ECLI:NL:RBMNE:2026:1542

ECLI:NL:RBMNE:2026:1542

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 12-03-2026
Datum publicatie 14-04-2026
Zaaknummer UTR 25/2823
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

BNT; gegrond;

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiser,

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder.

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/2823

en

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag.

De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.

Overwegingen

1. Op 19 september 2025 heeft verweerder een besluit genomen op de aanvraag voor een omgevingsvergunning van eiser.

2. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft van rechtswege mede betrekking op het alsnog genomen besluit. Omdat dit besluit een besluit is op het verzoek van eiser, verwijst de rechtbank het beroep naar het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere om daar als bezwaar te worden behandeld.

3. Doordat met het besluit van 19 september 2025 is beslist op de aanvraag van eiser van

19 november 2024 heeft hij in zoverre geen belang meer bij een oordeel over zijn beroep wegens niet tijdig beslissen. Op grond van artikel 6:20, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan dit beroep echter alsnog gegrond worden verklaard als eiser daarbij belang heeft. Dat belang is in dit geval gelegen in de vraag of eiser recht heeft op een dwangsom bij niet tijdig beslissen. Het college had op grond van artikel 4:18 van de Awb een beschikking moeten nemen over de vraag of een dergelijke dwangsom verschuldigd is en zo ja, over de hoogte daarvan, maar het college heeft dit nagelaten. Omdat eiser daarom heeft verzocht zal de rechtbank daar op grond van artikel 8:55c van de Awb over oordelen in haar beslissing over het beroep vanwege niet tijdig beslissen.

4. Niet in geschil is dat verweerder te laat is met het nemen van een besluit op het verzoek van eiser. Eiser heeft verweerder op 19 maart 2025 op de juiste wijze in gebreke gesteld.

5. In artikel 4:17 van de Awb staat dat als een bestuursorgaan niet op tijd een besluit neemt, het bestuursorgaan een dwangsom moet betalen voor elke dag dat het in gebreke is, voor maximaal 42 dagen. De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 23,- per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 35,- per dag en de overige dagen € 45,- per dag. Het bestuursorgaan stelt de dwangsom vast binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom betaald moet worden (artikel 4:18, lid 1, Awb).

6. Verweerder heeft de hoogte van de dwangsom niet vastgesteld. De rechtbank doet dit nu alsnog (artikel 8:55c Awb). De hoogte van de dwangsom wordt daarom met toepassing van artikel 8:55c van de Awb bepaald op € 1.442, -.

7. De rechtbank ziet aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep wegens niet-tijdig beslissen heeft moeten maken. Dat betekent ook dat eiser een vergoeding krijgt voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag om eiser een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 467,-.

8. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht van €194,- aan eiser betalen.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.

de griffier de rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J. Wolbrink

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?