ECLI:NL:RBMNE:2026:161

ECLI:NL:RBMNE:2026:161

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 26-01-2026
Datum publicatie 26-01-2026
Zaaknummer 16.124994.24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Vier verdachten hebben zich samen schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving en afpersing. Aanleiding hiervoor was een zakelijke conflict. Rechtbank legt aan ieder van de vier verdachten op: een gevangenisstraf van 6 maanden, met aftrek, waarvan 2 maanden voorwaardelijk. Vordering tot schadevergoeding van slachtoffer grotendeels toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16.124994.24

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 26 januari 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [1992] in [geboorteplaats 1] (Saoedi-Arabië),

zonder vaste woon- of verblijfplaats,

(hierna ook: de verdachte).

1. Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 12 januari 2026. De strafzaak tegen de verdachte is gelijktijdig behandeld met de strafzaken tegen de medeverdachten: [medeverdachte 1] (16.065978.24), [medeverdachte 2] (16.076499.24) en [medeverdachte 3] (16.066061.24).

Op de zitting waren aanwezig:

2. Tenlastelegging

feit 1

op 26 februari 2024 in Amersfoort, samen met anderen, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] wederrechtelijk van hun vrijheid beroofd heeft;

feit 2

primair

op 26 februari 2024 in Amersfoort, samen met anderen, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] met geweld gedwongen heeft tot het aangaan van een schuld;

subsidiair

op 26 februari 2024 in Amersfoort, samen met anderen, geprobeerd heeft om [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] een schuld aan te laten gaan.

De volledige tekst van de tenlastelegging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig gemaakt heeft aan de twee feiten waarvan hij wordt beschuldigd.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van de beschuldiging. De advocaat stelt dat de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] op een aantal punten aantoonbaar onjuist zijn. Volgens de advocaat heeft [slachtoffer 1] of [slachtoffer 2] op enig moment een mes gepakt, doen zij onjuiste uitlatingen over de aanwezigheid van drugs en wapens en is [slachtoffer 1] niet eerlijk over de aanleiding van de discussie. De advocaat verzoekt om de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] niet te gebruiken voor het bewijs. Daarnaast is geen sprake geweest van wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer 1] of [slachtoffer 2] . [slachtoffer 1] heeft niet geprobeerd om weg te komen; hij heeft er zelf voor gekozen om te blijven. De verdachte is bovendien niet betrokken geweest bij een groot deel van de ten laste gelegde gedragingen. De verdachte heeft [slachtoffer 1] slechts een klap gegeven. Van een nauwe of bewuste samenwerking tussen de verdachte en medeverdachten is geen sprake geweest.

Oordeel van de rechtbank

Betrouwbaarheid verklaringen aangever [slachtoffer 1]

De rechtbank is van oordeel dat er geen reden is om te twijfelen aan de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van de verklaringen van [slachtoffer 1] . Zijn verklaringen komen in grote lijnen met elkaar overeen en zijn in overwegende mate als consistent aan te merken. Dat zijn verklaringen niet exact met elkaar overeenkomen of op sommige punten afwijken doet niet af aan de betrouwbaarheid daarvan. Daarnaast vinden de verklaringen van [slachtoffer 1] op essentiële punten steun in andere bewijsmiddelen. De rechtbank verwijst naar de camerabeelden, de verklaringen van de getuigen en de bevindingen naar aanleiding van het onderzoek aan de mobiele telefoons. De rechtbank acht de verklaringen van [slachtoffer 1] betrouwbaar en geloofwaardig en daarmee bruikbaar voor het bewijs.

Feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het dossier, waaronder de camerabeelden, en het onderzoek ter terechtzitting, de volgende feiten en omstandigheden vast.

[medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) stuurt op zaterdag 24 februari 2024 een bericht aan een contact waarin hij schrijft problemen met [slachtoffer 2] en zijn broertje te hebben en ‘maandag even afstraffen’. Op 25 februari 2024 stuurt [medeverdachte 1] berichten aan [verdachte] (zijn zwager, hierna [verdachte] ). Uit die berichten blijkt dat [medeverdachte 1] [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] betrapt heeft en vraagt hij of [verdachte] de volgende dag om 07.00 uur bij hem op de zaak kan komen. [verdachte] reageert met de vraag wat [medeverdachte 1] met ze wil gaan doen en ‘moeten ze klappen krijgen, uitkleden of rustig praten’. [medeverdachte 1] antwoordt dat zij moeten ‘terugbetalen en doorwerken’. Wanneer [medeverdachte 1] schrijft dat ‘ [slachtoffer 1] gaat stoer doen let maar op’, antwoordt [verdachte] ‘die krijgt gelijk een paar’.

[medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) is een of twee dagen voor 26 februari 2024 door [medeverdachte 1] gebeld, waarbij [medeverdachte 1] bij [medeverdachte 2] informeerde of hij ooit iets had gehoord of gezien over het ‘stelen’ van klussen door [slachtoffer 1] en hem meedeelde dat daarover een gesprek zou plaatsvinden.

De rechtbank leidt uit deze berichten af dat [medeverdachte 1] de volgende dag op kantoor in ieder geval [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] wilde confronteren met zijn bevindingen, te weten dat ze klanten van hem zouden stelen. [medeverdachte 1] roept daarbij de hulp in van zijn zwager [verdachte] . Gelet op de berichten en de gang van zaken hecht de rechtbank weinig waarde aan de verklaring van [medeverdachte 1] dat hij de hulp van [verdachte] slechts inriep om bij de vergadering als klankbord te dienen, kennelijk verwachte [medeverdachte 1] dat er iets zou gebeuren waarbij hij de hulp van [verdachte] nodig had. Ook [medeverdachte 2] is voor de vergadering ervan op de hoogte dat [medeverdachte 1] [slachtoffer 1] verdacht van het stelen van klussen en dat [medeverdachte 1] hem daarmee de volgende dag wilde confronteren.

Op 26 februari 2024 start om 09.00 uur een werkoverleg. Ook [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [medeverdachte 2] zijn daarbij aanwezig. Even later komt [verdachte] de ruimte binnen. Rond 9.10 uur verlaat een groot deel van de aanwezigen werknemers het kantoor.

In het kantoor blijven onder meer aanwezig: [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , [medeverdachte 2] , [naam 2] , [naam 3] en [medeverdachte 1] . Dit is het moment dat [medeverdachte 1] overgaat tot het confronteren van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] met zijn vermoedens dat zij klanten van hem zouden stelen. [medeverdachte 1] pakt zijn telefoon en toont iets op het scherm aan onder meer [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Die staan op dat moment in een hoek tegen een muur. Om 09.12 uur komt [verdachte] weer terug het kantoor in en hij gaat staan naast of in de buurt van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . [medeverdachte 1] pakt dan een vel papier en een pen en gooit die spullen op de hoek van het bureau. Volgens [slachtoffer 1] zei [medeverdachte 1] toen tegen hem dat hij van hem steelt.

De rechtbank leidt hieruit af dat dit het moment is dat [medeverdachte 1] [slachtoffer 1] opdraagt om op te schrijven welke klanten hij van [medeverdachte 1] zou hebben gestolen.

Vervolgens begint [verdachte] [slachtoffer 1] klappen te geven. [medeverdachte 1] staat op uit zijn bureaustoel en loopt in de richting van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . [medeverdachte 1] duwt [slachtoffer 2] tegen de muur. [medeverdachte 2] loopt achter [medeverdachte 1] aan en wanneer [medeverdachte 1] [slachtoffer 2] loslaat begint [medeverdachte 2] met zijn vuisten in te slaan op [slachtoffer 2] . Kort daarna komt een aantal collega’s de kantoorruimte binnen. [medeverdachte 1] stuurt de mensen die binnenkomen weer terug en doet de deur achter de mensen dicht.

De rechtbank leidt hieruit af dat [medeverdachte 1] controle over de situatie houdt en dat hij de gang van zaken ter plaatse bepaalt.

Daarna neemt [verdachte] de (werk)messen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in en maakt een aantal trappende bewegingen in hun richting. Om 09.16 uur pakt [medeverdachte 2] een postbakje van het bureau en gooit dat met kracht in de richting van de plek waar [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] liggen. Uit de verklaringen blijkt dat toen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op de grond lagen, tegen hen is gezegd: “dit doe je nooit meer” en “blijf liggen”.

Op enig moment loopt iedereen de kamer uit, maar blijft [medeverdachte 1] bij de deur staan. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] lijken dan nog in de hoek te liggen. Om 09.19 uur komt [medeverdachte 2] de kantoorruimte binnen. Ook komt [verdachte] de kamer weer binnen, druk gebarend, waarbij hij wijst in de richting van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Een paar minuten later pakt [verdachte] de pen op die [medeverdachte 1] had klaargelegd op het bureau en maakt een stekende beweging met de pen in de richting van het gezicht van [slachtoffer 1] . [verdachte] slaat de pen vervolgens met kracht op het bureau, waarna [slachtoffer 1] plaatsneemt aan het bureau en iets op het papier begint op te schrijven. [medeverdachte 2] is in de ruimte aanwezig.

Niet veel later komt een collega binnen en is het moment zichtbaar dat [slachtoffer 2] met [medeverdachte 2] het kantoor uitloopt. [slachtoffer 2] komt dan niet meer terug.

Om 09.30 uur loopt [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ) het kantoor binnen, hij begroet [medeverdachte 1] en loopt hij in de richting van [slachtoffer 1] . Uit het niets geeft [medeverdachte 3] [slachtoffer 1] een klap in het gezicht, waarna [slachtoffer 1] met zijn gezicht wegduikt. Te zien is dat [medeverdachte 3] tegen [slachtoffer 1] blijft praten. [verdachte] loopt naar [medeverdachte 3] toe. Te zien is dat [medeverdachte 3] weer een slaande beweging maakt in de richting van [slachtoffer 1] en dat [slachtoffer 1] wegduikt. [medeverdachte 1] komt de kamer binnengelopen. Op dat moment draait [medeverdachte 3] aan de stoel van [slachtoffer 1] en maakt hij druk en gebarende bewegingen. [slachtoffer 1] duikt weg in de stoel, waarna [medeverdachte 3] voor hem gaat staan en zich breed maakt. Dan geeft [medeverdachte 3] [slachtoffer 1] weer een klap. [verdachte] staat ernaast. Dan grijpt [medeverdachte 3] [slachtoffer 1] bij zijn nek, [medeverdachte 1] staat in de deuropening. [medeverdachte 3] laat [slachtoffer 1] los en loopt van hem weg richting [medeverdachte 1] . Te zien is dat [medeverdachte 1] [medeverdachte 3] van achter beet pakt en hem een soort van “hug” geeft. [verdachte] is dan nog steeds in de kamer. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] zijn druk met elkaar in gesprek, waarna [verdachte] om 09.32 de kamer verlaat. Al die tijd blijft [slachtoffer 1] in de stoel zitten.

[medeverdachte 3] gaat dicht bij het bureau staan van [slachtoffer 1] en te zien is dat hij zijn trui omhoogtrekt om [slachtoffer 1] iets op zijn rug te laten zien. Dan pakt [medeverdachte 3] zijn telefoon en toont zijn scherm aan [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] verklaart hierover dat [medeverdachte 3] hem een tatoeage liet zien en hem vertelde dat hij lid is van een bende. Uit het onderzoek naar de telefoon van [medeverdachte 3] is gebleken dat hij voorafgaand aan zijn komst bij [onderneming] heeft gezocht op ‘ [.] ’.

Om 09.40 uur komt [medeverdachte 1] met een kladblok binnen. Die legt hij op het bureau bij [slachtoffer 1] . [medeverdachte 3] en [verdachte] staan naast [slachtoffer 1] en [medeverdachte 3] wijst op iets wat op het papier staat dat [slachtoffer 1] in zijn handen heeft. [medeverdachte 3] maakt drukke bewegingen met zijn handen. [medeverdachte 1] komt bij hen staan en ze staan met ze drieën om [slachtoffer 1] heen. [verdachte] en [medeverdachte 3] lijken tegen [slachtoffer 1] te praten. Om 09.40 uur loopt iedereen weg van het bureau van [slachtoffer 1] . [medeverdachte 3] blijft in de buurt van [slachtoffer 1] en [medeverdachte 1] zit aan een bureau aan de andere kant van de kamer. [medeverdachte 1] loopt het kantoor uit, maar [medeverdachte 3] blijft in de buurt van [slachtoffer 1] . Om 09.43 uur komt [medeverdachte 1] weer de ruimte in en is in gesprek met [medeverdachte 3] . Dan komt [medeverdachte 2] binnen en geeft een boks aan [medeverdachte 3] . Om 09.44 uur pakt [slachtoffer 1] zijn papieren op en loopt hij met [medeverdachte 1] de kamer uit.

Feit 1 - Wederrechtelijke vrijheidsberoving

De advocaat stelt dat geen sprake geweest is van een wederrechtelijke vrijheidsberoving. [slachtoffer 1] koos er zelf voor om te blijven en hij kon weg wanneer hij wilde. Daarnaast is de verdachte niet betrokken geweest bij een groot deel van de ten laste gelegde gedragingen. De verdachte heeft [slachtoffer 1] één klap gegeven. Ook is er geen sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten. Dat het zo zou escaleren was niet verwacht en de verdachte was niet de hele tijd in de ruimte aanwezig.

De rechtbank overweegt als volgt.

Er is een sprake van wederrechtelijke vrijheidsberoving als bedoeld in artikel 282 van het Wetboek van Strafrecht in een situatie waarin men – zonder dat de verdachte daartoe gerechtigd is – iemand doet verblijven op een plaats waarvan of waaruit die persoon zich niet op ieder gewenst ogenblik kan verwijderen. Een vrijheidsberoving kan op verschillende manieren plaatsvinden. Zo kan bijvoorbeeld het voortdurend in de nabijheid van het slachtoffer verblijven, zodat het hem effectief belemmerd wordt het pand te verlaten, vrijheidsberoving opleveren. In zulke gevallen zullen zich vaak bijkomende omstandigheden voordoen, zoals bedreigingen en/of uitingen van geweld, die bij het slachtoffer angst en vrees teweegbrengen, en hem ervan weerhouden om de desbetreffende plaats te verlaten.

De rechtbank is van oordeel dat van situatie zoals hiervoor genoemd sprake geweest is.

Uit de verklaringen van [slachtoffer 1] , de verklaringen van de overige aanwezigen en de camerabeelden blijkt dat tussen de cameratijden 09:14 uur en 09:44 uur voortdurend verdachte en/of een of meer van de medeverdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] of [medeverdachte 3] in of bij de kantoorruimte aanwezig zijn, in de buurt van [slachtoffer 1] . De verbalisant die de beelden bekijkt schrijft bij de beelden van 09.22 uur op dat ‘de deur sinds de start van het slaan niet onbemand was geweest’. Ook de rechtbank constateert na het zien van de beelden dat in die tijdsperiode voortdurend een van de verdachten in de kantoorruimte aanwezig is.

Verder is [slachtoffer 1] gedurende de genoemde tijdspanne door meerdere personen, onder wie in elk geval de eerdergenoemde verdachten, geslagen, geschopt en naar de grond gewerkt. Toen [slachtoffer 1] op de grond lag zijn deze personen doorgegaan met het geven van klappen en schoppen. Ook zijn er nog voorwerpen in zijn richting gegooid. Verder blijkt uit de verklaringen dat er dreigend tegen [slachtoffer 1] is gesproken, waarbij hij en zijn familie met de dood zijn bedreigd. Uit de verklaringen van [slachtoffer 1] blijkt dat hij bang was en dat hij niet durfde op te staan omdat hij dacht weer klappen te krijgen.

De rechtbank is gelet op dit samenstel van feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang beschouwd, van oordeel dat hiermee een zeer bedreigende en intimiderende situatie voor [slachtoffer 1] gecreëerd is, waaraan [slachtoffer 1] zich niet aan heeft kunnen onttrekken en waardoor hij gedurende enige tijd effectief van zijn vrijheid beroofd is geweest. Daaraan doet niet af dat de verdachte niet voortdurend in de ruimte aanwezig is geweest, maar deze enkele malen heeft verlaten en kort daarna daarin weer is teruggekeerd.

De rechtbank is van oordeel dat dit niet geldt voor [slachtoffer 2] , die immers heeft kunnen vertrekken, zodat de verdachte van dit deel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.

Medeplegen

De rechtbank overweegt dat betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Bij de beoordeling of sprake is van medeplegen kan onder meer rekening worden gehouden met de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, zijn aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

De rechtbank leidt uit de bewijsmiddelen af dat alle verdachten ( [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 3] ) één of meerdere (gewelds)handelingen hebben verricht en/of bedreigingen hebben geuit, waarbij de verdachte [slachtoffer 1] heeft geslagen. Ook heeft de verdachte dreigend met een pen in de richting van het gezicht van [slachtoffer 1] geduwd en is hij het geweest die gevraagd heeft om [medeverdachte 3] naar de vergadering te laten komen. De bedoeling van de vergadering om ervoor te zorgen dat [slachtoffer 1] zou betalen. De verdachte wist ook dat dit de bedoeling was van de vergadering. De rechtbank leidt uit dit alles af dat de verdachte een essentiële bijdrage heeft geleverd aan de gang van zaken en dat dan ook sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten.

De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte, samen met anderen, [slachtoffer 1] wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden en dat de verdachte daar ook het opzet op had.

Feit 2 – afpersing

De rechtbank leidt uit de vastgestelde feiten en omstandigheden af dat de verdachte en de medeverdachten [slachtoffer 1] hebben geslagen en geschopt en met de dood hebben bedreigd met geen ander doel dan om hem te dwingen op te schrijven welke klanten hij had enwat hij met die opdrachten verdiend heeft, met andere woorden om hem te dwingen gegevens ter beschikking te stellen en zich tot een bepaald gedrag schuldig te verklaren. Het geweld en de bedreigingen volgden nadat pen en papier op tafel waren gelegd met de bedoeling om [slachtoffer 1] op te laten schrijven welke opdrachten bij welke klanten hij zwart zou hebben verricht en welke bedragen hij daarmee zou hebben verdiend.

Uit de verklaring van [slachtoffer 1] blijkt ook dat hij door dit geweld is bewogen om in te stemmen met betaling van het door [medeverdachte 1] genoemde geldbedrag van € 25.000,--. Dit gedrag van verdachten, ongeacht het antwoord op de vraag of [slachtoffer 1] zwart gewerkt heeft en [onderneming] daarmee tekort heeft gedaan, is te bestempelen als eigenrichting, waarmee de wederrechtelijkheid van de gedragingen van verdachten reeds is gegeven.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte, samen met anderen, [slachtoffer 1] heeft afgeperst.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

feit 1

op 26 februari 2024 (tussen de cameratijden 09:14 en 09:44 uur) te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk

[slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden,

door die [slachtoffer 1] te vertellen dat hij na een werkbespreking in het kantoor van het bedrijfspand moesten blijven zitten en

de telefoons van [slachtoffer 1] enige tijd in te nemen en

(vervolgens) die [slachtoffer 1] meerdere malen tegen het lichaam en hoofd te slaan en te schoppen en

de vrije doorgang telkens te blokkeren en

die [slachtoffer 1] en zijn familie meermaals met de dood te bedreigen en

die [slachtoffer 1] steeds in de gaten te houden en

een dreigende houding jegens die [slachtoffer 1] aan te nemen en

die [slachtoffer 1] steeds te dwingen om weer het bedrijfspand binnen te gaan en

dat die [slachtoffer 1] in dat bedrijfspand moest blijven totdat die [slachtoffer 2] weer terug was in dat bedrijfspand en

die [slachtoffer 1] een tattoo op de rug te laten zien en daarbij te zeggen dat hij bij die bende hoort en dat die bende moordenaars zijn en vervolgens op een telefoon op internet de zoekresultaten te laten zien van ‘ [.] ’ en ‘wat zijn [.] ’ en

te zeggen dat als [slachtoffer 1] naar de politie zou gaan hij [slachtoffer 1] zou afschieten met een blaffer en [slachtoffer 1] zijn gezin naar de knoppen zou gaan en

te zeggen dat hij niet wist met wie [slachtoffer 1] te maken had en hij zijn blaffer zou meenemen en te zeggen dat hij in staat was om [slachtoffer 1] te vermoorden, ook al is het maar voor 100 euro, en

[slachtoffer 1] op zijn achterhoofd te slaan;

feit 2 primair

op 26 februari 2024 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld

[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het aangaan van een schuld te weten

het betalen van 25.000 euro en

het ter beschikking stellen van gegevens te weten een lijst met geldbedragen die door die [slachtoffer 1] in de buurt van de klanten zijn verdiend door

die [slachtoffer 1] meerdere malen tegen het lichaam en hoofd te slaan en te schoppen en

die [slachtoffer 1] en familie meermaals met de dood te bedreigen en

de vrije doorgang telkens te blokkeren en

met een postbakje te slaan/gooien op/in de richting van [slachtoffer 1] en

met een pen een stekende beweging in de richting van het gezicht van [slachtoffer 1] te maken en met een pen met kracht op de papieren op het bureau te slaan en

die [slachtoffer 1] steeds in de gaten te houden en

die [slachtoffer 1] steeds te dwingen om weer het bedrijfspand binnen te gaan en

dat die [slachtoffer 1] in dat bedrijfspand moest blijven totdat die [slachtoffer 2] weer terug was in dat bedrijfspand en

te zeggen dat [slachtoffer 1] de volgende dag om 7 uur moest beginnen anders kwam [medeverdachte 3] hem halen en dan bleef het niet bij een blauw en

die [slachtoffer 1] te slaan en bij zijn nek te grijpen en op het bureau te duwen en

die [slachtoffer 1] (vervolgens) een tattoo op de rug te laten zien en (daarbij) te zeggen dat hij bij die bende hoort en dat die bende moordenaars zijn en (vervolgens) op zijn telefoon op internet de zoekresultaten te laten zien van ‘ [.] ’ en ‘wat zijn [.] ’ en

te zeggen dat als [slachtoffer 1] naar de politie zou gaan hij [slachtoffer 1] zou afschieten met een blaffer en [slachtoffer 1] zijn gezin naar de knoppen zou gaan en

te zeggen dat hij niet wist met wie [slachtoffer 1] te maken had en hij zijn blaffer zou meenemen en te zeggen dat hij in staat was om [slachtoffer 1] te vermoorden, ook al is het maar voor 100 euro en (vervolgens) [slachtoffer 1] op zijn achterhoofd te slaan.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

feit 1

medeplegen van opzettelijk iemand van de vrijheid beroven en beroofd houden;

feit 2 primair

afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid feiten en verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5. Straf en/of maatregel

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:

- een gevangenisstraf van 4 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

De officier van justitie eist dat aan de verdachte wordt opgelegd:

- een contactverbod met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] als vrijheidsbeperkende maatregel

voor de duur van 3 jaar, te vervangen door 1 week hechtenis voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet, met een maximum van zes maanden.

De officier van justitie eist dat deze maatregel direct na de uitspraak ingaat (dadelijk uitvoerbaar is).

Standpunt van de verdediging

De advocaat voert aan dat de verdachte alleen voor mishandeling zou kunnen worden veroordeeld, maar dat dat niet aan verdachte ten laste is gelegd.

Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf en maatregel houdt de rechtbank rekening met de ernst van het de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst van de feiten

[medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 3] hebben samen op 26 februari 2024 [slachtoffer 1] een behoorlijke tijd van zijn vrijheid beroofd en beroofd gehouden en die [slachtoffer 1] met geweld gedwongen om klantgegevens op te schrijven en toe te zeggen een geldbedrag aan [medeverdachte 1] te betalen. Dit geldbedrag zou [slachtoffer 1] hebben verdiend door klanten van het bedrijf van [medeverdachte 1] te stelen. In plaats van dit via de civiele rechter te regelen, is ervoor gekozen om dit op volstrekt ontoelaatbare wijze op te lossen door het recht in eigen hand te nemen, waarbij ook aanzienlijk geweld is gebruikt. Uit de verklaring van [slachtoffer 1] blijkt hoeveel impact deze situatie op hem heeft gehad en hoe hij nog steeds de gevolgen hiervan ondervindt. De rechtbank neemt dit de verdachte zeer kwalijk.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 5 december 2025. Daaruit blijkt dat de verdachte op 25 mei 2025 veroordeeld is door de politierechter voor uitgaansgeweld. De rechtbank zal op grond van artikel 63 Sr hiermee rekening houden.

De straf

De rechtbank is van oordeel dat alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur recht doet aan de ernst van wat hier gebeurd is. De rechtbank heeft bij het bepalen van de duur rekening gehouden met de rol van de verdachte in het geheel. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar passend en geboden. De rechtbank wijkt hiermee af van de eis van de officier van justitie omdat die eis onvoldoende recht doet aan de aard en ernst van wat er is gebeurd.

Vrijheidsbeperkende maatregel

De rechtbank ziet ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten aanleiding om aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen als bedoeld in artikel 38v Sr. De rechtbank zal bevelen dat de verdachte op geen enkele wijze -direct of indirect- contact heeft of zoekt met [slachtoffer 1] , zoals nader omschreven in het dictum.

De rechtbank zal deze vrijheidsbeperkende maatregel opleggen voor de duur van 3 jaar. Voor iedere keer dat de verdachte deze maatregel overtreedt, zal vervangende hechtenis worden opgelegd voor de duur van maximaal 1 week, met een maximale totale duur van zes maanden. Daarbij geldt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verdachte niet ontslaat van nakoming van deze maatregel.

De rechtbank zal de maatregel dadelijk uitvoerbaar verklaren, nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte en/of zijn mededaders opnieuw een strafbaar feit zullen plegen of zich belastend zullen gedragen jegens [slachtoffer 1] . De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod.

De voorlopige hechtenis

De rechtbank zal het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

6. Vordering benadeelde partij

Vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 1] heeft zich gesteld als benadeelde partij. Hij vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 10.903.25, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 684,50 voor vergoeding van materiële schade en € 10.218,65 voor vergoeding van immateriële schade. Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt dat de benadeelde partij zijn schade goed onderbouwd heeft. De schade vloeit rechtstreeks voort uit de ten laste gelegde feiten. De hoogte is alleszins redelijk. De vordering kan toegewezen worden zoals gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De advocaat stelt primair dat gelet op de gevraagde vrijspraak de benadeelde partij niet ontvankelijk is in zijn vordering. Subsidiair stelt de advocaat dat de benadeelde partij zijn psychische klachten niet-voortvarend heeft bestreden alsmede dat sprake is van een relatie tussen het cannabisgebruik van de benadeelde partij en zijn klachten. Een verhoging van het smartengeld is niet op haar plaats. Voor wat betreft het lichamelijk letsel is nog steeds onduidelijk of nu wel of niet sprake is geweest van een polsfractuur. Ook hierom dient de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaard te worden.

Oordeel van de rechtbank

Materiele schade

De vordering tot vergoeding van materiële schade, bestaande uit de nota’s voor fysiotherapie, is voldoende onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door de bewezenverklaarde feiten, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade van € 684,50 daarom geheel toe.

Immateriële schade

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.

De benadeelde partij heeft voldoende gegevens verstrekt waaruit blijkt dat hij door de door de verdachte gepleegde strafbare feiten geestelijk letsel heeft opgelopen. Uit de op naam van het slachtoffer staande medische stukken blijkt dat het slachtoffer als gevolg hiervan PTSS heeft opgelopen en dat hij hiervoor in behandeling is. Dat bij het slachtoffer mogelijk al eerder PTSS zou zijn vastgesteld maakt dit niet anders.

Gelet op soortgelijke zaken is de rechtbank van oordeel dat een vergoeding van € 8.175,-billijk is. De rechtbank wijst dit deel van de vordering van de benadeelde partij daarom tot dat bedrag toe. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk.

Wettelijke rente

De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 26 februari 2024 tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.

Hoofdelijkheid

Omdat de verdachte de strafbare feiten waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk (juridische term: hoofdelijk aansprakelijk). Voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij te betalen.

Proceskosten

Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt.

De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vaststaat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen en toelichten van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor hem doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag

aan de Staat moet betalen. Dit bedrag bestaat uit € 684,50 aan materiële schade en € 8.175,- aan immateriële schade.

Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 februari 2024 tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald.

Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 80 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.

Omdat de verdachte de strafbare feiten waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk (juridische term:

hoofdelijk aansprakelijk). Voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij of aan de Staat heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij of aan de Staat te betalen.

7. Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en maatregel zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

14a, 14b, 14c, 36f, 38v, 38w, 47, 57, 63, 282 en 317 Artikelen van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat de verdachte feit 1 en feit 2 primair heeft gepleegd, zoals hierboven is omschreven;

- verklaart het overige dat in de tenlastelegging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf en maatregel

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 2 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- als algemene voorwaarde geldt dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- legt aan de verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 3 jaren;

- beveelt dat verdachte

 op geen enkele wijze -direct of indirect- contact zal hebben met [slachtoffer 1] ;

- beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

- beveelt dat voor elke keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan 1 week hechtenis zal worden toegepast, met een maximum van zes maanden;

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij

- wijst de vordering van [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 8.859,50;

- veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 februari 2024 tot de dag van volledige betaling, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat

€ 8.859,50 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 februari 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 80 dagen gijzeling;

- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

- legt aan de verdachte de hoofdelijke verplichting op het toegewezen bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

voorlopige hechtenis

- heft op het geschorstebevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. S.M. van Lieshout, voorzitter, mr. M.J. Terstegge en mr. M.M. van der Zwaag, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Troostheide, als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2026.

De oudste rechter en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1

Hij, op of omstreeks 26 februari 2024 (tussen de cameratijden 09:14 en 09:44 uur) te

Amersfoort, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden,

door die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te vertellen dat zij/hij na een werkbespreking

in het kantoor van het bedrijfspand moesten blijven zitten en/of

de telefoons van [slachtoffer 1] enige tijd in te nemen en/of

(vervolgens) die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] meerdere malen tegen het lichaam

en/of hoofd te slaan en/of te schoppen en/of de deur van het kantoor alwaar die

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gedwongen verbleven op slot te draaien, althans dat slot

vast te pakken en/of te doen alsof de deur op slot werd gedraaid, althans de vrije

doorgang telkens te blokkeren en/of

die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of zijn/hun familie meermaals met de dood te

bedreigen en/of

die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] steeds in de gaten te houden en/of een dreigende

houding jegens die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] aan te nemen en/of

die [slachtoffer 1] steeds te dwingen om weer het bedrijfspand binnen te gaan en/of

tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat hij niet mocht vluchten en/of

te zeggen dat die [slachtoffer 1] in dat bedrijfspand moest blijven totdat die [slachtoffer 2]

[achternaam van de slachtoffers] weer terug was in dat bedrijfspand en/of

en/of die [slachtoffer 1] een tattoo op de rug te laten zien en/of (daarbij) te

zeggen/insinueren dat hij bij die bende/gang hoort en dat die bende/gang

moordenaars zijn en/of (vervolgens) op een telefoon op internet de zoekresultaten

te laten zien van ‘ [.] ’ en/of ‘wat zijn [.] ’ en/of te zeggen dat als

[slachtoffer 1] naar de politie zou gaan, hij [slachtoffer 1] zou afschieten met een blaffer en/of

[slachtoffer 1] zijn gezin naar de knoppen zou gaan en/of te zeggen dat hij niet wist met

wie [slachtoffer 1] te maken had en hij zijn blaffer zou meenemen en/of te zeggen dat hij in

staat was om [slachtoffer 1] te vermoorden, ook al is het maar voor 100 euro, althans

(telkens) woorden van gelijke (dreigende) aard/strekking en/of (vervolgens) [slachtoffer 1]

op zijn achterhoofd te slaan;

2

Hij, op of omstreeks 26 februari 2024 te Amersfoort

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het

oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld

en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte

van 25.000 euro althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of

ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of een derde toebehoorde(n) en/of

het aangaan van een schuld te weten het betalen van 25.000 euro althans enig

geldbedrag en/of het gratis moet(en) werken totdat 25.000 euro althans enig

geldbedrag was afgelost en/of het ter beschikking stellen van gegevens te weten een lijst met geldbedragen die

door die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] in de buurt van de klanten van hem, verdachte,

zijn/is verdiend

door

die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] meerdere malen tegen het lichaam en/of hoofd te

slaan en/of te schoppen

en/of die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of zijn/hun familie meermaals met de

dood te bedreigen

en/of de deur van het kantoor waarin die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zich bevonden

op slot te draaien, althans dat slot vast te pakken en/of te doen alsof de deur op slot

werd gedraaid, althans de vrije doorgang telkens te blokkeren en/of

met een postbakje te slaan/gooien op/in de richting van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]

en/of

met een pen een stekende beweging in de richting van het gezicht van [slachtoffer 1] te

maken en met een pen met kracht op de papieren op het bureau te slaan en/of

die [slachtoffer 1] steeds in de gaten te houden en die [slachtoffer 1] steeds te

dwingen om weer het bedrijfspand binnen te gaan en/of tegen die [slachtoffer 1] te

zeggen dat hij niet mocht vluchten en/of dat die [slachtoffer 1] in dat bedrijfspand

moest blijven totdat die [slachtoffer 2] weer terug was in dat bedrijfspand en/of

te zeggen dat [slachtoffer 1] de volgende dag om 7 uur moest beginnen, anders kwam

[medeverdachte 3] hem halen en dan bleef het niet bij een blauw en/of die [slachtoffer 1] (meermalen)

te slaan en/of bij zijn nek te grijpen en op het bureau te duwen en/of die [slachtoffer 1]

(vervolgens) een tattoo op de rug te laten zien en/of (daarbij) te zeggen/insinueren

dat hij bij die bende/gang hoort en dat die bende/gang moordenaars zijn en/of

(vervolgens) op zijn telefoon op internet de zoekresultaten te laten zien van

‘ [.] ’ en/of ‘wat zijn [.] ’ en/of te zeggen dat als [slachtoffer 1] naar de

politie zou gaan, hij [slachtoffer 1] zou afschieten met een blaffer en/of [slachtoffer 1] zijn gezin

naar de knoppen zou gaan en/of te zeggen dat hij niet wist met wie [slachtoffer 1] te maken

had en hij zijn blaffer zou meenemen en/of te zeggen dat hij in staat was om [slachtoffer 1]

te vermoorden, ook al is het maar voor 100 euro, althans (telkens) woorden van

gelijke (dreigende) aard/strekking en/of (vervolgens) [slachtoffer 1] op zijn achterhoofd te

slaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij, op of omstreeks 26 februari 2024 te Amersfoort

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering

van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te dwingen tot

de afgifte van 25.000 euro althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die

geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of een derde

toebehoorde(n) en/of

het aangaan van een schuld te weten het betalen van 25.000 euro althans enig

geldbedrag en/of het gratis moet(en) werken totdat 25.000 euro althans enig

geldbedrag was afgelost en/of

het ter beschikking stellen van gegevens te weten een lijst met geldbedragen die

door die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] in de buurt van de klanten van hem, verdachte,

zijn/is verdiend

immers hebben/heeft hij, verdachte en/of zijn mededaders

die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] meerdere malen tegen het lichaam en/of hoofd

geslagen en/of geschopt en/of die [slachtoffer 1] en/of

[slachtoffer 2] en/of zijn/hun familie meermaals met de dood bedreigd en/of

de deur van het kantoor waarin die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zich bevonden op

slot gedraaid, althans dat slot vast gepakt en/of gedaan alsof de deur op slot werd

gedraaid, althans de vrije doorgang telkens hebben geblokkeerd en/of met een postbakje geslagen/gegooid op/in de richting van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]

en/of

met een pen een stekende beweging in de richting van het gezicht van [slachtoffer 1]

gemaakt en met een pen met kracht op de papieren op het bureau geslagen en/of

en/of die [slachtoffer 1] steeds in de gaten gehouden en die [slachtoffer 1] steeds

gedwongen om weer het bedrijfspand binnen te gaan en/of tegen die [slachtoffer 1]

gezegd dat hij niet mocht vluchten en/of dat die [slachtoffer 1] in dat bedrijfspand

moest blijven totdat die [slachtoffer 2] weer terug was in dat bedrijfspand en/of

gezegd dat [slachtoffer 1] de volgende dag om 7 uur moest beginnen, anders kwam [medeverdachte 3]

hem halen en dan bleef het niet bij een blauw en/of die [slachtoffer 1] (meermalen) heeft

geslagen en/of bij zijn nek heeft gegrepen en op het bureau heeft geduwd en/of die

[slachtoffer 1] (vervolgens) een tattoo op de rug heeft laten zien en/of (daarbij) heeft

gezegd/geïnsinueerd dat hij bij die bende/gang hoorde en dat die bende/gang

moordenaars zijn en/of (vervolgens) op zijn telefoon op internet de zoekresultaten

heeft laten zien van ‘ [.] ’ en/of ‘wat zijn [.] ’ en/of gezegd heeft

dat als [slachtoffer 1] naar de politie zou gaan, hij [slachtoffer 1] zou afschieten met een blaffer

en/of [slachtoffer 1] zijn gezin naar de knoppen zou gaan en/of heeft gezegd dat hij niet

wist met wie [slachtoffer 1] te maken had en hij zijn blaffer zou meenemen en/of heeft

gezegd dat hij in staat was om [slachtoffer 1] te vermoorden, ook al is het maar voor 100

euro, althans (telkens) woorden van gelijke (dreigende) aard/strekking en/of

(vervolgens) [slachtoffer 1] op zijn achterhoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Bijlage II: Bewijsmiddelen

Een proces-verbaal van bevindingen

In belang van het onderzoek is op 26 februari 2024 de telefoon van verdachte [medeverdachte 1] in beslaggenomen. Ik zag dat [medeverdachte 1] op 24 februari 2024 een WhatsAppbericht stuurde naar [naam 1] ’. Ik zag dat [naam 1] gebruik maakt van telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Ik zag dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [naam 1] , geboren [1997] te [geboorteplaats 2] .

[onderneming] B.V.

Heb weer een probleem met [slachtoffer 2] en die broertje stelen weer.

Maandag even afstraffen.

Ik zag dat er op 25 februari 2024 een WhatsApp gesprek plaatsvond tussen [medeverdachte 1] en ‘ [naam 5] ’. Ik zag dat [naam 5] gebruik maakt van telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Het is verbalisant ambtshalve bekend dat [verdachte] op de dag van de gijzeling een trui met [naam 5] aanheeft en is aan komen rijden in een bus met bedrukking [naam 5] . Het is hierdoor zeer aannemelijk dat het Whatsapp gesprek plaatsvindt tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] .

[onderneming] B.V.

Kan jij morgen vroeg om 7 uur bij mijn op de zaak zijn

Ik heb hem betrapt

Zwarte klus [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]

Weet welke klant en hoe

[naam 5]

Komt goed doen we

[onderneming] B.V

Nu kan je mijn even helpen haha plaats van boekhouden

Jij bent nu accountant

Hij doet elke keer kaartje van zich zelf achter laten

Zeker 11 klanten

Het is wel [slachtoffer 1]

[naam 5]

Maar wat wil je dat ze gaan doen?

Moeten ze klappen krijgen

Uitkleden

Of rustig praten

[onderneming] B.V.

Terug betalen en door werken

[naam 5]

Alles in leveren

[onderneming] B.V.

[slachtoffer 1] gaat stoer doen let maar op

[naam 5]

Die krijgt gelijk een paar

[onderneming] B.V.

Je kent hem

Een proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] :

V: Op welk moment heb jij iets gehoord van de voorbereidingen dat ze [slachtoffer 1] wilden confronteren?A: Volgens mij een dag daarvoor. [medeverdachte 1] heeft me toen gebeld. Hij vertelde wat er gaande was, en dat hij daarom een gesprek wilde de volgende dag. Ik moest sowieso bij de vergadering zijn. Hij heeft iedereen gebeld met de vraag of het klopt dat er gestolen werd. Hij vroeg ook: wist jij dat [slachtoffer 1] zijn kaartje geeft aan mijn klanten? (…) Dat was dus op zondag of zaterdag.

Een proces-verbaal van bevindingen

Op 26 februari 2024 waren wij, van [naam 6] en [naam 7] , werkzaam voor de politie Eenheid Midden- Nederland als opgeleid en gecertificeerd politieonderhandelaars. Op 26 februari 2024, omstreeks 12:00 hrs zijn wij in gesprek getreden met de melder, [slachtoffer 2] , van de wederechtelijke vrijheidsberoving van zijn broertje, [slachtoffer 1] . Wij zagen dat [achternaam van de slachtoffers] bij ons in de auto stapte en ons de volgende zaken vertelde:

- Dat hij vanochtend samen met zijn broertje [slachtoffer 1] naar hun werk was gegaan, op

de [straat] [nummer] te [plaats] .

- Hij daar met zijn broertje werd vastgehouden tegen hun wil door 4 a 5 anderen naast voornoemde [medeverdachte 1] .

- Dat hij zag dat zijn broertje klappen kreeg van de onbekende mannen

- Hij daarop ingreep en toen zelf een aantal vuistslagen kreeg en geschopt werd tegen zijn ribben.

- Hij vervolgens is gevlucht uit de loods en met zijn auto is vertrokken. Hierna heeft hij de politie gebeld.

- In de tussentijd zou [achternaam van de slachtoffers] meerdere keren zijn gebeld door het telefoonnummer van zijn broertje, maar dan hoorde hij andere mannen het gesprek voeren. Ze zeiden hem dat hij moest terugkomen naar de loods om te praten.

Wij zagen dat [achternaam van de slachtoffers] gedurende het gesprek meerdere malen tranen in zijn ogen

ontwikkelde en met gebroken stem sprak. Wij hoorden hem zeggen dat hij zich zorgen

maakte over zijn broertje en dat hij zich schuldig voelde dat hij hem had achtergelaten in de

loods met de personen die hem sloegen.

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1]

Op 26 februari 2024 verscheen voor ons, aangever [slachtoffer 1] . Aangever verklaarde het navolgende:

Vanochtend kwam ik op de zaak. De zaak is gevestigd aan de [straat] [nummer] te [plaats] . Ik was daar samen met mijn broer [slachtoffer 2] . In de groepsapp was aangegeven dat we eerst werkbespreking hadden. Nadat de vergadering was afgelopen, werden wij door [medeverdachte 1] verzocht om nog even te blijven zitten. De jongens die nog even moesten blijven zitten waren: Ikzelf, [slachtoffer 2] (mijn broer), [naam 8] , [naam 13] en [naam 3] .

[medeverdachte 1] zei tegen mij: "Ja je maakt klussen van mij in Utrecht". De zwager van [medeverdachte 1] , [verdachte] stond op dat moment naast mij. Ik keek [verdachte] aan en gelijk kreeg ik van [verdachte] een klap in mijn gezicht. Ondertussen kreeg ik nog meer klappen van [verdachte] en werd ik in een hoekje geduwd. [medeverdachte 1] zei tegen mij: "je steelt van mij".

Ik zag dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op [slachtoffer 2] gingen. En ja het is toch mijn broer, dus ik ging daar op af. Ik wilde ze van [slachtoffer 2] afhalen. Op dat moment kreeg ik een trap. Vervolgens werd ik in een hoek getrapt. Ik kreeg trappen tegen mijn gezicht aan. Ik zag dat [medeverdachte 2] en [verdachte] mij in mijn gezicht trapten. Ik zag dat [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] ook met mijn broer [slachtoffer 2] aan het vechten waren. Het was op dat moment een grote chaos.

Op een gegeven moment gingen zij de kamer uit en bleven [slachtoffer 2] en ik alleen achter in de kamer. Ik zei oke, als je de kans ziet om weg te gaan, licht de politie in.

De jongens ( [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 2] ) kwamen weer terug. Ik moest van [medeverdachte 1] nauwkeurig opschrijven wat ik van mijzelf prive heb gemaakt en wat in de buurt was van zijn klanten. Elke keer als ik de pen pakte en hen aankeek kreeg ik klappen in mijn gezicht, dus ik moest het echt opschrijven. Vervolgens gingen de jongens weer weg.

[slachtoffer 2] bedacht een smoes om weg te gaan. Hij zei dat hij een slijptol voor een collega uit de auto moest pakken. Dit was een smoes om weg te komen. Dit lukte en [slachtoffer 2] bleef weg.

Ik bleef dus alleen achter en de jongens ( [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] ). Ik werd vervolgens geslagen door [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] kwam er later bij. [medeverdachte 3] zit bij één of andere bende. Dat liet hij mij ook zien. Hij had op zijn rug een Chinees teken, kennelijk van deze bende. [medeverdachte 3] zie tegen mij dat hij in staat was om mij te vermoorden, ook al is het maar voor 100 euro en dat soort dingen en ik kreeg vervolgens alleen maar klappen. [medeverdachte 3] gaf mij elke keer klappen op mijn achterhoofd.

Vervolgens werd ik in het kantoor van [medeverdachte 1] geplaatst. Ik was toen alleen. In deze ruimte kwam [medeverdachte 3] op mij af. Ik wilde op een gegeven moment met [medeverdachte 1] onder vier ogen praten. Als er problemen zijn dan kunnen we er over praten. Maar dat was niet het geval ik kon ook niet een normaal gesprek met [medeverdachte 1] voeren, want die [medeverdachte 3] kwam elke keer achter mij aan.

[medeverdachte 3] heeft mij ook met de dood bedreigd en ook mijn familie bedreigd dat ik niet naar de politie mocht gaan, dat anders mijn gezin naar de knoppen zou gaan. [medeverdachte 3] zei tegen mij dat hij niet wist met wie hij te maken had. Hij zou dan zijn blaffer meenemen.

Ik ben mishandeld door middel van slaan en trappen. Ik heb hiervan letsel overgehouden. Ik heb voornamelijk letsel in mijn gezicht, mijn nek en ik ben tegen mijn rechterschouder getrapt en ik heb heel veel klappen op mijn gezicht gekregen. Ik zag en voelde dat de klappen in mijn gezicht met de vuisten gebeurde. Ik zag en voelde dat de vuistslagen opzettelijk en met grote kracht werden gegeven. Kennelijk om mij pijn en letsel toe te brengen. Het schoppen ging echt met grote kracht. Ik zag dat de mannen mij kennelijk opzettelijk raakten met hun naar voren gerichte trappen.

Ik moet 25 duizend euro aan [medeverdachte 1] betalen, omdat ik dan zogenaamd zijn klanten heb afgepakt. Maar ik heb dat never nooit verdiend. Ik heb dit vanochtend van [medeverdachte 1] gehoord dat ik dat bedrag aan [medeverdachte 1] moest betalen. Ik heb tegen [medeverdachte 1] gezegd dat ik dat wel op wilde lossen, Ik heb geen zin in gezeik. Maar wat ik aan dat soort klussen heb verdiend is nog geen 6.500 euro. [medeverdachte 1] heeft dat bedrag gewoon verdriedubbeld en dat moet ik terugbetalen.

Ik mag daar jaren over doen, maar het moet wel betaald worden, ander heb ik problemen.

Ik moet ook morgen weer om 07.00 uur aan de [straat] zijn, anders heb ik weer problemen. Ik heb daar mee ingestemd, omdat ik op dat moment weg wilde. Ik dacht op dat moment alleen maar aan mijn eigen veiligheid. Nadat ik eigenlijk min of meer had ingestemd, ben ik door een collega [naam 2] naar huis gebracht.

Ik kon wel naar buiten om te roken, maar dan kwam [medeverdachte 3] achter mij aan om mij in de gaten te houden. [medeverdachte 3] dwong mij ook steeds om weer naar binnen te gaan. Als ik mij om zou keren om weg te gaan, dan zou ik klappen krijgen. Ik mocht niet vluchten want dan zou [medeverdachte 3] achter mij aan gaan. Ik heb toen maar braaf gedaan wat ze wilden. Ik wilde niet nog meer klappen.

Het hele voorval heeft geduurd van ongeveer 08.00 uur tot en met ongeveer 14.00 uur. Ik mocht namelijk niet eerder weg totdat [slachtoffer 2] er weer was. [slachtoffer 2] is denk ik om 08.45 uur weggegaan. Hij is niet meer teruggekomen.

Mijn telefoons hebben ze in het begin van mij afgenomen en later weer aan mij teruggeven. Verder hebben ze niets van mij weggenomen.

[medeverdachte 1] heeft mijn werktelefoon doorgespit op klanten en nummers om te kijken of deze overeenkwamen met zijn klantenbestand. Daar kwamen twee klanten uit die in dezelfde straat waren waar [medeverdachte 1] een klus had. Aan de hand daarvan moest ik dat geldbedrag betalen.

[medeverdachte 1] heeft tegen mij gezegd dat ik morgen gewoon weer om 07.00 uur moet beginnen anders komt [medeverdachte 3] mij halen en dan blijft het niet bij een blauw. Dit heeft [medeverdachte 3] tegen mij gezegd. Ik moet dan net doen of er niets gebeurd is.

Zoals ik al eerder heb verklaard, heeft [medeverdachte 3] een tattoo op zijn rug van een gang. Hij heeft op internet aan mij laten zien wat voor gang dit is. Ik als dat deze gang moordenaars zijn. Dus ik ben best wel bang. Vandaar dat ik ook zelf de politie niet heb gebeld.

Ik voelde mij bedreigd en bang dat mijn gezin of mij iets zou worden aangedaan als ik niet instemde met het te betalen geldbedrag. [medeverdachte 3] kwam op mij over als zeer imposant persoon.

Een proces-verbaal van de rechter-commissaris van verhoor getuige [slachtoffer 1]

Vervolgens zegt u dat [medeverdachte 1] tegen u zei dat u klussen voor hem maakte in Utrecht. Hoe was de toon? Boos. Een beetje agressief. Het was ook ineens boos.

Verderop verklaarde u dat het ‘een grote vechtpartij’ werd. Wat bedoelt u daarmee?

Ik kreeg een klap van [verdachte] . Ik zei bij de eerste klap: ‘Moet dat nou? Is dat nodig?’ Ik kreeg toen nog een klap van [verdachte] . Bij de derde klap van [verdachte] lag ik op de grond. Ik kon niet veel.

U zag dat [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] met uw broer [slachtoffer 2] aan het vechten waren. Wat zag u precies?

Ik werd op de grond geslagen. Op dat moment zag ik [medeverdachte 1] en [slachtoffer 2] op elkaar ingaan. [medeverdachte 2] en [verdachte] zaten op mij. Ik zag het, maar ik kon niets.

Waar sloeg [medeverdachte 1] ?

In zijn gezicht. Het was wel echt een volle treffer.

Hebt u op een gegeven moment gezien dat de deur op slot werd gedaan?

De deur werd wel dichtgehouden. Ik weet niet door wie, want ze stonden achter de deur. Het was een dichte deur. De deur ging naar buiten open.

Is [medeverdachte 1] daarna nog teruggekomen?

Ja.

Mocht u weg toen u in het kantoortje zat?

Nee. Ik mocht niet weg.

Wie heeft dat tegen u gezegd?

[medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] ; allemaal. Voornamelijk [medeverdachte 1] .

Bent u vastgehouden zodat u niet weg kon?

Nee, ik ben op een stoel gezet door [medeverdachte 3] .

Was [medeverdachte 1] op dat moment nog in de ruimte?

Hij kwam wel iedere keer langs. Hij was niet constant in de ruimte.

Is er tegen u gezegd dat u pas weg mocht als u dit of dat had gedaan?

Ja.

Wat was dat precies?

Ik moest opschrijven bij welke klanten van [medeverdachte 1] ik had gewerkt. Het ging om klanten waarvan [medeverdachte 1] vond dat ik daar zwart had gewerkt.

Bent u op enig moment bedreigd met de dood of zware mishandeling?

Ja.

Wat is er tegen u gezegd en door wie?

[medeverdachte 3] kwam er later bij. Hij heeft mij voornamelijk met de dood bedreigd en mijn familie en mijn gezin. Ze vonden dat ik van hen had gestolen. Ik moest het maar terugbetalen.

Waarom hebt u niet geprobeerd weg te komen?

Ik had het kunnen proberen, maar dan had ik nog meer klappen gekregen. Ik kreeg al klappen als ik niets zei. Ik was als de dood. Ik durfde niet eens weg te lopen.

U heeft verklaard dat [slachtoffer 2] een smoes heeft bedacht om weg te gaan.

Hij heeft dat niet bedacht. De collega had die slijptol nodig en toen is [slachtoffer 2] meegegaan met die collega om die slijptol uit zijn bus te pakken. [slachtoffer 2] is toen weggereden.

Er is ook gesproken over een afbetalingsregeling. Mocht u toen weg?

Nee. Ik mocht toen niet weg omdat [slachtoffer 2] weg was. Hij moest terugkomen volgens [medeverdachte 1] .

Hoe lang heeft u in totaal in dat kantoortje gezeten?

Veel te lang. Ik denk wel vier, vijf uur.

U zei dat [medeverdachte 1] op een gegeven moment wegging. Klopt het dat u daarna op de stoel werd gezet door iemand anders?

Ja. Dat was door [medeverdachte 3] .

Hoe moet ik dat zien?

Ik denk dat hij zes of zeven keer terug is gekomen. [medeverdachte 1] was druk aan het bellen. Hij was aan het bellen en kwam toen weer terug. Vervolgens was hij weer aan het bellen en kwam hij daarna weer terug.

U stemde er mee in dat u de € 25.000 ging terugbetalen?

Ja, op een gegeven moment wel. Ik heb liever mijn leven dan € 25.000. Als ik voor € 25.000

weg kan komen, ja, waarom niet?

Heeft u er een herinnering aan dat [medeverdachte 2] u heeft geslagen?

Nee, ik herinner mij niet dat hij mij geslagen heeft. Hij schopte wel op mij in toen ik op de grond lag.

Toen u zei dat u de €25.000 terug zou betalen, hoe lang heeft u toen nog in het kantoortje gezeten?

Een halfuurtje of driekwartier. Het was tijdloos. Het duurde allemaal zo lang.

Heeft u in de periode dat u in het kantoortje was naar buiten geweest om te roken?

Ja, dat mocht onder begeleiding van [medeverdachte 3] . Ik moest bij de rand van de rolluiken blijven staan. Ik mocht niet weg. Ze wilden het liefst dat ik in de kantoorruimte rookte, zodat ik niet weg zou gaan.

In uw aangifte zegt u ook dat uw telefoons van u waren afgenomen en later weer zijn teruggegeven. Hoe ging dat?

Mijn telefoons werden afgepakt door [medeverdachte 1] . Ik kreeg ze niet terug. Ik moest mijn telefoons ontgrendelen en dat heb ik gedaan. Ik weet niet wat hij ermee heeft gedaan. Ik kreeg mijn telefoons ook weer terug van [medeverdachte 1] .

Een geneeskundige verklaring van 26 februari 2024, opgemaakt door dr. [naam 9] (chirurg)

Medische informatie betreffende:

Achternaam : [achternaam van de slachtoffers]

Voornamen : [slachtoffer 1]

Geboren : [1997]

Omschrijving van het letsel

A. Uitwendig waargenomen letsel

1) trauma capitis

2) pijnlijke schouder rechts

3) contusie pols rechts

D. Datum waarop voornoemde persoon werd onderzocht: 26 februari 2024

F. Geschatte duur van de genezing: 2 weken

Een proces-verbaal van bevindingen (uitkijken camerabeelden)

Op 26 februari 2024 waren de gebroeders [achternaam van de slachtoffers] bij het dakdekkersbedrijf van [medeverdachte 1] , gelegen aan de [straat] [nummer] in [plaats] . Op 26 februari 2024 werd voornoemd bedrijfspand doorzocht. Tijdens deze doorzoeking werd op grond van artikel 94 lid 1 Wetboek van Strafvordering, ter waarheidsvinding, een gegevensdrager van het camerasysteem in beslag genomen.

Het zichtbeeld van camera 1. Ik zag, tijdens de doorzoeking, dat de camera aan de muur in kantoor 1 bevestigd zat.

Ik zag dat de camerabeelden niet op atoomtijd geregistreerd werden. Ik zag dat in proces-verbaal van bevindingen 2024061133-15 staat dat de Dienst Speciale Interventies om 14.10 uur een interventie deed in het pand gelegen aan de [straat] [nummer] te [plaats] . Ik zag op de camerabeelden dat de tijd die geregistreerd werd op het moment dat de Dienst Speciale Interventies intervenieerde, 14.58 uur was.

Op maandag 04 maart 2024 onderzocht ik de camerabeelden die op maandag 26 februari 2024 tussen 06.56 uur en 15.50 uur werden geregistreerd. In dit proces-verbaal heb ik alleen de camerabeelden verwerkt die door camera 1 werden geregistreerd.

Ik zag om 09.00 uur dat er veel personen kantoor 1 binnenliepen. Ik zag dat [medeverdachte 1] , [naam 10] , [naam 13] , [naam 3] , [slachtoffer 1] , NNM07, 15, en 17 zich in het zichtveld van de camera bevonden. Ik zag dat [slachtoffer 2] , [naam 2] , [naam 11] , [naam 12] , NNM05, 08, 09, en 10 zich rechtsonder, buiten het zichtveld van de camera bevonden.

Ik zag om 09.06 uur dat [verdachte] kantoor 1 binnenliep.

Ik zag om 09.09 uur dat [verdachte] en [medeverdachte 1] tegelijkertijd op hun telefoon bezig waren.Ik zag om 09.10 uur dat [verdachte] , [naam 10] , [naam 11] , [naam 12] , NNM05, 07, 09, 15 en 17 kantoor 1 uitliepen. Ik zag dat [slachtoffer 1] rechtsonder uit het zichtveld van de camera liep.

Ik zag dat [naam 3] (de rechtbank begrijpt [naam 3] ) op de bureaustoel voor het tweede bureau zat en dat [medeverdachte 1] op de bureaustoel voor het eerste bureau zat. Ik zag dat [medeverdachte 1] iets opzocht op zijn telefoon waarna hij de telefoon met een afbeelding op het scherm op de hoek van het bureau neerlegde. Ik zag dat [naam 13] aan de rechterkant op een bureaustoel achter het bureau zat.Ik zag dat [naam 2] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] NNM08 en 10 (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2] : hierna aangeduid als [medeverdachte 2] ) kantoor 1 niet verlieten.

Ik zag om 09.11 uur dat [slachtoffer 1] rechtsonder in beeld kwam en dat hij naar [medeverdachte 1] zijn telefoon keek.

Ik zag om 09.11 uur dat [slachtoffer 2] in beeld kwam en eveneens naar de telefoon van [medeverdachte 1] keek.

Ik zag om 09.11 uur dat [medeverdachte 1] de telefoon aan [naam 3] liet zien en dat [naam 3] naar de telefoon keek.

Ik zag om 09.12 uur dat [verdachte] kantoor 1 binnenliep.

Ik zag om 09.13 uur dat [medeverdachte 1] een andere app op zijn telefoon opende, ik zag een landkaart op het scherm van zijn telefoon en dat hij het scherm van zijn telefoon in de richting van de mensen aan de rechterkant hield.Ik zag om 09.14 uur dat [medeverdachte 1] wat vellen papier en een pen op de hoek van het bureau neerlegde.

Ik zag om 09.14 uur dat [medeverdachte 1] opstond en rechtsonder uit beeld liep.

Ik zag om 09.14 uur dat eerst [slachtoffer 2] en direct daarna [medeverdachte 1] in beeld verschenen. Ik zag dat [medeverdachte 1] [slachtoffer 2] bij zijn kleding vasthield. Ik zag dat [medeverdachte 1] en [slachtoffer 2] van rechts naar links door het beeld bewogen.

Ik zag om 09.14 uur dat [slachtoffer 2] met kracht tegen de muur werd geduwd en dat [medeverdachte 2] achter [slachtoffer 2] en [medeverdachte 1] aanliep. Ik zag dat [medeverdachte 2] vervolgens zijn rechterarm naar achter zijn lichaam bewoog, zijn hand balde tot een vuist en vervolgens op hoge snelheid een slaande beweging in de richting van het gezicht van [slachtoffer 2] maakte.

Ik zag om 09.14 uur dat [medeverdachte 2] direct na de eerste slag, nog tweemaal zijn rechterarm naar achter zijn lichaam bewoog en vervolgens nogmaals op hoge snelheid een slaande beweging de richting van het gezicht van [slachtoffer 2] maakte. Ik zag [medeverdachte 1] [slachtoffer 2] nog steeds aan zijn kleding vasthield en tegen de muur duwde. Ik zag dat [naam 3] opstond uit de bureaustoel.

Ik zag om 09.14 uur dat [medeverdachte 2] nogmaals op diezelfde manier een slaande beweging maakte. Ik zag dat [medeverdachte 1] [slachtoffer 2] losliet en achteruit stapte en rechtsonder uit beeld liep. Ik zag dat [slachtoffer 2] zijn gezicht wegdraaide en zijn armen uitstak in de richting van [medeverdachte 2] .

Ik zag om 09.14 uur dat [medeverdachte 2] nogmaals een slaande beweging maakte, dat [slachtoffer 2] uit balans raakt en valt. Ik zag dat [slachtoffer 2] achteroverviel en onder uit beeld raakte. Ik zag dat [naam 3] weg was gelopen vanachter het bureau en midden in kantoor 1 stond.Ik zag om 09.14 uur dat [slachtoffer 2] onderin uit beeld verdweenIk zag dat [medeverdachte 2] bleef uithalen in de richting van [slachtoffer 2] en dat [slachtoffer 2] zichzelf probeerde te verdedigen. Ik zag dat [slachtoffer 2] zijn armen uitstak naar [medeverdachte 2] .

Ik zag dat [medeverdachte 2] hem naar de camera toe duwde en nogmaals met kracht uithaalde.

Ik zag dat [medeverdachte 1] eveneens in beeld verscheen. Ik zag om 09.14 uur dat [verdachte] in beeld kwam en dat hij een sweater droeg met op de rug de opdruk [..] .

Ik zag om 09.15 uur dat [medeverdachte 1] zich op de plek bevond waar [slachtoffer 2] gevallen was en dat hij naar beneden keek. Ik zag dat [medeverdachte 1] een stap opzijzette, bukte en zijn rechterarm naar achter zijn lichaam bewoog, zijn hand balde tot een vuist en vervolgens op hoge snelheid een slaande beweging maakte in de richting van de plaats waar [slachtoffer 2] gevallen was. Daarna maakte [medeverdachte 1] op dezelfde manier een slaande beweging met zijn linker vuist en nogmaals met zijn rechtervuist.

Ik zag om 09.15 uur dat [naam 12] , NNMO5 en 16 het kantoor verlieten en dat [naam 2] en [medeverdachte 1] de deur dichtduwden. Ik zag dat [verdachte] op de plaats stond waar [slachtoffer 2] gevallen was en naar beneden keek.

Ik zag om 09.16 uur dat [verdachte] drie voorwerpen op het eerste bureau neerlegde, de voorwerpen zijn gelijkend aan een Stanleymes. Ik zag dat hij zich vervolgens omdraaide naar de plek waar [slachtoffer 2] eerder gevallen was en dat zijn bovenlichaam en armen bewogen alsof hij een harde trap gaf.

Ik zag om 09.16 uur dat [medeverdachte 2] een postvakje met daarin een perforator en wat papier oppakte, boven zijn hoofd tilde en vervolgens met kracht naar de plaats gooide waar [slachtoffer 2] eerder gevallen was.

Ik zag om 09.18 uur dat [medeverdachte 1] en [verdachte] praatten en dat [verdachte] wees in de richting waar [slachtoffer 2] gevallen was.

Ik zag om 09.18 uur dat [medeverdachte 1] naar de deur liep, met zijn linkerhand richting de slotplaat bewoog, zijn hand daar gedurende ongeveer een seconde hield, waarna hij de deurklink vastpakte en de deur opende. Ik zag vervolgens dat [medeverdachte 1] , [naam 2] , [naam 13] en [medeverdachte 2] het kantoor uitliepen.

Ik zag om 09.20 uur dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bij de deuropening van het kantoor stonden.

Ik zag om 09.20 uur dat [verdachte] het kantoor inliep, in de richting van het voorste bureau liep, onderweg in de hoek rechtsonder wees terwijl hij praatte, een pen oppakte en deze op de velletjes papier gooide die op het bureau lagen.

Ik zag om 09.20 uur dat [slachtoffer 1] vanaf onder in beeld kwam, vanaf de plaats waar [slachtoffer 2] gevallen was. Ik zag dat [verdachte] voor hem stond met een pen in zijn rechterhand. Ik zag dat [verdachte] met de pen in de richting van [slachtoffer 1] wees.

Ik zag om 09.20 uur dat [verdachte] zijn hand balde tot vuist, de pen in zijn vuist vasthield, zijn vuist naast zijn gezicht hield, waarna hij een stekende beweging met de pen maakte in de richting van het gezicht van [slachtoffer 1] . Ik zag dat [slachtoffer 1] zijn gezicht afwendde.

Ik zag om 09.20 uur dat [verdachte] de pen met kracht op de papieren vellen op het bureau sloeg. Ik zag dat [slachtoffer 1] op de bureaustoel plaatsnam, de pen vastpakte om vervolgens, zo leek het, iets op het papier te schrijven.

Ik zag om 09.20 uur dat [naam 10] het kantoor niet betrad en dat [naam 13] de deur van het kantoor dicht deed.

Ik zag om 09.22 uur dat [verdachte] op het bureau aan de rechterkant zat. Ik zag dat [slachtoffer 1] zo nu en dan iets op het papier schreef. Ik zag dat er personen in de deuropening van het kantoor stonden en dat de deur een stukje openstond. Ik zag dat de deur sinds de start van het slaan niet onbemand was geweest.

Ik zag om 09.24 uur dat [medeverdachte 1] , [naam 2] en [medeverdachte 2] meermaals het kantoor in- en uitliepen. Ik zag dat [slachtoffer 1] meermaals in zijn gezicht wreef. Ik zag dat [slachtoffer 1] opstond en rechtsonder uit beeld liep. Ik zag dat [verdachte] nog op het bureau aan de rechterkant zat.

Ik zag om 09.25 uur dat [slachtoffer 1] weer op de bureaustoel voor het voorste bureau ging zitten.

Ik zag om 09.26 uur dat [medeverdachte 2] het kantoor inliep. Ik zag dat hij naar rechtsonder liep, praatte, in de hoek rechtsonder keek en dat hij met zijn duim over zijn linkerschouder wees. Ik zag vervolgens dat [slachtoffer 2] in beeld kwam vanuit de richting waar hij heen keek. [slachtoffer 2] liep het kantoor uit, [medeverdachte 2] liep achter hem aan.

Ik zag om 09.26 uur dat [slachtoffer 2] , nadat hij het kantoor uitliep, rechtsaf sloeg, waar ik ambtshalve weet dat de loods zit. [medeverdachte 2] liep achter hem aan. [medeverdachte 1] liep op datzelfde moment het kantoor in.

Ik zag om 09.30 uur dat [medeverdachte 3] het kantoor binnenliep en [medeverdachte 1] begroette

Ik zag om 09.31 uur dat [medeverdachte 3] naar [slachtoffer 1] liep die nog steeds op de bureaustoel zat. Ik zag dat [medeverdachte 3] naast het bureau stond waar [slachtoffer 1] aan zat. Ik zag dat [slachtoffer 1] veelvuldig aan zijn gezicht en hoofd zat, ik zag dat hij over zijn jukbeen wreef. Ik zag dat [medeverdachte 3] zich over [slachtoffer 1] boog, hem continue indringend aankeek en vervolgens met zijn linkerhand een tik op de rechterkant van [slachtoffer 1] zijn voorhoofd gaf. Ik zag dat [slachtoffer 1] direct naar zijn hoofd greep.

Ik zag om 09.31 uur dat [slachtoffer 1] over zijn hoofd bleef wrijven en helemaal in elkaar gedoken zat, hij maakte zichzelf zo klein mogelijk en leunde met zijn hoofd weg van [medeverdachte 3] .

Ik zag om 09.32 uur dat [medeverdachte 3] de bureaustoel waar [slachtoffer 1] op zat een duw gaf. Ik zag dat [medeverdachte 3] dichter bij [slachtoffer 1] kwam staan. Ik zag dat [slachtoffer 1] in elkaar gedoken en met zijn handen voor zijn gezicht zat.

Ik zag om 09.32 uur dat [medeverdachte 3] [slachtoffer 1] nogmaals met de vlakke hand voor zijn hoofd sloeg.

Ik zag om 09.32 uur dat [medeverdachte 3] [slachtoffer 1] zijn hoofd aan de achterkant vastpakte en vervolgens in één beweging, met kracht op het bureau duwde.

Ik zag om 09.34 uur dat [medeverdachte 3] zijn rug ontblootte en deze aan [slachtoffer 1] liet zien

Ik zag om 09.34 uur dat [medeverdachte 3] vervolgens zijn telefoon uit zijn broekzak pakte en iets op zijn telefoon aan [slachtoffer 1] liet zien.

Ik zag om 09.37 uur dat [naam 10] het kantoor binnenliep en voor het middelste bureau plaatsnam om te werken. Ik zag dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] in de deuropening stonden.

Ik zag om 09.44 uur dat [slachtoffer 1] opstond en achter [medeverdachte 1] aan kantoor 2 inliep en dat de deur bijna volledig werd gesloten.

Een proces-verbaal van de rechter-commissaris van verhoor getuige [slachtoffer 2]

Op vragen van de rechter-commissaris:

Wat is er op 26 februari 2024 gebeurd aan de [straat] in [plaats] ? We hadden een bespreking. Toen werd iedereen die er niet bij hoorde eruit gestuurd. Toen bleven mijn broertje en ik over met nog twee anderen.

Weet u nog wie de anderen waren? [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [naam 2] en [verdachte] .

Wat gebeurde er toen? Toen ging [medeverdachte 1] tegen mijn broertje praten en toen kreeg mijn broertje twee klappen op zijn gezicht van [verdachte] . Toen stond ik op, ik zat naast mijn broertje. Toen kwam [medeverdachte 1] naar mij toe en greep [medeverdachte 1] mij bij de keel. Toen was er een worsteling tussen mij en [medeverdachte 1] . Ik heb [medeverdachte 1] geslagen. Ik denk dat ik hem op zijn gezicht heb geslagen. Toen ging het helemaal los tussen iedereen. Toen lag mijn broertje op de grond en werd hij getrapt in zijn ribben en in zijn gezicht. Daarna werd ik ook naar de grond getrokken.

Heeft u gezien wie uw broertje trapte? Ja, [medeverdachte 2] en [verdachte] . Die waren op hem aan het inslaan.

U zegt net trappen?

Ja, op een gegeven moment gingen ze verder met slaan toen hij op de grond lag.

Op vragen van mr. F.M.H. van Mullekom, raadsman van de verdachte [medeverdachte 2] :

Waar ging het dan over tijdens die bespreking?

Het ging over hoe het ging en wat er beter kon. Op een gegeven moment moesten de jongens weg en bleven er maar een paar over.

Waar kent u [medeverdachte 2] van?

Werk.

Weet u waarom hij nog aanwezig was tijdens die bespreking?

Nee, ik denk dat ze het van tevoren besproken hadden dat wanneer iedereen weg moest dat

hij moest blijven zitten.

Die bespreking was in een kantoor. Was de deur open of dicht?

Dicht.

Mocht u weg uit dat kantoortje?

Nee, ze wouden met ons praten. We zaten daar als 2 jongetjes op de grond.

Van wie mocht u niet weg?

Van de jongens die daar stonden. Uiteindelijk ben ik wel weggegaan.

Hoe is dat gegaan?

Een collega van mij had wat nodig uit mijn bus en toen mocht ik met hem meelopen. Ik ben toen met de bus weggereden.

In de tijd dat u in het kantoortje was, is [medeverdachte 2] er de hele tijd bij geweest?

Ja, hij was erbij. Hij is niet eerder weggegaan als ik. De enige die eerder wegging was ik, omdat die collega mij om spullen vroeg.

Op vragen van mr. J.P. Jansen, de officier van justitie:

U ontkomt en loopt mee met een collega naar het busje. Waarom gaat u niet terug?

Het liep zo uit de hand en ging helemaal verkeerd. Toen heb ik de keuze gemaakt om weg te

rijden. Dat was niet zonder twijfel. Ik wou wel teruggaan, want mijn broertje zat daar.

Was u bang?

Ja, voor wat er zou gaan gebeuren. Je weet het niet.

U belt vervolgens met de politie. Waarom belt u de politie?

Omdat wij daar vast werden gehouden. We mochten niet weg. Ik had ook het geluk dat die

collega kwam en ik wel snel weg kon.

Een proces-verbaal van verhoor getuige [naam 3]

Op 26 februari 2024 kreeg ik in de ochtend een appje dat we een vergadering hadden. Ik zag dat iedereen er was er behalve meneer [medeverdachte 1] . Toen begon de vergadering met iedereen. We hebben toen vergaderd, zoals we eens in de twee a drie maanden doen. Ik zag dat op een gegeven moment [verdachte] de deur binnen kwam lopen. Op dit moment was de vergadering een beetje klaar. Ik hoorde dat er werd gezegd; " [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [naam 3] , [naam 4] en [naam 13] willen jullie nog even blijven, want [medeverdachte 1] heeft nog wat vragen voor jullie".

Toen werden wij in het lokaal gehouden. Ik hoorde dat er vragen gesteld werden, voornamelijk aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Ik zag dat [verdachte] zich toen agressief begon op te stellen. Ik zag dat [verdachte] [slachtoffer 1] een duw gaf. Ik zag dat er toen een heel conflict begon. Ik zag dat de twee broertjes, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] , toen in elkaar geslagen en geschopt werden. Het ging allemaal zo snel dat ik niet precies kan vertellen hoe. Ik zag dat de broertjes op de grond lagen en ze hadden duidelijk pijn.

Ik zag vervolgens nog wel een man binnenkomen. Hij rende langs ons heen richting het kantoorlokaal. Ik kende deze man eigenlijk niet, maar heb hem één keer eerder gezien in het voorbijgaan. Het was een kennis van [verdachte] . Die jongen die er later bij kwam was niet bij het hele gebeuren aanwezig, maar wist wel precies waar hij zijn moest. Ik vermoed wel dat hij gebeld is. Hij zal er wel heen gevraagd zijn met een rede.

[slachtoffer 1] belt mij soms als hij wat werk heeft en dan ga ik mee om wat bij te verdienen. Dit weekend kreeg ik vragen daarover van meneer [medeverdachte 1] . In eerste instantie wilde ik hier eigenlijk geen antwoord op geven, aangezien ik mijn vriend hiermee zou naaien. Maar op een gegeven moment heeft meneer [medeverdachte 1] mij apart genomen om kort een gesprek te hebben. Toen heb ik hem wel verteld waar we allemaal zijn geweest, maar geen straatnamen. Dit gesprek heeft plaatsgevonden op zondagavond voor het incident op de [straat] .

Ik zag dat [medeverdachte 1] een foto liet zien van een klant waarvan ik weet dat [slachtoffer 1] daar een klusje gedaan had. Ik heb toen wel gezegd dat ik deze vrouw ken en dat ik hier ben geweest. Toen begon [verdachte] zich heel agressief op te stellen.

Ik hoorde dat [verdachte] zijn stem te verhief, ik zag dat z'n lichaamshouding agressief werd en hij ging staan en zich groot maakte. Ik hoorde dat elke keer als [slachtoffer 1] iets zei hij hier met een agressieve toon op reageerde. Ik zag dat het op een gegeven moment escaleerde en dat [verdachte] [slachtoffer 1] een duw gaf als het ware. En ik zag dat daarna het hele gevecht begon.

Ik zag dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zich tegen de achtermuur bevonden. [slachtoffer 1] leunde in eerste instantie links achterin tegen het aanrechtblad aan. Toen het gevecht bezig was bevonden ze zich meer richting het midden van de kamer, maar wel nog steeds bij de achtermuur. En daar zijn ze gewoon in elkaar geslagen eigenlijk. Ik heb gezien dat de volgende personen feitelijk hebben mishandeld:

- [verdachte] ;

- [naam 2] ;

- [medeverdachte 1] ;

- [medeverdachte 2] ;

Ik zag dat [slachtoffer 1] vooral door [verdachte] en een andere Marokkaanse collega geschopt, geslagen en tegen de grond aan gewerkt is. Ik zag dat [medeverdachte 1] zich op een gegeven moment ook met het gevecht ging bemoeien. Ik zag dat het geweld voornamelijk bestond uit het slaan en het schoppen. Ik zag dat ze sloegen en schopten met de vuisten en met de schoenen. Ik zag dat [slachtoffer 1] in het begin twee keer een klap in zijn gezicht kreeg van [verdachte] .

[slachtoffer 1] kon zich niet verweren tegen de klappen en schoppen, want ze waren met z'n drieën. Je kon de klappen en schoppen horen, dus dat is best wel hard.

De laatste keer dat ik [slachtoffer 1] zag zat hij nog het een en ander op papier te zetten.

Mishandeling [slachtoffer 2]

Ik zag dat [medeverdachte 2] hem van achteren bij zijn armen pakte. Ik zag dat de broers hierna als het waren tegen elkaar aan werden gegooid en op de grond werden gegooid. Ik zag dat hierna iedereen begon te vechten. In eerste instantie waren het [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] die [slachtoffer 2] vastpakte, sloegen en naar de grond werkte. Toen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] beide op de grond lagen zag ik dat ze nog werden geschopt en geslagen. Ik heb toen geroepen dat het genoeg was, maar ik zag dat ze door bleven gaan. Ik zag dat ze allemaal bleven doorgaan.

Vooropgezet plan

De vergadering was al wel de bedoeling die ochtend. Dat [verdachte] naar binnen kwam en de rest naar buiten werd gestuurd gaf mij het idee dat er iets niet in de haak was. Dat [verdachte] bij elk antwoord dat [slachtoffer 1] gaf zich erin mengde op een agressieve manier gaf mij het idee dat hij al van plan was om iets te doen. Door die houding kreeg ik het idee dat hij niet alleen vragen wilde stellen.

Bij het gesprek op zondag hoorde ik [medeverdachte 1] mij vragen waar ik dit weekend was geweest.

Dreigementen

Tegen de broers zijn de volgende bedreigingen geroepen:

- Dit doe je nooit meer;

- Blijf liggen.

Een proces-verbaal van verhoor [naam 2]

[medeverdachte 1] belde mij dat de jongens aan het stelen waren. Dat wist ik daardoor. In de groepsapp kregen we een berichtje over een vergadering om 07:00 uur op maandag. [medeverdachte 1] had zich verslapen en was te laat

Eerst hebben we met alle jongens vergaderd, met [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] , iedereen die er werkt. Toen we moesten blijven zitten werd gezegd dat er mensen hadden gestolen. Ik kreeg de vraag of ik ook bleef zitten. [slachtoffer 1] stond tegen het keukenblok aan. [verdachte] kwam binnen. Ik zat op een stoel. [naam 13] , [naam 3] en [medeverdachte 1] waren er. [verdachte] begon te schreeuwen en [slachtoffer 1] te slaan. Toen ging het heel snel. Iedereen ging er op. [medeverdachte 2] kwam erbij en begon te schoppen en te doen. [verdachte] en [medeverdachte 1] waren er ook.

[slachtoffer 2] was weg. [slachtoffer 1] die bleef nog. Toen is hij in het kantoor ernaast gaan zitten. Hij had bloed bij zijn mond. Hij moest opschrijven wat hij had gestolen en welke klussen.

Toen begon [verdachte] ineens te meppen. Er werd op een hoofd getrapt, dat ging nergens over. Het was ook maar heel kort. [verdachte] kreeg een antwoord die hij niet wilde horen. Ze vroegen wat aan [slachtoffer 1] en toen begon [verdachte] te slaan en schreeuwen en ontplofte het. Het begon met [medeverdachte 1] over de klanten en daarna begon [verdachte] te meppen en te schreeuwen. [medeverdachte 2] kwam erbij. Die trapte op een gezicht. Dat kan fout aflopen.

V: Waarom was [verdachte] daar?

A: Geen flauw idee. Daarom dacht ik ook: "Het is foute boel". En ik dacht dat ze mij ook moesten hebben en voelde me ook bedreigd. Ik weet dat hij slaat. Maar toen ik hoorde dat het over [slachtoffer 1] ging, werd ik wat rustiger.

Op gegeven moment zijn ze naar [medeverdachte 1] kantoor gegaan om daar afspraken te maken. Hij heeft opgeschreven wat hij had gejat, dat heb ik gezien.

Een proces-verbaal van bevindingen (onderzoek telefoon [medeverdachte 3] )

In belang van het onderzoek is op 26 februari 2024 de telefoon van verdachte [medeverdachte 3] in beslaggenomen.

Call Log

Ik zag dat er op 26 februari 2024, om 06:37:46 uur (UTC+1), een inkomende oproep, via WhatsApp, binnenkwam vanaf het telefoonnummer [telefoonnummer 2] met de naam [....] erbij. Het is verbalisant ambtshalve bekend dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [verdachte] . Ik zag dat de oproep niet was opgenomen.

Ik zag dat er op 26 februari 2024, om 08:24:46 uur (UTC+1), een uitgaande oproep, via WhatsApp, was naar het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Ik zag dat dit gesprek 8 seconde duurde.

Searched Items

Ik zag dat er op 26 februari 2024 om 8:45 uur (UTC+1) en om 8:46 uur (UTC+1) meerdere keren is gezocht op de zoektermen ‘ [.] ’ en ‘wat zijn [.] '

Timeline

Ik heb gekeken in de algemene tijdlijn van de telefoon. Hierin kan je zien wat de activiteit is geweest met de telefoon. Het is verbalisant bekend, dat verdachte [medeverdachte 3] op 26 februari 2024, om 9:24 uur (UTC+1) op een telefoon iets laat zien aan slachtoffer [slachtoffer 1] . Ik zag in de telefoon dat er om 9:24 uur (UTC+1) als laatst activiteit is geweest.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?