ECLI:NL:RBMNE:2026:1407

ECLI:NL:RBMNE:2026:1407

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 08-04-2026
Datum publicatie 08-04-2026
Zaaknummer 16316717-20 (ontneming)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij. Matiging betalingsverplichting 10.000 euro door overschrijding redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/316717-20 (ontneming)

Verstek

Vonnis van 8 april 2026 van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot ontneming

in de zaak tegen

[veroordeelde]

geboren op [geboortedatum] 1981 in [geboorteplaats] (China),

niet-ingezetene, adres onbekend (Italië),

hierna te noemen: veroordeelde.

1. ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

De officier van justitie heeft bij vordering van 17 februari 2026 ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel gevorderd.

De vordering is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 25 maart 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en het standpunt van officier van justitie mr. A. Bakker.

2. VORDERING

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de rechtbank het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) wordt geschat, dient vast te stellen op € 146.896,19 en de veroordeelde de verplichting dient op te leggen tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel. De officier van justitie heeft zich daarbij gebaseerd op de berekening zoals neergelegd in het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij d.d. 13 november 2020 (hierna: rapport). Volgens de officier van justitie heeft de veroordeelde dit voordeel verkregen met het telen van hennep in een pand aan de [adres] in [plaats] in de periode van 1 september 2019 tot 11 september 2020.

3. BEOORDELING VAN DE VORDERING

De grondslag van de vordering

Op grond van een veroordeling voor een strafbaar feit kan een ontnemingsvordering worden toegewezen. De veroordeelde is bij vonnis van 8 april 2026 van deze rechtbank Midden-Nederland, voor zover van belang, veroordeeld voor het volgende strafbare feit:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

in de periode van 3 juli 2020 tot en met 11 september 2020.

De grondslag voor de ontnemingsvordering is een veroordeling voor een strafbaar feit. Voor de ontnemingsvordering betekent dit, dat bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden gelet op voordeel afkomstig uit het strafbare feit dat de veroordeelde heeft begaan en strafbare feiten waarvan aannemelijk is dat de veroordeelde deze heeft begaan (artikel 36e, lid 2 Wetboek van Strafrecht). Uit vaste jurisprudentie over het (al dan niet) bestaan van voldoende aanwijzingen dat een veroordeelde andere strafbare feiten, als bedoeld in artikel 36e, tweede lid, Sr, heeft begaan, volgt dat (de totstandkoming van) dit oordeel, binnen het hiervoor bedoelde eigen kader voor bewijs in de ontnemingsprocedure, in overeenstemming moet zijn met de onschuldpresumptie. De in artikel 36e, tweede lid, Sr bedoelde “voldoende aanwijzingen” mogen daarom niet door de rechter worden aangenomen indien niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat andere strafbare feiten door de veroordeelde zijn begaan. (HR 29 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1523; HR 10 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:12).

De rechtbank is van oordeel dat in dit geval buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat door de veroordeelde andere strafbare feiten zijn begaan, te weten het telen van hennep gedurende een langere periode dan bewezen is verklaard in het vonnis van 8 april 2026. De rechtbank ziet hiervoor voldoende aanwijzingen.

Op 11 september 2020 werd het pand in de Meern doorzocht en een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. In kweekruimte 1 en 2 werden in totaal 143 groeiende hennepplanten aangetroffen. In kweekruimte 3 en 4 was reeds geoogst en stonden 151 potten met plantenresten. De verbalisanten hebben meerdere feiten en omstandigheden waargenomen die erop duiden dat de hennepkwekerij langere tijd in werking was, onder andere:

- De hennepkwekerij en aangrenzende ruimten waren sterk vervuild door langdurig in werking te zijn geweest;

- Er stonden grote hoeveelheden vuilniszakken, gevuld met restkluiten met afgeknipte steel en wortel van hennepplanten;

- In de schuur lagen zeven gebruikte koolstoffilters van eerdere hennepoogsten. Dat deze van deze hennepkwekerij afkomstig zijn blijkt onder andere uit het feit dat de contact plaatsen tussen de draagsteunen waar geen vervuiling is aangetroffen precies dezelfde afstand is als van de koolstoffilters die nu in werking waren. Eén koolstoffilter gaat ongeveer vijf oogsten mee wat gelijkstaat aan één jaar. In de vier kweekruimtes hing in iedere ruimte één koolstoffilter. Er kan aangenomen worden dat alle lampen éénmaal zijn vervangen;- Verder werden in de schuur om en nabij een twintigtal gebruikte assimilatielampen aangetroffen. Eén assimilatielamp gaat ongeveer vijf oogsten mee wat gelijkstaat aan één jaar. In de vier kweekruimten hingen in iedere ruimte vijf assimilatielampen. Er kan aangenomen worden dat alle lampen éénmaal zijn vervangen;- Op de vloer is een zeil aangetroffen met een dikke laag kalkaanslag. Dit duidt op een langdurige tijd in bedrijf zijn van de hennepkwekerij;

- In de badkamer, van de woning, werd verder een slakkenhuis aangetroffen. Het is aannemelijk dat deze eerder is vervangen doordat deze vervuild was. Van een slakkenhuis is bekend dat deze enkele jaren kan meegaan.

Gelet op bovenstaande indicatoren, waaronder de aangetroffen gebruikte assimilatielampen, koolstoffilters en slakkenhuis, is het volgens de verbalisanten aannemelijk dat de betreffende hennepkwekerij langdurig in werking is geweest. Feit van algemene bekendheid is dat voornoemde goederen een gemiddelde levensduur hebben van vijf oogsten, met andere woorden één jaar. Aannemelijk is dat gedurende de werking van de hennepkwekerij voornoemde goederen zijn vervangen voor degene die werkend in de hennepkwekerij werden aangetroffen.

Op grond van al deze omstandigheden tezamen genomen en mede in aanmerking genomen dat de veroordeelde sinds 26 november 2009 staat ingeschreven op het adres, kan het niet anders zijn dan dat de veroordeelde al gedurende enige tijd hennep aan het telen was.

Beoordeling en berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel

Het wederrechtelijk voordeel wordt berekend door de opbrengsten van de hennepkwekerij te verminderen met de kosten. De rechtbank neemt daarvoor – voor zover niet anders wordt vermeld – tot uitgangspunt wat is opgenomen in het rapport. Dit rapport heeft gebruik gemaakt van het rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnen teelt onder kunstlicht' van het Functioneel Parket Afpakken (voorheen BOOM) van 1 juni 2016, waarin standaardberekeningen en normen met betrekking tot het wederrechtelijk verkregen voordeel van hennepkwekerijen bij binnen teelt onder kunstlicht zijn vermeld.

De ontnemingsperiode en het aantal oogsten

Op 11 september 2020 werd een inwerking zijnde hennepkwekerij aangetroffen met vier kweekruimtes. In ruimte 1 en 2 werden groeiende planten aangetroffen, waarvan de schatting is dat deze zeven weken oud waren. In ruimte 3 en 4 was reeds geoogst.

Gelet op de aanzienlijke hoeveelheid kalkresten, vervuiling van alle ruimtes en de aangetroffen gebruikte assimilatielampen, koolstoffilters en slakkenhuis is het aannemelijk dat de betreffende hennepkwekerij langdurig in werking is geweest. De voornoemde goederen hebben een gemiddelde levensduur van vijf oogsten, met andere woorden één jaar. Aannemelijk is dat gedurende de werking van de hennepkwekerij voornoemde goederen zijn vervangen voor degene die werkend in de hennepkwekerij werden aangetroffen. Het vermoeden bestaat dat de hennepkwekerij langer dan één jaar in werking is geweest, echter wordt er gelet op voornoemde bevindingen in het rapport in het voordeel van de veroordeelde uitgegaan van een kweekperiode van één jaar.

Gezien de hierboven genoemde indicatoren en mede in aanmerking genomen dat de veroordeelde sinds 26 november 2009 staat ingeschreven op het adres en zelf geen verklaring heeft afgelegd over hoe lang hij aan het telen was, vindt de rechtbank het aannemelijk dat de teelt op 1 september 2019 is gestart, zoals in het rapport geschat. Dat betekent dat de kwekerij 53 weken operationeel is geweest tot het moment dat de kwekerij op 11 september 2020 werd ontdekt. Uitgaande van een gemiddelde kweekcyclus van 10 weken per oogst, komt dit neer op 4 gerealiseerde oogsten voor kweekruimte 1 en 2, en 5 gerealiseerde oogsten voor kweekruimte 3 en 4.

Omvang en bruto opbrengst

Kweekruimte 1:

In de kweekruimte stonden 76 hennepplanten en/of potten op een oppervlakte van 4,7 vierkante meter. Dat zijn per vierkante meter 17 hennepplanten en/of potten. In het rapport van Functioneel Parket Afpakken van 1 juni 2016 is een tabel opgenomen, met daarin de opbrengst per hennepplant. Deze opbrengst is afhankelijk van de hoeveelheid hennepplanten op een vierkante meter. De opbrengst aan hennep per plant van de kweekruimte 1 is volgens de tabel minimaal 27,2 gram.

De totale bruto opbrengst aan hennep per oogst bedraagt (76 planten x 27,2 gram =) 2,0672 kilogram.

De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. Volgens het rapport van Functioneel Parket Afpakken bedraagt dit minimaal € 4.070,00 per kilogram.

De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt minimaal (2,0672 kilogram x € 4.070,00 =) € 8.413,50.

Kweekruimte 2:

In de kweekruimte stonden 67 hennepplanten en/of potten op een oppervlakte van 4,8 vierkante meter. Dat zijn per vierkante meter 14 hennepplanten en/of potten. De opbrengst aan hennep per plant is volgens de tabel minimaal 28,6 gram.

De totale bruto opbrengst aan hennep per oogst bedraagt (67 planten x 28,6 gram =) 1,9162 kilogram.

De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. Volgens het rapport van Functioneel Parket Afpakken bedraagt dit minimaal € 4.070,00 per kilogram.

De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt minimaal (1,9162 kilogram x € 4.070,00 =) € 7.798,93.

Kweekruimte 3:

In de kweekruimte stonden 59 hennepplanten en/of potten op een oppervlakte van 7,0 vierkante meter. Dat zijn per vierkante meter 9 hennepplanten en/of potten. De opbrengst aan hennep per plant is volgens de tabel minimaal 30,9 gram;

De totale bruto opbrengst aan hennep per oogst bedraagt (59 planten x 30,9 gram =) 1,8231 kilogram.

De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. Volgens het rapport van Functioneel Parket Afpakken bedraagt dit minimaal € 4.070,00 per kilogram.

De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt minimaal (1,8231 kilogram x € 4.070,00 =) € 7.420,02.

Kweekruimte 4:

In de kweekruimte stonden 92 hennepplanten en/of potten op een oppervlakte van 10,4 vierkante meter. Dat zijn per vierkante meter 9 hennepplanten en/of potten. De opbrengst aan hennep per plant is volgens de tabel minimaal 30,9 gram.

De totale bruto opbrengst aan hennep per oogst bedraagt (92 planten x 30,9 gram =) 2,8428 kilogram.

De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. Volgens het rapport van Functioneel Parket Afpakken bedraagt dit minimaal € 4.070,00 per kilogram.

De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt minimaal (2,8428 kilogram x € 4.070,00 =) € 11.570,207.

Totale bruto opbrengst van de vier kweekruimtes:

Kweekruimte 1: 4 oogst(en) x € 8.413,50 = € 33.654,00.

Kweekruimte 2: 4 oogst(en) x € 7.798,93 = € 31.195,72.

Kweekruimte 3: 5 oogst(en) x € 7.420,02 = € 37.100,10.

Kweekruimte 4: 5 oogst(en) x € 11.570,20 = € 57.851,00.

Gelet op het voorgaande bedraagt de totale bruto opbrengst (€ 33.654,00 + € 31.195,72 + € 37.100,10 + € 57.851,00 =) € 159.800,82.

Kosten

Conform het rapport gaat de rechtbank ervanuit dat er geen kosten voor het knippen van de hennepplanten en geen extra kosten voor huisvesting zijn gemaakt. Bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal daar dan ook geen rekening mee worden gehouden.

De in mindering te brengen kosten per oogst zijn op basis van het rapport als volgt.

Kweekruimte 1:

Afschrijvingskosten: € 150,00 (Tabel pag. 3 rapport van FPA 1-11-2010).Hennepstekken: € 289,56 (€ 3,81 per stek/plant).Variabele kosten: € 294,88 (€ 3,88 per stek/plant).Totaal aan kosten: € 734,44.

Totale kosten 4 oogst(en) x € 734,44 = € 2.937,76.

Kweekruimte 2:

Afschrijvingskosten: € 150,00 (Tabel pag. 3 rapport van FPA 1-11-2010)Hennepstekken: € 255,27 (€ 3,81 per stek/plant)Variabele kosten: € 259,96 (€ 3,88 per stek/plant)

Totaal aan kosten: € 665,23.

Totale kosten 4 oogst(en) x € 665,23 = € 2.660.92.

Kweekruimte 3:

Afschrijvingskosten: € 150,00 (Tabel pag. 3 rapport van FPA 1-11-2010).Hennepstekken: € 224,79 (€ 3,81 per stek/plant).Variabele kosten: € 228,92 (€ 3,88 per stek/plant).

Totaal aan kosten: € 603,71.

Totale kosten 5 oogst(en) x € 603,71 = € 3.018,55.

Kweekruimte 4:

Afschrijvingskosten: € 150,00 (Tabel pag. 3 rapport van FPA 1-11-2010).Hennepstekken: € 350,52 (€ 3,81 per stek/plant).Variabele kosten: € 356,96 (€ 3,88 per stek/plant).

Totaal aan kosten: € 857,48.

Totale kosten 5 oogst(en) x € 857,48 = € 4.287,40.

Elektriciteitskosten:

Bij de voor kweekruimtes vastgestelde kosten moeten ook de kosten van de voor de hennepteelt verbruikte elektriciteit worden opgeteld.

In het ontnemingsrapport wordt niets gerekend voor de kosten van elektriciteit, omdat de elektriciteit op illegale wijze werd afgenomen en de door netbeheerder Stedin B.V. (hierna: Stedin) in rekening gebrachte kosten op het moment van sluiten van het rapport nog niet waren voldaan.

De rechtbank vindt het echter aannemelijk geworden dat deze kosten zijn betaald en hiervoor daadwerkelijk kosten zijn gemaakt. Dit leidt de rechtbank af uit de e-mail van Stedin verstuurd op 18 maart 2026 waaruit volgt dat Stedin geen schadewens heeft in deze zaak omdat de schadenota reeds is voldaan. De totaal geleden schade van Stedin is € 17.178,07. De rechtbank zal voor de elektriciteitskosten uitgaan van dit bedrag.

Totale kosten vier kweekruimtes:

De kosten voor de vier kweekruimtes bedragen gezamenlijk, dus inclusief het daaraan toe te schrijven elektriciteitsverbruik (€ 2.937,76 + € 2.660.92 + € 3.018,55 + € 4.287,40 + € 17.178,07 =) € 30.082,70

Het wederrechtelijk verkregen voordeel

Bruto opbrengst vier kweekruimtes: € 159.800,82.

Kosten vier kweekruimtes: € 30.082,70 -/-

Netto opbrengst € 129.718,12.

Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank het bedrag waarop het netto wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op (€ 159.800,82 - € 30.082,70 =) € 129.718,12.

Toerekening van het voordeel

De veroordeelde is bij vonnis van 8 april 2026 veroordeeld tot het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod. De rechtbank gaat, in het verlengde van dat bewijsoordeel in de strafzaak, ook in de ontnemingszaak ervan uit dat de veroordeelde het wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit de baten van het bewezenverklaarde feit. Dit betekent dat het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel voor het volle bedrag aan de veroordeelde dient te worden toegerekend.

Betalingsverplichting

Overschrijding redelijke termijn

In artikel 6, eerste lid van het EVRM is het recht van iedere veroordeelde gewaarborgd dat binnen een redelijke termijn op de ontnemingsvordering wordt beslist. Als aanvangsdatum van deze redelijk termijn neemt de rechtbank in dit geval 16 februari 2021. Dit is de datum waarop onder de veroordeelde conservatoir beslag is gelegd, met als vermelde grondslag de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Als uitgangspunt voor de redelijke termijn geldt dat de behandeling op zitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen.

Op grond van het hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de redelijke termijn met ruim 3 jaar is overschreden. Deze overschrijding dient te leiden tot matiging van de vast te stellen betalingsverplichting ten opzichte van het wederrechtelijk verkregen voordeel met € 10.000,-.

De rechtbank stelt het bedrag dat door de veroordeelde dient te worden betaald aan de staat, vast op (€ 129.718,12 – € 10.000 =) € 119.178,12.

4. TOEGEPAST WETSARTIKEL

De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

5. BESLISSING

De rechtbank:

- stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 129.178,12;

- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 119.178,12 aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;

- bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 1080 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.M. Lemmen, voorzitter, mr. drs. S.M. van Lieshout en mr. S.E. Garvelink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. van Veenschoten, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A.M.M. Lemmen
  • mr. drs. S.M. van Lieshout
  • mr. S.E. Garvelink

Griffier

  • mr. H. van Veenschoten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?