ECLI:NL:RBMNE:2026:1476

ECLI:NL:RBMNE:2026:1476

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 02-04-2026
Datum publicatie 13-04-2026
Zaaknummer 12123693 \ UV EXPL 26-49
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Kort geding. Huur woonruimte. Huurder vordert van verhuurder voorschot schadevergoeding als gevolg van asbestverontreiniging. Begroting schade. Kantonrechter wijst vordering toe tot € 12.300,-.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 12123693 \ UV EXPL 26-49

Vonnis in kort geding van 2 april 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. G.S. Geurts,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. M. Haphap.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met 12 producties- de aanvullende producties 13, 14a en 14b van [eiser]- de mondelinge behandeling, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de pleitnota van de gemachtigde van [gedaagde] .

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 maart 2026. [eiser] was aanwezig, bijgestaan door mr. B.W. Kik, kantoorgenoot van mr. Geurts. Mr. Haphap was aanwezig namens [gedaagde] . Aan het einde van de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2. De kern van de zaak

[eiser] huurt van [gedaagde] de woning aan de [adres] te [plaats] voor een huurprijs van € 500,- per maand. [gedaagde] is op 12 januari 2026 gestart met onderhoudswerkzaamheden aan de woning. Op 28 januari 2026 is vastgesteld dat in de woning asbest is vrijgekomen waardoor de woning onbewoonbaar is verklaard. [eiser] heeft de woning direct moeten verlaten waarbij hij zijn spullen in de woning heeft moeten achterlaten. [eiser] huurt daarom tijdelijk andere woonruimte. De inboedel van [eiser] is door de asbestverontreiniging onbruikbaar geworden. [eiser] heeft vervolgens de huurbetaling opgeschort. Vooruitlopend op een te starten bodemprocedure vordert [eiser] in deze procedure de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 15.000,00 als voorschot op zijn materiële en immateriële schade. De vordering van [eiser] wordt grotendeels toegewezen.

3. De beoordeling

Toetsingskader kort geding

Voor een voorziening in kort geding, die bestaat uit een veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De kantonrechter zal daarbij niet alleen moeten onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat vanwege onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. In de afweging van de belangen van partijen moet de kantonrechter ook betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico dat de eiser de geldsom niet meer kan terugbetalen voor het geval de bodemrechter anders beslist.

[eiser] heeft een spoedeisend belang

Een spoedeisend belang is aanwezig als van de eiser niet verwacht kan worden dat hij de uitkomst van de bodemprocedure afwacht. Dat is hier het geval. [eiser] heeft andere, duurdere, woonruimte moeten huren en heeft spullen moeten kopen voor zijn eerste levensbehoeften. [eiser] krijgt leefgeld van de gemeente en heeft schulden moeten maken voor deze extra uitgaven zodat hij belang heeft bij een voorschot op een schadevergoeding.

Aannemelijk dat de bodemrechter een schadevergoeding zal toewijzen

Partijen zijn het erover eens dat de woning door de aanwezigheid van niet-hechtgebonden asbest (tijdelijk) onbewoonbaar is en dat de spullen in de woning daardoor niet meer bruikbaar zijn. [gedaagde] heeft niet weersproken dat hij aansprakelijk is voor de schade die [eiser] hierdoor lijdt. Het is daarom voldoende aannemelijk dat in een eventuele bodemprocedure wordt geoordeeld dat [gedaagde] [eiser] een schadevergoeding moet betalen vanwege de asbestverontreiniging in de woning.

[gedaagde] moet een voorschot van € 12.030,00 betalen

[eiser] gaat voor het gevraagde voorschot van € 15.000,00 uit van de kosten voor vervanging van de achtergebleven inboedel, de tijdelijke huurkosten tot en met april 2026 verminderd met de opgeschorte huur voor de woning, de kosten voor de eerste levensbehoeften en immateriële schade. De kantonrechter acht het voldoende aannemelijk dat de schade van [eiser] tenminste € 12.030,- bedraagt en zal de vordering tot dit bedrag toewijzen. [eiser] heeft voldoende onderbouwd dat hij voor de vervangende woonruimte vanaf 28 januari 2026 tot en met april 2026 € 5.280,-, verminderd met € 1.500,- aan opgeschorte huur, in totaal € 3.780,00 aan extra woonkosten heeft moeten maken. [gedaagde] heeft deze uitgaven niet weersproken. Tijdens de zitting bleek dat de woning inmiddels is gesaneerd maar dat deze vanwege onderhoudswerkzaamheden begin april nog niet bewoond kan worden, zodat [eiser] ook in april 2026 vervangende woonruimte moet huren. [eiser] heeft de vervanging van zijn inboedel begroot op € 20.000,00, waarbij hij heeft verwezen naar een lijst met spullen die in de woning zijn achtergebleven, waaronder meubels en elektrische apparaten. Tijdens de zitting heeft [eiser] erop gewezen dat zowel het Nibud als het Verbond van Verzekeraars voor de waarde van de inboedel bij een vergelijkbaar huishouden uitgaan van tenminste € 20.000,-. [gedaagde] heeft gesteld dat vervanging van de kerninboedel een paar honderd euro kost. Uitgangspunt is dat voor de kosten van vervanging van de inboedel wordt aangesloten bij de marktwaarde zodat de benadeelde in staat is om zich een vergelijkbare zaak te verwerven. De kantonrechter weegt mee dat [eiser] zijn inboedel in één keer moet vervangen, waardoor het niet goed mogelijk is om alle spullen voordelig aan te schaffen. De kantonrechter schat dat de schade als gevolg van het verlies van de inboedel op de lijst, die [gedaagde] niet heeft weersproken, in totaal tenminste

€ 7.750,00 bedraagt. [eiser] heeft ook onderbouwd dat hij kosten voor zijn eerste levensbehoeften heeft moeten maken, voor voedsel, kleding, persoonlijke verzorging en een telefoonoplader, voor in totaal € 884,60. [gedaagde] stelt dat uit de aankoopbonnen van [eiser] , onder meer voor parfum en kleding van het merk The North Face € 330,83 niet blijkt dat dit noodzakelijke uitgaven waren. Gelet op de omstandigheid dat [eiser] plotseling zijn woning heeft moeten verlaten zonder zijn eigen spullen te kunnen meenemen, acht de kantonrechter het voldoende aannemelijk dat [eiser] voor zijn eerste levensbehoeften meerdere spullen, waaronder kleding, nieuw heeft moeten kopen. Een voorschot van € 500,00 daarvoor oordeelt de kantonrechter redelijk. De kantonrechter gaat bij de begroting van de schade voorbij aan de door [eiser] begrootte immateriële schade. De kantonrechter begrijpt dat het plotseling verlaten van de woning veel impact op [eiser] heeft gehad en dat hij zich zorgen maakt over zijn gezondheid, maar de kantonrechter kan zonder nadere gegevens niet vaststellen dat de asbestverontreiniging heeft geleid tot gezondheidsschade of psychisch leed waarvoor in een eventuele bodemprocedure een schadevergoeding zal worden toegekend.

Proceskosten

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [gedaagde] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- griffierecht

93,00

- verschotten

0,89

- salaris gemachtigde

865,00

- nakosten

144,00

Totaal

1.102,89

4. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 12.030,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 11 maart 2026, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.102,89, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2026.

40160

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand