RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16.223167.25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 17 april 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [1965] in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het [adres] in [woonplaats] ,
hierna: de verdachte.
1. Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 3 april 2026. Op deze zitting waren aanwezig:
2. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat, in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 12 augustus 2022 in Montfoort vijf vuurwapens en munitie van categorie III (feit 1) en een vuurwapen van categorie II (feit 2) voorhanden heeft gehad.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage bij dit vonnis.
3. Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte beide feiten waarvan hij wordt beschuldigd heeft gepleegd.
Standpunt van de verdediging
De advocaat voert geen bewijsverweer, gelet op de bekennende verklaring van de verdachte. Zij refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
De verdachte bekent dat hij beide feiten heeft gepleegd, zoals deze hieronder bewezen zijn verklaard. Door of namens hem is ook niet om vrijspraak van deze feiten gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank de inhoud van de bewijsmiddelen niet op te schrijven.
De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:
de bekennende verklaring van verdachte op de zitting;
een proces-verbaal van relaas forensische opsporing (p. 5 e.v. (dossier II);
kennisgevingen van inbeslagname (p. 9 e.v. (dossier II);
kennisgevingen van inbeslagname (p. 91 e.v. (dossier I);
een proces-verbaal van bevindingen (categorisering) (p. 28 e.v.) dossier II);
een proces-verbaal van bevindingen (categorisering) (p. 70 e.v.) dossier II).
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
ten aanzien van feit 1: in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 12 augustus 2025 te Montfoort, wapens van categorie III, onder 1 van de Wet Wapens en Munitie, te weten:- een vuurwapen, merk/model M1 carabine, kaliber .30 M1 carabine zijnde een vuurwapen in de vorm van een enkelloops semiautomatisch kogelgeweer, en - een vuurwapen, merk Smith & Wesson, model 60-7, kaliber .38 S&W spl, zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver, en - een vuurwapen, merk Beretta, model 950-B, kaliber .22 short, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool, en - een vuurwapen, merk Mauser-Werke model 80SA kaliber 9 x 19mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool, en - een vuurwapen, merk Ruger, model P90DC, kaliber .45ACP, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool,
en munitie van categorie III, te weten:
110, scherpe kogelpatronen van het kaliber 7.62xmm en 76, scherpe kogel/hagelpatronen van het kaliber 12 en 4, scherpe kogelpatronen van het kaliber .357 magnum en 4, scherpe kogelpatronen van het kaliber .38 special en 8, scherpe kogelpatronen van het kaliber .45 ACP en 97, scherpe kogelpatronen van het kaliber .22 short en 10, scherpe knalpatronen van het kaliber 9mm P.A.Knall en 20, getransformeerde kogelpatronen van het kaliber 9mm P.A. en 27, signaalpatronen en 13, scherpe kogelpatronen van het kaliber 9mm Luger en 1, kogelpatroon van het kaliber 7.62x25mm Tokarev en 6, scherpe kogelpatronen van het kaliber .380 auto en 1, scherpe kogelpatronen van het kaliber .22LR en/ 87, hulzen van het kaliber 8.62 x 51mm en 7.5 x 54mm en.38 special en 9 x 19mm en 5.56mm, en hulpstukken voor en onderdelen van wapens van categorie III, onder 1 van de Wet Wapens en Munitie, die essentieel en van wezenlijke aard zijn voor die wapens, te weten meerdere patroonmagazijnen, voorhanden heeft gehad;
ten aanzien van feit 2: in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 12 augustus 2025 te Montfoort, een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet Wapens en Munitie, te weten een vuurwapen, van het merk CS, model 58, kaliber 7,62 x 39mm, zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren, voorhanden heeft gehad.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken. De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.
4. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
feit 1: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie, meermalen gepleegd.
feit 2: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie.
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
5. Straf
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden (met aftrek van het voorarrest) waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de richtlijnen voor de feiten waar de verdachte van wordt beschuldigd, inderdaad uitgaan van lange onvoorwaardelijke gevangenisstraffen, maar dat dit geen standaard zaak is. De verdachte heeft de wapens niet zelf gekocht en heeft geen opslagplek gegeven aan criminelen, maar heeft de wapens gevonden in zijn ouderlijk huis na het overlijden van zijn zus en ouders. In die moeilijke periode is verdachte, met de inboedel van het ouderlijk huis, op straat komen te staan. Hij heeft de wapens toen maar met zich mee gesleept. Destijds was hij zich niet bewust van alle gevolgen en risico’s die dat veroorzaakte en hij was zich ook niet bewust van de ernst van het strafbare feit dat hij daarmee pleegde. Inmiddels gaat het gelukkig veel beter met de verdachte, waardoor de raadsvrouw de rechtbank verzoekt om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De raadsvrouw stelt voor om de verdachte de maximale taakstraf op te leggen, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest en daarnaast een forse voorwaardelijke gevangenisstraf als stok achter de deur.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten. Er zijn in de schuur van de woning van zijn vriendin vijf vuurwapens van categorie III en één vuurwapen van categorie II aangetroffen. Daarvan was een deel meteen gebruiksklaar. Daarnaast is er een enorme hoeveelheid bij die wapens passende munitie aangetroffen.
De rechtbank vindt het kwalijk en zorgelijk dat de verdachte al deze wapens en munitie ruim drie jaar in bezit heeft gehad en deze ook meermaals heeft verplaatst: via een tijdelijke woning en een opslag naar de schuur waar ze nu zijn aangetroffen. De verdachte heeft (kennelijk) al die tijd geen oog gehad voor de gevaren die ongecontroleerd bezit van wapens en munitie met zich brengt en de angst die dergelijke wapens bij anderen en in de samenleving kunnen veroorzaken.
Daarbij acht de rechtbank wel voldoende aannemelijk geworden dat de verdachte deze wapens niet actief heeft verworven met een gewelddadig of ander crimineel doel, maar min of meer per toeval in handen heeft gekregen uit de nalatenschap van zijn familie.
Strafblad
Uit het strafblad van de verdachte blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten, dus de rechtbank zal het strafblad niet in strafverzwarende zin meewegen.
Persoonlijke omstandigheden
Uit het rapport van de reclassering van 19 maart 2026 blijkt dat het inmiddels beter gaat met de verdachte. Hij heeft zich na zijn aanhouding aangemeld bij een maatschappelijke opvang (waar hij sindsdien ook verblijft), hij accepteert alle hulp die hem wordt geboden, is gestopt met drugsgebruik, staat onder bewind, heeft een stabiele dagbesteding en werkt mee aan de ingezette begeleiding. De betrokken hulpverlening bevestigt dat de verdachte goed functioneert, zich aan alle afspraken houdt en een meewerkende, gemotiveerde houding toont.
De reclassering ziet op dit moment daarom geen reden of meerwaarde om bijzondere voorwaarden te adviseren: de verdachte krijgt nu voldoende hulp en de lopende begeleiding is passend en toereikend. Het risico op recidive wordt ingeschat als laag. De reclassering geeft wel aan dat zij contra-indicaties zien voor het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, omdat dat de ingezette hulpverlening doorkruist, de recent opgebouwde stabiliteit in gevaar brengt en daarmee het risico op een terugval vergroot. Er is geen contra-indicatie voor het opleggen van een taakstraf, omdat de verdachte gemotiveerd en in staat is om te werken. Bovendien kunnen de structuur en dagbesteding van een taakstraf juist bijdragen aan het vasthouden van de ingezette positieve ontwikkeling.
Strafoplegging
De rechtbank stelt vast dat de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting voor de feiten die de verdachte heeft gepleegd, uitgaan van lange onvoorwaardelijke gevangenisstraffen. Dat maakt dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van een aantal maanden in de rede ligt, ook indien uitgegaan wordt van de manier waarop de verdachte de wapens in handen zegt te hebben gekregen.
De rechtbank vindt het echter onwenselijk als het leven dat de verdachte sinds het plegen van de feiten heeft opgebouwd door het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou worden doorkruist. Dat zou onwenselijk zijn, niet alleen voor de verdachte zelf, maar ook voor de maatschappij. Dat maakt dat de rechtbank aanleiding ziet om af te wijken van de strafeis van de officier van justitie.
De rechtbank zal daarom aan de verdachte een gevangenisstraf van 360 dagen (met aftrek van het voorarrest) opleggen, waarvan 357 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Deze straf komt erop neer dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. De rechtbank vindt de voorwaardelijke straf passend als stok achter de deur om niet opnieuw strafbare feiten te plegen.
Daarnaast zal de rechtbank de maximale taakstraf opleggen die mogelijk is bij deze veroordeling voor twee feiten. Dat is een taakstraf van 480 uur. Mocht de verdachte deze taakstraf niet of niet naar behoren verrichten, dan staan daar 240 dagen vervangende hechtenis tegenover.
Voorlopige hechtenis
Ten slotte zal de rechtbank het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.
6. In beslag genomen voorwerpen
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle in beslag genomen wapens, munitie en verdovende middelen moeten worden onttrokken aan het verkeer.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft aangegeven dat de verdachte afstand doet van alle in beslag genomen voorwerpen. De raadsvrouw verzet zich niet tegen onttrekking aan het verkeer van alle in beslag genomen voorwerpen.
Oordeel van de rechtbank
Omdat er geen schriftelijke afstandsverklaring is, moet er een beslagbeslissing worden genomen. De rechtbank zal alle in beslag genomen voorwerpen (gespecificeerd in het dictum van dit vonnis) onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Daarnaast zijn de bewezenverklaarde feiten met (een deel van) deze voorwerpen begaan.
7. Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straf en de beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie.
8. De beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
Strafbaarheid
Strafoplegging
Beslag
- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:
Voorlopige hechtenis
- heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.M. Sanders, voorzitter, mr. O. Böhmer en mr. K. de Meulder, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Besselink als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026.
De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2022 tot en met 12 augustus 2025 te Montfoort, in elk geval in Nederland, een of meer wapen(s) van categorie III, onder 1 van de Wet Wapens en Munitie, te weten:- een vuurwapen, merk/model M1 carabine, kaliber .30 M1 carabine zijnde een vuurwapen in de vorm van een enkelloops semiautomatisch kogelgeweer, en/of- een vuurwapen, merk Smith & Wesson, model 60-7, kaliber .38 S&W spl, zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver, en/of- een vuurwapen, merk Beretta, model 950-B, kaliber .22 short, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool, en/of- een vuurwapen, merk Mauser-Werke model 80SA kaliber 9 x 19mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool, en/of- een vuurwapen, merk Ruger, model P90DC, kaliber .45ACP, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool,
en/of munitie van categorie III, te weten: - een of meerdere, te weten 110, scherpe kogelpatronen van het kaliber 7.62xmm en/of- een of meer, te weten 76, scherpe kogel/hagelpatronen van het kaliber 12 en/of- een of meer, te weten 4, scherpe kogelpatronen van het kaliber .357 magnum en/of- een of meer, te weten 4, scherpe kogelpatronen van het kaliber .38 special en/of- een of meer, te weten 8, scherpe kogelpatronen van het kaliber .45 ACP en/of- een of meer, te weten 97, scherpe kogelpatronen van het kaliber .22 short en/of- een of meer, te weten 10, scherpe knalpatronen van het kaliber 9mm P.A.Knall en/of- een of meer, te weten 20, getransformeerde kogelpatronen van het kaliber 9mm P.A. en/of- een of meer, te weten 27, signaalpatronen en/of- een of meer, te weten 13, scherpe kogelpatronen van het kaliber 9mm Luger en/of- een of meer, te weten 1, kogelpatroon van het kaliber 7.62x25mm Tokarev en/of- een of meer, te weten 6, scherpe kogelpatronen van het kaliber .380 auto en/of- een of meer, te weten 1, scherpe kogelpatronen van het kaliber .22LR en/of- een of meer, te weten 87, hulzen van het kaliber 8.62 x 51mm en/of 7.5 x 54mm en/of .38 special en/of 9 x 19mm en/of 5.56mm, en/of- een of meer hulpstukken voor en/of onderdelen van wapens van categorie III, onder 1 van de Wet Wapens en Munitie, die essentieel en/of van wezenlijke aard zijn voor die wapens, te weten een of meerdere patroonmagazijnen, voorhanden heeft gehad;
2hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2022 tot en met 12 augustus 2025 te Montfoort, in elk geval in Nederland, een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet Wapens en Munitie, te weten een vuurwapen, van het merk CS, model 58, kaliber 7,62 x 39mm zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren, voorhanden heeft gehad.