ECLI:NL:RBMNE:2026:1449

ECLI:NL:RBMNE:2026:1449

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 30-03-2026
Datum publicatie 10-04-2026
Zaaknummer 12104037 \ MV EXPL 26-23
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Almere

Samenvatting

Ontruiming woning in kort geding afgewezen, omdat niet kan worden vastgesteld dat de eisende partij de verhuurder is.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almere

Zaaknummer: 12104037 \ MV EXPL 26-23

Vonnis in kort geding van 30 maart 2026 (bij vervroeging)

in de zaak van

[eiser] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: [A] ,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

niet verschenen.

1. De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de betekende dagvaarding van 25 februari 2026 met producties (0 tot en met 8).

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 maart 2026. Aan de zijde van [eiser] is verschenen de heer [A] , vergezeld van mevrouw [B] . [gedaagde] is niet verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken.

Aan het einde van de mondelinge behandeling is bepaald dat vonnis zal worden gewezen.

2. De kern van de zaak

[eiser] vordert in dit kort geding (onder meer) ontruiming van de door [gedaagde] gehuurde woning. Uit de huurovereenkomst blijkt echter niet dat [eiser] de verhuurder is. Dit kan in kort geding ook niet worden vastgesteld op basis van de andere stukken. Daarom moet de ontruiming vooralsnog worden afgewezen.

3. De beoordeling

Verstekverlening

Omdat [gedaagde] – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet is verschenen in deze procedure, zal tegen haar verstek worden verleend. Vanwege de verstekverlening moeten de vorderingen van [eiser] worden toegewezen, tenzij deze de kantonrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen.

Spoedeisend belang

In een kort geding moet eerst worden beoordeeld of er sprake is van een spoedeisend belang. De kantonrechter is van oordeel dat dit voldoende volgt uit de aard van de vordering omdat het gaat om de ontruiming van een woning.

Vordering is ongegrond

[eiser] vordert onder meer ontruiming van de door [gedaagde] gehuurde woning aan de [adres 1] te [plaats] .

Uit de huurovereenkomst volgt echter dat niet [eiser] , maar [adres 2] en [nummer 1] B.V. (hierna: [nummer 2] en [nummer 1] ) de verhuurder is.

Dit blijkt ook uit alle overgelegde (herinnerings)facturen.

Op de mondelinge behandeling heeft [eiser] desgevraagd verklaard dat [eiser] en [nummer 2] en [nummer 1] geconsolideerd zijn.

Nog daargelaten dat hierover niets is gesteld in de dagvaarding en dat dit niet kan worden vastgesteld op basis van de overgelegde stukken, heeft [eiser] onvoldoende gemotiveerd waarom dit relevant is. [eiser] en [nummer 2] en [nummer 1] zijn immers twee bestaande, zelfstandige rechtspersonen die zelf rechtshandelingen kunnen verrichten. (Financiële) consolidatie verandert op zichzelf niets aan de juridische zelfstandigheid. In de brief van 11 januari 2026 (productie 6) schrijft de gemachtigde van [eiser] nota bene zelf aan [gedaagde] : “Uw verhuurder [adres 2] en [nummer 1] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , heeft zich tot ons gewend (…).”

[eiser] heeft nog een bewijsaanbod gedaan, maar de hiervoor genoemde omstandigheden kunnen in het kader van dit kort geding niet nader worden onderzocht. Bovendien is [gedaagde] niet verschenen. De kantonrechter is daarom vooralsnog van oordeel dat [eiser] niet de juiste partij is. De gevorderde ontruiming moet daarom, in het kader van deze kortgedingprocedure, vooralsnog worden afgewezen. Ook de geldelijke vorderingen moeten om die reden worden afgewezen (nog afgezien van dat ook de hoogte van de gestelde huurachterstand onvoldoende wordt toegelicht en onderbouwd met stukken: zo lijken de facturen, die zijn opgesomd onder punt 4 van de dagvaarding, niet te corresponderen met de facturen die zijn overgelegd als productie 3 en evenmin met de gevorderde hoofdsom).

[eiser] moet de proceskosten betalen

[eiser] moet als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten betalen. De proceskosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil, omdat zij niet is verschenen.

4. De beslissing

De kantonrechter, rechtdoende in kort geding

wijst de vorderingen van [eiser] af;

veroordeelt [eiser] in de proceskosten van [gedaagde] begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2026.

4578

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?