ECLI:NL:RBMNE:2026:1667

ECLI:NL:RBMNE:2026:1667

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 24-04-2026
Datum publicatie 20-04-2026
Zaaknummer UTR 25/5958
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

pkv

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, het CBR, verweerder.

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/5958

(gemachtigde: mr. P.A.J. van Putten),

en

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten.

Verweerder heeft op 5 februari 2026 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

2. Verweerder heeft op 4 september 2025 een beslissing op bezwaar genomen. Verzoekster is hiertegen in beroep gegaan. Verweerder heeft vervolgens bij besluit van 24 november 2025 de beslissing op bezwaar van 4 september 2025 ingetrokken, het bezwaar alsnog gegrond verklaard en het primaire besluit van 17 juli 2025 herroepen. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoekster wilde. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.

3. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).

4. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Verweerder heeft gereageerd en aangegeven dat het bijgevoegde formulier proceskosten niet is ingevuld. Verweerder heeft niet inhoudelijk gereageerd op het verzoek van verzoekster. De rechtbank leidt hieruit af dat verweerder er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van verzoekster te vergoeden.

5. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van op € 934,- en een wegingsfactor 1).

6. Verweerder moet ook het griffierecht van € 194,- aan verzoekster betalen. Dat volgt rechtstreeks uit de wet (artikel 8:41 Awb). Verzoekster kan zich hiervoor tot verweerder wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 934,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van J.M.J. Kooistra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I. Helmich

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand