ECLI:NL:RBMNE:2026:1458

ECLI:NL:RBMNE:2026:1458

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 09-04-2026
Datum publicatie 10-04-2026
Zaaknummer 12099140 \ LV EXPL 26-6
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

Ontruiming in kort geding vanwege overlast van huurder en haar bezoek.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Lelystad

Zaaknummer: 12099140 \ LV EXPL 26-6

Vonnis in kort geding van 9 april 2026

in de zaak van

WOONSTICHTING CENTRADA,

gevestigd te Lelystad,

eisende partij,

gemachtigde: mr. L. Wanders,

tegen

[bewindvoerder] , maat van de maatschap [maatschap] , in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [onderbewindgestelde],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. M.G. Blokziel.

Partijen worden hierna Centrada en de bewindvoerder genoemd.

De onderbewindgestelde word hierna [onderbewindgestelde] genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 27 februari 2026 met 25 producties;

- de nadere producties 26 tot en met 32 van Centrada;

- de akte van de bewindvoerder met bijlage.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 maart 2026. Namens Centrada zijn verschenen de heer [A] en mevrouw [B] , bijgestaan door mr. L. Wanders. De bewindvoerder is verschenen met [onderbewindgestelde] , bijgestaan door mr. M.G. Blokziel. Beide partijen (Centrada aan de hand van overgelegde pleitaantekeningen) hebben hun standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt.

Aan het einde van de mondelinge behandeling is bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen.

2. De kern van de zaak

Centrada verhuurt aan [onderbewindgestelde] een woning. Centrada vordert in deze kortgedingprocedure ontruiming van de woning vanwege (met name) drugs, geur- en geluidsoverlast veroorzaakt door [onderbewindgestelde] en door haar bezoekers. De kantonrechter wijst de ontruiming toe met bepaling van de ontruimingstermijn op vier weken.

3. De achtergrond van het geschil

Centrada verhuurt sinds 16 november 2021 aan [onderbewindgestelde] een appartement op de begane grond aan [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning).

[onderbewindgestelde] is een kwetsbaar persoon die kampt met (o.a.) verslavingsproblematiek. [onderbewindgestelde] staat sinds 29 maart 2023 onder beschermingsbewind. Sinds kort, bij beschikking van 3 maart 2026, is ook een mentorschap voor [onderbewindgestelde] ingesteld.

Centrada ontvangt al geruime tijd overlastmeldingen over [onderbewindgestelde] . Het gaat met name om overlast veroorzaakt door [onderbewindgestelde] en haar bezoekers vanwege drugsgebruik, geuroverlast en geluidsoverlast.

Op 3 november 2025 is aan [onderbewindgestelde] door Centrada een laatste kans gegeven om ervoor te zorgen dat de overlast stopt en om hulpverlening te accepteren. De gemaakte afspraken zijn opgenomen in gedragsaanwijzing als aanvulling op de huurovereenkomst (productie 16). Hierin is onder meer afgesproken: geen drugsgerelateerde- en geluidsoverlast meer, geen drugsgebruik in de woning meer waardoor dit te ruiken is in het complex en geen kortstondig bezoek en geen bezoeker(s) ’s nachts meer ontvangen. Verder is opgenomen dat als [onderbewindgestelde] één van haar verplichtingen niet nakomt, een ontruimingsprocedure zal worden gestart. Deze overeenkomst is zowel door [onderbewindgestelde] als haar bewindvoerder ondertekend.

Omdat Centrada overlastmeldingen blijft ontvangen heeft zij [onderbewindgestelde] op 12 november 2025 verzocht om de huurovereenkomst op te zeggen. Hier is geen gehoor aangegeven. Centrada vordert daarom primair ontruiming van de woning. Subsidiair vordert Centrada dat de kantonrechter een gedragsaanwijzing oplegt met daarnaast een voorwaardelijke ontruiming in het geval dat niet aan genoemde gedragsaanwijzing wordt voldaan.

4. De beoordeling

Spoedeisend belang

In een kort geding moet eerst worden beoordeeld of er sprake is van een spoedeisend belang. De kantonrechter is van oordeel dat hiervan, gelet op de aard van de vordering tot ontruiming en de gestelde voortdurende overlast, voldoende is gebleken.

Ontruiming in kort geding

Toewijzing van de ontruiming in kort geding heeft het verstrekkende (en in de praktijk vaak onomkeerbare) gevolg dat de huurder zijn woning verliest. Daarom is voor toewijzing in kort geding vereist dat het in hoge mate waarschijnlijk moet zijn dat de bodemrechter de huurovereenkomst zal ontbinden en de ontruiming eveneens zal toewijzen in een bodemprocedure.

Centrada stelt dat [onderbewindgestelde] door het veroorzaken van overlast voor omwonenden ernstig is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Deze verplichtingen vloeien niet alleen voort uit de huurovereenkomst en in aanvulling daarop overeengekomen gedragsaanwijzing, maar ook uit het toepasselijk het toepasselijke huurreglement, waarin staat:

“6.8. U mag geen overlast of hinder van welke aard of in welke vorm dan ook

veroorzaken aan omwonenden en anderen. Dit geldt ook voor uw huisgenoten

en mensen die zich vanwege u in (de buurt van) de woning of in de gemeenschappelijke

ruimten bevinden. Onder overlast verstaan we in ieder geval (maar niet alleen): geluidsoverlast, overlast door alcoholgebruik, drugsgebruik, drugshandel, prostitutie, overlast door huisdieren, harde muziek of schreeuwen, verwaarlozing van de tuin of woonerf. Als u toch overlast veroorzaakt, bent u aansprakelijk richting anderen en loopt u het risico dat wij via de rechter ontbinding van de huurovereenkomst vragen. (…).”

Ook op grond van artikel 7:213 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is [onderbewindgestelde] verplicht zich ten aanzien van het gebruik van het gehuurde als een goed huurder te gedragen. Dit betekent niet alleen dat [onderbewindgestelde] voor de woning zelf goed heeft te zorgen, maar ook dat zij zich zodanig gedraagt dat aan derden die zich in de omgeving van het gehuurde bevinden, onder wie haar buren, geen overlast wordt bezorgd. Een dergelijke tekortkoming van de huurder kan op zichzelf tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning leiden.

Ter onderbouwing heeft Centrada de afgelopen tijd een omvangrijk dossier opgebouwd en in deze procedure onder meer de volgende stukken overgelegd:

het overlastdossier met meldingen over [onderbewindgestelde] (tot en met 19 maart 2026);

vele overlastmeldingen van meerdere omwonenden (zowel via e-mail als WhatsApp tot en met 23 maart 2026), onder andere over: drugsgebruik, geluidsoverlast, stankoverlast, vervuiling, beschadigingen, prostitutieactiviteiten, aanloop van drugsverslaafden en dealers, bedreigingen en intimidatie;

de “Aanvulling op de huurovereenkomst – gedragsaanwijzing” met de laatste kans, die door zowel de bewindvoerder als [onderbewindgestelde] is ondertekend.

vele foto’s en videobeelden;

aangetekende sommatiebrieven aan [onderbewindgestelde] en haar bewindvoerder;

verzoeken/sommaties van bewoners aan Centrada om op te treden tegen de overlast.

Hiertegenover heeft [onderbewindgestelde] slechts gesteld dat de overlast niet aan haar (bezoek) kan worden gelinkt, maar dat moet bij gebrek aan onderbouwing worden verworpen.

De kantonrechter stelt op basis van de overgelegde stukken – zeker in onderling verband bezien – vast dat [onderbewindgestelde] , ook vanwege het bezoek dat zij toelaat, zich structureel en al gedurende een langere periode niet als een goede huurder gedraagt. Zeker na de gedragsaanwijzing had het op de weg van [onderbewindgestelde] gelegen om de redelijkerwijs van haar te verwachten maatregelen te treffen, voldoende in te grijpen en toezicht te houden op het gehuurde. Uit de overgelegde stukken volgt echter dat [onderbewindgestelde] nog steeds bezoekers in de woning toelaat, in plaats van weert door bijvoorbeeld niet open te doen of de politie te bellen. Zelfs na de dagvaarding en het instellen van het mentorschap blijven overlastmeldingen binnenkomen over het komen en gaan (al dan niet via het raam) van “junkies” en crackgebruik met alle daarmee gepaard gaande overlast. Dit is in strijd met de gedragsaanwijzing.

[onderbewindgestelde] is dus ernstig tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen als (goed) huurder. Op grond van artikel 6:265 BW rechtvaardigt iedere tekortkoming ontbinding van de overeenkomst, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Van die uitzondering is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake, ook wanneer [onderbewindgestelde] woonbelang en persoonlijke omstandigheden in aanmerking worden genomen.

De kantonrechter begrijpt dat de situatie ook wordt veroorzaakt door meervoudige problemen van [onderbewindgestelde] en dat ontruiming ingrijpende gevolgen voor haar heeft. Maar de kantonrechter moet ook rekening houden met de zwaarwegende belangen van Centrada en haar andere huurders die daar wonen. Centrada moet immers zoveel mogelijk zorgen voor het rustig huurgenot van haar huurders. De belangen van Centrada en haar andere huurders, en ook de belangen van de minderjarige kinderen die in het complex wonen, wegen in dit geval zwaarder dan het belang van [onderbewindgestelde] bij woningbehoud, hoe betreurenswaardig haar persoonlijke omstandigheden ook zijn. Daarbij weegt ten nadele van [onderbewindgestelde] mee het structurele karakter van de overlast gedurende een langere periode en het feit dat deze overlast niet is gestopt, ondanks herhaaldelijke sommaties en de gegeven laatste kans (en zelfs niet na de dagvaarding). De ontruiming is dan ook gerechtvaardigd.

De gevorderde ontruiming is – vooruitlopend op de bodemprocedure – toewijsbaar. De kantonrechter is namelijk voorshands van oordeel dat het hoogstwaarschijnlijk is dat een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Van Centrada kan niet worden gevergd dat de uitkomst van een (lange) bodemprocedure wordt afgewacht. Centrada heeft er belang bij dat haar andere huurders niet (nog) langer overlast hoeven te ondervinden van [onderbewindgestelde] en haar bezoekers. De kantonrechter ziet wel aanleiding om, gezien de omstandigheden van [onderbewindgestelde] , een langere ontruimingstermijn te bepalen, namelijk vier weken in plaats van de gevraagde zeven dagen.

Proceskosten

De bewindvoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Centrada worden begroot op:

- dagvaarding

156,74

- griffierecht

139,00

- salaris gemachtigde

865,00

- nakosten

144,00

(plus eventuele betekeningskosten)

Totaal

1.304,74

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

Uitvoerbaar bij voorraad

Centrada vordert dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Dit betekent dat Centrada het vonnis direct kan (laten) uitvoeren, als de bewindvoerder niet aan het vonnis (waaronder de veroordeling tot ontruiming) voldoet. De bewindvoerder kan dus niet wachten met het voldoen aan het vonnis in de periode dat tegen het vonnis nog hoger beroep mogelijk is of als hij hoger beroep heeft ingesteld en nog niet op dat hoger beroep is beslist. Of het vonnis uitvoerbaar bij voorraad zal worden verklaard, moet worden beoordeeld door een afweging van de belangen van partijen. Zoals hiervoor overwogen is de kantonrechter is van oordeel dat de belangen van Centrada en haar andere huurders zwaarder wegen dan de belangen van (de bewindvoerder van) [onderbewindgestelde] . Daarom zal het vonnis uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

5. De beslissing

De kantonrechter, rechtdoende in kort geding

veroordeelt de bewindvoerder van [onderbewindgestelde] om binnen vier weken na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] in [woonplaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Centrada zijn, en de sleutels af te geven aan Centrada, met het verbod de woning na de ontruiming opnieuw te betrekken c.q. te gebruiken;

veroordeelt de bewindvoerder van [onderbewindgestelde] in de proceskosten van € 1.304,74, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als hij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

veroordeelt de bewindvoerder van [onderbewindgestelde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026.

4578

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?