RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/608090 / KG ZA 26-113
Vonnis in kort geding van 10 april 2026
in de zaak van
[eisende partij] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
advocaat: mr. P.J. Hentenaar-Polderman,
tegen
[gedaagde partij] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna ook te noemen: [gedaagde partij] , de huisarts van vader, de huisarts,
advocaat: mr. K.S. Waldron.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 13
- de nagezonden producties 14 en 15 van [eisende partij]- de conclusie van antwoord met producties 1 en 2- de mondelinge behandeling van 19 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de pleitnota van Best.
2. De kern van de zaak
[gedaagde partij] was de huisarts van de inmiddels overleden vader van [eisende partij] . De vader van [eisende partij] heeft voor zijn overlijden beslissingen genomen waardoor [eisende partij] minder erft. [eisende partij] denkt dat zijn vader deze beslissingen nam, terwijl hij niet meer in staat was om beslissingen te nemen (juridisch vertaald: wilsonbekwaam was). [eisende partij] wil in het medisch dossier van vader zoeken naar aanwijzingen hiervoor, zodat hij met dit bewijs in een bodemprocedure de beslissingen van vader kan terugdraaien (juridisch vertaald: rechtshandelingen kan vernietigen). De huisarts geeft het dossier niet aan [eisende partij] , omdat dat volgens hem tegen de privacyregels is. Dit zou een schending van zijn beroepsgeheim opleveren. Daarom vordert [eisende partij] nu in dit kort geding dat de huisarts hem een kopie geeft van het medisch dossier van zijn overleden vader of dat hij dat mag inzien. Die vordering wordt afgewezen. Het medisch dossier van een overleden persoon mag alleen worden ingezien als aan hoge eisen is voldaan en dat is hier niet het geval. Er zijn namelijk geen concrete aanwijzingen dat vader wilsonbekwaam was toen hij de beslissingen nam. Daardoor heeft [eisende partij] geen zwaarwegend belang bij inzage of afschrift van het medisch dossier.
3. De beoordeling
Wat moet de voorzieningenrechter beoordelen in een kort geding?
Het gaat hier om een vordering in kort geding. De voorzieningenrechter moet eerst beoordelen of [eisende partij] daarbij een spoedeisend belang heeft. Als dat zo is, wordt beoordeeld of de vorderingen in een bodemprocedure zo’n grote kans van slagen hebben dat vooruitlopend daarop toewijzing in dit kort geding terecht is. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Er vindt geen bewijslevering plaats. Of de vordering wordt toegewezen, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
[eisende partij] heeft een spoedeisend belang bij zijn vorderingen
[eisende partij] heeft een spoedeisend belang bij zijn vorderingen als hij de uitkomst van een bodemprocedure over de inzage van het medisch dossier van zijn vader niet kan afwachten. Dat is hier zo. [eisende partij] wil met de informatie uit het medisch dossier van zijn vader een bodemprocedure instellen om schenkingen en andere beslissingen van zijn vader terug te draaien. Hij heeft een spoedeisend belang bij het zo snel mogelijk kunnen inschatten van zijn kansen in die bodemprocedure. Dit geldt temeer nu de andere erfgenamen van vader, [B] en [C] (de halfbroer en -zus van [eisende partij] ), onlangs hebben aangekondigd dat zij de erfenis binnenkort gaan verdelen. [eisende partij] hoeft onder deze omstandigheden een bodemprocedure over de inzage in het medisch dossier niet af te wachten.
Wat zijn de regels voor inzage in een medisch dossier?
De hoofdregel is dat medische gegevens geheim zijn. Ook na het overlijden van de patiënt. Dat is belangrijk voor de vrije toegang tot de gezondheidszorg. Patiënten moeten erop kunnen vertrouwen dat alles wat zij met een hulpverlener delen tussen de patiënt en de hulpverlener blijft. In de wet staat dat op dit medisch beroepsgeheim een uitzondering wordt gemaakt voor iemand:
Die een zwaarwegend belang heeft en aannemelijk maakt dat dit belang mogelijk wordt geschaad;
En aannemelijk maakt dat inzage van de gegevens uit het dossier noodzakelijk is voor de behartiging van dit belang.
De belangen van de nabestaande en de overledene kunnen tegenstrijdig zijn. Daarom worden hoge eisen gesteld aan het krijgen van het recht op inzage vanwege een zwaarwegend belang. Een financieel belang kan onder omstandigheden een zwaarwegend belang zijn.
Voor inzage in het medisch dossier van vader is op zijn minst nodig dat er concrete aanwijzingen zijn dat vader in de jaren voor zijn overlijden wilsonbekwaam was.Zolang er geen gegronde aanwijzingen daarvoor zijn, moet worden uitgegaan van de wilsbekwaamheid van vader
Er zijn geen concrete aanwijzingen dat de vader van [eisende partij] wilsonbekwaam was
[eisende partij] denkt dat zijn vader wilsonbekwaam was toen hij een aantal beslissingen nam, waardoor [eisende partij] minder erft. Het gaat om:
Verkoop van een bedrijfsterrein aan [B] ;
Meer opnames contant geld bij pinautomaat;
Schenkingen aan [B] en [C] in de periode 2022-2025;
Verkoop van zijn oldtimer.
Om inzage te kunnen krijgen in het medisch dossier van zijn vader, moet [eisende partij] niet alleen stellen dat hij mogelijk onterecht benadeeld is, maar ook met concrete aanwijzingen komen dat zijn vader wilsonbekwaam was op het moment dat hij de in 3.5 genoemde beslissingen nam. [eisende partij] noemt alleen de handelingen van vader waardoor hij minder erft dan [B] en [C] . Maar hij noemt niet waaruit zou blijken dat dit niet de wens van vader was. Dat vader Parkinson had, afhankelijk en hulpbehoevend was en hij meerdere keren in het ziekenhuis is opgenomen of tijdelijk in een zorginstelling verbleef, is daarvoor niet genoeg. Dit zegt niets of in ieder geval onvoldoende over de verstandelijke vermogens van vader om dergelijke beslissingen te nemen. [eisende partij] moet met meer komen om daaraan te twijfelen. Het uitgangspunt is nu eenmaal dat er vanuit wordt gegaan dat iemand wilsbekwaam is.
[eisende partij] verwijst naar een uitspraak van de rechtbank Gelderland waaruit volgens hem blijkt dat hij inzage moet krijgen in het medisch dossier van zijn vader. Die zaak is echter niet vergelijkbaar. In die zaak waren er immers verklaringen van familie, buren en verzorgenden, waarin stond dat de overledene niet meer in staat was om zijn wil te bepalen.
In deze zaak zijn er juist aanwijzingen dat de vader van [eisende partij] zijn wil wél kon bepalen toen hij de beslissingen nam.
1. De huisarts verklaart dat hij het medisch dossier van vader zorgvuldig heeft uitgeplozen, maar dat hij daarin geen aanwijzing zag om te denken dat vader wilsonbekwaam was. Ook niet tijdelijk door bijvoorbeeld een delier. Hij en één van de praktijkondersteuners bezochten vader regelmatig en hebben nooit het vermoeden gehad dat vader wilsonbekwaam was, aldus de huisarts.
2. De notaris die betrokken was bij de (laatste) wijziging van het testament van vader in 2021 heeft schriftelijk verklaard:
Dat er meerdere keren uitgebreid en in alle rust met vader is gesproken, terwijl hij alleen was.
Dat de diagnose Parkinson is genoemd, maar dat vader heeft gezegd dat hij geen last van zijn geheugen had.
Dat vader stellig en consistent was.
Dat het testament zorgvuldig tot stand is gekomen volgens richtlijnen.
En dat de reden waarom vader zijn testament wilde wijzigen en waarom hij de grond wilde verkopen blijkt uit de betreffende stukken.
3. Ook bij de verkoop en levering van het bedrijventerrein en bij de notariële akte van geldlening in 2022 is een notaris betrokken geweest. Een notaris moet op grond van zijn beroepsregels zorgvuldig nagaan of iemand wilsbekwaam is, en indien nodig, nader onderzoek doen naar de geestesgesteldheid van de client. Kennelijk heeft ook deze notaris destijds geen aanleiding gezien om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van vader.
Handelingsonbekwaamheid blijkt (ook) niet uit handelingen van vader
Het lijkt erop dat [eisende partij] vindt dat enkel uit de aard van de beslissingen van zijn vader al blijkt dat vader wilsonbekwaam was toen hij ze nam. Dit zou misschien in het toetsingskader (dat er concrete aanwijzingen moeten zijn voor de wilsonbekwaamheid, zie 3.3.) kunnen passen, maar alleen in uitzonderlijke gevallen. De handeling moet dan zo buitensporig zijn dat daaruit meteen blijkt dat een weldenkend mens in dezelfde omstandigheden dat niet zou doen. Daarvan is hier geen sprake.
Voor alle voorbeelden die [eisende partij] noemt (zie 3.5) is een logische andere verklaring te bedenken dan dat vader niet meer in staat was om beslissingen te nemen. De voorzieningenrechter loopt deze beslissingen hierna langs met als doel om aan te dat die beslissingen niet zo buitensporig zijn dat geen weldenkend mens ze zou nemen.
1. Verkoop bedrijfsterrein aan [B]
Dit was altijd al de bedoeling. Ook volgens [eisende partij] . Alleen was eerst het plan dat dit pas zou gebeuren na het overlijden van vader. Een eerdere verkoop is teruggedraaid. Toen had [eisende partij] nog contact met zijn vader en hij was het niet eens met de verkoop. Plannen kunnen echter wijzigen. Dat blijkt ook uit de geldleningsovereenkomst bij de koopovereenkomst en uit het meest recente testament van vader. In die documenten staat (als je ze combineert) heel duidelijk dat de reden van het terugdraaien van de verkoop en de beslissing om de grond pas na het overlijden van vader aan [B] te verkopen, is dat daarover onenigheid bestond met [eisende partij] . En dat dit volgens vader ook een belangrijke reden was dat de relatie met [eisende partij] moeizaam was. Ook staat erin dat vader van gedachten is veranderd, omdat hij vanwege zijn hoge leeftijd steeds minder gebruik van het terrein kan maken en hij het [B] gunt nu al eigenaar te zijn. Ook staat er dat vader [B] financieel tegemoet komt bij de verkoop, omdat [B] veel voor hem doet. [B] moet daarom voor de grond slechts 75% van de getaxeerde waarde te betalen en vader leent hem dit bedrag. De resterende 25% schenkt vader aan [B] . Dit verklaart dus de verkoop vóór het overlijden van vader.
Volgens [eisende partij] is de grond ook getaxeerd op een te lage waarde. [eisende partij] heeft een rapport van een makelaar overgelegd waarin staat dat de taxatie onvoldoende navolgbaar en controleerbaar is. De door [eisende partij] ingeschakelde makelaar zegt echter niet dat de getaxeerde prijs veel te laag is. En zelfs als dat wel zo zou zijn, mag vader de grond voor een schappelijke prijs aan zijn zoon verkopen als dat is wat hij wil.
2. Meer opnames contant geld bij pinautomaat
[B] beheerde digitaal de financiën van vader. Vader kon dat niet (meer) zelf. Het is dus niet gek dat vader (onder begeleiding) contante bedragen pinde, zodat hij daarmee zelf aankopen kon doen. Niet valt in te zien waarom vader hierdoor wel wilsonbekwaam moet zijn geweest.
3. Schenkingen aan [B] en [C]
De laatste jaren heeft vader telkens aan het begin van het jaar een bedrag aan [B] en [C] geschonken. Het terugkerende karakter van deze schenkingen, het moment daarvan en de hoogte van de bedragen, doen vermoeden dat het hier ging om het bedrag dat elk jaar belastingvrij mag worden geschonken aan een kind. Dit is niet als buitensporig of eigenaardig aan te merken. Overigens is [eisende partij] door een aantal schenkingen niet benadeeld, omdat uit het bankafschrift blijkt dat deze zijn gedaan met de verplichting tot inbreng van de waarde in de nalatenschap. Dat betekent dat de schenking afgaat van het deel van de nalatenschap van degene die het bedrag geschonken kreeg en niet van de gehele nalatenschap.
4. Verkoop oldtimer
Volgens [eisende partij] was de oldtimer heel belangrijk voor vader en zou hij deze nooit willen verkopen. Het maakt [eisende partij] ook wantrouwig dat er geen betaling op de bankrekening is terug te vinden of informatie van een veilinghuis. Vader kon de verkoop niet zelf regelen.
De steeds verslechterende gezondheid van vader kan echter een goede reden zijn geweest voor de verkoop. In een overgelegde verklaring van een persoon die de koper bij de verkoop van de oldtimer begeleidde staat dat de oldtimer op marktplaats te koop stond, dat vader met koper over de prijs heeft onderhandeld en het geld in ontvangst heeft genomen en dat [B] hierbij aanwezig was. Daar lijkt niets schimmigs aan.
Geen inzage om te zoeken naar concrete aanwijzingen wilsonbekwaamheid
Om inzage in het medisch dossier te kunnen krijgen moeten er concrete aanwijzingen zijn dat er sprake is van wilsonbekwaamheid. Als die er niet zijn, maar alleen uit het medisch dossier kunnen blijken, is niet aan die voorwaarde voor inzage voldaan. Het is niet zo dat als een nabestaande ongegronde twijfels heeft, deze persoon dan in het medisch dossier mag gaan zoeken naar gronden voor die twijfels.
Geen inzage om misbruik van omstandigheden te kunnen aantonen
In de dagvaarding staat dat de vader van [eisende partij] niet wilsbekwaam was op het moment dat hij beslissingen nam die financieel ongunstig waren voor [eisende partij] en dat hij wegens dit wilsgebrek rechtshandelingen in een bodemprocedure wil laten vernietigen. Op de zitting heeft de advocaat van [eisende partij] gezegd dat hij de verkoop van het bedrijfsterrein aan [B] ook wil vernietigen op grond van een ander wilsgebrek: misbruik van omstandigheden. Halfbroer [B] zou misbruik hebben gemaakt van de afhankelijkheidspositie van vader. Het zwaarwegend belang bij inzage in het medisch dossier zou dus niet alleen zien op het vinden van bewijs voor de door [eisende partij] gestelde wilsonbekwaamheid maar ook op het vinden van aanwijzingen voor misbruik van omstandigheden. In de eerste plaats is dit een nieuwe stelling en een nieuw wilsgebrek waarop de huisarts zich niet goed heeft kunnen voorbereiden. In de tweede plaats valt niet in te zien hoe inzage in het medisch dossier van vader essentieel zou zijn om het wilsgebruik misbruik van omstandigheden in een bodemprocedure te kunnen onderbouwen. [eisende partij] heeft dit ook niet toegelicht. De voorzieningenrechter ziet hierin dus geen zwaarwegend belang.
Afronding
Er zijn geen concrete aanwijzingen dat vader wilsonbekwaam was toen hij de beslissingen nam die financieel nadelig zijn voor [eisende partij] . Alleen daarom al is niet aan de eisen voor inzage in het medisch dossier voldaan. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vordering tot inzage van [eisende partij] niet genoeg kans van slagen heeft in een bodemprocedure om deze toe te wijzen in dit kort geding. Het belang van vader bij geheimhouding weegt in dit geval zwaarder dan het belang van [eisende partij] bij inzage. De huisarts hoeft daarom geen inzage in het medisch dossier van vader te verstrekken.
[eisende partij] moet de proceskosten betalen
[eisende partij] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van de huisarts betalen. Die kosten worden begroot op:
- griffierecht
€
341,00
- salaris advocaat
€
1.177,00
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.707,00
[eisende partij] heeft gevorderd dat de proceskosten tussen de huisarts en hem worden gecompenseerd. Dat betekent dat ieder zijn eigen proceskosten betaalt. [eisende partij] verwijst naar een vonnis van de rechtbank Gelderland, maar daar werd de inzage juist toegewezen. De voorzieningenrechter ziet in dit geval geen aanleiding om af te wijken van de regel dat de verliezende partij de proceskosten van de ander betaalt. Dat is [eisende partij] .
4. De beslissing
De voorzieningenrechter
wijst de vorderingen van [eisende partij] af,
veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten van € 1.707,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eisende partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S.T. Belt en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026.
MB(4209)