ECLI:NL:RBMNE:2026:1395

ECLI:NL:RBMNE:2026:1395

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 08-04-2026
Datum publicatie 08-04-2026
Zaaknummer 12077687 \ MV EXPL 26-11 AW/1583
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Almere

Samenvatting

Loonstop terecht opgelegd. Niet verschijnen op afspraak bij de bedrijfsarts, geen toestemming voor contact met psycholoog en plan van aanpak niet ondertekend.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almere

Zaaknummer: 12077687 \ MV EXPL 26-11 AW/1583

Vonnis in kort geding van 8 april 2026

in de zaak van

[eisende partij] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eisende partij] ,

gemachtigde: mr. K. van Polen,

tegen

CONNEXXION OPENBAAR VERVOER N.V.,

gevestigd te Hilversum,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Connexxion,

gemachtigde: mr. C.M. van der Velden-Rijnsburger en mr. N.A. van den Bosch.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 16 maart 2026 met 24 producties;- de conclusie van antwoord van Connexxion met 4 producties; en

- de nagekomen productie 25 van [eisende partij] .

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 maart 2026. De gemachtigde van [eisende partij] , mr. Van Polen, heeft pleitaantekeningen overgelegd. Van wat besproken is op de mondelinge behandeling zijn door de griffier aantekeningen gemaakt.

Ten slotte is bepaald dat een vonnis wordt uitgesproken.

2. De kern van de zaak

[eisende partij] is op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bij Connexxion in dienst als buschauffeur. Eind 2024 en begin 2025 heeft [eisende partij] twee ongelukken gehad met de bus. Op 15 februari 2025 heeft [eisende partij] zich ziekgemeld en sindsdien heeft zij geen werkzaamheden meer verricht. Connexxion heeft [eisende partij] op 30 oktober 2025 een loonstop opgelegd, omdat [eisende partij] volgens haar niet voldoet aan haar re-integratieverplichtingen. Volgens [eisende partij] is dat onterecht. Zij vordert betaling van haar loon over de maanden november 2025, december 2025 en januari 2026. De vordering van [eisende partij] wordt afgewezen.

3. De beoordeling

Wat is er gebeurd?

Op 7 april en 5 mei 2025 is [eisende partij] niet verschenen bij de bedrijfsarts. Op 8 mei 2025 heeft Connexxion [eisende partij] bij brief gewaarschuwd dat zij contact wil met [eisende partij] omdat anders een loonstop zal volgen.

Connexxion heeft [eisende partij] per brief van 18 september 2025 uitgenodigd voor een gesprek op 23 september 2025 om:

a. a) misverstanden te bespreken;

b) het plan van aanpak door te nemen en ondertekenen;

c) de lijst met vervangende werkzaamheden te bespreken; en

d) vervolgafspraken te maken.

Connexxion heeft [eisende partij] gewaarschuwd dat als zij niet verschijnt er een loonstop zal volgen. [eisende partij] is niet verschenen, waarna Connexxion een eerste loonstop heeft opgelegd en die heeft gehandhaafd tot 2 oktober 2025.

Op 2 oktober 2025 is [eisende partij] verschenen bij de bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft in zijn verslag aangegeven dat hij de medische belastbaarheid van [eisende partij] niet kan vaststellen.

Op 27 oktober 2025 heeft Connexxion [eisende partij] een brief gestuurd waarin zij [eisende partij] heeft gewaarschuwd dat zij verplicht is mee te werken aan haar re-integratie omdat anders een loonstop zal volgen. Connexxion heeft in de brief aangegeven dat [eisende partij] moet:

verschijnen op fysieke spreekuren bij de bedrijfsarts;

adequate en valide informatie over de belastbaarheid verstrekken, zodat de belastbaarheid kan worden beoordeeld;

op verzoek van de bedrijfsarts meewerken aan één-op-één gesprekken met de bedrijfsarts;

meewerken aan fysieke en telefonische contacten met werkgever;

meewerken aan passende werkzaamheden als de belastbaarheid dit toelaat;

het eerder opgestelde plan van aanpak ondertekenen (eventuele aanpassingen kunnen worden aangegeven).

Connexxion heeft [eisende partij] in dezelfde brief uitgenodigd om op 30 oktober 2025 fysiek op het spreekuur van de bedrijfsarts te verschijnen en daarna op een gesprek bij Connexxion. [eisende partij] is op beide afspraken niet verschenen. Connexxion heeft het loon van [eisende partij] per 30 oktober 2025 stopgezet.

Op 13 november 2025 en 5 februari 2026 is [eisende partij] ook niet op afspraken bij de bedrijfsarts verschenen. Op 18 maart 2026 is [eisende partij] wel naar de bedrijfsarts gegaan. De bedrijfsarts geeft aan dat hij de medische belastbaarheid niet kan vaststellen. Connexxion heeft de loonstop gehandhaafd.

Toetsingskader kort geding

[eisende partij] vordert in deze procedure achterstallig loon over november 2025, december 2025 en januari 2026. Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De kantonrechter moet dan ook eerst beoordelen of [eisende partij] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de kantonrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt dat in een kort gedingprocedure geen plaats is voor nader onderzoek of bewijslevering.

Spoedeisend belang is aanwezig

De vordering van [eisende partij] betreft een loonvordering. Een dergelijke vordering is naar zijn aard spoedeisend. Connexxion heeft dat ook niet betwist. Het spoedeisend belang is dan ook aanwezig.

De kantonrechter vindt het aannemelijk dat de loonstop standhoudt in de bodemprocedure

De kantonrechter wijst de vorderingen van [eisende partij] af omdat de kantonrechter voorshands van oordeel is dat Connexxion de loonstop van 30 oktober 2025 terecht heeft opgelegd. De kantonrechter legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

Wettelijk kader loonstop

In artikel 7:629 BW is bepaald wanneer de werkgever het recht heeft de betaling van het loon stop te zetten. Dat is onder meer het geval als de arbeidsongeschikte werknemer zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan zijn re-integratie. De re-integratieverplichtingen van de arbeidsongeschikte werknemer zijn opgenomen in artikel 7:660a BW. Dit artikel bepaalt onder a dat de werknemer verplicht is gevolg te geven aan redelijke voorschriften en mee te werken aan maatregelen die erop zijn gericht hem zijn eigen of andere passende arbeid te laten verrichten. Deze verplichting correspondeert met de in artikel 7:629 lid 3 onder d BW opgenomen grond voor een loonstop. De werkgever moet de werknemer waarschuwen dat hij van plan is om tot een loonstop over te gaan en wat de reden is van dat voornemen (artikel 7:629 lid 7 BW).

[eisende partij] heeft niet meegewerkt aan redelijke voorschriften of maatregelen in het kader van haar re-integratie

De vraag die de kantonrechter moet beantwoorden is dus of sprake is geweest van het niet meewerken aan redelijke voorschriften of maatregelen in het kader van de re-integratie door [eisende partij] . De kantonrechter vindt dat dit zo is en legt hierna uit waarom.

Connexxion heeft bij brief van 31 oktober 2025 het loon van [eisende partij] stopgezet onder meer omdat [eisende partij] wederom niet was verschenen op afspraken bij de bedrijfsarts en bij Connexxion zelf. Connexxion heeft in haar brief aangegeven dat [eisende partij] niet meewerkt aan haar re-integratie door geen opvolging te hebben gegeven aan de waarschuwing die zij [eisende partij] op 27 oktober 2025 heeft gegeven. In deze brief heeft Connexxion onder meer aangegeven dat [eisende partij] fysiek moet verschijnen op afspraken bij de bedrijfsarts, mee moet werken aan fysiek en telefonisch contact met de werkgever, en het plan van aanpak moet ondertekenen (zie hiervoor r.o. 3.4.). [eisende partij] heeft in deze procedure aangegeven dat het verschijnen op fysieke afspraken voor haar door haar ziekte niet haalbaar was.

De kantonrechter stelt vast dat de bedrijfsarts heeft aangegeven (onder andere in zijn verslag van 4 september 2025) dat hij [eisende partij] in staat achtte fysiek op afspraken bij de bedrijfsarts en bij Connexxion te verschijnen. De kantonrechter vindt dat Connexxion mocht uitgaan van het oordeel van de bedrijfsarts en legt dat hierna uit.

De eerste afspraken met de bedrijfsarts na de ziekmelding van [eisende partij] hebben telefonisch plaatsgevonden. In augustus 2025 heeft de bedrijfsarts geconcludeerd dat hij [eisende partij] weer in staat achtte fysiek op het spreekuur te verschijnen. [eisende partij] heeft daarop aangegeven dat het voor haar traumatiserend was om in Amstelveen en in de buurt van Schiphol-Noord (de kantoren van de bedrijfsarts en Connexxion) te zijn. De afspraak met de bedrijfsarts op 4 september 2025 heeft daarom op een neutrale locatie in Almere plaatsgevonden. Tijdens de afspraak hebben de bedrijfsarts en [eisende partij] gesproken over de behandeling bij de psycholoog die zij op dat moment onderging. [eisende partij] heeft geen toestemming gegeven aan de bedrijfsarts om contact op te nemen met de psycholoog. Wel heeft [eisende partij] nadien een verklaring opgestuurd van haar psycholoog. In eerste instantie een anonieme verklaring, maar daarna met de naam van de psycholoog.

Uit een e-mail van 10 september 2025 van [eisende partij] aan de bedrijfsarts blijkt dat de bedrijfsarts bij [eisende partij] heeft aangegeven dat hij vragen wilde stellen aan haar psycholoog. Namelijk vragen over wat er aan de hand is met [eisende partij] , wat de klachten zijn, wat het behandelplan is, wat er wordt gedaan om [eisende partij] beter te maken en wat het resultaat nu is. [eisende partij] heeft vervolgens aan de bedrijfsarts geschreven dat de antwoorden op deze vragen al beantwoord zijn in de verklaring van de psycholoog zodat zij haar psycholoog niet zal verzoeken om deze vragen te beantwoorden. De bedrijfsarts heeft in zijn verslag van 4 september bepaald dat er geen medische belemmeringen zijn voor [eisende partij] om fysiek te verschijnen op het kantoor van de bedrijfsarts en Connexxion. Het contact tussen [eisende partij] en de bedrijfsarts in de week erna heeft niet geleid tot een aanpassing van dat advies.

Gelet op deze gang van zaken vindt de kantonrechter dat Connexxion mocht uitgaan van het advies van de bedrijfsarts dat [eisende partij] in staat was fysiek op de afspraken te verschijnen. [eisende partij] heeft zelf geweigerd om toestemming te geven voor contact tussen de bedrijfsarts en de psycholoog. Ook heeft [eisende partij] geweigerd om de vragen van de bedrijfsarts te stellen aan haar psycholoog terwijl dat wellicht invloed had kunnen hebben op de beoordeling van de bedrijfsarts. De psycholoog beantwoordt in haar verklaring niet de vragen die de bedrijfsarts had dus het was te begrijpen dat de bedrijfsarts deze vragen nog beantwoord wilde zien. Door de opstelling van [eisende partij] moest de bedrijfsarts het doen met zijn eigen waarneming en oordeel. Dit heeft geleid tot het advies dat [eisende partij] medisch gezien in staat was fysiek te verschijnen op afspraken en daar mocht Connexxion van uitgaan. Op 30 oktober 2025 is [eisende partij] echter zonder afmelding niet verschenen bij de bedrijfsarts en Connexxion, nadat dit al verschillende keren eerder was gebeurd.

Ook na 30 oktober 2025 is [eisende partij] nog tweemaal niet verschenen op afspraken bij de bedrijfsarts en bij de casemanager van Connexxion (namelijk op 13 november 2025 en op 5 februari 2025). [eisende partij] heeft toen aangegeven dat zij niet op de afspraak op 13 november 2025 kan komen omdat er een arbeidsconflict zou spelen. Connexxion heeft gereageerd dat zij het betreurt dat [eisende partij] dit zo ervaart en dat [eisende partij] dit met de bedrijfsarts kan bespreken op die afspraak. [eisende partij] is niet naar de afspraak gegaan. Het ervaren van een arbeidsconflict is echter geen goede reden om niet naar een afspraak bij de bedrijfsarts te gaan.

Op de mondelinge behandeling heeft de vader van [eisende partij] aangegeven dat [eisende partij] soms geen vervoer had om naar de afspraken te gaan omdat hij dan moest werken en hij haar dus niet kon brengen. In dat geval had [eisende partij] contact moeten opnemen met Connexxion om te overleggen over een ander moment voor de afspraak. Ook dat is niet gebeurd. De kantonrechter vindt dan ook dat [eisende partij] door het fysiek niet verschijnen op de afspraken niet heeft meegewerkt aan een redelijke voorschrift in het kader van haar re-integratie.

Een andere reden voor Connexxion om de loonstop van 30 oktober 2025 op te leggen was het niet verstrekken van informatie door [eisende partij] waardoor de bedrijfsarts de medische belastbaarheid van [eisende partij] niet vast kon stellen (zie hiervoor r.o. 3.12.). Connexxion heeft [eisende partij] op 20 maart 2026 per brief medegedeeld dat zij vindt dat [eisende partij] dit nog steeds niet doet als gevolg waarvan zij de loonstop zal handhaven.

Volgens Connexxion heeft [eisende partij] zonder goede reden geweigerd toestemming te verlenen voor contact tussen de bedrijfsarts en de psycholoog van [eisende partij] . Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eisende partij] aangegeven dat zij dit niet wil omdat zij niet begrijpt wat de bedrijfsarts wil vragen aan de psycholoog.

De kantonrechter vindt dit echter geen goede reden voor het onthouden van toestemming. [eisende partij] heeft zelf namelijk al eerder in haar e-mail van 10 september 2025 aan de bedrijfsarts aangegeven welke vragen zij begrijpt dat de bedrijfsarts wil stellen aan haar psycholoog (zie hiervoor r.o. 3.14.) Het was haar toen dus duidelijk. De kantonrechter vindt dat van [eisende partij] in ieder geval verwacht mocht worden dat zij deze vragen zou doorgeven aan haar psycholoog zodat de psycholoog deze vragen kon beantwoorden. De bedrijfsarts heeft immers aangeven dat hij deze informatie nodig had om haar belastbaarheid vast te stellen.

[eisende partij] had ook gebruik kunnen maken van de alternatieven die door Connexxion zijn aangeboden. Uit een mail van 8 oktober 2025 van [A] , HR-adviseur bij Connexxion, blijkt namelijk dat zij in een gesprek met [eisende partij] en haar partner twee opties aan [eisende partij] heeft gegeven om tot een oplossing te komen. Ten eerste zou alle informatie van de behandelaar eerst naar [eisende partij] gemaild kunnen worden zodat [eisende partij] deze zou kunnen beoordelen. Als tweede optie zou een zoomcall kunnen worden georganiseerd met de bedrijfsarts, de behandelaar en [eisende partij] zodat [eisende partij] de regie zou houden over wat wel of niet gedeeld mag worden. De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek van de bedrijfsarts alleszins redelijk is en dat de voorstellen van Connexxion dat ook waren. Connexxion had met de voorstellen oog voor de zorgen die bij [eisende partij] leefden. Door niet bereid te zijn de vragen van de bedrijfsarts te stellen aan de psycholoog dan wel niet mee te werken aan de alternatieven die Connexxion haar heeft geboden, gaf [eisende partij] naar het oordeel van de kantonrechter dan ook geen uitvoering aan een redelijk verzoek in het kader van haar re-integratie.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eisende partij] aangegeven dat de behandelingen bij de psycholoog sinds december 2025 zijn gestopt. Voor wat betreft de toekomst kan nu niet vastgesteld worden of dit voor de bedrijfsarts van belang is. Dat maakt voor onderhavige vordering echter geen verschil omdat [eisende partij] betaling vordert van het loon over de maanden november 2025 tot en met januari 2026.

[eisende partij] heeft daarnaast geweigerd om het plan van aanpak te ondertekenen. Dat is wel een verplichting die [eisende partij] op grond van artikel 7:629 lid 3 sub e BW heeft. Naar de kantonrechter begrijpt heeft Connexxion input van [eisende partij] verwerkt in het plan van aanpak. Op verzoek van [eisende partij] is het plan van aanpak ook nog naar de heer [B] van de FNV gestuurd om hem in de gelegenheid te stellen eerst inzage te krijgen in het plan van aanpak, maar ook dat heeft er niet toe geleid dat [eisende partij] het plan van aanpak heeft ondertekend. Waarom [eisende partij] het plan van aanpak niet heeft ondertekend is niet duidelijk geworden. Ook dit betekent dat [eisende partij] geen uitvoering heeft gegeven aan een redelijk verzoek in het kader van haar re-integratie.

Conclusie

Gelet op het voorgaande is het voorlopig oordeel van de kantonrechter dat [eisende partij] onvoldoende heeft meegewerkt aan redelijke voorschriften of maatregelen in het kader van haar re-integratie. Tussen partijen is niet in geschil - en de kantonrechter is het daarmee eens - dat Connexxion [eisende partij] voldoende heeft gewaarschuwd voor het opleggen van de loonstop. De kantonrechter is voorshands dan ook van oordeel dat de loonstop van Connexxion terecht is opgelegd. De vorderingen tot loondoorbetaling over de maanden november 2025, december 2025 en januari 2026 en betaling van de wettelijke verhoging en wettelijke rente over het achterstallige loon, zullen daarom worden afgewezen.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen

De door [eisende partij] gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen, omdat daar geen grondslag meer voor bestaat, nu haar hoofdvorderingen worden afgewezen.

[eisende partij] moet de proceskosten van Connexxion betalen

[eisende partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Connexxion worden begroot op:

- salaris gemachtigde

865,00

- nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.009,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4. De beslissing

De kantonrechter

wijst de vorderingen van [eisende partij] af,

veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten van € 1.009,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eisende partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [eisende partij] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.R. van der Vos en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?