RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/610117 / KG ZA 26-210
Vonnis in kort geding van 16 april 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te [woonplaats] ,
eiser,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. A.S.J.H. van den Bronk,
tegen
KONINKLIJKE NEDERLANDSE VOETBALBOND (KNVB),
te Zeist,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de KNVB,
advocaat: mr. M. van Dijk.
en in de zaak van: [eiseres] ,
te [woonplaats] ,
eiseres,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. A.S.J.H. van den Bronk,
tegen
KONINKLIJKE NEDERLANDSE VOETBALBOND (KNVB),
te Zeist,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de KNVB,
advocaat: mr. M. van Dijk.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de (niet betekende) dagvaarding naar aanleiding waarvan de KNVB vrijwillig is verschenen,
- de producties van [eiser] en [eiseres] ,
- de producties van de KNVB,- de mondelinge behandeling van 16 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,- de pleitnota van [eiser] en [eiseres] ,- de pleitnota van KNVB.
Aan het einde van de mondelinge behandeling is aan partijen meegedeeld dat vandaag een verkort vonnis wordt gewezen, waarbij alleen de beslissing wordt vermeld. De schriftelijke uitwerking daarvan volgt uiterlijk op 30 april 2026.
2. De vorderingen
Het gaat in dit kort geding om twee zaken:
een zaak tussen [eiser] en de KNVB, en
een zaak tussen [eiseres] en de KNVB.
Deze zaken zijn samen behandeld en hebben hetzelfde zaaknummer.
De KNVB heeft zowel aan [eiser] als aan [eiseres] een landelijk stadionverbod opgelegd van 18 maanden.
[eiser] en [eiseres] vorderen in dit kort geding:
primair dat de KNVB wordt geboden om het aan hen opgelegde stadionverbod op te heffen, althans dat de KNVB wordt verboden om het aan hen opgelegde stadionverbod nog langer te handhaven,
subsidiair dat het aan hen opgelegde stadionverbod met onmiddellijke ingang wordt opgeschort, althans wordt geschorst totdat daarop is beslist door een bodemrechter,
meer subsidiair dat het aan hen opgelegde stadionverbod wordt gematigd of wordt omgezet naar een lokaal stadionverbod en/of alternatieve straf en/of geldboete al dan niet totdat daarop is beslist door een bodemrechter.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
in de zaak tussen [eiser] en de KNVB
wijst de vordering af,
veroordeelt [eiser] om aan de KNVB te betalen de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis wat betreft 5.2 uitvoerbaar bij voorraad,
in de zaak tussen [eiseres] en de KNVB
wijst de vordering af,
veroordeelt [eiseres] om aan de KNVB te betalen de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis wat betreft 5.5 uitvoerbaar bij voorraad,
Dit vonnis is gewezen door mr. F.H. Charbon en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2026.
4374