ECLI:NL:RBMNE:2026:1578

ECLI:NL:RBMNE:2026:1578

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 14-04-2026
Datum publicatie 15-04-2026
Zaaknummer 16-238770-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Veroordeling voor zware mishandeling door het slachtoffer met een bierglas in het gezicht te slaan.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/238770-25

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 14 april 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1979 in [geboorteplaats] (Marokko),

adres: [adres] , [postcode] in [plaats] ,

hierna: de verdachte.

1. Zitting

De strafzaak van de verdachte is op 24 november 2025 door de politierechter verwezen naar de meervoudige kamer en is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van

31 maart 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:

primair

op 7 juni 2025 in Zeewolde [slachtoffer] zwaar heeft mishandeld door hem met een (bier)glas in het gezicht te slaan;

subsidiair

op 7 juni 2025 in Zeewolde heeft geprobeerd om [slachtoffer] zwaar te mishandelen door hem met zijn vuisten en/of een (bier)glas in zijn gezicht te slaan;

meer subsidiair

op 7 juni 2025 in Zeewolde [slachtoffer] heeft mishandeld door hem met zijn vuisten en/of een (bier)glas in zijn gezicht te slaan.

De volledige tekst van de tenlastelegging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het primaire feit op de tenlastelegging, de zware mishandeling, heeft gepleegd.

Standpunt van de verdediging

De advocaat van de verdachte stelt zich op het standpunt dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het primaire ten laste gelegde feit, omdat er geen sprake is van zwaar lichamelijk letsel. Ten aanzien van het subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde feit voert de advocaat geen verweer.

Oordeel van de rechtbank

De redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van de bekennende verklaring van de verdachte en het dossier vast dat de verdachte op 7 juni 2025 in [horecagelegenheid] in Zeewolde een bierglas in het gezicht van de aangever heeft geslagen. Als gevolg hiervan heeft de aangever twee snijwonden in zijn gezicht opgelopen. Deze wonden zijn gehecht.

Primair: zware mishandeling

Het is vervolgens de vraag of de handeling van de verdachte gekwalificeerd moet worden als een zware mishandeling, een poging daartoe of een mishandeling.

Bij beantwoording van de vraag of het letsel kan worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel dienen de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel te worden betrokken.

Uit de onderbouwing van de vordering van de benadeelde partij en het verhandelde ter terechtzitting volgt dat de aangever als gevolg van het handelen van de verdachte een hersenschudding, blauwe plekken en twee forse insnijdingen in zijn gezicht heeft opgelopen. Voor de snijwonden heeft de aangever negen hechtingen gekregen. Daarna is onder de wond een ontsteking ontstaan waardoor de wond openging. Na tien dagen zijn de hechtingen verwijderd. De twee insnijdingen hebben zichtbare ontsierende littekens van enkele centimeters achtergelaten in het gezicht. Tijdens de zitting is namens de aangever een foto van zijn gezicht, gemaakt op 27 maart 2026, overhandigd waarop de littekens nu, ongeveer tien maanden na het incident, nog steeds goed zichtbaar zijn. Te verwachten valt dat de aangever deze littekens zijn leven lang zal houden. De combinatie van de aard van het letsel, flinke snijwonden in het gezicht die gehecht moesten worden en de blijvende ontsierende littekens in het gezicht, waarmee het slachtoffer dus dagelijks geconfronteerd zal blijven, maakt dat naar het oordeel van de rechtbank sprake is van zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank acht het primair tenlastegelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het primaire feit van de beschuldiging. Omdat de verdachte heeft bekend dat hij de aangever met een bierglas in het gezicht heeft geslagen, volstaat de rechtbank met een opsomming van de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:

de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 31 maart 2026;

het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 7 juni 2025;

- een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 21 juni 2025;

een geschrift, te weten journaalregels van arts [B] van 7 juni 2025;

een geschrift, te weten een brief van huisartsenpraktijk [naam] van 14 november 2025, inclusief de fotobijlage van het letsel.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

op 7 juni 2025 te Zeewolde aan

[slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een snijwond en

litteken in het gezicht) heeft toegebracht, door die [slachtoffer] :

- met een bierglas in het gezicht te slaan.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert de volgende strafbare feit op:

zware mishandeling.

Strafbaarheid feit en verdachte

Volgens de wet zijn gedragingen alleen strafbaar als er geen rechtvaardigheidsgrond voor die gedragingen bestaat. Als een verdachte zich kan beroepen op zo’n rechtvaardigingsgrond is zijn gedrag niet in strijd met het recht. Daarnaast zijn verdachten volgens de wet alleen strafbaar als zij geen beroep kunnen doen op een schulduitsluitingsgrond. Als een verdachte zich kan beroepen op een schulduitsluitingsgrond, is zijn gedrag niet verwijtbaar.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte niet strafbaar is omdat hij heeft gehandeld uit noodweer. Hij dient daarom te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de verdachte wel strafbaar is, omdat er geen sprake was van een noodweersituatie.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat voor een geslaagd beroep op noodweer vereist is dat sprake is van een aanranding, die ogenblikkelijk en wederrechtelijk is tegen eigen of andermans lijf, eerbaarheid of goed, waarbij het doel van de verdediging noodzakelijk en het verdedigingsmiddel geboden moet zijn. Een beroep op noodweer kan niet worden aanvaard als de gedraging van degene die zich op deze exceptie beroept, noch op grond van diens bedoeling, noch op grond van de uiterlijke verschijningsvorm van zijn gedraging kan worden aangemerkt als verdediging, maar – naar de kern bezien – als aanvallend moet worden gezien, gericht op een confrontatie of deelneming aan een gevecht.

De rechtbank is van oordeel dat zich in dit geval geen noodweersituatie heeft voorgedaan. Uit het dossier blijkt dat de verdachte zich, vanaf het moment dat hij het café binnenliep, agressief opstelde en de confrontatie opzocht met meerdere cafébezoekers. Zo blijkt uit het proces-verbaal van de camerabeelden dat hij kort nadat hij het café binnenliep een barkruk optilde en hiermee een dreigende beweging maakte in de richting van de persoon die achter de bar stond. Kort daarna kwam een andere persoon aan de bar zitten, die de linkerarm van de verdachte vastpakte. De verdachte maakte daarop met zijn rechterarm grote bewegingen in de richting van het gezicht van deze persoon en probeerde hem met een vlakke hand te slaan in het gezicht. Vervolgens kwam er nog een andere persoon bij de verdachte staan, welke de verdachte wegtrok bij de bar. De verdachte gaf deze persoon daarna meerdere keren een duw en maakte met zijn rechterbeen een schoppende beweging in de richting van deze persoon, die inmiddels door het duwen op de grond lag. Uit de aangifte blijkt dat toen de aangever probeerde de verdachte naar buiten te geleiden, hij door de verdachte werd geslagen. De aangever heeft de verdachte teruggeslagen en werd daarna door de verdachte met een bierglas in zijn gezicht geslagen. Uit de zich in het dossier bevindende getuigenverklaringen van de cafébezoekers volgt dat zij hebben geprobeerd om de verdachte rustig te krijgen en de boel te sussen, waarop zij continu geconfronteerd werden met het agressieve en gewelddadige gedrag van de verdachte. De rechtbank vindt de verklaringen van de getuigen betrouwbaar en aannemelijk, nu deze overeenkomen met het proces-verbaal van de camerabeelden en de aangifte.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte zelf de agressor geweest is en de confrontatie met de aangever heeft opgezocht. Deze gedragingen van de verdachte kunnen daarom geen grondslag vormen voor een geslaagd beroep op noodweer. Het beroep op noodweer wordt dan ook verworpen.

Nu er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten, is het bewezen verklaarde strafbaar. De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

5. Straf

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. De officier van justitie eist verder dat aan de verdachte een contactverbod als vrijheidsbeperkende maatregel in de zin van artikel 38v van het Wetboek van Strafvordering wordt opgelegd, voor de duur van twee jaar, te vervangen door twee weken hechtenis voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet, met een maximum van zes maanden hechtenis. De officier van justitie eist dat deze maatregel en de bijzondere voorwaarden direct na de uitspraak ingaan.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straffen houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een zware mishandeling door met een bierglas in het gezicht van het slachtoffer te slaan. Daarmee heeft de verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Wat een gezellige avond had moeten zijn, heeft geresulteerd in een flinke verwonding en littekens bij het slachtoffer. Dat deze gebeurtenis een forse impact heeft gehad op het slachtoffer en gevoelens van angst heeft veroorzaakt, blijkt ook uit de toelichting bij de vordering tot schadevergoeding. Daarnaast herinneren de littekens in zijn gezicht hem dagelijks aan de mishandeling. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 26 februari 2026, waaruit volgt dat de verdachte in het verleden veroordeeld is voor geweldsfeiten.

De reclassering heeft in het rapport van 14 november 2025 geschreven dat de verdachte diverse psychische en lichamelijke klachten heeft als gevolg van een steekincident van jaren geleden. Mogelijk heeft dit geleid tot een verminderde weerbaarheid waarbij de verdachte geen andere uitweg uit de situatie zag. Verder ziet de reclassering signalen van agressieproblematiek, waarbij ook alcoholgebruik een rol lijkt te spelen. Er zijn aanknopingspunten voor een reclasseringstraject, waarbij nader onderzoek moet plaatsvinden naar het psychosociaal functioneren van de verdachte en mogelijke middelenproblematiek. Op basis daarvan kan een passend behandelplan worden opgesteld. Ook is aandacht nodig voor de financiën van de verdachte, zijn dagbesteding en een eventuele toeleiding naar de juiste instanties om tot een stabiele leefsituatie te komen. De reclassering adviseert om aan de verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met in het kort te volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij de reclassering, de verplichting om mee te werken aan een ambulante behandeling en de verplichting om mee te werken aan een middelencontrole.

De straf

Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten (LOVS). Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. De rechtbank heeft kennisgenomen van de landelijke oriëntatiepunten voor zware mishandeling.

De rechtbank is, gelet op de ernst van het feit, van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan het opleggen van een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank komt daarbij wel tot een kortere duur dan dat de officier van justitie heeft geëist. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de hiervoor genoemde oriëntatiepunten geven daartoe aanleiding. Ook heeft de rechtbank hierbij betrokken dat het vooral van belang is dat de verdachte toezicht en begeleiding door de reclassering krijgt, zodat hij aan zichzelf kan werken en niet nogmaals de fout ingaat. Verder geldt dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

Alles afwegende vindt de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, passend en geboden. De voorwaardelijke straf is bedoeld om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken. Ook geeft dit de rechtbank de mogelijkheid om daaraan de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden te verbinden waaraan de verdachte zich moet houden. Daarnaast zal de rechtbank een contactverbod met de aangever opleggen als bijzondere voorwaarde.

Anders dan de officier van justitie vordert, vindt de rechtbank het niet geboden en niet proportioneel om de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren of aan de verdachte een contactverbod in de vorm van een vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen.

De rechtbank heeft, mede gelet op de aard en omstandigheden van deze zaak, geen aanwijzingen om aan te nemen dat de verdachte jegens het slachtoffer wederom strafbare feiten zal plegen of zich jegens hem belastend zal gedragen.

6. Vordering benadeelde partij

Vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 2.247,49, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit € 47,49 aan materiële schade en € 2.200,00 aan immateriële schade. De materiële schade bestaat uit een door de aangever betaalde kaartje voor een festival waar hij door het incident niet meer heen kon.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan volgens de officier van justitie volledig worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair verzocht om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering vanwege het bepleite ontslag van alle rechtsvervolging. Subsidiair heeft de verdediging verzocht om de materiële schade toe te wijzen en de hoogte van de immateriële schade te matigen.

Oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De vordering tot vergoeding van de materiële schade is voldoende onderbouwd en door de verdachte niet betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreekse schade heeft geleden door het bewezen verklaarde feit, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.

Immateriële schade

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW onder meer mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen. In dit geval staat vast dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van het door de verdachte gepleegde strafbare feit. Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken worden toegekend als schadevergoeding, is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde vergoeding van € 2.200,00 billijk is. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij daarom geheel toe.

Wettelijke rente

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 7 juni 2025 (de datum van de mishandeling) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.

Proceskosten

Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor hem doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 2.247,49 aan de Staat moet betalen. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juni 2025 tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald.

Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 22 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

7. Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

- artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 63 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals in paragraaf 4.1. is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

- als bijzondere voorwaarden gelden dat de verdachte:

o zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres Middendreef 293, 8233 GT in Lelystad;

o meewerkt aan diagnostiek en zich laat behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zodra de proeftijd ingaat of zodra er een plaats beschikbaar is voor de verdachte. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;

o meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd;

o op geen enkele wijze, direct of indirect, contact zoekt met de aangever [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 2003), zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. De politie ziet toe op de handhaving van dit verbod;

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden, met uitzondering van het contact- en locatieverbod, en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer]

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Terstegge, voorzitter, mr. N.P.J. Janssens en mr. J.E.S. Dolmans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Belhadi als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 7 juni 2025 te Zeewolde aan een ander, te weten

[slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een snijwond en/of

litteken in het gezicht) heeft toegebracht, door die [slachtoffer] :

- met een (bier)glas in het gezicht te slaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 7 juni 2025 te Zeewolde ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [slachtoffer] opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [slachtoffer] met zijn vuisten en/of een (bier)glas in het gezicht heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 7 juni 2025 te Zeewolde [slachtoffer] heeft mishandeld, door die [slachtoffer] met zijn vuisten en/of met een (bier)glas tegen het gezicht te slaan.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?