ECLI:NL:RBMNE:2026:1669

ECLI:NL:RBMNE:2026:1669

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 19-03-2026
Datum publicatie 20-04-2026
Zaaknummer C/16/601982 / FT RK 25/1086
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

insolventie, toewijzen dwangakkoord, psychische klachten, nul-aanbod

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Toezicht

locatie Utrecht

zaaknummer: C/16/601982 / FT RK 25/1086

uitspraakdatum: 19 maart 2026

Vonnis op grond van artikel 287a Fw (dwangakkoord)

in de zaak van

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] 1963 te distrikt [distrikt] ,

wonende te [adres] ,

[postcode] [plaats] ,

hierna: [verzoeker] ,

tegen

[Het Tankstation] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

vertegenwoordigd door de Landelijke Associatie Van Gerechtsdeurwaarders B.V.,

hierna: het Tankstation.

1. Waar deze zaak over gaat

[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing te komen voor zijn schulden heeft [verzoeker] de rechtbank verzocht een dwangakkoord op te leggen aan de weigerende schuldeisers. Dit verzoek wordt toegewezen.

2. De procedure

[verzoeker] heeft tegelijk met het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot vaststelling van een dwangakkoord als bedoeld in artikel 287a Faillissementswet (Fw).

Het verzoek is behandeld op de zitting van 9 maart 2026. Op de zitting zijn verschenen:

de heer [verzoeker] ;

de heer [A.] , beschermingsbewindvoerder van Bureau voor Budget en Inkomensbeheer Midden Nederland B.V.;

mevrouw [B.] en mevrouw [C.] , schuldhulpverleners van de gemeente Utrecht.

Het Tankstation is niet verschenen.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3. De feiten

[verzoeker] heeft een totale schuldenlast van € 19.140,56. Er zijn 11 schuldeisers.

[verzoeker] heeft op 18 juni 2025 een schuldregeling aangeboden. Dit betreft een nul-aanbod.

De onder 3.2. bedoelde schuldregeling is door alle schuldeisers aanvaard behalve door het Tankstation.

4. Het verweer

[verzoeker] heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287a Fw en daarmee de rechtbank gevraagd om het Tankstation te bevelen om in te stemmen met het in 3.2. genoemde aanbod.

Het Tankstation bestrijdt dit verzoek.

Het Tankstation heeft het in 3.2. genoemde aanbod geweigerd in zijn brief van 27 juni 2025. Op 6 maart 2026 heeft de Landelijke Associatie Van Gerechtsdeurwaarders namens het Tankstation een verweerschrift ingediend bij de rechtbank. Het Tankstation voert daarin aan dat de rechtbank het verzoek van [verzoeker] moet afwijzen, gelet op de aard van de vordering, omdat deze niet te goeder trouw is ontstaan. De schuld is immers ontstaan door diefstal van brandstof bij het Tankstation.

Daarnaast hebben de schuldeisers geen voordeel bij het minnelijk aanbod ten opzichte van de wettelijke schuldsaneringsregeling, omdat het een nul-aanbod betreft. Ook is het aanbod niet het maximaal haalbare, omdat er onvoldoende bekend is over het arbeidsvermogen van [verzoeker] en hij in de toekomst mogelijk weer kan werken en daardoor afloscapaciteit kan genereren.

5. De beoordeling

Het verzoek zal slechts kunnen worden toegewezen als de weigerachtige schuldeiser, in dit geval het Tankstation, in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat het Tankstation heeft bij de uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van [verzoeker] en van de overige schuldeisers die door die weigering worden geschaad. Daarbij dient tevens een vergelijking te worden gemaakt met de situatie dat [verzoeker] tot de schuldsaneringsregeling zal worden toegelaten.

Het Tankstation vertegenwoordigt 0,5% procent van de totale schuldenlast. Op de totale schuldenlast bezien vertegenwoordigt het Tankstation een klein aandeel van de totale schuldenlast. Het belang van het Tankstation is daarmee beperkt. De rechtbank is van oordeel dat het belang van [verzoeker] zwaarder wegen.

Daarnaast heeft het Tankstation aangevoerd dat de vordering niet te goeder trouw is ontstaan. De aard van de vordering hoeft geen doorslaggevende rol te spelen bij de belangenafweging zoals bedoeld in artikel 287a lid 5 Fw, maar kan het belang van de schuldeiser bij zijn weigering wel benadrukken. In dit geval heeft de aard van de vordering geen doorslaggevende rol. Gezien de bijzondere persoonlijke omstandigheden van de heer [verzoeker] ziet de rechtbank voldoende aanleiding om zijn verzoek toe te wijzen.

Uit het verzoekschrift en ter zitting is gebleken dat de heer [verzoeker] , gelet op zijn psychische problematiek, niet binnen een redelijke termijn in staat is om te werken. De afloscapaciteit zal naar verwachting niet toenemen. Daarom moet het nul-aanbod als het maximaal haalbare worden beschouwd.

Aangezien het verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord wordt toegewezen wordt het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling niet meer behandeld.

6. De beslissing

De rechtbank:

beveelt het Tankstation in te stemmen met het onder 3.2. genoemde aanbod;

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Konings en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?