ECLI:NL:RBMNE:2026:1577

ECLI:NL:RBMNE:2026:1577

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 15-04-2026
Datum publicatie 15-04-2026
Zaaknummer C/16/607480 / KG ZA 26-93
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Kort geding. Onrechtmatige uitlatingen. Uitlatingen binnen beperkte familiekring. Vordering op verbod uitlatingen en vorderingen tot rectificatie afgewezen vanwege gebrek aan spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: C/16/607480 / KG ZA 26-93

Vonnis in kort geding van 15 april 2026

in de zaak van

[eisende partij] ,

te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eisende partij] ,

advocaat: mr. M.F. Mooibroek,

tegen

1. [gedaagde partij sub 1] ,

te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde partij sub 1] ,

advocaat: mr. S.C. van Bunnik

en

2. [gedaagde partij sub 2] ,

te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde partij sub 2] ,

advocaat: mr. R.A. Korver.

1. De procedure

De voorzieningenrechter beschikt over de volgende stukken:

- de dagvaarding en 15 producties,- de conclusie van antwoord en 4 producties van [gedaagde partij sub 1] ,

- de conclusie van antwoord en 7 producties van [gedaagde partij sub 2] ,

- de pleitnota van [eisende partij] ,- de pleitnota van [gedaagde partij sub 2] .

De mondelinge behandeling heeft op 1 april 2026 plaatsgevonden. Partijen hebben hun standpunten toegelicht en op vragen van de voorzieningenrechter en op elkaar gereageerd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt. De voorzieningenrechter heeft meegedeeld dat uiterlijk op 15 april 2026 uitspraak wordt gedaan.

2. De kern van de zaak

[eisende partij] is de opa van [gedaagde partij sub 1] en [gedaagde partij sub 2] is de coach van [gedaagde partij sub 1] . Tijdens één van de coaching sessies van [gedaagde partij sub 2] is via toepassing van EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) seksueel misbruik aan de orde gekomen. In dat kader heeft [gedaagde partij sub 2] gezegd dat er een serieuze aanwijzingis dat [eisende partij] de mogelijke dader is. Deze uitlatingen van [gedaagde partij sub 2] zijn volgens [eisende partij] onrechtmatig. Ook de uitlatingen die [gedaagde partij sub 1] binnen zijn familie heeft gedaan over het seksueel misbruik, zijn naar de mening van [eisende partij] onrechtmatig.

3. De beoordeling

Toetsingskader kort geding

Voor toewijzing van een vordering in kort geding is nodig dat de eisende partij daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.

[eisende partij] heeft geen spoedeisend belang bij zijn vorderingen

Het verbod op uitlatingen over seksueel misbruik

[eisende partij] stelt dat [gedaagde partij sub 1] en [gedaagde partij sub 2] hem hebben beschuldigd van seksueel misbruik en vordert dat zij zich tegenover huidige of toekomstige relaties of familieleden moeten onthouden van beschuldigingen over seksueel misbruik door [eisende partij] .

Deze vordering wordt afgewezen omdat de voorzieningenrechter van oordeel is dat [eisende partij] daar geen spoedeisend belang bij heeft. Het is namelijk niet aannemelijk dat [gedaagde partij sub 1] en/of [gedaagde partij sub 2] zich buiten de beslotenheid van hun coaching sessies, en in het geval van [gedaagde partij sub 1] wellicht ook nog andere therapeutische sessies, zullen uitlaten over seksueel misbruik door [eisende partij] . [gedaagde partij sub 2] heeft een schriftelijke verklaring opgesteld en overgelegd (productie 7 bij zijn conclusie van antwoord) waarin hij verklaart dat hij niet van plan is om uitlatingen te doen over [eisende partij] . Niet publiekelijk, niet aan derden en ook niet in enige andere vorm. Namens [gedaagde partij sub 1] is door zijn advocaat tijdens de zitting toegezegd dat hij met niemand anders dan een therapeut over een beschuldiging van seksueel misbruik zal praten. Daarmee is de spoedeisendheid bij een verbod op uitlatingen over dit onderwerp komen te vervallen.

De vorderingen tot rectificatie

[eisende partij] vordert dat [gedaagde partij sub 1] een rectificatie stuurt aan alle contacten met wie hij over het seksueel misbruik heeft gesproken. Van [gedaagde partij sub 2] vordert hij dat die een rectificatie stuurt aan [gedaagde partij sub 1] en aan de ouders van [gedaagde partij sub 1] .

Ook bij deze vorderingen heeft [eisende partij] geen spoedeisend belang. De uitlatingen zullen niet meer plaatsvinden en zijn bovendien binnen een zeer beperkte kring van directe familieleden gedaan. Wat betreft [gedaagde partij sub 1] staat alleen vast dat hij met zijn ouders heeft gesproken over het seksueel misbruik. [gedaagde partij sub 2] heeft gesproken met zijn client [gedaagde partij sub 1] en daarnaast alleen via een telefoonopname iets over het seksueel misbruik gezegd. Die telefoonopname is in handen gekomen van de ouders van [gedaagde partij sub 1] . Die hebben de telefoonopname getoond aan [eisende partij] , althans zo begrijpt de voorzieningenrechter de toelichting van [eisende partij] tijdens de zitting. Dat [gedaagde partij sub 2] deze of een andere opname bezit waarin hij [eisende partij] beschuldigt van seksueel misbruik blijkt nergens uit. Omdat de uitlatingen binnen zeer beperkte kring zijn gedaan, zullen ook de gevolgen voor [eisende partij] naar buiten toe, beperkt zijn. In ieder geval rechtvaardigen die geen spoedmaatregel. Los daarvan acht de voorzieningenrechter een rectificatie binnen de kring van directe familieleden geen gepaste maatregel.

De voorzieningenrechter merkt voorts nog op dat uit de toelichting van [eisende partij] tijdens de mondelinge behandeling blijkt dat [eisende partij] in wezen wil dat in dit kort gedingvonnis ten principale wordt uitgesproken dat hij zich niet heeft schuldig gemaakt aan enig seksueel misbruik en dat het – in zijn ogen – misverstand met zijn kleinzoon wordt opgelost. Hoe begrijpelijk deze wens vanuit de optiek van [eisende partij] ook is, is het niet aan de voorzieningenrechter in deze kort gedingprocedure, waarin in beginsel alleen een voorlopige voorziening (tijdelijke ordemaatregel) kan worden gevraagd, een dergelijke uitspraak te doen.

Conclusie

[eisende partij] heeft geen spoedeisend belang bij zijn vorderingen. Alle vorderingen worden daarom afgewezen.

De proceskosten

[eisende partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [gedaagde partij sub 1] en [gedaagde partij sub 2] betalen. De proceskosten van [gedaagde partij sub 1] en van [gedaagde partij sub 2] worden voor ieder van hen begroot op:

- griffierecht

€ 341,00

- salaris advocaat

€ 1.177,00

(gemiddeld tarief )

- nakosten

€ 189,00

(plus eventueel de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€ 1.707,00

De door [gedaagde partij sub 1] en [gedaagde partij sub 2] gevorderde wettelijke rente over de nakosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter

wijst de vorderingen van [eisende partij] af,

veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten [gedaagde partij sub 1] van € 1.707,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe; als hij niet tijdig aan die veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, wordt daar € 98 bij opgeteld,

veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten van [gedaagde partij sub 2] van € 1.707,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe; als hij niet tijdig aan die veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, wordt daar € 98 bij opgeteld,

veroordeelt [eisende partij] tot betaling aan [gedaagde partij sub 1] van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

veroordeelt [eisende partij] tot betaling aan [gedaagde partij sub 2] van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Schuman als voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. G. Delissen als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.A. Schuman als voorzieningen

Griffier

  • mr. G. Delissen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?