ECLI:NL:RBMNE:2026:1565

ECLI:NL:RBMNE:2026:1565

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 17-03-2026
Datum publicatie 15-04-2026
Zaaknummer C/16/578927 / FL RK 24-790
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

Huw.vermregime Marokkaans recht. Eenv. gemeenschap. Wijze van verdeling, spoorboekje en ontslag hoofdelijke aansprakelijkheid zijn persoonlijke rechten. Geen goederenrechtelijk gevolg, bindt partijen. Toepasselijk recht art. 10:3/10:127 lid 4 sub F BW

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Lelystad

zaaknummer: C/16/578927 / FL RK 24-790

Huwelijksvermogensrechtelijke afwikkeling

Beschikking van 17 maart 2026

in de zaak van:

[de vrouw] ,

wonende in [woonplaats] ,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. A. El Aqde,

tegen

[de man] ,

wonende in [woonplaats] ,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. D.G. Nagel.

1. De procedure

De rechtbank heeft op [datum] 2024 – onder meer – de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. De verzoeken van de vrouw en de man over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap zijn aangehouden en partijen zijn in de gelegenheid gesteld om hun verzoeken binnen vier weken nader te concretiseren.

De rechtbank heeft daarna de volgende stukken ontvangen:

de aanvullende zelfstandige verzoeken (met bijlagen) van de man, binnengekomen op 17 juni 2024;

de akte van de vrouw van 15 juli 2024.

De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 5 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: de advocaat van de vrouw en de man met zijn advocaat.

2. Waar de procedure over gaat

De man heeft zijn zelfstandige verzoeken aangevuld en verzoekt de rechtbank om:

te bepalen dat woning gelegen te ( [postcode] ) [plaats] aan de [adres] binnen vier weken na de door uw Rechtbank in deze te wijzen beschikking dient te worden getaxeerd door een door de man aan te wijzen taxateur, waarbij partijen gehouden zijn hun medewerking aan deze taxatie te verlenen, zulks onder verbeurte van een dwangsom van € 100,00 per dag dat een partij zijn/haar medewerking hieraan niet verleent, zulks met een maximum van € 2.500,00;

te bepalen dat de kosten van taxatie van de onder a genoemde woning voor de helft door een ieder der partijen dient te worden voldaan, waarbij de partij die meer heeft voldaan dan de helft van deze kosten voor dit meerdere een vordering heeft op de andere partij, waarbij deze gehouden is dit bedrag aan de ander te voldoen;

te bepalen dat de woning gelegen te ( [postcode] ) [plaats] aan de [adres] aan de man zal worden toebedeeld, zulks onder de voorwaarde dat de vrouw zal worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de thans op de woning rustende hypotheken en de man gehouden is de helft van de overwaarde, zulks onder aftrek van de door de vrouw aan de man verschuldigde gelden in het kader van de door uw Rechtbank te bepalen verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, aan de vrouw te voldoen;

te bepalen dat partijen gehouden zijn hun medewerking te verlenen aan de eigendomsoverdracht van de vrouw aan de man van de woning gelegen te ( [postcode] ) [plaats] aan de [adres] , binnen een maand nadat de man de financiering van de woning en de uitkoop van de vrouw heeft verkregen, zulks onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag voor iedere dag dat zij/hij in gebreke blijft hieraan te voldoen, zulks met een maximum van € 50.000;

te bepalen dat wanneer de man de woning niet in eigendom kan verkrijgen middels uitkoop van de vrouw, de woning aan een derde zal worden verkocht en de overwaarde die overblijft na verkoop van de woning voor de helft aan een ieder der partijen wordt toebedeeld;

te bepalen dat de vrouw aan de man dient te voldoen de door de man betaalde aflossingen op de hypotheek en die rusten op de voormalige echtelijke woning gelegen te ( [postcode] ) [plaats] aan de [adres] , vanaf de peildatum, zijnde de datum van indiening van het echtscheidingsverzoek, tot aan de datum van eigendomsoverdracht van het eigendomsdeel van de vrouw aan de man, dan wel verkoop en overdracht van de woning aan een derde, waarbij de man gerechtigd is dit bedrag af te trekken van de door hem aan de vrouw te betalen afkoopwaarde, dan wel bij verkoop aan een derde van het aan de vrouw toekomende deel van de overwaarde dit bedrag eerst zou worden afgetrokken en aan de man zal worden voldaan, alvorens tot uitbetaling van deze gelden van de vrouw zal worden overgegaan door de notaris;

te bepalen dat van [bedrijf] al haar baten en lasten aan de man zullen worden toebedeeld, zulks zonder verdere verrekening;

te bepalen dat de vrouw ten gevolge van benadeling van de huwelijksgoederengemeenschap gehouden is aan de man te voldoen een bedrag van € 2.179,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de door uw Rechtbank in deze te wijzen beschikking, tot de dag der algehele voldoening;

te bepalen dat de vrouw aan de man in verband met de reeds door de man betaalde aflossing van schulden een bedrag van € 1.246,27 dient te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de door uw Rechtbank in deze te wijzen beschikking, tot de dag der algehele voldoening;

te bepalen dat de man gehouden is de helft van het saldo op de peildatum. zijnde de datum van indiening van het echtscheidingsverzoek van zijn rekening met nummer [rekeningnummer] aan de vrouw te voldoen en in het geval dit een negatief saldo is de vrouw de helft van dit saldo aan de man dient te voldoen;

te bepalen dat de vrouw gehouden is de helft van het saldo op de peildatum. zijnde de datum van indiening van het echtscheidingsverzoek van haar rekening met nummer [rekeningnummer] aan de man te voldoen en in het geval dit een negatief saldo is de man de helft van dit saldo aan de vrouw dient te voldoen;

te bepalen dat Oranje Spaarrekeningen onder nummer [nummer] worden opgeheven en de gelden op de peildatum op deze rekeningen voor de helft aan een ieder der partijen wordt toebedeeld, waarbij de vrouw gehouden is de helft van deze gelden aan de man te voldoen, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de door uw Rechtbank in deze te wijzen beschikking tot de dag der algehele voldoening, indien en voor zover de vrouw de rekening reeds heeft opgeheven.

De vrouw vindt dat de zelfstandige verzoeken van de man over de verdeling moeten worden afgewezen. Zij verzoekt de rechtbank om de eenvoudige gemeenschappen in de zin van artikel 3:166 lid 1 jo. lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) te verdelen.

3. De beoordeling

De bevoegdheid van de rechtbank en het recht dat van toepassing is

Partijen zijn op [datum] 1990 in Marokko getrouwd. Dat betekent dat deze zaak een internationaal karakter heeft. De rechtbank moet daarom eerst beoordelen of zij bevoegd is om te beslissen op de verzoeken van partijen en welk recht daarop van toepassing is.

De rechtbank is bevoegd om van de verzoeken van partijen over het huwelijksvermogensregime kennis te nemen, omdat partijen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben.

Op het huwelijksvermogensregime van partijen is het Marokkaanse recht van toepassing. Partijen zijn namelijk vóór 1 september 1992 met elkaar gehuwd en het toepasselijk recht moet aan de hand van de verwijzingsregels van het Chelouche/Van Leer-arrest worden beoordeeld. Partijen hebben voor het huwelijk geen rechtskeuze gemaakt, waardoor er moet worden gekeken naar het recht van het land waarvan partijen ten tijde van de huwelijkssluiting beiden de nationaliteit hadden. Partijen hebben bevestigd dat zowel de man als de vrouw ten tijde van de huwelijkssluiting alleen de Marokkaanse nationaliteit hadden. Dat betekent dat het Marokkaanse recht van toepassing is.

Het Marokkaanse huwelijksvermogensrecht is geregeld in de Mudawwana. Daarin is bepaald dat als gevolg van het huwelijk tussen partijen geen gemeenschappelijk vermogen ontstaat. Iedere echtgenoot behoudt wat van hem of haar is en wat hij/zij tijdens het huwelijk verkrijgt. Daarnaast is het uitgangspunt dat elke echtgenoot aansprakelijk is voor zijn of haar eigen schulden. Van een recht op verdeling kan hierdoor geen sprake zijn. Dit is anders als partijen gezamenlijk eigenaar zijn van een goed.

Omdat er geen sprake is van een huwelijksgoederenrechtelijke gemeenschap vormt de woning waarvan de man en de vrouw samen eigenaar zijn een algemeen vermogensrechtelijke gemeenschap. Dat wordt ook wel een ‘eenvoudige gemeenschap’ genoemd. Partijen zijn het erover eens dat er tijdens het huwelijk meerdere eenvoudige gemeenschappen zijn ontstaan en dat zij de volgende vermogensbestanddelen gezamenlijk hebben:

de woning aan de [adres] in [plaats] en de daaraan verbonden hypotheken;

het saldo op de gemeenschappelijke bankrekening bij ING, eindigend op . [rekeningnummer] ;

het saldo op de en/of Oranje Spaarrekeningen , eindigend op . [rekeningnummer] ;

Flanderijn roodstand en/of roodstand op de rekening bij ING, eindigend op . [rekeningnummer] .

De man heeft in zijn eerdere processtuk het standpunt ingenomen dat het Nederlands recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime en partijen – naast de hiervoor genoemde bestanddelen – ook nog de volgende gezamenlijke vermogensbestanddelen hebben:

de eenmanszaak: [bedrijf] ;

het saldo op de bankrekening op naam van de man bij Rabobank, eindigend op nummer . [rekeningnummer] ;

het saldo op de bankrekening op naam van de vrouw bij Rabobank, eindigend op nummer . [rekeningnummer] ;

de schuld die verband houdt met gemeentebelasting;

de schuld bij Flanderijn van Zilveren Kruis.

Tijdens de zitting is de man hierop teruggekomen en heeft gezegd dat hij zich kan vinden in toepassing van het Marokkaanse huwelijksvermogensrecht. De rechtbank zal desondanks de bestanddelen onder e. tot en met h. behandelen, omdat deze ook tijdens de zitting zijn besproken.

De man stelt verder dat de vrouw de gemeenschap heeft benadeeld door gelden van de gemeenschappelijke bankrekening op te nemen en verzoekt de rechtbank te bepalen dat de vrouw dit bedrag moet vergoeden. De rechtbank zal dit verzoek bespreken onder d.

De rechtbank zal hierna op elk bestanddeel afzonderlijk ingaan.

a. de woning aan de [adres] in [plaats] en de daaraan verbonden hypothecaire geldlening(en)

Zoals onder 3.5. is overwogen, is de woning een algemeen vermogensrechtelijke gemeenschap. De rechtbank moet daarom (opnieuw) beoordelen of zij bevoegd is om een beslissing te nemen over de woning. De rechtbank is in dit geval bevoegd, omdat partijen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben. Om te bepalen welk recht moet worden toegepast op dit verzoek is het van belang wat partijen verzoeken. De man verzoekt de wijze van verdeling te gelasten door toedeling van de woning aan hem en een zogenaamd ‘spoorboekje’, waarbij taxatie van de woning moet plaatsvinden etc. De vrouw stemt daarmee in onder de voorwaarde dat zij wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldleningen. Wat de vrouw wil – ontslag uit de hoofdelijkheid – is een persoonlijk recht, omdat zo’n ontslag alleen partijen bindt en geen goederenrechtelijk gevolg heeft. De rechtbank past daarop het Nederlands recht toe.

De rechtbank kan, wanneer de deelgenoten niet tot overeenstemming hebben kunnen komen, de wijze van verdeling gelasten of de verdeling vaststellen. Als wijzen van verdeling komen daarbij in aanmerking:

toedeling van een gedeelte van het goed aan ieder der deelgenoten;

overbedeling van een of meer deelgenoten tegen vergoeding van de overwaarde;

verdeling van de netto-opbrengst van het goed of een gedeelte daarvan, nadat dit op een door de rechter bepaalde wijze zal zijn verkocht.

Partijen zijn het erover eens dat de woning wordt toebedeeld aan de man. De rechtbank zal de wijze van verdeling gelasten en bepalen dat de woning aan de man wordt toebedeeld tegen een nog te taxeren marktwaarde per datum taxatie, onder de ontbindende voorwaarde dat hij binnen drie maanden na de datum van het taxatierapport aantoont dat hij hiertoe financieel in staat is en de vrouw kan worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldlening(en). De vrouw dient dan haar aandeel in de woning binnen één maand over te dragen aan de man. Vervolgens dient de over- dan wel onderwaarde bij helfte te worden verdeeld dan wel te worden gedragen. De rechtbank zal geen dwangsom opleggen (zoals door de man verzocht onder d.), omdat de vrouw aangeeft dat zij wil dat haar aandeel in de woning zo snel mogelijk door de man wordt overgenomen dan wel dat de woning wordt verkocht. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat de vrouw mee zal werken en er dus geen dwangsom als prikkel nodig is.

Voor het taxeren van de woning zal de rechtbank bepalen dat de vrouw binnen één week na de zitting (dus uiterlijk op 12 februari 2026) drie makelaars dient aan te wijzen en de man dient daaruit vervolgens binnen één week een makelaar te kiezen. Indien de man binnen één week de vrouw niet heeft bericht welke makelaar hij heeft gekozen, is het aan de vrouw om een makelaar te kiezen. Partijen zullen deze makelaar gezamenlijk opdracht geven om de woning bindend te taxeren. De kosten van de taxatie worden door partijen ieder voor de helft gedragen.

De vrouw wil dat de man één maand te tijd krijgt om te onderzoeken of hij de woning kan overnemen, maar dat vindt de rechtbank te kort. De rechtbank vindt drie maanden redelijk, omdat de man zelfstandige is en de hypotheekverstrekker – aldus de man – zes tot acht weken nodig heeft om de financiële beoordeling te maken. De vrouw heeft ook niet onderbouwd waarom het sneller zou moeten.

Indien de hiervoor beschreven wijze van verdelen niet kan plaatsvinden omdat de man niet tijdig de financiering kan verkrijgen waarbij de vrouw wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldlening(en), dient de woning te worden verkocht. Partijen dienen gezamenlijk een verkoopopdracht te verstrekken aan de hiervoor bedoelde makelaar, die partijen, indien zij geen overeenstemming bereiken, bindend zal adviseren ten aanzien van de vraag- en laatprijs. Bij verkoop en levering van de woning dient uit de verkoopopbrengst de op de woning rustende hypothecaire geldlening(en) te worden afgelost en dienen de kosten verbonden aan de verkoop te worden voldaan. Partijen zijn vervolgens ieder voor de helft gerechtigd tot de resterende opbrengst.

De rechtbank zal hier ook het verzoek van de man behandelen om een vergoedingsrecht vast te stellen (verzoek onder f. van de man).

De rechtbank komt rechtsmacht toe om dit verzoek te behandelen en zal daarop het Nederlands recht toepassen. Omdat het Nederlands recht van toepassing is op de verzoeken die betrekking hebben op het gelasten van de wijze van verdeling van de woning, is de rechtbank van oordeel dat op het vergoedingsrecht ook het Nederlands recht toegepast moet worden. De vergoedingsvordering is namelijk verbonden aan de woning en beiden zijn van belang om te bepalen dat wat de overnemende echtgenoot uiteindelijk aan de andere echtgenoot is verschuldigd om de woning toebedeeld te krijgen.

De hypotheek is gevestigd op naam van beide partijen. De man stelt dat hij een vergoedingsrecht heeft op de vrouw, wegens door hem betaalde aflossingen op de hypotheek vanaf de peildatum (datum indiening echtscheidingsverzoek) tot aan de datum van eigendomsoverdracht van het aandeel van de vrouw aan de man, dan wel verkoop en overdracht aan een derde. De aflossingen die zijn gedaan, zijn waardevermeerderend geweest.

De vrouw zegt dat de man zijn verzoek niet onderbouwd heeft met bedragen en zij op grond van artikel 49 van de Mudawwana ook een vergoedingsrecht heeft, omdat zij altijd voor de kinderen heeft gezorgd, waardoor de man in staat was om zijn bedrijf op te bouwen. Verder is er bij de berekening van de partneralimentatie rekening gehouden met de door de man betaalde aflossingen van de hypotheek en heeft hij daardoor een lagere partneralimentatie betaald. Vanaf de datum van inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand ( [datum] 2024) is de man weer in de woning komen wonen en heeft hij het woongenot gehad.

De rechtbank wijs het verzoek van de man onder f. toe. In de wet staat dat deelgenoten naar evenredigheid van hun aandelen in de vruchten en andere voordelen die het gemeenschappelijke goed oplevert, en moeten zij in dezelfde evenredigheid bijdragen tot de uitgaven die voortvloeien uit handelingen welke bevoegdelijk ten behoeve van de gemeenschap zijn verricht.

De man heeft de aflossingen voor de woning voldaan. Met die netto woonlasten is, zoals de vrouw heeft opgemerkt, rekening gehouden bij het vaststellen van de voorlopige partneralimentatie in de voorlopige voorzieningenprocedure, maar alleen om de draagkracht van de man te bepalen. De woonlasten zijn niet als partneralimentatie in natura aangemerkt.

De vrouw heeft haar eventuele vordering op grond van artikel 49 van de Mudawwana in het geheel niet onderbouwd. Daarom houdt de rechtbank daar geen rekening mee. Ook heeft de vrouw niet onderbouwd wat het woongenot van de man vanaf oktober 2024 voor vergoedingsrecht oplevert. Hier komt bij dat ook de vrouw een tijd (vanaf in ieder geval 21 april 2023 tot 1 oktober 2024) alleen het woongenot van de woning heeft gehad, zoals de man heeft gezegd.

b. het saldo op de gemeenschappelijke bankrekening ING . [rekeningnummer] en c. het saldo op de en/of Oranje Spaarrekeningen D . [rekeningnummer]

De rechtbank wijst de verzoeken af, omdat de gemeenschappelijke spaar- of bankrekeningen al zijn opgeheven en verdeeld. Daarom hebben partijen geen belang meer bij hun verzoeken.

d. Flanderijn roodstand en/of rekening ING . [rekeningnummer] en benadeling van de gemeenschap en opgenomen gelden van de en/of rekening (benadeling van de gemeenschap)

De man stelt dat hij € 1.044,- heeft afgelost vanwege de roodstand op de en/of rekening bij ING . [rekeningnummer] . De vrouw betwist dat. Zij zegt dat de en/of rekening voor de datum van indiening van het echtscheidingsverzoek al is opgeheven en de man de roodstand niet heeft onderbouwd.

De rechtbank wijst het verzoek van de man af. Het saldo op de gemeenschappelijke bankrekening is een eenvoudige gemeenschap geweest en partijen waren beide voor de helft gerechtigd/draagplichtig voor het (negatieve) saldo. De rekening is echter al opgeheven en daarmee is de eenvoudige gemeenschap afgewikkeld. Bovendien heeft de man geen stukken overgelegd van de door hem gestelde roodstand.

De rechtbank wist het verzoek van de man onder h. ook af, omdat partijen het erover eens zijn dat het saldo op de gemeenschappelijke bankrekeningen een eenvoudige gemeenschap betreft. Dat betekent dat er geen huwelijksgoederengemeenschap is en er geen sprake kan zijn van benadeling in de zin van artikel 1:164 BW, want dat artikel is niet van toepassing op een eenvoudige gemeenschap. Beide partijen zijn gerechtigd tot het saldo van de en/of rekening. De man stelt subsidiair dat sprake is van een onrechtmatige daad, omdat de vrouw de gelden ter hoogte van € 4.359,- niet heeft besteed aan noodzakelijke kosten voor levensonderhoud, zoals zou zijn afgesproken. De rechtbank is van oordeel dat de man dit onvoldoende heeft onderbouwd. De vrouw heeft een verklaring van de zoon van partijen ingebracht waaruit blijkt dat de gelden, met toestemming van de man, zijn gebruikt voor het betalen van zijn rijlessen.

e. de eenmanszaak: [bedrijf]

Partijen zijn het erover eens dat de baten en lasten van de eenmanszaak volgens het Marokkaans huwelijksvermogensrecht tot het privévermogen van de man behoort en er geen verrekening hoeft plaats te vinden. De rechtbank wijst het verzoek van de man onder g. daarom af.

f. het saldo op de bankrekening op naam van de man RABO . [rekeningnummer] en g. het saldo op de bankrekening op naam van de vrouw RABO . [rekeningnummer]

De rechtbank oordeelt dat naar Marokkaans huwelijksvermogensrecht de saldi op de privérekeningen blijven van degene op wiens naam de rekening staat. Partijen zijn het daarover eens. De verzoeken van de man onder j. en k. worden afgewezen.

h. de schuld gemeentebelasting

De man stelt dat er een schuld ter hoogte van € 852,10 was aan de gemeente Almere, die door hem is voldaan. Hij stelt dat de vrouw de helft daarvan aan hem moet vergoeden. De vrouw zegt dat het een privéschuld is van de man en buiten de verdeling valt. Subsidiair is zij van mening dat partijen beide voor de helft draagplichtig zijn, mocht de rechtbank menen dat de schuld samenhangt met de woning.

De rechtbank wijst het verzoek van de man toe, omdat het gaat over de onderlinge draagplicht voor een schuld die samenhangt met de woning die partijen gezamenlijk in eigendom hebben. Bovendien is de schuld ontstaan toen partijen nog getrouwd waren en heeft de man de schuld volledig voldaan. In de onderlinge verhouding tussen partijen en het feit dat het om een persoonlijk recht gaat dat partijen alleen tegenover elkaar geldend kunnen maken, zal de rechtbank het verzoek van de man toewijzen. Dit betekent dat de vrouw de helft (€ 426,05) aan de man dient te vergoeden.

i. de schuld bij Flanderijn van Zilveren Kruis

De man stelt dat de schuld aan Zilveren Kruis van € 436,93 geen privéschuld is. Dat hij de hoofdverzekerde is, betekent niet dat de schuld aan hem verknocht is, want de schuld is op naam gesteld van de vrouw. De vrouw betwist dat en voert aan dat de schuld op naam van de man staat en op grond van het Marokkaanse huwelijksvermogensrecht voor rekening van de man komt.

De rechtbank stelt vast dat de polis op naam van de man als verzekeringnemer staat en hij daarmee verantwoordelijk is voor betaling van de premie. Naar Marokkaans huwelijksvermogensrecht is de man draagplichtig om deze schuld te voldoen. Dat het om het eigen risico van de vrouw gaat, doet daar niet aan af; het betreft een schuld van de man als verzekeringnemer.

Uitvoerbaar bij voorraad

De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

De proceskosten

De rechtbank zal beslissen dat ieder de eigen proceskosten betaalt, omdat zij geen reden ziet om één van partijen in de proceskosten te veroordelen.

Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daar de begrippen uit de wet.

4. De beslissing

De rechtbank:

gelast de wijze van verdeling van de woning aan [adres] in [plaats] als volgt:

de woning zal worden toebedeeld aan de man tegen een nog te taxeren marktwaarde per datum taxatie, onder de ontbindende voorwaarden dat de man binnen drie maanden na datum taxatierapport aan de vrouw aantoont dat hij in staat is de woning over te nemen en haar te doen ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de aan de woning verbonden hypothecaire geldlening(en);

ten behoeve van de aanwijzing van de makelaar die de woning bindend zal taxeren, zal de vrouw binnen een termijn van één week na de zitting (5 februari 2026) drie makelaars voorstellen aan de man, die er op zijn beurt binnen één week één uit zal kiezen. Partijen zullen de gekozen makelaar vervolgens binnen een week na die keuze gezamenlijk een opdracht tot taxatie geven. Beide partijen behoren hun medewerking aan de taxatie te verlenen en dienen op behoorlijke wijze in de gelegenheid te worden gesteld bij de taxatie aanwezig te zijn. Partijen dienen de kosten van de taxatie bij helfte te dragen;

indien aan de hiervoor onder a. genoemde voorwaarden wordt voldaan, zal de vrouw haar aandeel in de woning overdragen aan de man uiterlijk binnen één maand, onder de voorwaarde dat zij uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de aan de woning verbonden hypothecaire geldlening(en) wordt ontslagen en dat bij een overwaarde aan haar toekomt een bedrag – na aftrek van het vergoedingsrecht zoals genoemd onder 4.2. – gelijk aan de helft van de overwaarde van de woning (de taxatiewaarde minus de hypothecaire leningen) of bij een onderwaarde aan de man/vrouw wordt uitgekeerd de helft van de onderwaarde (de taxatiewaarde minus de hypothecaire geldleningen). De kosten van de notariële overdracht dient door partijen bij helfte te worden gedragen;

indien en voor zover niet aan de hiervoor onder a. genoemde voorwaarden wordt voldaan, zal de woning worden verkocht en geleverd aan een derde, waartoe partijen gezamenlijk een verkoopopdracht zullen verstrekken aan de hiervoor bedoelde makelaar, die partijen, indien zij geen overeenstemming bereiken, bindend zal adviseren ten aanzien van de vraag- en laatprijs. Bij verkoop en levering van de woning dient uit de verkoopopbrengst de op de woning rustende hypothecaire geldlening(en) te worden afgelost en dienen de kosten verbonden aan de verkoop te worden voldaan. Partijen zijn – na rekening te hebben gehouden met het vergoedingsrecht onder 4.2. – vervolgens ieder voor de helft gerechtigd tot de resterende opbrengst;

bepaalt dat de vrouw aan de man dient te voldoen de door de man betaalde aflossingen op de hypotheek vanaf de datum van indiening van het echtscheidingsverzoek, tot aan de datum van eigendomsoverdracht van het eigendomsdeel van de vrouw aan de man, dan wel verkoop en overdracht van de woning aan een derde, waarbij de man gerechtigd is dit bedrag af te trekken van de door hem aan de vrouw te betalen afkoopwaarde, dan wel bij verkoop aan een derde van het aan de vrouw toekomende deel van de overwaarde dit bedrag eerst zou worden afgetrokken en aan de man zal worden voldaan, alvorens tot uitbetaling van deze gelden van de vrouw zal worden overgegaan door de notaris;

bepaalt dat de vrouw € 426,05 aan de man dient te vergoeden uit hoofde van de aanslag gemeentelijke belastingen;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat partijen hun eigen proceskosten betalen;

wijst de verzoeken van partijen voor het overige af.

Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. J.M. Atema, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. J.J. Terpstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.J. Terpstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?