RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser,
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4915
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat verweerder volgens hem de aan hem toegekende proceskosten niet op tijd aan hem heeft uitbetaald.
Overwegingen
1. Eiser vraagt de rechtbank om te bepalen dat verweerder de aan hem toegekende proceskosten uitbetaalt, omdat dat nog steeds niet is gebeurd. De rechtbank overweegt hierover dat zij deze bevoegdheid niet heeft. Het uitbetalen van de toegekende proceskosten is namelijk een feitelijke handeling en niet een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Als verweerder de proceskosten niet betaalt, zal eiser zich moeten wenden tot de civiele rechter.
2. De rechtbank is onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.
Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026.
de griffier is verhinderd deze uitspraak
te ondertekenen
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.