ECLI:NL:RBMNE:2026:167

ECLI:NL:RBMNE:2026:167

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 27-01-2026
Datum publicatie 27-01-2026
Zaaknummer 16/006409-25
Rechtsgebied Strafrecht; Strafprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een ontploffing bij een school op Nieuwjaarsnacht. De rechtbank legt aan de verdachte op een onvoorwaardelijke jeugddetentie van 10 dagen en een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 90 uren. Het verzoek van de officier van justitie om een schadevergoedingsmaatregel op te leggen, wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/006409-25

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 27 januari 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ,

verblijvende op het adres [adres] , [postcode] in [plaats] ,

hierna: [verdachte] .

1. Zitting

De strafzaak van [verdachte] is inhoudelijk behandeld op de besloten zitting van 13 januari 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt [verdachte] ervan dat hij, samengevat:

primair

op 1 januari 2025 samen met anderen opzettelijk met cobra’s en flessen wasbenzine een ontploffing teweeg heeft gebracht bij het [onderwijs instelling] in Vleuten , waarbij gemeen gevaar voor goederen te duchten was;

subsidiair

op 1 januari 2025 opzettelijk behulpzaam is geweest bij het tot ontploffing brengen van een vuurwerkbom bij het [onderwijs instelling] in Vleuten , waarbij gemeen gevaar voor goederen te duchten was.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in de bijlage bij dit vonnis.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat bewezen kan worden dat [verdachte] het primaire feit heeft gepleegd.

Standpunt van de verdediging

De advocaat voert geen verweer over het bewijs.

Oordeel van de rechtbank

[verdachte] bekent dat hij het primaire feit heeft gepleegd, zoals hieronder bewezen is verklaard. Namens hem is ook niet om vrijspraak van dat feit gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:

de bekennende verklaring van [verdachte] op de zitting van 13 januari 2026;

de aangifte van [aangever] , namens het [onderwijs instelling] , van 1 januari 2025.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat [verdachte] :

primair:

op 1 januari 2025 te Vleuten , gemeente Utrecht tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door

- cobra's vast te maken aan flessen (gevuld met) benzine,

- ( vervolgens) dat explosief tegen de deur van het [onderwijs instelling] te plakken,

- ( vervolgens) dat explosief met vuur in aanraking te brengen en/of aan te steken,

- ( waardoor) vlammen/vuur en een explosie zijn ontstaan,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten ramen, muren, deuren, kozijnen en een houten overkapping van het [onderwijs instelling] , een doos met lichtarmaturen en schilderijen, te duchten was.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. [verdachte] wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt [verdachte] niet.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezenverklaarde feit levert het volgende strafbare feit op:

medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.

Strafbaarheid feit en [verdachte]

Het feit en [verdachte] zijn strafbaar.

5. Straf

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat [verdachte] wordt veroordeeld tot:

- een jeugddetentie van 90 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 80 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren,

- een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 120 uren.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de rechtbank om te volstaan met het opleggen van een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan de periode die [verdachte] in voorarrest heeft doorgebracht en een (deels) voorwaardelijke werkstraf.

Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder [verdachte] dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van [verdachte] en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van het feit

[verdachte] heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een ontploffing bij het [onderwijs instelling] op Nieuwjaarsnacht. Hij heeft samen met zijn mededaders bedacht om een vuurwerkbom bij het [onderwijs instelling] af te steken, deze vuurwerkbom ook in elkaar geknutseld en heeft vervolgens ook geholpen bij het aansteken van de vuurwerkbom. Ook heeft [verdachte] de cobra’s gekocht, die zijn gebruikt bij het maken van de vuurwerkbom. De ontploffing heeft grote materiële schade aan de school toegebracht. [verdachte] heeft door zijn handelen blijk gegeven geen respect te hebben voor andermans eigendommen. Ook heeft het handelen van [verdachte] gevoelens van onrust en onveiligheid veroorzaakt. Dit geldt niet alleen voor de medewerkers en de leerlingen van het [onderwijs instelling] , maar ook voor de maatschappij en in het bijzonder de omwonenden van de school. De rechtbank neemt dit [verdachte] kwalijk. Daar staat tegenover dat de rechtbank het positief vindt dat [verdachte] openheid van zaken heeft gegeven en met de school in gesprek is gegaan (mediation), waarbij hij niet alleen zijn spijt heeft betuigd maar ook zijn verantwoordelijkheid heeft genomen.

Persoonlijke omstandigheden van [verdachte]

Bij de strafoplegging heeft de rechtbank gekeken naar het strafblad van [verdachte] van 2 december 2025, waaruit blijkt dat [verdachte] niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.

Advies van de Raad voor de Kinderbescherming

De Raad heeft op 2 januari 2026 een rapportage over [verdachte] opgesteld. In het afgelopen jaar heeft [verdachte] goed meegewerkt aan de begeleiding van de jeugdreclassering en aan hulpverlening/behandeling voor zijn mentale welzijn. De risicofactoren voor delictgedrag zijn verminderd en de beschermende factoren zijn toegenomen. De Raad vindt het niet nodig dat [verdachte] nog langer door de jeugdreclassering wordt begeleid, omdat [verdachte] en zijn ouders voldoende in staat zijn om de ingezette positieve lijn verder voort te zetten. De Raad schat in dat de kans klein is dat [verdachte] opnieuw strafbare feiten pleegt.

De Raad adviseert om een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan het voorarrest op te leggen. Volgens de Raad is het niet nodig om een voorwaardelijke straf aan [verdachte] op te leggen, omdat deze nauwelijks pedagogische meerwaarde heeft en niet nodig is om het recidiverisico te verlagen. Wel vindt de Raad het passend om een onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen, zodat [verdachte] de gevolgen van zijn handelen ervaart.

Straf

Omdat sprake is van een heel ernstig feit vindt de rechtbank dat er in ieder geval jeugddetentie moet worden opgelegd. [verdachte] heeft in zijn voorarrest al in de jeugdgevangenis gezeten en de rechtbank vindt dat hij daarmee genoeg jeugddetentie heeft gehad. [verdachte] hoeft van de rechtbank niet opnieuw naar de jeugdgevangenis. Daarom zal een onvoorwaardelijke jeugddetentie opgelegd worden die niet langer duurt dan de dagen die [verdachte] in voorarrest heeft gezeten.

De rechtbank vindt wel het wel van belang dat [verdachte] nog de gevolgen van zijn handelen ervaart. De rechtbank zal daarom aan [verdachte] nog een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 90 uren opleggen.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de volgende straf passend en geboden is: een onvoorwaardelijke jeugddetentie van 10 dagen, met aftrek van de tijd die [verdachte] in voorarrest heeft doorgebracht (10 dagen), en een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 90 uren.

De straf die rechtbank aan [verdachte] oplegt, is lager dan de straf die de officier van justitie heeft geëist. [verdachte] en zijn ouders hebben verklaard dat de 10 dagen voorarrest ontzettend veel indruk hebben gemaakt op [verdachte] (en zijn gezin). [verdachte] was voor dit feit nog niet eerder op deze manier in aanraking met politie en justitie gekomen. [verdachte] zegt dat hij tijdens deze detentieperiode zijn lesje wel heeft geleerd en nooit meer in aanraking wil komen met politie en justitie. De rechtbank gelooft [verdachte] daarin. Gelet op het advies van de Raad, zal de rechtbank, anders dan door de officier van justitie is gevorderd, geen voorwaardelijke jeugddetentie opleggen. Hierbij weegt mee dat de kans dat [verdachte] opnieuw een strafbaar feit pleegt laag wordt ingeschat en dat geen reden wordt gezien voor verdere begeleiding door de jeugdreclassering of het opleggen van bijzondere voorwaarden. De rechtbank ziet net als de Raad ook geen pedagogische meerwaarde voor een hogere straf.

De straf die [verdachte] krijgt wijkt af van de straffen die de rechtbank aan de mededaders oplegt. Daarbij weegt mee dat [verdachte] de cobra’s heeft geleverd, heeft geholpen met het in elkaar zetten van de vuurwerkbom én aansteken van de vuurwerkbom (de rechtbank legt [verdachte] een hogere taakstraf op dan de mededaders die de vuurwerkbom niet hebben aangestoken) en dat [verdachte] ten tijde van het feit nog maar 16 jaar oud was (de rechtbank legt [verdachte] een lagere onvoorwaardelijke jeugddetentie op dan de mededaders die ouder waren).

De voorlopige hechtenis

De rechtbank zal het - reeds geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

6. In beslag genomen voorwerpen

Onder [verdachte] is 1 STK Telefoontoestel ( 3463891 ) in beslag genomen.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd om de telefoon verbeurd te verklaren.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de rechtbank om de telefoon niet verbeurd te verklaren, omdat dit disproportioneel zou zijn.

Oordeel van de rechtbank

Verbeurdverklaring

De rechtbank zal de telefoon verbeurd verklaren, omdat deze gebruikt is bij (de voorbereiding van) het bewezenverklaarde feit.

7. Schadevergoedingsmaatregel?

Inleiding

Het [onderwijs instelling] heeft geen verzoek tot schadevergoeding ingediend voor de schade aan het schoolgebouw. Op het wensenformulier heeft de gemachtigde van het [onderwijs instelling] aangegeven dat het gebouw eigendom is van de gemeente Utrecht. De gemeente Utrecht heeft zich niet als benadeelde partij in het strafproces gevoegd. Als een slachtoffer zich niet in het strafproces heeft gevoegd, kan de strafrechter ambtshalve een schadevergoedingsmaatregel opleggen als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht indien en voor zover de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie verzoekt de rechtbank om een schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Zij acht een totaalbedrag van € 40.000 euro op zijn plaats als vergoeding voor de schade die de gemeente Utrecht heeft geleden. De officier van justitie heeft (per verdachte) gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen voor een bedrag van € 10.000,00.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt om de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel af te wijzen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal niet overgaan tot het opleggen van een schadevergoedingsmaatregel en heeft daarbij het volgende laten meewegen.

Allereerst weegt mee dat de gemeente Utrecht een professionele partij is, waarvan verwacht mag worden dat zij kennis heeft van de juridische mogelijkheden tot het vorderen van schadevergoeding. De gemeente Utrecht heeft er kennelijk op dit moment voor gekozen om (nog) geen verzoek tot schadevergoeding in te dienen. Het is niet bekend wat de afwegingen van de gemeente daarbij zijn geweest. Niet kan worden uitgesloten dat de schade mogelijk op een andere wijze is vergoed, bijvoorbeeld door een verzekeraar.

Ook weegt mee dat onvoldoende duidelijk is wat de omvang van de schade aan het [onderwijs instelling] is geweest. Het dossier bevat wel een aanvraag voor een offerte van herstelwerkzaamheden, maar daaruit volgt niet dat de herstelwerkzaamheden zijn uitgevoerd dan wel wat de daadwerkelijke kosten van de herstelwerkzaamheden zijn geweest. De rechtbank kan op basis van het dossier dan ook niet vaststellen wat de omvang van de schade aan het schoolgebouw is geweest.

8. Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op artikelen 33, 33a, 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n en 157 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat [verdachte] het primaire feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;

- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt [verdachte] daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid [verdachte]

- verklaart [verdachte] strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt [verdachte] tot een jeugddetentie voor de duur van 10 dagen;

- bepaalt dat de tijd, door [verdachte] vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht (10 dagen), bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

- veroordeelt [verdachte] tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 90 uren;

- beveelt dat voor het geval [verdachte] de werkstraf niet of niet naar behoren verricht de werkstraf wordt vervangen door 45 dagen jeugddetentie;

schadevergoedingsmaatregel

- wijst af de vordering van de officier van justitie tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

beslag

- verklaart 1 STK Telefoontoestel ( 3463891 ) verbeurd;

voorlopige hechtenis

- heft op het - al geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.P.J. Janssens, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. I.G.C. Bij de Vaate en mr. T.C.P. Christoph, (kinder-)rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.J. van Bergeijk als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026.

Bijlage: De tenlastelegging

Aan [verdachte] is ten laste gelegd dat:

primair hij op of omstreeks 1 januari 2025 te Vleuten , gemeente Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door- een of meer cobra's, althans een of meer stuks (knal)vuurwerk, vast te maken aan een of meer flessen (gevuld met) benzine en/of- (vervolgens) dat explosief, in elk geval die cobra's, althans dat (knal)vuurwerk, met de flessen (gevuld met) benzine, aan/bij/tegen het (raam)kozijn en/of de deur van de hoofdingang van het [onderwijs instelling] te plaatsen/plakken/leggen en/of- (vervolgens) dat explosief, in elk geval die cobra's, althans het (knal) vuurwerk, met vuur in aanraking te brengen en/of aan te steken,- (waardoor) vlammen/vuur en/of een explosie zijn/is ontstaan,terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten ramen en/of muren en/of deuren en/of kozijnen en/of een houten overkapping, althans het gebouw, van het [onderwijs instelling] , en/of een doos met lichtarmaturen en/of schilderijen, te duchten was;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden: [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 1 januari 2025 te Vleuten , gemeente Utrecht, in elk geval in Nederland, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft/hebben gebracht door- een of meer cobra's, althans een of meer stuks (knal)vuurwerk, vast te maken aan een of meer flessen (gevuld met) benzine en/of- (vervolgens) dat explosief, in elk geval die cobra's, althans dat (knal)vuurwerk, met de flessen (gevuld met) benzine, aan/bij/tegen het (raam)kozijn en/of de deur van de hoofdingang van het [onderwijs instelling] te plaatsen/plakken/leggen en/of- (vervolgens) dat explosief, in elk geval die cobra's, althans het (knal) vuurwerk, met vuur in aanraking te brengen en/of aan te steken,- (waardoor) vlammen/vuur en/of een explosie zijn/is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten ramen en/of muren en/of deuren en/of kozijnen en/of een houten overkapping, althans het gebouw, van het [onderwijs instelling] , en/of een doos met lichtarmaturen en/of schilderijen, te duchten was,

waarbij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks 1 januari 2025 in Vleuten en/of Utrecht, in elk geval in Nederland, (meermalen) (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door- af te spreken en/of aanwezig te zijn bij een afspraak in de woning van T. Bus en/of- meerdere telefonische berichten te verzenden en/of- een tas met vuurwerk en/of flessen en/of benzine te dragen/mee te nemen en/of- digitaal een locatie te delen en/of- een video te maken en/of een video te delen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?