ECLI:NL:RBMNE:2026:1527

ECLI:NL:RBMNE:2026:1527

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 14-04-2026
Datum publicatie 14-04-2026
Zaaknummer 16/243856-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Veroordeling voor het medeplegen van het tot ontploffing brengen van een zelfgemaakte vuurwerkbom op 18 april 2025 bij een woning in Woerden. Er was sprake van gemeen gevaar voor goederen en gemeen gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander. De verdachte heeft het feit bekend. Aan de verdachte is een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Ook moet de verdachte aan het gezin immateriële schadevergoeding betalen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/243856-25

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 14 april 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [2008] in [geboorteplaats] ,

adres: [adres] in [woonplaats] ,

hierna: [verdachte] .

1. Zitting

De strafzaak van [verdachte] is inhoudelijk behandeld op de besloten zitting van 31 maart 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt [verdachte] ervan dat hij, samengevat:

op 18 april 2025 in Woerden samen met een ander met zwaar vuurwerk een ontploffing heeft veroorzaakt bij een woning, waardoor er een levensgevaarlijke situatie, gevaar voor goederen en gevaar voor zware verwondingen konden ontstaan.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat bewezen kan worden dat [verdachte] het strafbare feit heeft gepleegd.

Standpunt van de verdediging

De advocaat van [verdachte] stelt zich op het standpunt dat het feit bewezen kan worden, maar dat niet bewezen kan worden dat er ook levensgevaar voor anderen kon zijn.

Oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

De rechtbank oordeelt dat het strafbare feit is bewezen. [verdachte] bekent dat hij de ontploffing samen met iemand anders heeft veroorzaakt, zoals dit hieronder bewezen is verklaard. [verdachte] en zijn advocaat hebben ook niet om vrijspraak gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:

de bekennende verklaring van [verdachte] op de zitting van 31 maart 2026;

het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 2] van 18 april 2025;

- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 18 april 2025;

- het proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict van 24 april 2025;

- de vakbijlage van het NFI ‘Gevaarzetting Super Cobra 6 en vergelijkbare artikelen’.

Bewijsoverwegingen

Dat er door de ontploffing sprake was van gemeen gevaar voor goederen en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen staat vast en wordt niet door de verdediging betwist. De verdediging heeft wel betwist dat hierdoor levensgevaar voor anderen, in dit geval de familie [familie] , te duchten was.

Vrijspraak van levensgevaar

Uit de vakbijlage van het NFI over de gevaarzetting van een Cobra 6 dat in het procesdossier is gevoegd, blijkt dat gevaar voor dodelijk letsel bestaat als er (vrijwel) direct contact van een Cobra 6 met een hoofd, nek of romp van een onbeschermd persoon ontstaat.

[verdachte] en de medeverdachte hebben meerdere Cobra’s in de brievenbus bij de voordeur van de woning geplaatst, op de benedenverdieping. De familie [familie] was op het moment van de ontploffing thuis aan het slapen, op de bovenverdieping. Op basis van het dossier kan daarom niet worden vastgesteld dat ten tijde van het plaatsen van de Cobra’s personen zodanig in de (directe) nabijheid van die Cobra’s aanwezig waren, dat daarvan levensgevaar te duchten was. [verdachte] zal dan ook worden vrijgesproken van dat onderdeel van de beschuldiging.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat [verdachte] :

op 18 april 2025 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met een anderopzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door meerdere stuks zwaar vuurwerk,in een brievenbus van de woning aan de [adres] te plaatsen en aan te steken, terwijl daarvan-gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemde woning en in die voornoemde woning aanwezige goederen en naastgelegen woningen, en - gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen, te weten de bewoners van voornoemde woning te duchten was;

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. [verdachte] wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt [verdachte] niet.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is

en

medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.

Strafbaarheid feit en de verdachte

[verdachte] heeft een strafbaar feit gepleegd en moet daarvoor ook straf krijgen.

5. Straf

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat [verdachte] wordt veroordeeld tot:

een jeugddetentie van 180 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 177 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met als algemene voorwaarde het niet plegen van strafbare feiten;

een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 120 uren, te vervangen door 60 dagen jeugddetentie als [verdachte] deze werkstraf niet of niet goed uitvoert.

Standpunt van de verdediging

De advocaat van [verdachte] verzoekt de rechtbank om bij het bepalen van de hoogte van de straf rekening te houden met de positieve proceshouding van [verdachte] , het lage recidiverisico en met het feit dat [verdachte] een zogenoemde ‘first offender’ is. De advocaat kan zich vinden in de door de Raad en door de reclassering geadviseerde straf, maar vraagt de rechtbank wel om rekening te houden met het feit dat [verdachte] al geruime tijd in een schorsing van de voorlopige hechtenis loopt waarbij hij binnen een zeer streng schorsingskader goed gedrag laat zien. Daarnaast heeft hij het mediationtraject met twee slachtoffers succesvol afgerond.

Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder [verdachte] dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van [verdachte] en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van wat [verdachte] heeft gedaan

[verdachte] heeft zich, samen met een ander, in de nachtelijke uren schuldig gemaakt aan het tot ontploffing brengen van meerdere aan elkaar geplakte Cobra’s die zij in de brievenbus van een woning hadden geplaatst. Dit is een zeer ernstig feit. Door de ontploffing is grote schade ontstaan aan en in de woning van de familie [familie] en het herstel in de woning heeft lang geduurd. Ook heeft de ontploffing voor gevoelens van angst en onveiligheid gezorgd. Het gezin was thuis aan het slapen en had (zwaar) gewond kunnen raken. Het is overduidelijk dat dit soort zwaar vuurwerk tot ernstige schade kan leiden en men mag van geluk spreken dat het alleen is gebleven bij schade aan de woning en aan spullen in de woning. Dat neemt echter niet weg dat het gezin heel erg geschrokken is. De heer [familie] heeft op de zitting een verklaring voorgelezen waarin duidelijk naar voren komt hoeveel indruk de ontploffing op hem en zijn gezin heeft gemaakt en wat de gevolgen voor hen zijn.

De rechtbank rekent het [verdachte] zwaar aan dat hij heeft bijgedragen aan deze zeer intimiderende vorm van geweld, zonder rekening te houden met de gevolgen daarvan voor het gezin en omwonenden.

Persoonlijke omstandigheden van [verdachte]

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van [verdachte] van 26 februari 2026, waaruit volgt dat hij niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft in het rapport van 6 maart 2026 geschreven dat de risicofactoren vooral gelegen zijn in de schoolgang van [verdachte] . De huidige vorm van onderwijs (VAVO) lijkt [verdachte] van onvoldoende structuur te voorzien. Verder lijken de kenmerken die passen bij ADHD (zoals impulsiviteit) in de aanloop naar en tijdens het delict te hebben meegespeeld. De Raad heeft verder gerapporteerd dat [verdachte] aan alle afspraken heeft meegewerkt, vijf avonden in de week is gaan werken, een sportabonnement heeft genomen en zich aan alle schorsingsvoorwaarden heeft gehouden. De Raad adviseert de rechtbank om aan [verdachte] een voorwaardelijke jeugddetentie en een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen. Een leerstraf of het voortzetten van de jeugdreclasseringsmaatregel is volgens de Raad, gelet op het lage risico op recidive, niet nodig.

Uit het rapport van de jeugdreclassering (SAVE) van 16 maart 2026 volgt dat [verdachte] zich vanaf de start van de jeugdreclasseringsmaatregel open, eerlijk en meewerkend heeft opgesteld. [verdachte] heeft zich aan alle afspraken en regels gehouden. Het enige aandachtspunt is de schoolgang van [verdachte] . SAVE voegt daaraan toe dat de ouders van [verdachte] goed betrokken zijn. SAVE adviseert de rechtbank om aan [verdachte] een deels voorwaardelijke straf op te leggen. Als onvoorwaardelijk strafdeel adviseert SAVE om een taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen. Daarnaast adviseert SAVE om aan [verdachte] een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen. Het voortzetten van de jeugdreclasseringsmaatregel is ook volgens SAVE niet nodig.

De straf

Omdat er sprake is van een heel ernstig feit vindt de rechtbank dat daar in ieder geval een straf in de vorm van een jeugddetentie bij past. De rechtbank vindt echter ook dat [verdachte] niet terug hoeft naar de jeugdgevangenis. [verdachte] heeft drie dagen in voorarrest gezeten en dat was de eerste keer dat hij in een (jeugd)gevangenis zat. Daarnaast heeft [verdachte] zich al een half jaar aan de strenge afspraken gehouden die bij zijn schorsing hoorden, die ook een beperking van zijn vrijheid waren (onder andere door het huisarrest in de avond en nacht). De rechtbank zal daarom een onvoorwaardelijke jeugddetentie opleggen voor de duur van drie dagen (met aftrek van de drie dagen dat hij al vast heeft gezeten, wat betekent dat hij niet terug hoeft naar de jeugdgevangenis). De rechtbank vindt het wel belangrijk dat er, gelet op de ernst van het feit, ook een voorwaardelijke jeugddetentie van 87 dagen wordt opgelegd (in totaal dus 90 dagen jeugddetentie waarvan 87 voorwaardelijk). Dit moet [verdachte] ervan weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken. De rechtbank zal daarbij een proeftijd opleggen voor de duur van twee jaren. Verder vindt de rechtbank het van belang dat [verdachte] de gevolgen van zijn handelen ervaart. De rechtbank zal daarom aan [verdachte] ook een onvoorwaardelijke werkstraf opleggen voor de duur van 120 uren. Als [verdachte] deze werkstraf niet of niet goed doet, kan deze worden vervangen door 60 dagen jeugddetentie.

Deze straf is lager dan de officier van justitie heeft geëist. De rechtbank weegt hierbij mee dat [verdachte] een iets kleinere rol had bij het delict dan de medeverdachte. Ook weegt de rechtbank, zwaarder dan de officier van justitie, mee dat [verdachte] met mevrouw [benadeelde 2] en meneer [benadeelde 1] (de ouders van het gezin) in het kader van mediation in gesprek is gegaan, waarbij hij zijn spijt heeft betuigd en zijn verantwoordelijkheid heeft genomen. Ook tijdens de zitting heeft [verdachte] zijn excuses aangeboden aan het gezin.

De voorlopige hechtenis

De rechtbank zal het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

6. Vorderingen benadeelde partijen

Vorderingen van de benadeelde partijen

Alle vijf de gezinsleden uit de woning van de ontploffing hebben zich gesteld als benadeelde partij. Zij vorderen [verdachte] te veroordelen tot het betalen van € 3.000,00 aan immateriële schade (smartengeld), steeds te vermeerderen met de wettelijke rente. Zij verzoeken ook allen de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Ter terechtzitting heeft mr. De Vries verklaard dat [benadeelde 3] en [benadeelde 2] geen materiële schade meer vorderen, nu deze reeds is toegewezen in de strafzaak van de medeverdachte.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat alle vorderingen van de benadeelde partijen geheel en hoofdelijk kunnen worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De advocaat van [verdachte] verzoekt de rechtbank om de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 4] , [benadeelde 5] en [benadeelde 3] niet-ontvankelijk te verklaren, omdat deze niet goed onderbouwd zijn. De advocaat verzoekt de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] niet-ontvankelijk te verklaren, omdat het causale verband tussen het incident en de immateriële schade van deze benadeelde partijen ontbreekt, gelet op de voorgeschiedenis van de benadeelde partijen. Er is dus niet objectief vast te stellen dat er sprake is geweest van geestelijk letsel dat veroorzaakt is door het gepleegde feit.

Oordeel van de rechtbank

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vorderingen van de benadeelde partijen in dit geval op deze laatste grondslag zijn gebaseerd.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.

Bij de woning van de benadeelden heeft een zeer zware ontploffing plaatsgevonden terwijl zij thuis waren en lagen te slapen. Uit de vorderingen van de benadeelden blijkt dat deze gebeurtenis grote gevolgen voor hen heeft gehad. Het gevoel van veiligheid in hun eigen woning is ernstig beschadigd en zij hebben gevoelens van spanning en angst ervaren. Drie van de vijf gezinsleden hebben daarvoor professionele hulp ingeschakeld. De impact en gevolgen van het delict waren echter voor alle benadeelden van gelijke ernst.

Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat de aard en de ernst van het door [verdachte] gepleegde feit meebrengen dat de nadelige gevolgen daarvan zo voor de hand liggen, dat voor alle benadeelden kan worden aangenomen dat zij ‘op andere wijze’ in de persoon zijn aangetast. Dit heeft er vooral mee te maken dat deze ontploffing voor het gezin terecht heeft gevoeld als een aanslag met een zelfgemaakte bom bij hun eigen woning, waar zij zich veilig zouden moeten voelen, terwijl zij thuis waren, waarbij de gevolgen ook nog veel erger hadden kunnen zijn. De rechtbank zal, gelet op de huidige beschikbare onderbouwing van de vorderingen en vergelijkbare gevallen uit de rechtspraak, de immateriële schade van de benadeelden daarom naar billijkheid vaststellen op € 1.500,00 per persoon. De benadeelde partijen zullen voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Wettelijke rente

De benadeelde partijen hebben gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 18 april 2025 (de datum van de ontploffing) tot de dag dat [verdachte] de schadevergoeding volledig heeft betaald.

Hoofdelijkheid

[verdachte] is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn mededader hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat [verdachte] tegenover de benadeelde partijen voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met aftrek van het deel van de schade dat al door de mededader aan de benadeelden is vergoed. [verdachte] en zijn mededader zullen onderling de verdeling van de vergoeding van de schade moeten regelen en dit eventueel bij elkaar verhalen als dat nodig is.

Veroordeling proceskosten

[verdachte] zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zullen maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Als extra waarborg voor betaling van het bedrag zal de rechtbank ten behoeve van alle benadeelden aan [verdachte] de (eveneens hoofdelijke) verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1.500,00 per persoon, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 18 april 2025 tot de dag van de volledige betaling. Dat houdt in dat het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) een brief gaat sturen aan [verdachte] en dat hij het geld van de schadevergoeding aan het CJIB (de Staat) moet betalen. Het CJIB geeft het geld aan de benadeelden.

Als [verdachte] (een deel) aan het CJIB betaalt, hoeft hij (dat deel) niet meer aan de benadeelden te betalen. En als [verdachte] toch (een deel) aan de benadeelden betaalt, hoeft hij (dat deel) niet meer aan het CJIB te betalen. Vanwege de jonge leeftijd van [verdachte] hoeft hij niet naar de gevangenis als drukmiddel (gijzeling), als hij niet betaalt aan het CJIB.

7. Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

- artikelen 36f, 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z en 157 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat [verdachte] het feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;

- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart [verdachte] strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde 4]

€ 1.500,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 april 2025 tot de dag van de volledige betaling;

- bepaalt dat [verdachte] van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde 5]

€ 1.500,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 april 2025 tot de dag van de volledige betaling;

- bepaalt dat [verdachte] van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde 3]

€ 1.500,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 april 2025 tot de dag van de volledige betaling;

- bepaalt dat [verdachte] van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde 1]

€ 1.500,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 april 2025 tot de dag van de volledige betaling;

- bepaalt dat [verdachte] van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde 2]

- wijst de vordering van [benadeelde 2] gedeeltelijk toe tot een bedrag van

€ 1.500,00;

- veroordeelt [verdachte] , hoofdelijk met zijn mededader, tot betaling aan [benadeelde 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf

18 april 2025 tot de dag van algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander (gedeeltelijk) is betaald, [verdachte] (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.E.S. Dolmans, voorzitter en kinderrechter, mr. N.P.J. Janssens, kinderrechter en mr. M.J. Terstegge, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A. Belhadi als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan [verdachte] is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 18 april 2025 te [woonplaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een of meer stuk(s) (zwaar) vuurwerk,althans een of meer explosieven, op/door een brievenbus van de woning aan de[adres] te plaatsen/duwen, in elk geval nabij de woning aan de[adres] te plaatsen, en/of met vuur in aanraking te brengen en/of aan testeken, terwijl daarvan-gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemde woning en/of in die voornoemde woning aanwezige goederen en/of naastgelegen woningen, en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer anderen, te weten de bewoners van voornoemde woning te duchten was;

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?