RECHTBANK Midden-Nederland
Toezicht
Zittingsplaats Lelystad
Rekestnummer: NL:TZ:2604558:R-RK
Vonnis van 14 april 2026
op het verzoek van
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode] [plaats] ,
verzoeker,
hierna te noemen [verzoeker] ,
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
1. De procedure
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- de zitting van maandag 13 april 2026, waarbij aanwezig waren [verzoeker] , [persoon1] en [persoon2] , [bedrijf] B.V.
2. De beoordeling
Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet (Fw). Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
De rechtbank ziet aanleiding om het aanvangsmoment van de termijn van de schuldsaneringsregeling ex artikel 349a Fw te vervroegen. [verzoeker] heeft in het kader van een minnelijke schuldregeling gedurende 12 maanden maandelijks € 550,00 afgedragen conform het voor hem geldende vrij te laten bedrag. De rechtbank zal hierop 2 maanden in mindering brengen. Dat is gelijk aan de nieuwe schuld die tijdens het minnelijke traject is ontstaan, namelijk een bedrag van € 1.009,00 waarvoor [verzoeker] is veroordeeld vanwege een eerder door hem begane verkeersovertreding. Dit bedrag is door zijn moeder voldaan, die ook voor dat bedrag recent is toegevoegd aan de schuldenlast van [verzoeker] . Het vorenstaande leidt ertoe dat de schuldsaneringsregeling nog acht maanden zal duren.
3. De beslissing
De rechtbank:
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker] ,geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [postcode] [plaats] ;
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de acht maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak;
benoemt tot rechter-commissaris mr. K.G. van de Streek;
benoemt tot bewindvoerder M.W. van Dijk-Middelweerd, Postbus 77, 5140AB Waalwijk;
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Dit is de beslissing van mr. P.J. Neijt, rechter, in samenwerking met R. Beek, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op dinsdag 14 april 2026.