RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 maart 2026 op het verzet van
[opposante] , te [plaats] , opposante,
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/1616-V
(gemachtigde: mr. A. Yüksel),
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposante heeft ingediend tegen het besluit van verweerder van 16 januari 2025.
In de uitspraak van 14 november 2025 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposante is tegen deze uitspraak in verzet gegaan.
Opposante heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 14 november 2025 het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat opposante het griffierecht niet heeft betaald. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
De rechtbank kijkt (nog) niet of opposante gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 14 november 2025 niet juist was.
3. Volgens opposante is de uitspraak van de rechtbank van 14 november 2025 niet juist, omdat opposante op 5 april 2025 het bedrag van €50,- heeft overgemaakt. Vervolgens heeft opposante aangegeven dat zij per abuis €50,- heeft overgemaakt in plaats van €53,-.
4. De rechtbank stelt vast dat op 31 maart 2025 de herinneringsnota van het griffierecht, per aangetekende brief, is verstuurd aan opposante. In deze brief staat dat zij het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. In de brief is tevens vermeld dat als niet betaald wordt, opposante het risico loopt dat zijn beroepschrift niet ontvankelijk wordt verklaard.
Uit de track en tracé van deze aangetekende brief blijkt dat de brief op 2 april 2025 is bezorgd en is getekend voor ontvangst. Nu opposante geen geldige reden heeft gegeven waarom zij heeft nagelaten het volledige griffierecht te voldoen heeft de rechtbank haar terecht niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep.
5. In wat opposante heeft aangevoerd ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding om een anders te oordelen dan in de uitspraak van 14 november 2025. Het verzet is ongegrond. Dit betekent dat de uitspraak in stand blijft.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.