ECLI:NL:RBMNE:2026:1670

ECLI:NL:RBMNE:2026:1670

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 25-03-2026
Datum publicatie 20-04-2026
Zaaknummer 12057642 UT VERZ 26-194
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Afwijzing verzoek om opheffing bewind en afwijzing verzoek om wijziging bewindvoerder. Wijziging grondslag bewind.

Uitspraak

beschikking d.d. 25 maart 2026

met betrekking tot:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,

hierna te noemen: betrokkene,

met als bewindvoerder Libra Bewind,

correspondentieadres: 5600 AB Eindhoven, postbus 85.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- de schriftelijke reacties van de bewindvoerder.

Het verzoek is mondeling behandeld op 3 maart 2026. Ter zitting is verschenen:

- mevrouw [A.] , werkzaam bij Libra Bewind, bewindvoerder.

Hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen is betrokkene zonder bericht van afmelding, niet verschenen.

De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.

De feiten en de procedure

Bij beschikking is het vermogen van betrokkene onder bewind gesteld als gevolg van verkwisting of het hebben van problematische schulden. Nu is Libra Bewind,

correspondentieadres: 5600 AB Eindhoven, postbus 85, bewindvoerder.

Overdracht toezicht

Bij brief van 18 september 2025 heeft betrokkene de kantonrechter van de Rechtbank Oost-Brabant verzocht het bewind op te heffen. Omdat de woonplaats van betrokkene buiten het rechtsgebied van de Rechtbank Oost-Brabant viel, was de kantonrechter van die rechtbank niet bevoegd om van het verzoek kennis te nemen en daarop te beslissen.

Het toezicht op het dossier van betrokkene is vervolgens overgedragen aan de rechtbank Midden-Nederland, zodat het verzoek nu door de bevoegde kantonrechter wordt behandeld.

Verzoeken van betrokkene

Betrokkene wil dat het bewind wordt opgeheven. Het bewind was destijds noodzakelijk vanwege haar schulden. Betrokkene benadrukt dat bij de instelling van het bewind ervan werd uitgegaan dat zij na verloop van tijd weer zelfstandig haar financiën zou kunnen beheren. Zij vindt dat zij daar inmiddels toe in staat is. De schulden zijn afgelost, zij heeft zicht op haar inkomsten en weet welke vaste lasten daarvan moeten worden betaald. Ook acht zij zich in staat om betalingsregelingen te treffen. Zij heeft van haar fouten geleerd, het gaat het al geruime tijd goed en zij kan haar financiële zaken weer zelfstandig regelen.

Zij klaagt dat er geen ruimte is om extra geld aan te vragen en zij vindt het niet terecht dat de bewindvoerder een belastingschuld in één keer betaalt, in plaats van daarvoor een betalingsregeling te treffen. Ook klaagt zij dat er geen overleg met haar plaatsvindt over de ruimte in het budget voor onverwachte uitgaven.

Vervolgens heeft betrokkene met spoed verzocht om benoeming van een andere bewindvoerder. Zij stelt dat zij haar woning dreigt te verliezen en dat zij van de huidige bewindvoerder geen medewerking ontvangt.

Standpunt van bewindvoerder

Ter zitting heeft de bewindvoerder toegelicht dat betrokkene zonder overleg haar woning heeft opgezegd en haar minderjarige kind bij haar ex-partner heeft achtergelaten. Vervolgens is zij ingetrokken bij haar nieuwe partner, in de huurwoning van diens vader.

De bewindvoerder heeft verder verklaard dat betrokkene slachtoffer is geweest van fysieke mishandeling, waarna zij enige tijd in een Blijf-van-mijn-lijfhuis heeft doorgebracht. Ook de nieuwe partner van betrokkene staat onder bewind. Betrokkene en haar partner moesten de huurwoning verlaten nadat de vader van de partner was verhuisd naar een verzorgingshuis. Voortzetting van hun verblijf in die woning bleek niet mogelijk, omdat zij geen huurders waren. Door het gebrek aan betaalbare woonruimte dreigden betrokkene en haar partner dakloos te raken, waarna zij zich genoodzaakt zagen een chalet te huren.

De bewindvoerder heeft verklaard dat zowel het verzoek tot opheffing van het bewind als het daaropvolgende verzoek tot wijziging van bewindvoerder voortkomen uit onvrede van betrokkene over het uitblijven van extra geld. Volgens de bewindvoerder heeft betrokkene de bescherming van het bewind nog steeds hard nodig. De bewindvoerder verwacht niet dat betrokkene voldoende zelfredzaam kan worden om haar financiële belangen zelfstandig te behartigen. Betrokkene is kwetsbaar en overziet de gevolgen van haar handelen onvoldoende. Het is daarom van belang dat er een financiële buffer voor haar beschikbaar blijft, voor het geval de relatie met haar partner eindigt en zij zich genoodzaakt ziet te vluchten.

Verder benadrukt de bewindvoerder dat het contact met betrokkene prettig en goed is. Gelet op de langdurige betrokkenheid en de bekendheid met het dossier, is een wijziging van bewindvoerder niet in het belang van betrokkene. Door het budget van betrokkene strikt te bewaken, heeft de bewindvoerder een financiële buffer kunnen opbouwen. Verzoeken om extra geld werden regelmatig toegestaan, totdat bleek dat dit geld werd besteed aan bouwmaterialen voor de partner. Gezien de kwetsbaarheid van betrokkene heeft de bewindvoerder zich bovendien nadrukkelijk ingespannen om afspraken te maken met de bewindvoerder van de partner, om te voorkomen dat betrokkene onevenredig zou bijdragen aan de vaste lasten van de gezamenlijke huishouding.

Grondslag van het bewind

Op de vraag van de kantonrechter of de grondslag van de maatregel nog passend is, heeft de bewindvoerder verklaard dat na aflossing van alle schulden de grondslag lichamelijke of geestelijke toestand beter aansluit bij de situatie van betrokkene. Volgens de bewindvoerder heeft betrokkene psychische problemen, ontvangt zij een Wajong-uitkering, heeft zij leerproblemen en beschikt zij over onvoldoende inzicht en vaardigheden om de gevolgen van belangrijke beslissingen goed te overzien. De bewindvoerder vindt daarom dat de grondslag van het bewind dient te worden gewijzigd in lichamelijke of geestelijke toestand.

De beoordeling

De kantonrechter zal achtereenvolgens ingaan op:

Ad I) het verzoek tot opheffing van het bewind

Uit de stukken en de behandeling ter terechtzitting is naar het oordeel van de kantonrechter niet gebleken dat de noodzaak voor het bewind niet meer bestaat. Betrokkene heeft ingrijpende beslissingen met verstrekkende financiële en persoonlijke gevolgen genomen zonder de consequenties daarvan voldoende te overzien. Hierdoor is zij in een zeer instabiele leefsituatie terechtgekomen. Daarnaast heeft de bewindvoerder terechte vrees dat het spaargeld van betrokkene in handen gaat komen van haar nieuwe partner. Het verzoek tot opheffing dient dan ook te worden afgewezen.

Ad II) het verzoek tot wijziging van de bewindvoerder

De kantonrechter is, gelet op de inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting, van oordeel dat de bewindvoerder haar taak naar behoren uitoefent. De huisuitzetting kan bewindvoerder niet worden toegerekend omdat de woonsituatie van betrokkene afhankelijk was van de vader van haar partner, die als huurder stond geregistreerd. Gezien de langdurige betrokkenheid en bekendheid met het soms complexe dossier van betrokkene is het wijzigen van bewindvoerder daarom niet in het belang van betrokkene. Het verzoek tot wijziging van bewindvoerder zal worden afgewezen.

Ad III) de ambtshalve beoordeling of de huidige grondslag van de bewindsmaatregel nog passend is

Uit de stukken en behandeling ter terechtzitting is gebleken dat er geen sprake meer is van problematische schulden. Het bewind voorkomt dat er wederom verkwisting plaatsvindt. Verder is voldoende aannemelijk geworden dat betrokkene als gevolg van haar lichamelijke of geestelijke toestand (tijdelijk of duurzaam) niet in staat is ten volle haar vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. De kantonrechter zal daarom ambtshalve de grondslag van het bewind wijzigen naar de grondslag “lichamelijke of geestelijke toestand”.

De aantekening van het bewind in het register zoals bedoeld in artikel 1:391 lid 1 sub 2 BW (hierna te noemen: het Centraal Curatele- en Bewindregister) dient te worden gehandhaafd aangezien uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat de vermogensrechtelijke belangen van betrokkene zonder een publicatie van het bewind onvoldoende worden gewaarborgd.

De beslissing

De kantonrechter:

- bepaalt dat de inschrijving in het Centraal Curatele- en Bewindregister gehandhaafd blijft.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem:

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.A.A.T. Engbers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?