewezen.
4. De rechtbank heeft het beroep op 27 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van het college.
Beoordeling door de rechtbank
Beroep niet tijdig beslissen
5. Eiser wilde met het beroep niet tijdig beslissen, bereiken dat het college zou beslissen op zijn aanvraag. Omdat het college dit inmiddels heeft gedaan met het besluit van 5 juni 2025, heeft eiser geen belang meer bij een oordeel van de rechtbank over zijn beroep niet tijdig. In zoverre is het beroep daarom niet-ontvankelijk.
Bestuurlijke dwangsom
6. Eiser heeft verzocht om toekenning van een dwangsom op grond van artikel 4:17 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het college niet binnen twee weken na het indienen van de ingebrekestelling van 7 april 2024 een besluit op zijn Woo-verzoek heeft genomen. Artikel 4:17 van de Awb is echter niet van toepassing in Woo-zaken. Dat staat in artikel 8.2 van de Woo. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Beroep tegen het bestreden besluit
7. Omdat het college heeft beslist op het verzoek van eiser en omdat eiser het niet eens is met het besluit, behandelt de rechtbank het beroep inhoudelijk op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Awb.
Wat heeft eiser verzocht?
8. Eiser heeft bij mail van 9 november 2023 meegedeeld dat er op 6 juni 2019 vragen zijn gesteld door de ondernemers tijdens een bijeenkomst in het gemeentehuis van Nieuwegein over de ontwikkelingen van Nieuwegein West. Eiser verzoekt om de notulen van die bijeenkomst.
Wat heeft het college besloten?
9. Het college wijst het verzoek van eiser af, omdat zij niet beschikt over de gevraagde notulen. Het college heeft een zoekslag uitgevoerd in de mailboxen van de dossierhouders en het informatiesysteem van de gemeente Nieuwegein en heeft daarbij verschillende zoektermen gebruikt. Het college heeft naar aanleiding van die zoekslag een PowerPoint presentatie van de informatiebijeenkomst aan bewoners van 6 juni 2019 aangetroffen, maar niet de gevraagde notulen.
Wat voert eiser aan?
10. Eiser voert aan dat de door het college uitgevoerde zoekslag niet voldoende is. Ter onderbouwing van zijn standpunt legt eiser een besluit over van het college van 26 augustus 2025. In dit besluit is het Woo-verzoek van een derde toegewezen waarin werd verzocht om “informatie over ‘vragen en opmerkingen van de deelnemers aan de informatiebijeenkomst ‘City made by you’ gehouden in de raadszaal in het Stadshuis van de gemeente Nieuwegein, aanvang 20.00 uur, op donderdag 6 juni 2019. Plus reacties van antwoordgevers.” Volgens eiser toont dit besluit, waarin een e-mail en een document over de informatiebijeenkomst op 6 juni 2019 is aangetroffen, aan dat er notulen bestaan en bewaard worden.
Heeft het college een volledige en voldoende zoekslag gemaakt?
11. De rechtbank overweegt dat uit de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat een bestuursorgaan voldoende inzichtelijk moet maken hoe het de zoekslag heeft verricht en daarnaast met die zoekslag zorgvuldig zijn. Het voldoende inzichtelijk maken van de zoekslag kan het bestuursorgaan bewerkstelligen door bijvoorbeeld specifiek te vermelden welke systemen zijn geraadpleegd, welke zoektermen zijn gehanteerd voor het zoeken naar documenten in die systemen, welke specifieke vragen de volgens het bestuursorgaan relevante personen hebben meegekregen en welke schifting in de door die personen aangedragen documenten vervolgens is gemaakt. Wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet of niet meer onder hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, is het in beginsel aan degene die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek door het bestuursorgaan, een bepaald document toch onder dat bestuursorgaan berust.
12. Op zitting heeft het college niet afdoende kunnen toelichten dat de zoekslag in de systemen toereikend is geweest. Het college heeft toegelicht dat alleen in de mailboxen van de dossierhouders en het informatiesysteem van de gemeente Nieuwegein is gezocht. Echter op zitting is gebleken dat het mogelijk is dat de verzochte notulen daar niet in staan. Dit komt doordat sommige documenten mogelijk alleen in bijvoorbeeld Word, SharePoint of Teams worden geplaatst en dus niet in het informatiesysteem en dat andere documenten vanuit die locaties handmatig moeten worden overgezet naar het informatiesysteem van de gemeente. . Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat documenten per abuis niet op de juiste plek worden opgeslagen. De rechtbank oordeelt daarom dat de zoekslag onvoldoende is.
13. De rechtbank volgt eiser overigens niet in zijn stelling dat uit het Woo-besluit van 26 augustus 2025 naar aanleiding van een verzoek van een derde over dezelfde bijeenkomst van 6 juni 2029 blijkt dat notulen van de bijeenkomst bestaan en bewaard worden. Wel valt het de rechtbank op – ondanks het feit dat eiser expliciet om de notuelen heeft gevaagd en niet om andere documentatie over de bijeenkomst – dat er naar aanleiding van dat Woo-verzoek een document en een e-mail gevonden zijn over de bijeenkomst, terwijl die bij het verzoek van eiser kennelijk niet gevonden zijn. De rechtbank geeft het college dan ook mee om aandacht te besteden aan de gebruikte zoektermen.
14. Eiser heeft verzocht om een vergoeding van zijn reis- en parkeerkosten en om een vergoeding van de kosten van een treinreis van een meegekomen derde. In artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) is uitputtend geregeld welke kosten voor vergoeding in aanmerking komen. De reiskosten van eiser behoren daar wel toe, maar zijn parkeerkosten niet. De reiskosten van de derde behoren ook niet tot de kosten genoemd in artikel 1 van het Bpb, omdat de derde geen gemachtigde of partij is bij deze zaak.
Conclusie en gevolgen
15. De rechtbank komt tot de conclusie dat het beroep, voor zover het is gericht tegen het niet nemen van een besluit op het Woo-verzoek van 9 november 2023, niet-ontvankelijk is. Het beroep tegen het inhoudelijke besluit van 5 juni 2025 is gegrond. Omdat het college een nieuwe zoekslag moet uitvoeren, ziet de rechtbank geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen, omdat dat volgens de rechtbank in dit geval geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen gelet op het nader onderzoek dat het college moet doen. Het college moet daarom een nieuw besluit nemen met in achtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken.
16. Omdat de rechtbank het beroep voor zover gericht tegen het besluit van 5 juni 2025 gegrond verklaart, veroordeelt de rechtbank het college in de door eiser gemaakte proceskosten. Eisers reiskosten komen op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) in aanmerking voor vergoeding. De rechtbank vergoedt de reiskosten op grond van het Bpb tot een bedrag van € 35,28. Eiser heeft geen overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten gemaakt. Verder bepaalt de rechtbank dat het college aan eiser het door hem betaalde griffierecht van € 194,- moet vergoeden.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het Woo-verzoek van eiser, niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep gericht tegen het bestreden besluit van 5 juni 2025 gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 5 juni 2025;
- draagt het college op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt het college op aan eiser een reiskostenvergoeding te betalen van € 35,28
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2026.
De rechter is niet in de gelegenheid de uitspraak te ondertekenen.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage
Door het college gebruikte zoektermen:
- Notulen bijeenkomst in gemeentehuis op datum 06-06-2019;
- Notulen bijeenkomst 6-6-2019;
- Notulen ontwikkeling stationsgebied Nieuwegein City;
- Notulen stationsgebied 6-6-2019;
- Verslag informatiebijeenkomst ontwikkeling stationsgebied City Nieuwegein
6-6-2019;
- Verslag informatiebijeenkomst ondernemers ontwikkeling stationsgebied;
- Verslagen ontwikkeling stationsgebied City.